Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Frans Willem van Hohenzollern-Bergh

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Graaf Frans Willem
in het jaar voor zijn dood op een olieverfschilderij van Joan Anton Ritzart.

Collectie Stichting Huis Bergh, inventarisnummer 53

Van Sigmaringen naar Bergh

Frans Willem van Hohenzollern-Bergh was de eerste graaf van Bergh uit het Huis van Hohenzollern-Bergh. Hij werd op 6 december 1704 geboren in Sigmaringen als Franz Wilhelm Nikolaus Josephus Mainhard von Hohenzollern-Sigmaringen, het vierde kind van Meinrad Karel Anton van Hohenzollern-Sigmaringen (16731715) en Johanna Catharina Victoria van Montfort-Tettnang (16781759). Zijn grootmoeder aan vaderskant was Maria Clara van den Bergh, een zuster van graaf Oswald III van den Bergh, de laatste graaf van Bergh uit het Huis Van der Leck.

De kinderloze Oswald III had in zijn testament bepaald dat zijn rechten moesten overgaan op zijn zusters tweede kleinzoon Frans Willem. Daarbij werden enkele eisen gesteld. De kleinzoon moest in de Nederlanden komen wonen (wat hij deed), het wapen van Bergh gaan voeren (dit werd een combinatie met het wapen van Hohenzollern), en hij moest de naam van de graven van Bergh aannemen (wat Hohenzollern-Bergh werd). Daarmee werd het nieuwe grafelijke Huis van Hohenzollern-Bergh gesticht. Aangezien Frans Willem bij het overlijden van zijn oudoom in 1712 pas zeven jaar oud was, hebben tot zijn twintigste verjaardag twee regentessen voor hem waargenomen: eerst gravin Leopoldina, de weduwe van zijn oudoom, en na haar overlijden in 1718 zijn moeder (zijn vader was in 1715 al overleden).

Op 26 december 1712, een half jaar na het overlijden van zijn oudoom, kwam Frans Willem aan in 's-Heerenberg. Zoals in het testament van Oswald III bepaald, nam zijn oudtante gravin Leopoldina zijn verdere opvoeding op zich. Twee jaar lang ging hij naar school in Essen en was daarna bij de Jezuïeten in Emmerik. Na het overlijden van gravin Leopoldina in 1718 stuurde zijn moeder hem in 1720 voor twee jaar naar de hogeschool van Lunéville in het hertogdom Lotharingen. Hij was toen vijftien jaar oud.

In Lunéville studeerde hij het eerste jaar samen met zijn twee jaar oudere broer Joseph, die toen al regerend vorst van Hohenzollern-Sigmaringen was. De lessen omvatten naast wiskunde, geschiedenis en Frans ook dansen en schermen. Zijn vrije tijd bracht hij vaak door met de familie van hertog Leopold van Lotharingen. Diens grootvader was een broer van hertog Karel IV, die in 1652 in Boxmeer het kasteel van Frans Willems overgrootvader graaf Albert had belegerd. Maar die gebeurtenis van zeventig jaar eerder zal de verhoudingen in Lunéville niet meer nadelig hebben beïnvloedt.

Van november 1720 tot mei 1721 studeerde Frans Willem afwisselend in Lunéville en Nancy, dat dertig kilometer verderop ligt. In februari 1721 kreeg hij een longontsteking die ernstig genoeg was voor een dokterverklaring die hem vrijstelde van het vasten. De Vastentijd was immers aanstaande. Voor zijn herstel onderging hij in augustus van dat jaar een badkuur in Plombières-les-Bains, dat niet ver van Lunéville in de Vogezen ligt. Hij was daarna zo opgeknapt dat hij in november met de hertog aan een groots opgezette hertenjacht kon deelnemen.

Op 25 maart 1722 vertrok hij uit Lotharingen. Van de hertog kreeg hij als afscheidscadeau een uniform. Twee weken later, op 9 april, kwam hij aan in Boxmeer.

Intussen was zijn moeder als regentes flink dwars gezeten door landdrost Johan Maurits Blaespiel. Hij dacht haar als vrouw naar zijn hand te kunnen zetten, maar werd uiteindelijk wegens plichtsverzaking ontslagen.

Op 22 november 1722 benoemde Frans Willems moeder Frans van Eppeln tot rentmeester van Bergh en Boxmeer. Dit heeft tot veel problemen geleid. Van Eppeln was een geslepen man die nooit verantwoording aflegde voor zijn financiële doen en laten. Hij had groot overwicht op Frans Willem en zijn moeder en later ook op Frans Willems echtgenote.

Regerend graaf

Het borstschild dat Frans Willem en zijn vrouw aan het Sint Antoniusgilde schonken toen zij in 1724 Huis Bergh betrokken. Het toont de wapens van Hohenzollern-Bergh en van van Waldburg-Zeil.
Collectie Stichting Huis Bergh, inventarisnummer 848

In het late voorjaar van 1724 trouwde Frans Willem met Maria Catharina Truchsess van Waldburg-Zeil, een telg uit een Württembergs geslacht. Meer hierover is te lezen op de pagina van zijn vrouw. Zij was op 29 september 1702 geboren als dochter van Johan Christoph Truchsess van Waldburg-Zeil en Maria Francisca Isabella van Montfort-Tettnang. De moeders van het bruidspaar waren volle nichten van elkaar.

Kort daarop, in juni 1724, trad zijn moeder terug als regentes en werd Frans Willem regerend graaf van Bergh. Hij maakte toen de fout Van Eppeln tot Raad en Directeur van zijn Hof te benoemen en hem vrij te stellen van het afleggen van verantwoording. Een jaar later schonk Frans Willem hem de boerderij Vliegersweert bij Pannerden. Weer een jaar later promoveerde hij Van Eppeln tot Eerste Raad en Hofdirecteur en gaf hem de Pannerdense boerderij de Raayhof. Van Eppeln veranderde zijn achternaam toen in Van Eppeln van den Raayhof. Na Van Eppelns huwelijk in 1732 kende Frans Willem diens vrouw vrije kost en inwoning toe.

Hoogstwaarschijnlijk is door Van Eppelns schuld de grote brand van 14 oktober 1735 op Huis Bergh ontstaan. Daarbij is zijn administratie, of althans een aanzienlijk deel daarvan, in vlammen is opgegaan. Hoewel veel bewijsmateriaal voor zijn knoeierijen verloren is gegaan, werd hij in 1741 veroordeeld en uit zijn ambt gezet.

Huis Bergh was door de brand een onbewoonbare ruïne geworden en de grafelijke familie verhuisde naar haar kasteel in de Boxmeer. Huis Bergh werd in vereenvoudigde vorm weer opgebouwd, maar graaf Frans Willem zou er niet meer wonen. Hij had een zwakke gezondheid en overleed op 10 februari 1737 in het kasteel van Boxmeer, nog maar 32 jaar oud. Hij werd in de kerk van Boxmeer begraven. Zijn vrouw is niet veel ouder geworden. Zij stierf eveneens in Boxmeer op 24 februari 1739, 36 jaar oud.

Zijn kinderen

Bronnen