Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Hazelworm

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Kenmerken

Hazelworm
De hazelworm kan tot 50 centimeter lang worden. De kleur is bruin tot grijs met op de rug en flanken meestal enkele dunne donkere strepen van de nek tot de staart, die soms bestaan uit rijen zeer kleine vlekjes. Binnen het enorme verspreidingsgebied zijn de kleuren variabel; sommige exemplaren zijn roestbruin, geel of zelfs zwart. In de paartijd krijgen vooral de mannetjes blauwe vlekken op de rug.

Bij de hazelwormen in onze streken zijn de mannetjes meestal grijs met soms wat kopergroene vlekjes. Ze zijn vooral goed te herkennen aan de bredere en grovere kop. De wijfjes zijn meestal glanzend kastanjebruin. De juveniele hebben ook deze kleur met een duidelijke zwarte lengtestreep op de rug. Omdat de hazelworm op een slang lijkt, worden hazelwormen met zekere regelmaat doodgetrapt door mensen die vrezen met een gevaarlijke slang te maken te hebben. Toch zijn er enkele kenmerken die ook vanaf een veilige afstand laten zien dat het om een onschuldige hagedis gaat:

  • Slangen hebben geen oogleden, en de hazelworm wel.
  • De kop van slangen is meestal driehoekig, die van de hazelworm is typisch hagedis-achtig en zonder duidelijke nek.
  • Hazelwormen hebben kleine ogen, veel slangen hebben juist grote ogen.
  • Slangen hebben een enkele rij brede buikschubben die ze gebruiken bij de voortbeweging.
  • Slangen zijn veel soepeler en bewegen makkelijker en sneller, en de staartpunt is spits en erg soepel.

Leefgebied

De hazelworm komt voor in grote delen van Europa en Klein-Azië. De habitat bestaat uit begroeide omgevingen met een strooisellaag waarin het dier kan schuilen en jagen. Hij wordt zowel op de heide als in het bos gezien maar heeft een voorkeur voor bosranden.Omdat het een schemeractieve soort is, wordt hij maar zelden overdag aangetroffen.

In het Berghse gebied is de hazelworm voornamelijk te vinden in bossen op open plekken, bosranden en houtwallen. Klimmen doet deze hagedis niet graag en hij jaagt met name op wat hij op de bodem aantreft. Omdat de hagedis niet zo snel is, vangt hij ook wat langzamere prooien als (naakt)slakken, regenwormen en insecten en de larven.

Voortplanting

In april paren de hazelwormen. De mannetjes kunnen dan agressief tegenover elkaar zijn en proberen concurrenten met de bek te pakken en weg te gooien. In mei liggen de wijfjes vaak te zonnen om de embryo's zo snel mogelijk te laten groeien. In juli en augustus leggen ze eieren die meteen uitkomen. De juvenielen zijn miniversies van de volwassenen, ongeveer zo groot als een regenworm.

Bescherming

Het gaat zeker in Nederland en België niet goed met deze soort. De habitat verdwijnt en ook natuurlijke houtstapels worden opgeruimd, terwijl deze plekken favoriet zijn voor de winterslaap; de dieren kunnen er massaal worden aangetroffen. Daarenboven vormt vooral de fazant een aanzienlijke bedreiging. De hagedis is in Nederland ernstig bedreigd; het vangen of doden van deze diersoort levert dus een zware boete op.

Bron