Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Beekermark

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken
De Grote Beekermark (rechts) en de Kleine Beekermark (links), beide aangeduid als Bekermarkt, op een ongedateerde kaart uit de eerste helft van de 19e eeuw. Daartussen ligt de Kleefse Hout, twee keer aangeduid als Clevische Holz,. De namen staan ondersteboven, maar de kaart is zo afgebeeld dat de bovenkant het noorden is.
Door de Kleefse Hout loopt kaarsrecht van boven naar beneden de Dassenboomse Allee; bovenlangs het driehoekige bovenste deel loopt de "Weg von Kilder nach Elten" ofwel de Hoge Eltenseweg.
Klik op de kaart voor een vergroting.

Beekermark is de naam voor (een deel van) het buitengebied van Beek, die in een aantal betekenissen gebruikt wordt.

In de ruimste zin wordt er het hele buitengebied van Beek mee aangeduid. Dit is bijvoorbeeld het geval in de sage van de Vuurkeals.

In de eigenlijke betekenis duidde de naam in de middeleeuwen de gemeenschappelijke gronden rond Beek aan. Deze markegronden waren niemands eigendom en werden beheerd door de marke, het collectief van vrije boeren ofwel geërfden. Zij konden er vee laten grazen, hout kappen en nog een aantal andere rechten laten gelden. Zo konden zij bepalen of en in hoeverre keuterboeren en dagloners van de markegronden gebruik mochten maken.

Boven de marke stond de adel, die eigen belangen in de gronden had. Omdat die belangen vaak niet overeenkwamen met de collectieve belangen van de marke, werd de Beekermark in 1460 gesplitst. Dit betrof alleen het bos ten oosten van Beek, want tegen die tijd hielden de geërfden zich alleen nog bezig met het beheer van het bos. Daarbuiten waren, zo lijkt het althans, geen markegronden meer, of was de adel er niet in geïnteresseerd.

Op 12 augustus 1460 verdeelden vertegenwoordigers van de heer van Bergh, de abdis van Elten en de hertog van Kleef het bosgebied dat toen bekend stond als de Grote Mark in vieren. De hertog van Kleef werd eigenaar van twee delen, die samen de naam Kleefse Hout kregen. De andere twee delen werden markebos en kregen de naam Grote Beekermark en Kleine Beekermark. In de volksmond werden deze bossen meestal de Grote Kloot en de Kleine Kloot genoemd.

Bronnen

  • Gilden & Schutterijen in de Graafschap Bergh, A.G. van Dalen, De Walburg Pers Zutphen (1971), blz. 39–51
  • Old Ni-js nr. 22, blz. 19–20
  • Bospaden en bosplanten, R.A. Bijlsma et al., Alterra, Research Instituut voor de groene ruimte, Wageningen (2001), blz. 42
  • Bosgeschiedenis Rijn-Waal – Waldgeschichte Rhein-Waal, Martijn Boosten et al., Stichting Probos, Wageningen (2012), blz. 211–212