Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Hartjes, Reinirus

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Reinirus Hartjes werd op 1 december 1903 geboren in Loerbeek als zoon van Antonius Johannes Hartjes en Anna Oostendorp, beiden uit Braamt. Als achtjarige jongen moest hij getuigen na de moord in 1912 op zijn zusje Marietje. Daarover is een ballade gemaakt, getiteld Afgrijselijke kindermoord.

Reinirus heeft zelf ook even in Braamt gewoond en verder in Beek en Stokkum. In het bevolkingsregister van Stokkum staat vermeld dat hij arbeider was in een emaillefabriek. Het hele gezin Hartjes verhuisde in 1934 naar Velswijk (gemeente Zelhem).

Later vertrok Hartjes naar Doesburg, waar hij op 22 april 1939 trouwde met Henderika Jantina Bouwens.

De gedenksteen op het Nederlands Ereveld Lübeck met onderaan in de tweede kolom de naam van Hartjes.
Klik voor een vergroting
Foto Oorlogsgravenstichting

Eind 1940 werkte Hartjes in een fabriek van Daimler-Benz in Berlijn. Hij is daar waarschijnlijk terechtgekomen als gevolg van een maatregel van 25 juni 1940 die bepaalde dat werkelozen die werk in Duitsland weigerden, geen steun meer mochten ontvangen, óók niet van de gemeentelijke armenzorg. De arbeidsbureaus werden toen bovendien zodanig gereorganiseerd dat het voor gemeentebesturen onmogelijk werd zich rechtstreeks tegen de uitzending van arbeiders naar Duitsland te verzetten.

Tezamen met andere arbeiders was Hartjes gehuisvest in een woonbarak in de Säntisstraße in Berlijn-Mariendorf. Tijdens een Britse luchtaanval op 14 november 1940 is een vliegtuig op de woonbarak van Hartjes neergestort. Hierbij zijn 33 mensen door verbranding om het leven gekomen of korte tijd later aan hun verwondingen overleden. De slachtoffers waren twintig Nederlanders, acht personen uit Tsjechoslowakije, twee Duitsers en drie personen van onbekende nationaliteit. Zij delen een verzamelgraf in vak 13K op de evangelische begraafplaats Berlijn-Marienfelde. Het verzamelgraf wordt gemarkeerd door een grote zwerfkei met inscriptie en een plaquette met de namen van de slachtoffers, en is omgeven door rododendrons en sparren.

Hartjes' naam staat bovendien vermeld op een gedenksteen op het Nederlands Ereveld Lübeck in Duitsland. Het is een stenen drieluik met de namen van 242 Nederlandse oorlogsslachtoffers die een graf in Duitsland hebben, maar niet naar dit ereveld konden worden overgebracht.

Hartjes' overlijden is op 26 oktober 1948 aangegeven in zijn laatste woonplaats Doesburg.

In het hoofdstuk over Doesburg in Er op of er onder staat:


"Als direct uitvloeisel van het wegvoeren van de Hollandsche arbeidersbevolking direct na den oorlog naar Duitschland, werd Doesburg vrij spoedig in rouw gedompeld, waarbij 10 Doesburgsche gezinnen direct betrokken waren.
Als gevolg van de nacht aan nacht plaats vindende Engelsche bombardementen op Duitschland, kwam op 10 november 1940 een neerstortend vliegtuig terecht op een barak van het Lager in de Daimler Säntisstrasse te Berlijn.
Een tiental Doesburgse burgers kwamen hierbij om het leven. Het waren J.J. Snik, Th.A. Celissen, J.F. Demmink, P.G. Rutten, E. Schaaf, J. Nachtegaal, D. Posthuma, R. Hartjes, A.J. Brunsveld, en E. Buenk."


Bronnen