Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Clayton, Charles Edward

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

In dienst van de RAF

Charlie Clayton op een foto die niet lang na de oorlog gemaakt is.

Sergeant Charles Edward (Charlie) Clayton was de boordwerktuigkundige van de Britse bommenwerper die in de vroege uren van 13 juni 1943 bij Braamt neerstortte. Hij werd op 29 mei 1914 geboren in Houghton, een dorp bij Preston in Lancashire.

Bij 1661 Heavy Conversion Unit

Op 11 september 1939, acht dagen nadat Groot-Brittannië Duitsland de oorlog had verklaard, nam hij dienst bij de RAF, de Britse luchtmacht. Over de eerste jaren van zijn diensttijd bij de RAF zijn nog geen gegevens voorhanden, maar zijn blauwe Navigator's, Air Bomber's and Air Gunner's Flying Log Book van 1943 is bewaard gebleven. Uit dit logboek blijkt dat hij zijn opleiding tot boordwerktuigkundige heeft afgesloten bij 1661 Heavy Conversion Unit op de vliegbasis Winthorpe in Nottinghamshire. Bij deze eenheid kregen vliegtuigbemanningen het laatste deel van hun opleiding voor zij in actieve dienst gingen vliegen met Lancaster bommenwerpers.

Tussen 11 maart en 11 april 1943 maakte Clayton 24 oefenvluchten bij 1661 HCU; de meeste al met zijn eigen piloot warrant officer Wood. Het programma begon met korte vluchten bij daglicht, die vaak minder dan een uur duurden. Soms was er een langere vlucht, met de langste – van 5 uur en 50 minuten – op 6 april. De route voerde naar de oostkust van Suffolk, toen westwaarts naar Cornwall en Wales, en via de omgeving van Oxford weer terug naar Winthrope.

Een groot deel van de dagvluchten werd gemaakt met Manchester bommenwerpers, de tweemotorige voorganger van de viermotorige Lancaster. Toen op 8 april het oefenen van nachtvluchten begon, werd alleen nog maar met Lancasters gevlogen. De nachtvluchten werden, net als later in de parate tijd, met rode in plaats van blauwe inkt in het logboek genoteerd. Operationele bombardementsvluchten waren bij de RAF altijd nachtvluchten; de Amerikanen vlogen daarentegen altijd overdag.

In de korte periode tot 11 april (slechts vier nachten) werden zes oefenvluchten gemaakt. De langste twee – elk van meer dan twee uur – werden gevlogen door piloot Wood, maar op de overige vier was er elke keer een andere piloot. Dit betekent wellicht, dat op elk van deze vluchten een ander aspect van het nachtvliegen geoefend werd.

Bij 9 Squadron

Een pagina uit het logboek van sergeant Clayton. De nachtvluchten – in dit geval tevens operationele vluchten – zijn met rode inkt genoteerd.
Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Midden april 1943 ging Clayton met zijn bemanning over naar de parate troepen en werd ingedeeld bij 9 Squadron op de vliegbasis Bardney in Lincolnshire. Hij heeft daar 37 vluchten gemaakt, op één na allemaal met piloot Wood. Waarschijnlijk heeft hij ook de meeste van deze vluchten met zijn eigen bemanning gemaakt.

De eerste vlucht, op 15 april, was een lange nachtvlucht van vijf uur en drie kwartier waar de opmerking X country bij staat: cross country. Bij zo'n vlucht werd over de Britse Eilanden gevlogen, maar de werkelijkheid werd benaderd door de lange duur en de duisternis. Schijnaanvallen door jachtvliegtuigen en luchtafweergeschut konden voor een extra effect zorgen. Later, op 15 mei, werd een vergelijkbare oefenvlucht uitgevoerd, maar met als extra opdracht dat er boven het "doel" met open bomluiken een foto van een infraroodlamp op de grond moest worden gemaakt. Die lamp stond in de "roos", ofwel de "bullseye", zodat zo'n oefenvlucht werd aangeduid met bullseye.

De tien operationele vluchten

De meeste van Claytons 37 vluchten bij 9 Squadron waren korte oefen- en testvluchten, die, behalve de twee bovengenoemde, overdag gevlogen werden. Tien van de 37 vluchten waren operationele bombardementsvluchten. De eerste, op 18 april, was meteen de langste, want het doel was La Spezia in Italië. Clayton schreef er in zijn logboek bij "good trip". Zijn vliegtuig kwam inderdaad behouden terug, maar moest landen op de vliegbasis Manston in Kent, zo'n 300 kilometer zuidelijk van de thuisbasis Bardney. Aangezien het toch een good trip was, zal de reden voor de vroege landing brandstoftekort zijn geweest. De volgende dag werd de resterende etappe naar Bardney in ruim een uur vliegen afgelegd.

Clayton maakte zijn tien operationele vluchten allemaal met piloot Wood. Zes daarvan zijn uitgevoerd met de Lancaster met serienummer ED558, die vanaf begin mei het "eigen" toestel van Wood en zijn bemanning was. Dit toestel had binnen 9 Squadron de identificatiecode N, waarmee het ook in onderstaande tabel is te herkennen. De data in de tabel zijn die van de avond van vertrek; de terugkeer was (meestal) in de vroege uren van de volgende dag.

Vlucht Doel Datum Duur Lancaster Opmerking
1 La Spezia 18 april 9:05 G Geland in Manston
2 Stettin 20 april 4:35 J Zwaar luchtafweervuur
3 Essen 30 april 3:40 K
4 Dortmund 4 mei 6:00 N
5 Pilsen 13 mei 8:10 J
6 Dortmund 23 mei 5:20 N
7 Düsseldorf 25 mei 5:05 N In linkervleugel geraakt
8 Wuppertal 29 mei 5:50 N
9 Düsseldorf 11 juni 4:40 N
10 Bochum 12 juni - N Neergestort bij Braamt

De fatale vlucht

Op 12 juni 1943 om 22.42 steeg Claytons Lancaster op voor een bombardementsvlucht op Bochum (D). Op de terugweg werd het vliegtuig in brand geschoten door nachtjager majoor Werner Streib, destijds commandant van Gruppe 1 van Nachtjagdgeschwader 1 in Venlo. De schade was zodanig dat piloot Wood bevel gaf het toestel per parachute te verlaten.

De Canadese staartschutter Watson was echter zwaargewond en kon niet meer springen. Piloot Wood besloot toen een noodlanding te gaan maken. Hij zag dat dit weinig kans van slagen had, maar het was de enige manier waarop hij Watsons leven nog kon redden. Zijn laatste woorden aan de rest van de bemanning waren: "If I don't make it, cheerio". Inderdaad lukte de noodlanding niet meer, want nadat de overige bemanningsleden gesprongen waren, explodeerde de Lancaster in de lucht. De meeste brokstukken kwamen neer aan het Onderlangs in Braamt. Wood en Watson vonden de dood. Zij werden op woensdag 16 juni 1943 om half tien 's morgens begraven op het protestantse kerkhof in Zeddam.

Een onverwachte ontmoeting met een landgenote

Het bericht in een lokale krant naar aanleiding van Claytons brief aan Woods vader.

Clayton en navigator pilot officer F. Archer landden in de buurt van Silvolde. Daar werden ze door de marechaussee gevangengenomen en overgebracht naar het politiebureau in Terborg. Tot hun verbazing kregen zij daar bezoek van een landgenote, Claire Deurvorst-Yeates. Zij woonde op de Paasberg in Terborg en had sinds het uitbreken van de oorlog niet meer met landgenoten kunnen spreken. Daarom liet zij haar man, Mel Deurvorst, naar het politiebureau bellen om te vragen of ze de gevangenen mocht zien. In haar oorlogsdagboek vertelt zij het volgende.

De ontmoeting vond plaats na de kerkdienst van die zondagmorgen, dus het was niet al te vroeg meer. De dienstdoende majoor van de marechaussee stond een bezoek toe met de aansporing snel te komen, want hij verwachtte de Duitsers elk moment om de gevangenen af te voeren.

Bij aankomst op het politiebureau werden Claire en haar man meteen tot de gevangenen toegelaten. Het was voor haar heel bijzonder onder deze omstandigheden met twee landgenoten te kunnen praten. Zij noemt in haar dagboek exact dezelfde namen als in andere bronnen worden vermeld: C. Clayton en F. Archer. Archer kwam uit Birmingham en Clayton kwam tot Claires grote verbazing uit Bath in Somerset. Dat was niet ver van Bathford, waar Claires moeder woonde, en Clayton kende zelfs het huis van Claires moeder. Hij kon haar vertellen hoe Bath en omgeving van Duitse luchtaanvallen te lijden hadden gehad.

Aanvankelijk waren er twee marechaussees aanwezig bij het gesprek, maar na tien minuten verlieten zij de kamer. Dat wilde niet zeggen dat ze ongestoord konden praten, want steeds weer kwam er een andere marechaussee binnen die, duidelijk onder de indruk, de twee Engelsen even wilde zien. Een van hen had zelfs zijn twee zoontjes meegebracht om de Engelsen de hand te schudden en een zak kersen te geven.

Clayton en Archer vertelden dat een Duitse nachtjager hun toestel van onderaf in een van de brandstoftanks had geraakt. Bij hun gevangenneming hadden zij hun landkaarten en buitenlands geld afgegeven, zodat pogingen om naar Engeland terug te komen er niet makkelijker op werden. Claire en haar man wisten ook niet hoe ze de mannen konden helpen ontsnappen, want ze waren immers al gevangengenomen. Maar ze konden hun wel helpen met een paar schoenen met sokken voor Clayton en nog wat ander kleinigheden voor hen beiden, waaronder sigaretten en drie repen vooroorlogse chocolade. Na thuiskomst hadden ze hiervan een pakketje gemaakt, dat even later door een wachtmeester van de marechaussee werd opgehaald. Waarschijnlijk hebben Clayton en Archer dit nog gekregen, want toen Claire later die middag op de fiets onderweg was, zag ze nog net een glimp van een grijze bus met haar twee landgenoten.

In krijgsgevangenschap

Clayton is bijna twee jaar krijgsgevangene geweest. In die tijd heeft hij een brief geschreven aan Woods vader om hem te vertellen hoe Wood besloot een noodlanding te maken in een poging Watsons leven te redden. Deze brief werd genoemd in een bericht in een lokale krant.

Hij heeft gevangen gezeten in het krijgsgevangenenkamp Stalag Luft 1 bij Barth aan de Duitse Oostzeekust. Bij de bevrijding waren er ruim 9.000 krijgsgevangenen, voor het merendeel Amerikanen (waaronder James Hutchison, wiens Vliegend Fort een noodlanding heeft gemaakt bij Azewijn ). Toen het Rode Leger naderde, wilden de Duitse bewakers het kamp ontruimen en de gevangenen dwingen westwaarts te marcheren, maar die weigerden dit. De Duitsers zelf hebben het kamp toen in de avond van 30 april 1945 verlaten. Ze lieten de poorten open, maar omdat de gevangenen nergens heen konden, bleven ze waar ze waren. Ze stuurden verkenningsgroepen uit om contact te maken met de Russen, maar hoewel er op 1 mei al Kozakken in het kamp waren, duurde het een paar dagen voor een Russische commandant gevonden werd die voedsel naar het kamp kon laten sturen. Een paar hoge Amerikaanse en Britse officieren uit Stalag Luft 1 kregen op 6 mei de gelegenheid naar Engeland te vliegen. Nadat zij bij hun superieuren verslag hadden uitgebracht, begon op 12 mei Operation Revival. Dit was de evacuatie van Stalag Luft 1 met Amerikaanse B-17 Vliegende Forten vanaf een vliegveld pal naast het kamp. In ruil voor de uitlevering van een krijgsgevangen Sovjetgeneraal, mochten de Amerikanen de Russische bezettingszone binnenvliegen. De Britse krijgsgevangenen werden rechtstreeks naar Engeland gevlogen; de Amerikanen gingen naar Le Havre en vandaar per schip naar huis. Operation Revival was op 15 mei voltooid.

Over Claytons krijgsgevangenschap en verdere oorlogservaringen is verder weinig bekend, omdat hij er nadien nooit over sprak. Een van de weinige dingen die hij zijn vier kinderen heeft verteld, is dat hij grafkuilen heeft moeten graven. Mogelijk waren die bestemd voor overleden medegevangenen. Ook heeft hij het weleens gehad over een medegevangene die hij twee dagen in een kruiwagen heeft voortgeduwd.

Nadat Clayton bevrijd was, is er een Liberation Report over hem opgemaakt. Dit rapport bevindt zich nu in de Britse National Archives, maar kon nog niet worden ingezien. Het bevat waarschijnlijk bijzonderheden over Claytons krijgsgevangenschap.

Na de oorlog

Na zijn bevrijding uit krijgsgevangenschap is Clayton teruggebracht naar Engeland. Daar is hij eerst een tijdlang verpleegd in een militair hospitaal in Cornwall. Hij was in een slechte conditie, had maagzweren, en had mogelijk ook psychische schade opgelopen.

Na zijn herstel is hij tot december 1951 in dienst van de RAF gebleven. Daarna is hij als burger in de functie van radarspecialist voor de RAF blijven werken. Toen hij op zijn 65e met pensioen ging heeft hij een café geopend in zijn woonplaats Rutland. Hij overleed in december 1996, 82 jaar oud.

In de voetsporen van hun vader

Claytons kinderen bekijken in Terborg het voormalige politiebureau, waar hun vader op 13 juni 1943 in arrest werd gehouden voor hij aan de Duitsers werd overgedragen.

Clayton heeft zijn vier kinderen vrijwel niets over zijn oorlogservaringen verteld. Zij waren daarom erg blij toen zijn op de Berghapedia de pagina over hun vaders vliegtuig vonden. Die leidde hen ook naar het oorlogsdagboek van Claire Deurvorst-Yeates.

Op 10 juni 2014 waren twee van zijn kinderen in Bergh en in Terborg. Zij bezochten de graven van Wood en Watson in Zeddam, en vonden aan het Onderlangs de plek waar Lancaster ED558 is neergestort. In Terborg vonden ze aan de Silvoldseweg het voormalige politiebureau, en zijn ze langs het huis van Claire Deurvorst-Yeates op de Paasberg gelopen. Het was een dag die op beide een diepe indruk heeft gemaakt.

Bronnen