Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Eembrugge, Clemens van

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Muntmeester Clemens van Eembrugge en zijn gezellen in 1581 geschilderd door een onbekende Duitse kunstenaar.
Collectie Stichting Huis Bergh, inventarisnummer 843

Geboren in een muntmeestersfamilie

Clemens van Eembrugge werd rond 1538 geboren als zoon van Reinier van Eembrugge en Hadewich Arndt Anthonisdochter. Hij was muntmeester, net als zijn vader en zijn broer Anthonis. Na de dood van zijn vader in 1558 hertrouwde zijn moeder met Hendrik Hanssen, uit welk huwelijk zijn halfbroer Reinier Hanssen werd geboren. Ook Hendrik en Reinier Hanssen waren muntmeesters.

Hij was getrouwd met Henrixken van Caelssum, met wie hij wordt genoemd in een rentebrief van 15 januari 1565. De schepenen van Geldern in Opper-Gelre oorkonden daarin dat Van Eembrugge en zijn vrouw aan het hospitaal in die stad een jaarlijkse rente van drie Rijnse guldens betalen uit hun huis in de Issensche straet en uit twee morgen land bij de stad. Met die straat zal de Issumer Straße in het oude centrum van Geldern bedoeld zijn.

Als Van Eembrugges eerste standplaatsen worden Nijmegen en Maastricht genoemd. In Maastricht was hij van 5 januari 1564 tot een onbekende datum tussen 23 maart 1565 en december 1566 (hoe dit te rijmen valt met zijn huis in Geldern, is niet onderzocht). De tekst onderaan op het schilderij op deze pagina duidt erop dat hij voordien al in Nijmegen heeft gewerkt (waar hij in 1584 korte tijd terug is geweest).

Muntmeester in Bergh

In november 1577 benoemde Willem IV van den Bergh Van Eembrugge tot zijn muntmeester in Bergh en Dieren. Graaf Willem was mogelijk met Van Eembrugge in contact gekomen door diens deelname aan de strijd tegen de Spanjaarden. Zijn commandant, hopman Willem van Angeren, had hierover positieve verhalen aan graaf Willem verteld. Dit legt niet direct een verband met het vak van muntmeester, maar op 22 juni 1576 schreef graaf Willem een brief aan Van Eembrugge, die toen in Wezel verbleef, met het verzoek "te willen volharden in de goede gezindheid en de komende gebeurtenissen te helpen bevorderen".

In 's-Heerenberg had de Nije Monte tien jaar stilgelegen nadat graaf in 1567 met zijn gezin naar Duitsland had moeten vluchten. Hier kwam Van Eembrugge de muntslag weer opstarten. In Dieren, waar graaf Willem weliswaar het muntrecht bezat, zijn hoogstwaarschijnlijk nooit munten geslagen. Wel zijn er munten met het opschrift IN DIEREN CUSA (in Dieren geslagen) en ARGEN DIRENSIS (Dierens zilvergeld), maar die heeft Van Eembrugge in 's-Heerenberg geslagen.

Van Eembrugge ging meteen voortvarend aan de slag, want nog in 1577 sloot hij een contract met een aantal kooplieden voor de levering van goud om 50.000 dukaten van te slaan. De kwaliteit van deze dukaten was benedenmaats, want in die tijd werkte de Berghse munt net als veel andere heerlijke munthuizen als hagemunt: uit winstbejag werden er munten met een te laag gehalte aan edelmetaal geslagen, en munten van grotere munthuizen werden er nagemaakt. Van Eembrugges reputatie was dan ook niet al te best – maar zijn broer Anthonis stond nog slechter bekend.

In december 1577 werd een koopman met een kar vol Berghs zilvergeld bestemd voor Brabant op Berghs grondgebied aangehouden en naar Kleef overgebracht. Hierop heeft graaf Willem IV de hertog van Kleef gevraagd in te grijpen, maar die schoof de kwestie door naar zijn raadgevers. Van Eembrugge werd over de stand van zaken op de hoogte gehouden, maar het is niet bekend hoe dit incident is afgehandeld. Het heeft graaf Willems vertrouwen in zijn muntmeester echter wel geschaad.

In mei of juni 1578 werd Van Eembrugge ontslagen nadat graaf Willem van verschillende kanten klachten over diens werk bleef ontvangen. Zo had de graaf een brief gekregen van zijn zwager Jan van Nassau, waarin deze schreef dat hij "allerlei smaad" over Willems munten had moeten aanhoren, wat hij ellendig had gevonden. Na Van Eembrugges ontslag is het Berghse munthuis gesloten geweest tot de verplaatsing in 1582 naar Harderwijk.

Muntmeester in Zaltbommel

In 1579 was Van Eembrugge betrokken bij de oprichting van een nieuw stedelijk munthuis in Zaltbommel, waar hij ook muntmeester werd. Dit munthuis concurreerde met de nabijgelegen Hedelse munt van Frederik van den Bergh, die het jaar daarvoor Anthonis van Eembrugge tot zijn muntmeester had benoemd. De broers hadden sowieso al een slechte relatie en werden nu ook nog directe concurrenten. Anthonis, hoewel muntmeester in Hedel, woonde in Zaltbommel, maar kreeg van de burgemeester het bevel de stad te verlaten. Ook mochten functionarissen van de Hedelse munt geen zaken meer doen in Zaltbommel.

Al snel kwamen beide munthuizen tot het inzicht dat samenwerking beter was. Graaf Frederik en de stad Zaltbommel kwamen overeen de Hedelse munt voor twee jaar naar Zaltbommel te verplaatsen, zodat daar vanaf 14 februari 1580 formeel twee munthuizen in bedrijf waren (maar waarschijnlijk in dezelfde werkplaats). De samenwerking verliep stroef, en in mei 1581 moest de muntslag korte tijd worden gestaakt vanwege een knallende ruzie tussen de gebroeders Van Eembrugge. Peter de Groot, de waardijn van de Zaltbommelse munt, heeft hen weer met elkaar kunnen verzoenen. De waardijn was een functionaris die uit naam van de muntheer (de eigenaar van het muntrecht) toezicht hield op de muntmeester (die als vrije ondernemer meer belang had in winst dan in de kwaliteit van de munten).

In juni 1581 vroeg Van Eembrugge in Zaltbommel om tijdelijk ontslag. Officieel bleef hij dus in dienst van de stad, en er hebben achtereenvolgens ook enkele vervangers voor hem opgetreden. Naar verluidt is hij naar het buitenland vertrokken, maar dit staat niet vast. Mogelijk heeft zijn (al dan niet als tijdelijk bedoelde) vertrek te maken met de strijd van het centrale gezag tegen de hagemunten. Op 12 oktober 1581 vaardigde het Hof van Gelderland een plakkaat (bevelschrift) uit dat bepaalde dat er geen edelmetaal meer aan de Gelderse hagemunten geleverd mocht worden, en dat alle functionarissen op deze hagemunten hun functie binnen veertien dagen moesten neerleggen. Hoewel Van Eembrugge al in juni ontslag had genomen, heeft het Hof een proces tegen hem (en ook tegen zijn broer) aangespannen. Hierover is alleen bekend dat hij in 1582 bij verstek veroordeeld werd. Documenten uit 1587 vermelden dat het vonnis van vijf jaar eerder nog slechts op executie wachtte, wat kan betekenen dat Van Eembrugge de doodstraf had gekregen, maar er kan ook een gevangenisstraf of boete bedoeld zijn. Hoe dan ook is hij de dans ontsprongen door te "latireren", zich schuil te houden.

Er zijn aanwijzingen dat hij zich in Zaltbommel heeft schuilgehouden, maar het kan net zo goed zijn dat hij naar het buitenland is uitgeweken. Daar dook hij in 1583 op als muntmeester in het keurvorstendom Keulen (in welke muntplaats is niet bekend) en het nabijgelegen Nieuwenaar (Neuenahr). In mei van dat jaar had hij nog een vergeefse poging gedaan zijn achterstallige salaris van Zaltbommel uitbetaald te krijgen, wat een aanwijzing is dat hij daar ondergedoken heeft gezeten. In dat geval is hij pas in 1583 in Keulen en Nieuwenaar aan de slag gegaan. In 1584 was hij, zoals hierboven al vermeld, in Nijmegen.

Opnieuw muntmeester in Bergh

Op 1 april 1585 benoemde graaf Willem IV hem voor twaalf jaar tot zijn muntmeester in 's-Heerenberg en Ulft. Dit was kort nadat de graaf naar de Spanjaarden was overgelopen en op kasteel Ulft, waar hij toen woonde, een munthuis wilde openen. Huis Bergh was in handen van Staatse troepen, zodat er een andere muntplaats gevonden moest worden. Van Eembrugge stelde Boxmeer voor, maar graaf Willem koos voor Ulft, dat nog door Spaanse troepen bezet werd. Zodra mogelijk zou de munt naar 's-Heerenberg worden teruggebracht, maar door graaf Willems overlijden in november 1586 is het project op niets uitgelopen.

Terug in Zaltbommel

Uiterlijk begin 1587 was Van Eembrugge terug in Zaltbommel. Daar werd hij op 13 januari opnieuw gevangengenomen op beschuldiging van valsmunterij, maar nooit veroordeeld. In 1589 was hij mogelijk nog betrokken bij plannen de Zaltbommelse munt weer te openen, maar daarna schijnt hij zich niet meer met muntslag te hebben beziggehouden.

Hij woonde in 1597 nog als burger in Zaltbommel, dus hij is minstens zo'n zestig jaar oud geworden.

Het schilderij

Het schilderij bovenaan deze pagina is het enige portret van een Nederlandse muntmeester en zijn gezellen. Het is in 1581 – toen Van Eembrugge muntmeester in Zaltbommel was – geschilderd door een onbekende Duitse kunstenaar. Het maakt nu deel uit van de kunstverzameling van Huis Bergh. Het schilderij past in het genre van zogenaamde regentenportretten dat in de zestiende eeuw in de Nederlanden ontstond, maar daarbuiten nauwelijks voorkomt. Een beroemd voorbeeld is De Staalmeesters van Rembrandt uit 1662.

In het midden van het schilderij staat Clemens van Eembrugge met een munt in zijn hand. Op de tafel voor hem liggen nog meer munten. De man achter hem houdt een muntstempel vast. Rechts staat de jongste gezel, die volgens de traditie een narrenpak draagt. Waarom dit zo was, is niet goed bekend. Het pak onderscheidde hem duidelijk van de ervaren munters, maar met welk doel? Een verklaring die wel gegeven wordt is dat de jongste gezel zo hielp beroving te voorkomen als het gezelschap met munten of edelmetaal door de stad liep. Zijn gekleurde pak met bellen zou de aandacht van het publiek afleiden. Maar is dat juist niet een kans waar een dief op staat te wachten?

Op de tafelrand onderaan staat dat Van Eembrugge muntmeester was in Nijmegen, Maastricht, Bergh en Zaltbommel, waar hij en zijn gezellen hun werk eerlijk en trouw hebben uitgevoerd. Dat laatste is gezien zijn hagemunterij niet echt in overeenstemming met de werkelijkheid.

Bronnen