Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Herman Frederik van den Bergh

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Graaf Hendriks enige erfgenaam

Herman Frederik van den Bergh was de buitenechtelijke zoon van graaf Hendrik van den Bergh en een onbekende vrouw. Hij kwam in of omstreeks 1600 ter wereld, maar zijn precieze geboortedatum en -plaats zijn niet bekend. Kort voor of na hem werd zijn zus (of halfzus) Anna Maria geboren. Zijn vader Hendrik heeft de identiteit van deze onbekende vrouw (of vrouwen) nooit willen onthullen. Uit de geschiedenis van kasteel Annendaal blijkt een mogelijke reden hiervoor.

Herman Frederik was de enige zoon van graaf Hendrik die volwassen is geworden. Hij werd net als zijn vader militair en nam in 1629 als overste-kolonel dienst in het Spaanse leger. Hij was toen gelegerd in Roermond. In 1641 liep hij over naar het leger van de Republiek der Verenigde Nederlanden.

In Roermond heeft hij mogelijk zijn toekomstige echtgenote leren kennen, Josina Walburgis van Löwenstein-Wertheim-Rochefort. Geboren in 1615 in Rochefort in de Ardennen was zij een stuk jonger dan Herman Frederik, maar op 16 december 1632 trouwde hij in besloten kring met haar. Behalve de pastoor waren alleen enkele getuigen bij de plechtigheid aanwezig. Deze geheimzinnigheid had te maken met het feit dat Josina, ondanks haar jeugdige leeftijd en tegen haar zin, in het jaar daarvoor abdis was geworden van het stift Thorn, niet ver van Roermond. Een paar jaar eerder was zij daar met een jongere zus als kanonesse ingetreden. Na haar huwelijk keerde zij terug naar Thorn, maar nadat haar vader een jaar later van het huwelijk hoorde, heeft hij haar vier jaar lang in een klooster in Rochefort gevangengehouden. Daarna is het haar gelukt te ontsnappen en terug te keren naar haar man. Die was in de tussentijd in Engeland en Italië geweest.

Het huwelijk van Herman Frederik en Josina is kinderloos gebleven. Zij woonden afwisselend op hun kasteel in Berlicum bij Den Bosch en op kasteel Walburg in de heerlijkheid Ohé en Laak. Dit kasteel had Herman Frederik na zijn huwelijk voor zijn vrouw laten bouwen. Herman Frederik had de heerlijkheid Ohé en Laak verworven nadat hij al in 1618 de aangrenzende heerlijkheid Stevensweert van zijn vader had gekregen. Het echtpaar was ook vaak in Maastricht en Aken. Er zijn vooralsnog geen aanwijzingen dat Herman Frederik, voor of na zijn huwelijk, ooit in Bergh is geweest.

De hagemunt in Stevensweert

Een daalder (= 30 stuivers) met het portret van Herman Frederik van den Bergh in 1627 geslagen in de hagemunt van Stevensweert. Rond het portret staat HERMAN FRIDERICUS COMES DE MONTE, Herman Frederik graaf van Bergh. Op de keerzijde staan het wapen van de graven van Bergh en de tekst DOMINUS INSULI SANC STEPHANI, heer van Stevensweert

De graven van Bergh bezaten het muntrecht in 's-Heerenberg, Dieren en Hedel. Graaf Herman Frederiks oudoom Frederik heeft de Hedelse munt vanaf 1577 enige tijd als hagemunt in bedrijf gehad. Een hagemunt was een munthuis waar uit winstbejag munten van slechte kwaliteit of nagemaakte munten werden geslagen.

Omstreeks 1581 werd de Hedelse munt verplaatst naar Stevensweert. Al na korte tijd werd de muntslag daar gestopt tot graaf Herman Frederiks vader Hendrik daar weer met hagemunterij begon. Graaf Hendrik droeg de heerlijkheid in 1618 over aan zijn zoon Herman Frederik, maar hield de munt tot 1626 in eigen hand. Toen graaf Herman Frederik het beheer in handen kreeg, werd Stevensweert nog meer een hagemunt dan het al was. Zo werden er duiten geslagen met het opschrift SST INSV LA, wat staat voor Sancti Stephani Insula, een Latijnse benaming voor Stevensweert. Deze afkorting lijkt veel op TRANS ISVLA NIA ofwel Overijssel, zodat de munten gemakkelijk voor de gangbaardere Overijsselse duiten konden doorgaan.

Toen Stevensweert in 1632 in Staatse handen viel, werd de munt gesloten. Het jaar daarop viel de heerlijkheid weer in Spaanse handen, maar hoewel graaf Herman Frederik tot zijn dood in 1669 heer van Stevensweert bleef, werd de munt nooit meer geopend.

Zijn praalgraf in Maastricht

Het praalgraf van Herman Frederik van den Bergh en zijn vrouw in de Sint-Servaaskerk in Maastricht
Detail van de beelden van Herman Frederik en zijn vrouw. Op de plaquette staat in het Latijn onder meer: Comitis de Berch, S'Heerberg in Cliviâ ofwel graaf van Bergh, 's-Heerenberg in Kleef. Het lijkt erop dat de maker van de plaquette niet goed was ingelicht, want 's-Heerenberg heeft nooit in (het hertogdom) Kleef gelegen.

Er zijn geen portretten van Herman Frederik en Josina bewaard gebleven, maar zij hebben een praalgraf in de Sint-Servaaskerk in Maastricht. In 1663 liet Herman Frederik bij testament vastleggen dat hij begraven wilde worden in de plaats waar hij zou overlijden. In januari 1669 nam hij contact op met de beeldhouwer Johan Boussier over de uitvoering van zijn grafmonument. Hij bepaalde onder meer dat er van hem en zijn vrouw beelden in knielende houding moesten komen. Voordat de details verder uitgewerkt konden worden, overleed hij op 29 maart 1669 in Maastricht.

Herman Frederik had geen broers. Zijn enige halfbroer Hendrik Oswald was rond 1622 al als kind overleden. Graaf Hendriks zonen hebben dus geen nageslacht.

Herman Frederik werd begraven in de Dominicankerk in Maastricht, waar zijn vrouw hem volgde na haar overlijden op 23 december 1683. Na de sluiting van de Dominicankerk in 1805 werd het praalgraf overgeplaatst naar de Sint-Servaaskerk.

Het grafmonument is uitgevoerd in zwart en wit Italiaans marmer. Het valt op dat Herman Frederik en Josina, anders dan was bepaald, niet knielend maar liggend zijn afgebeeld. Herman Frederik ligt in militair uniform plat op zijn rug. Achter hem ligt Josina, die zich iets opricht en over haar man heen naar de toeschouwer kijkt. Met haar rechterhand steunt zij op een gevleugelde zandloper. Van een dergelijke compositie zijn in Nederland slecht twee andere praalgraven bekend, beide iets ouder, maar eveneens uit de tweede helft van de zeventiende eeuw. Deze graven bevinden zich in de protestantse kerken van Katwijk (Noord-Holland) en Midwolde (Groningen). Het is aannemelijk dat Josina na de dood van haar man heeft besloten de beelden niet in knielende, maar in liggende houding te laten vervaardigen.

Het gebrandschilderde raam in Boxmeer

Het gebrandschilderde raam dat graaf Herman Frederik en zijn vrouw hebben geschonken aan het karmelietenklooster in Boxmeer

Graaf Herman Frederik en zijn vrouw hebben in 1684 een van de gebrandschilderde ramen in het karmelietenklooster in Boxmeer geschonken. Ook de ramen van Oswald III van den Bergh, Maria Elisabeth van den Bergh, Maria Clara van den Bergh en haar man Maximiliaan van Hohenzollern-Sigmaringen, en Elisabeth Catharina van den Bergh en haar zwager Bernhard van Sayn-Wittgenstein – en mogelijk een of meer van de ongedateerde ramen – zijn in 1684 geplaatst. Wellicht zijn ze geschonken op aansporing van graaf Oswald, die toen heer van Boxmeer was.

Het raam is gewijd aan de profeet Elia, die samen met zijn opvolger Elisa (zie het raam van Karel Anton Frederik van Hohenzollern) wordt gezien als de grondlegger van de karmelietenorde. Elia is afgebeeld met een vlammend zwaard, dat ontleend is aan de Bijbelverzen 1 Koningen 19:10 en 19:14, waarin hij zegt: "Ik heb vurig geijverd voor Jahwe." Dit is, vertaald in het Latijn, het motto van de karmelietenorde: Zelo zelatus sum pro Domino Deo exercituum.

Het wapen bovenin het raam is van de graven van Löwenstein en verwijst dus naar de familie van graaf Herman Frederiks vrouw Josina Walburgis van Löwenstein-Wertheim-Rochefort. Wellicht is het geld voor de schenking van haar kant gekomen.

Bronnen