Op 16 juni 2018 is een nieuwe versie van Berghapedia geïnstalleerd. Eventuele problemen a.u.b. hier melden.

Didam

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Het wapen van de voormalige gemeente Didam was samengesteld uit de wapens van de heren en graven van Bergh en de graven van Meurs.

Didam is een van Berghs naobers. Het was de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente die in 2005 met Bergh werd samengevoegd tot de gemeente Montferland. De laatste burgemeester van Didam, Paul Peters, bleef aan als waarnemend burgemeester van Montferland tot op 1 september 2006 Ina Leppink-Schuitema aantrad als eerste burgemeester van Montferland.

De oudste benaming van Didam is Diedeheim. Achtervoegsels als -hem, -kem, -kum, -chem en -heim duiden op een zogenaamde rijkskarolingische nederzetting.

Op de plek waar nu Didam ligt, bevond zich al in de Romeinse tijd een Germaanse nederzetting. De omgeving van Didam werd bewoond door Chamaven. Archeologisch onderzoek op het Kollenburg-terrein heeft een grote hoeveelheid Romeinse voorwerpen aan het licht gebracht. Er zijn munten gevonden van onder andere Nerva, Hadrianus, Antoninus Pius en een muntschat uit de vierde eeuw. Daarnaast zijn er ook beeldjes gevonden van de godin Minerva en een everzwijn.

Voor de Heemkundekring Bergh is met name de geschiedenis van de heerlijkheid Didam van belang. Dit was Berghs bezit waarvoor de heren van Bergh in de middeleeuwen twee keer rechten verkregen hebben. In 1388 werd Frederik III van den Bergh door de bisschop van Utrecht beleend met de heerlijkheid, maar zonder het kasteel. Dat behoorde niet aan de bisschop van Utrecht, maar aan de hertog van Gelre, die het aan de graven van Meurs in leen had gegeven. In 1456 verkocht Vincent van Meurs het kasteel met toebehoren aan heer Frederiks kleinzoon en opvolger Willem II van den Bergh. Dit gebeurde een maand voor heer Willems zoon Oswald trouwde met graaf Vincents dochter Elisabeth.

Door deze verkoop kwamen zowel de heerlijkheid als het kasteel Didam in handen van het geslacht Van den Bergh. Los van de verkoop vielen hieronder ook enkele Kleefse goederen die heer Willem II enkele jaren eerder al, in 1447, samen met Beek als onderpand voor een lening aan de hertog van Kleef had gekregen.

Het kasteel lag in de buurtschap Oud-Dijk ten zuiden van Didam. Het oudste deel, een tufstenen woontoren stamt uit de twaalfde eeuw. Latere uitbreidingen waren van baksteen. In 1503 is het kasteel afgebrand. De woontoren heeft de brand doorstaan en is nog jaren gebruikt onder de naam Meurse toren ofwel Bergvrede. Hier overleed in 1555 Daem van den Bergh, onechte zoon van graaf Willem III. In 1606 is de woontoren afgebroken. Zijn naam leeft voort in de Bergvredestraat in Didam, waar nu het nieuwe gemeentehuis van Montferland staat.

In de loop van de 19e eeuw zijn de goederen onder Didam in andere handen terechtgekomen, maar onduidelijk is op welke manier. Het valt op, dat in de vijf eeuwen dat Didam Berghs bezit was, de heren en graven van Bergh nooit de titel heer van Didam hebben gebruikt.

In verband met de aanleg van de Randweg-Zuid om Didam heeft ADC ArcheoProjecten uit Amersfoort vanaf december 2012 enkele weken opgravingen gedaan naar het kasteel en de omringende gracht. Hierbij zijn sporen van bewoning gevonden die teruggaan tot de zesde eeuw, dus tot ver vóór de bouw van het kasteel. Ook is er veel afgebikte mortel gevonden: de bakstenen van het afgebrande kasteel zijn schoongemaakt en hergebruikt in onder meer de grafelijke molen in Zeddam en in Huis Bergh. Aangezien alleen het tracé van de randweg is afgegraven, blijft onduidelijk hoe groot het kasteel was en hoe het eruit heeft gezien.

De Heemkundekring Bergh en de Oudheidkundige Vereniging Didam kunnen jaarlijks drie objecten of personen nomineren voor de Monumentenprijs van de gemeente Montferland. Deze prijs is ingesteld in 2006; een jaar na de samenvoeging van de gemeenten Bergh en Didam tot de gemeente Montferland.

Bronnen