Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Hendrik van den Bergh (1573-1638)

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Graaf Hendrik door Otto van Veen
Collectie Stichting Huis Bergh, inventarisnummer 2042

Graaf van den Bergh

Hendrik van den Bergh werd in 1573 geboren in Bremen als jongste van de acht zonen van Willem IV van den Bergh en Maria van Nassau. Zijn ouders leefden van 1572 tot 1576 in ballingschap in Bremen.

Als jongste zoon was Hendrik niet voorbestemd om regerend graaf van Bergh te worden. Wel was hij vanaf 1611 regent voor zijn minderjarige nichtje Maria Elisabeth Clara. Dit leidde tot een langdurig familieconflict, waarover meer te lezen is op de pagina van Albert van den Bergh.

Uit Berghs bezit werden hem de heerlijkheden Stevensweert (in 1598), en Spalbeek en Hedel (beide in 1609) toegewezen. Van 1616 tot 1626 heeft hij het Hedelse muntrecht gebruikt om in Stevensweert munten te slaan.

In 1618 volgde hij zijn broer Frederik op als stadhouder van Opper-Gelre. In 1624 schonk koning Filips IV van Spanje hem als dank voor bewezen diensten de heerlijkheid Montfort. In 1628 kocht hij de heerlijkheid Well.

In het voorjaar van 1638 kreeg hij een ongeluk op de weg tussen Den Haag en Delft. Hij werd overgebracht naar Zutphen om van zijn verwondingen te herstellen, maar overleed daar op 22 mei 1638.

In dienst van Spanje

Graaf Hendrik door Antoon van Dyck

Hendrik was nog maar acht jaar oud toen zijn vader en oudere broers in 1584 overliepen naar de Spanjaarden. Aan dat besluit kan hij als kind niet actief hebben bijgedragen. Hij was vijftien toen hij in Spaanse dienst trad en daar hij net als zijn broers Herman en Frederik grote carrière maakte.

In de beginjaren van zijn dienst deed zich een minder heldhaftig feit voor toen hij in 1595 als cavalerie-officier bij Weert gevangengenomen werd door zijn neef prins Maurits. Tegen betaling van 5.000 gulden losgeld kwam hij drie maanden later weer vrij. In 1601 maakte hij deel uit van een delegatie die door de Spaanse landvoogd naar Spanje werd gezonden om koning Filips III te feliciteren met de geboorte van zijn eerste kind, prinses Anna Maria.

Toen Spaanse troepen in 1606 de Staatse bezetting uit Groenlo verdreven, werd graaf Hendrik tot commandant van deze vestingstad benoemd. Het duurde meer dan twintig jaar voor prins Frederik Hendrik in 1627 de stad na een beleg kon terugveroveren. Graaf Hendrik, die zich met een groot leger ten oosten van Groenlo bevond, kwam te laat om de stad te ontzetten.

In de tussenliggende jaren had graaf Hendrik laten zien een kundig veldheer te zijn, onder meer bij de verovering van Breda in 1625. Al een jaar eerder had koning Filips IV van Spanje hem als dank voor zijn verdiensten de heerlijkheid Montfort geschonken. In 1628 werd hij opperbevelhebber van de Spaanse troepen in de Nederlanden als opvolger van Ambrogio Spinola, die na het verlies van Groenlo van zijn post was ontheven. Als nieuwe opperbevelhebber leed graaf Hendrik echter al in 1629 een nederlaag, toen zijn neef prins Frederik Hendrik 's-Hertogenbosch veroverde. In dat zelfde jaar mislukte een inval op de Veluwe, wat zijn reputatie als veldheer verder beschadigde. Door sommigen werd hij zelf van verraad beschuldigd. Aan zijn militaire loopbaan kwam niet veel later een einde.

In dienst van Oranje

Het verlies in zijn aanzien als veldheer leidde er na veertig jaar Spaanse dienst toe, dat hij overwoog over te lopen naar de kant van zijn neven Van Oranje. Ook wilde hij het Spaanse gezag in de Zuidelijke Nederlanden ten val brengen, wetende dat de adel in die gewesten ontevreden was met de Spaanse overheersing. Samen met René van Renesse van Elderen, graaf van Warfusée, nam hij in het geheim contact op met zijn neef prins Frederik Hendrik en andere betrokkenen.

Dit leidde in 1632 tot het Verdelingsplan Van den Bergh en Warfusée, dat tot doel had de Zuidelijke Nederlanden als staatkundige eenheid op te heffen. Het zuidelijke, Franstalige deel moest bij Frankrijk komen, het noordelijke, Nederlandstalige deel (waartoe ook graaf Hendriks Opper-Gelre gerekend werd) moest zich bij de Republiek de Verenigde Nederlanden aansluiten. De scheidingslijn volgde globaal de taalgrens. Dit plan is op niets uitgelopen. In 1633 werd door anderen nog het verdelingsplan De grens der taele opgesteld, dat in 1635 werd opgenomen in een geheim verdrag tussen de Republiek en Frankrijk, maar ook dit heeft niet tot de beoogde verdeling van de Zuidelijke Nederlanden geleid.

Ook in 1632, het jaar van zijn Verdelingsplan, is graaf Hendrik overgelopen naar de Republiek. Prins Frederik Hendrik kreeg daarmee vrije doortocht langs de Maas en veroverde in acht dagen het grootste deel van Spaans Gelre met Venlo en Roermond, en verder zuidwaarts Maastricht. Op 10 juni, na de val van Maastricht, liet graaf Hendrik een proclamatie verschijnen waarin hij zijn troepen opriep zich tegen het Spaanse gezag te keren. De oproep kreeg niet de gewenste navolging, wat er mede oorzaak van was dat het Verdelingsplan Van den Bergh en Warfusée mislukte.

Graaf Hendrik heeft nog geprobeerd zich bij landvoogdes Isabella te verontschuldigen, maar zonder succes. Zij dwong de stad Luik, waar hij op dat moment was, hem uit te wijzen. Hij ging toen naar Aken en vervolgens naar Montfort. Na een kort verblijf in 's-Heerenberg reisde hij door naar Den Haag. Daar bereikte hem het vonnis van 13 maart 1634 van de Spaanse Hoge Raad van Mechelen: hij was tot het schavot veroordeeld en zijn bezittingen waren verbeurd verklaard. De heerlijkheid Montfort werd hem ontnomen. In Den Haag was hij veilig, zodat het vonnis niet ten uitvoer kon worden gebracht. De Staten-Generaal hebben hem zelfs deels schadeloos gesteld. Zo werd hem het markiezaat Bergen op Zoom toegewezen, wat toevallig gebeurde kort na het overlijden van de rechtmatige markiezin, zijn nicht Maria Elisabeth Clara van den Bergh. Bergen op Zoom raakte zo ook betrokken in het familieconflict dat bovenaan deze pagina al werd genoemd.

Hij kreeg ook het commando over een cavalerie-eenheid, maar in dienst van Oranje is hij niet meer als militair actief geweest. De laatste jaren van zijn leven woonde afwisselend op Huis Bergh, Kasteel Ulft en in Elburg, waar hij een versterkt huis bezat.

In het voorjaar van 1638 kreeg hij het al genoemde ongeluk op de weg tussen Den Haag en Delft. Om van zijn verwondingen te herstellen werd hij overgebracht naar Zutphen, waar zijn vrouw en jongste kinderen verbleven. Kort te voren, op 20 januari, was daar zijn jongste dochter geboren. Graaf Hendrik kreeg van zijn dokter echter iets te drinken dat hem fataal werd. Hij overleed op 22 mei 1638 in herberg De Zwaan in Zutphen. Op 31 mei werd hij als laatste van zijn geslacht begraven in de grafelijke grafkelder in 's-Heerenberg.

Huwelijken en kinderen

Graaf Hendrik is twee keer getrouwd geweest. Zijn eerste vrouw was Margaretha van Wittem, met wie hij in 1612 trouwde. Zij was een dochter van Jan van Wittem en Maria Margaretha van Merode, en een jongere zus van Maria Mencia van Wittem, de vrouw van haar zwager Herman. Uit dit huwelijk werden twee kinderen geboren:

In 1629 hertrouwde graaf Hendrik met Hiëronyma Catharina van Spaur-Flavon. Uit dit huwelijk werden vijf dochters geboren:

Bij een andere vrouw (of twee andere vrouwen) had hij al voor zijn huwelijken twee kinderen verwekt:

Zijn portretten

De vooraanstaande rol die graaf Hendrik als militair en staatsman heeft gespeeld, blijkt ook uit het feit dat er tijdens zijn leven meerdere portretten van hem zijn gemaakt.

Het portret door Otto van Veen

Zijn grootste en belangrijkste portret prijkt bovenaan deze pagina. Otto van Veen (15571629), de hofschilder van de Spaanse landvoogd in Brussel, kreeg de opdracht voor dit schilderij waarschijnlijk toen graaf Hendrik in 1618 tot gouverneur van Spaans Gelre was benoemd.

Het levensgrote staatsieportret (191 x 115,5 cm) toont de graaf in een pronkuitrusting die hij op zijn veldtochten nooit gedragen zal hebben. Het zwart glanzende harnas met verguldsel, de rode generaalssjerp versierd met gouddraad, de kraag en manchetten van Italiaans kant, de helm met een rood-wit-blauwe pluim en de andere luxe attributen zijn vooral tekenen van zijn macht, niet van praktisch nut op het slagveld.

Het bestaan van dit portret was lange tijd niet bekend. Dr. Jan Herman van Heek had tijdens zijn leven zo veel energie in zijn schilderijencollectie gestoken, dat men er bij de Stichting Huis Bergh van uitging dat de verzameling gravenportretten compleet was. Maar in 2008 bleek dat een Londense kunsthandelaar op de kunst- en antiekbeurs TEFAF in Maastricht een portret van Hendrik van den Bergh had verkocht aan een Amerikaanse verzamelaar. De financiële crisis die kort daarop uitbrak, dwong de Amerikaan echter het doek weer van de hand te doen. Huis Bergh heeft dit waardevolle schilderij toen in 2009 met financiële steun van een aantal fondsen kunnen kopen.

Het portret is aan het publiek gepresenteerd in een expositie geweid aan graaf Hendrik, die van april 2010 tot maart 2011 liep in Huis Bergh. Ter gelegenheid van de expositie, die op 16 april 2010 werd geopend met het symposium "Graaf Hendrik van den Bergh keert terug op zijn kasteel", is het boek Hendrik, graaf van den Bergh (1573-1638): Van Spanje naar Oranje verschenen. Hierin gaan vooraanstaande historici en kunsthistorici in op het schilderij en op de persoon van graaf Hendrik.

Het staatsieportret hangt nu in de grote zaal van Huis Bergh.

Het portret door Antoon van Dyck

Een jaar of tien na Otto van Veen maakte ook de Zuid-Nederlandse schilder Antoon van Dyck (15991641) een portret van graaf Hendrik. Dit schilderij is hoger op deze pagina afgebeeld. Het meet 119 x 95 cm is ontstaan tussen 1627 en 1632 en toont graaf Hendrik ten halve lijve in een pronkuitrusting vergelijkbaar met die op Van Veens portret.

Gedacht werd dat het portret niet graaf Hendrik, maar de hertog van Alva voorstelde. Die draagt op dit portret inderdaad een soortgelijke uitrusting.

Het portret kwam in het bezit van koning Karel I van Engeland, toen Van Dyck in 1632 hofschilder in Londen werd. Na de dood van Karel I in 1649 werden diens bezittingen werden geveild, en kocht koning Filips IV van Spanje het portret. Of Filips IV wist wie de afgebeelde persoon was, is niet duidelijk, maar sindsdien is lange tijd verondersteld dat het de hertog van Alva was – wat allicht de reden was waarom Filips IV het had gekocht (een portret van de "verrader" Hendrik van den Bergh zal hem minder geïnteresseerd hebben). Welke hertog van Alva dan bedoeld wordt, is niet meteen duidelijk, maar het zal Fernando Álvarez de Toledo (15071582) zijn, die in het begin van de Tachtigjarige Oorlog landvoogd der Nederlanden was. Van hem bestaat een portret in een soortgelijke uitrusting van de hand van Titiaan.

Het schilderij dat Filips IV kocht, hangt tegenwoordig in het Prado in Madrid. In de loop der tijd is het meerdere keren gekopieerd; als schilderij en als gravure of ets. Een selectie van deze kopieën wordt hier gepresenteerd. Klik op de afbeeldingen voor een vergroting.

  1. Een kopie uit 1840 van het volledige schilderij door een onbekende schilder. Dit werk bevindt zich in een particuliere verzameling.
  2. Een kopie met alleen Hendriks hoofd en borstpartij, omstreeks 1835 gemaakt door de Amerikaan Charles Bird King (17851862. Dit portret is nu te koop bij een Amerikaanse kunsthandelaar in Newport, Rhode Island, Kings geboorteplaats.
  3. Een vergelijkbare kopie die de Spanjaard Luis de Madrazo y Kuntz (18251897) omstreeks 1847 maakte. Het bevindt zich in het Musée Condé in Chantilly bij Parijs.
  4. Carstian Luyckx (16231658 of later; zijn naam komt ook voor als Christiaan Lux en in andere spellingen) maakte dit stilleven omstreeks 1640, niet lang na graaf Hendriks dood. Het toont onder meer een boek dat open ligt op een bladzijde met een afdruk van een reproductie van Van Dycks schilderij door Paulus Pontius (zie hieronder).

Afdrukken van etsen en gravures van Van Dycks schilderij zijn te vinden in verscheidene musea, waaronder Huis Bergh en het Rijksmuseum in Amsterdam. Deze zijn soms spiegelbeeldig.

  1. Ongedateerde gravure door Paulus Pontius (16031685). Hij staat ook op bovenstaand schilderij van Carstian Luyckx en moet dus voor 1640 gemaakt zijn.
  2. Anonieme gravure met Frans opschrift HENRY COMTE DE BERGVE
  3. Gravure uit 1787 door Reinier Vinkeles (17411816)
  4. Gravure uit circa 1850 met het wapen van de graven van Bergh door Jan Frederik Christiaan Reckleben (18191879)

Het portret door Delff en Van Mierevelt

Graaf Hendrik in 1634

Nevenstaande gravure is in 1634 gemaakt door Willem Jacobsz. Delff naar een tekening van Michiel Jansz. van Mierevelt. Graaf Hendrik is hier duidelijk ouder dan op de schilderijen. Hij heeft voor deze tekening geposeerd, zo blijkt uit het onderschrift. Dit vermeldt dat Van Mierevelt deze afbeelding ad vivum depictam, naar het leven heeft getekend. Ook van deze gravure zijn in meerdere musea afdrukken te vinden.

In de rand staat MEA SPES IN DEO SOLO, mijn hoop is in God alleen. Delff en Van Mierevelt hebben in de eerste helft van de 17e eeuw een groot aantal van deze portretten gemaakt, steeds met een devote spreuk in de omlijsting. Ook van graaf Hendriks zuster Catharina bestaat zo'n portret.

Op het portret staan meerdere titels, maar waarschijnlijk kon graaf Hendrik niet aan allemaal rechten ontlenen. Bauterum, Oudtheerlar en S. Michaëlis-Gestel waren namelijk bezittingen van zijn schoonfamilie Van Wittem. Ook staat er dat hij Gubernator Generalis Ducatus Geldria et Comitatus Zuphania was. Dit stadhouderschap was niet van geheel Gelre, maar (in de praktijk) slechts van Opper-Gelre.

Varia

Bronnen