Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Essen, Nicolaas van

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Muntmeester van graaf Willem IV

Nicolaas van Essen was een van de muntmeesters van graaf Willem IV. Van 1560 tot 1565 werkte hij op de Nije Monte in 's-Heerenberg als opvolger van Matthijs van Vierssen. Toen graaf Willem in 1565 de munt in Hedel heropende, wilde hij daar een ervaren muntmeester hebben en benoemde Van Essen in augustus van dat jaar. Al in juli had Van Essen de landdrost van Hedel om hulp gevraagd bij de voorbereiding van het muntwerk. In 's-Heerenberg waren Johan Fleming en Wilhelm Senger zijn opvolgers.

Toen graaf Willem eind 1567 aan de vooravond van de Tachtigjarige Oorlog moest vluchten, werden de munthuizen in zowel 's-Heerenberg als Hedel gesloten. Mogelijk zijn er in Hedel nog tot begin 1568 munten geslagen, want Van Essen staat er tot dat jaar als muntmeester te boek.

Tussen Van Essen en graaf Willem zijn geschillen ontstaan over voorschotten die de graaf had verstrekt. Over deze geschillen bevinden zich in het archief van Huis Bergh documenten uit 1586, 1617 en 1667. 1586 is het sterfjaar van graaf Willem en Van Essen overleed in 1594, dus hun erfgenamen hebben deze aangelegenheid afgehandeld.

Waardijn en muntmeester in Deventer

In een onbekend jaar na zijn vertrek uit Hedel werd Van Essen waardijn in Deventer onder muntmeester Balthasar Wijntgens sr., een zwager van Johan Fleming (een van Van Essens opvolgers in 's-Heerenberg). Een waardijn hield in opdracht van de muntheer toezicht op de muntmeester en het hele muntbedrijf. In het munthuis in Deventer werden sinds 1479 ook munten voor Zwolle en Kampen geslagen. Deze gezamenlijke munten hadden vanaf 1538 het opschrift MONETA NOVA TRIUM CIVITATUM IMPERIALUM DAVENTARIENSIS CAMPENSIS ZWOLLENSIS.

Als gevolg van de Tachtigjarige Oorlog moest de muntslag in de loop van de jaren tachtig van de 16e eeuw worden stopgezet. Toen muntmeester Wijntgens in 1589 overleed, werd Van Essen tot zijn opvolger benoemd – ook al werden er toen geen munten geslagen. Het samenwerkingsverband met Zwolle en Kampen werd niet meer hersteld. Toen Deventer in 1594besloot eigen stedelijke munten te gaan slaan,werd Van Essen benoemd tot de eerste afzonderlijke muntmeester van Deventer.

Nog in het jaar van zijn benoeming tot muntmeester van Deventer reisde Van Essen naar de Probationstag in Keulen om zich te laten beëdigen, maar dit is om onduidelijke redenen niet gebeurd. Probationstage waren in het Duitse Rijk halfjaarlijkse bijeenkomsten waar muntheren en muntdeskundigen allerlei muntzaken bespraken en steekproeven van geslagen munten controleerden. De dagen werden in elke kreits (groep van landen) binnen het Duitse Rijk gehouden. De Nederlanden behoorden destijds tot de Bourgondische Kreits.

Op de terugweg werd Van Essen overvallen door de Spanjaarden. Deventer was destijds in Staatse handen, dus de Spanjaarden waren de vijand. Zij hebben Van Essen zodanig "getracteert ende gemartertt" dat hij kort na terugkeer in Deventer aan zijn verwondingen is overleden.

Bronnen

  • Archief Huis Bergh, inventarisnummers 1347, 1629 en briefregesten 3037, 5710
  • Muntheer en muntmeester. Een studie over het Berghse muntprivilege in de tweede helft der zestiende eeuw, F.B.M. Tangelder, proefschrift KU Nijmegen (1955), blz. XV, 24, 83–85, 128–129, 175
  • Munten en papiergeld