Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Adam van den Bergh (1445-1502)

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Adam van den Bergh werd op 6 mei 1445 geboren als jongste kind van Willem II van den Bergh en Luitgard van Bentheim. Zijn broers waren Oswald en Ludolf. De naam Adam kwam in het geslacht Van den Bergh vaker voor. Klik hier voor een overzicht.

Als jongste zoon was Adam niet voorbestemd om de bezittingen van zijn vader te erven. Die had al voor zijn dood bepaald dat de heerlijkheid Hedel naar Ludolf zou gaan en de overige bezittingen waren, zoals te verwachten, voor Oswald, de oudste broer. Het enige dat hij kreeg waren de inkomsten uit het Tolhuis bij Lobith.

Maar in de middeleeuwen was het voor niet-ervende zonen uit adellijke families gebruikelijk om een opleiding tot geestelijke te volgen en daarna toe te treden tot een seculier kapittel. Dit waren geestelijke gemeenschappen die kerken en hun bezittingen bestuurden, en destijds veel macht een aanzien genoten. Aan het hoofd van een seculier kapittel stonden een proost en een deken.

De leden van seculiere kapittels volgden geen kloosterregels en waren vaak ook niet tot priester gewijd. Dit in tegenstelling tot de leden van reguliere kapittels, die verbonden waren aan kloosters. Zij leefden wel volgens kloosterregels. De tegenhanger voor adellijke dochters was het sticht of stift, zoals het Stift Elten, waar in 14e eeuw Ermgard van den Bergh abdis is geweest.

Aldus volgde Adam een opleiding tot geestelijke. Hoe die precies verlopen is, kon niet worden achterhaald, maar al in 1455 was hij als 10-jarige met zijn broer Oswald in Parijs. Deze reis kan met de planning van zijn studie te maken hebben gehad.

In 1464 was Adam met zijn broer Ludolf in Kamerijk, het huidige Cambrai in Noord-Frankrijk. Daar ontmoetten zij Rudolf Agricola, een leeftijdgenoot (in 1443 geboren in Baflo bij Groningen), die later de grondlegger werd van het humanisme in Noord-Europa. In Kamerijk schreef Ludolf mede namens Adam een brief aan zijn vader, waarin hij hem vertelde dat zij naar Italië zouden reizen. Zij gaven de brief aan Agricola, die hem op Huis Bergh heeft gezorgd. Van de leden van de grafelijke familie heeft vooral Adam contact onderhouden met Agricola, die op zijn vele reizen meer dan eens op Huis Bergh is geweest. Op deze reis van Cambrai naar 's-Heerenberg (en verder) heeft hij mogelijk ook een bezoek gebracht aan de Latijnse school in Emmerik.

De inhoud van de brief luidt in hedendaags Nederlands als volgt.


Brief Ludolf en Adam inv nr 133.jpg


Edele lieve jonker en vader. De brief waarin u ons vraagt heer Roloff [Rudolf Agricola] eerstdaags naar u toe te sturen, hebben wij ontvangen. Dus sturen wij u voornoemde heer Roloff, die u zal vertellen hoe wij het maken en ook hoe wij naar Italië willen reizen. Laat ons via hem weten wat u ons verlangt te doen, zodat wij ons daarnaar kunnen richten. Mijn broeder Adam en ik sturen U een wollen slaapmuts, waarmee wij ons in uw liefde aanbevelen en hopen dat God u nog vele jaren in welvaren moge bewaren. Geschreven te Kamerijk op de eerste vrijdag na Vincula Petri in het jaar 64.


Ludolf en Adam, uw liefhebbende zonen


De eerste vrijdag na Vincula Petri in het jaar 64 was 3 augustus 1464. Vincula Petri ofwel Sint-Petrus' Banden was in de rooms-katholieke kerk de feestdag van de bevrijding van Sint Petrus uit gevangenschap van koning Herodes. De feestdag Vincula Petri is in 1962 afgeschaft.



Wanneer Adam en Ludolf in Italië zijn aangekomen, is niet bekend, maar Rudolf Agricola heeft van ongeveer 1468 tot 1475 gestudeerd aan de universiteit van Pavia, en stad even ten zuiden van Milaan. In elk geval een gedeelte van die tijd hebben Adam en Agricola in hetzelfde huis in Pavia gewoond. Zij zijn studiegenoten geweest, maar naar het zich laat aanzien geen jaargenoten. Ook Ludolf heeft enige tijd in Pavia doorgebracht.

Er zijn geen aanwijzingen dat Adam nog aan andere universiteiten heeft gestudeerd. Hij is in elk geval eerder uit Pavia vertrokken dan Agricola, want in 1472 wordt hij genoemd als domheer ofwel seculier kanunnik in Utrecht. Tien jaar later was hij proost van het kapittel van de Sint Walburgkerk in Zutphen.

In 1499 erfde Adam bij het overlijden van zijn broer Ludolf de heerlijkheid Hedel. Daar overleed hij vóór 20 december 1502 en werd er ook begraven, net als zijn broer Ludolf en in 1511 zijn neef (omzegger) graaf Willem III.

Adam is niet getrouwd geweest, maar had wel twee kinderen.

  • Anna, die van 1517 tot 1534 in de archieven voorkomt. Zij was begijn in Xanten.
  • Hercules, die van 1503 tot 1532 in de archieven voorkomt. Hij was getrouwd met ene Anna.

Bronnen