Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Kets, Henk

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Oorlogs herinneringen H.Kets.jpg

In 2013 publiceerde Henk Kets uit Braamt zijn oorlogsherinneringen. Onderstaand transcript volgt zo veel mogelijk de oorspronkelijke tekst. Paginaverwijzingen zijn weggelaten. Afbeeldingen en hun bijschriften zijn aangepast voor de Berghapedia.


Inleiding

Europa is in de eerste helft van de vorige eeuw van 1914 tot 1945 geteisterd door twee verschrikkelijke wereldoorlogen. Van de laatste oorlog ('40-'45) weet ik me nogal wat te herinneren. Het gaat om herinneringen die zich op en om onze boerderij, het Hertenbroeksgoed, hebben afgespeeld en in mijn gedachten zijn opgeslagen vanaf mijn prille jeugd (ik ben van 29 juni 1932) tot enkele jaren na 1945. Ik schrijf ze op omdat een oorlog iets heel bijzonders is. Summiere aantekeningen van mijn vader helpen me daarbij. Zelfs vandaag aan de dag wordt er in de media nog de nodige aandacht besteedt aan deze periode. Als ik mijn herinneringen nu niet opschrijf, zijn ze weg.

Het Voorspel Ons gezin bestond uit Vader(1891), Moeder(1895), mijn Zus Joke (1928) en ik (1932). Wij zijn opgegroeid op een boerderij en het leven op een boerenbedrijf uit de jaren dertig is niet te vergelijken met een boerenbedrijf van nu. Er waren knechten en meiden die het werk deden en drie keer per dag in de keuken aten. Daartussendoor scharrelde ik als peuter en verhuisde vaak van de ene knie naar de ander.

Wij woonden in een katholieke streek. Dat hield in dat het lager onderwijs op katholieke leest geschoeid was. Daarom gingen wij naar de openbare lagere school in Doetinchem. Eerst Joke (1934) en daarna ik (1938). Wij reisden met de bus naar school in Doetinchem. De Openbare Lagere School No. 1. De school staat er nog.

Het was in de crisistijd van de jaren 30. Wij hebben daar niet veel van gemerkt. Alleen toen er een paard doodging, reageerden Vader en Moeder heel emotioneel. Later hebben Joke en ik samen uitgemaakt dat het een financiële ramp was.

Toen ook ik in 1938 met de bus naar school ging, hoorde ik mensen regelmatig over oorlog spreken. Ik herinner me nog dat er iemand met een bolhoed en een zwarte paraplu op de bus stond te wachten. Iemand riep toen Chamberlain. Chamberlain was de eerste minister van Engeland die door Hitler was bedrogen vanwege de bezetting van Tsjecho-Slowakije. Toen werd Nederland gemobiliseerd. In totaal werden 300.000 mannen opgeroepen. Het werd steeds dreigender. Halfweg Wijnbergen, na de afslag van de Langeboomsestraat en tegenover het transformatorhuisje van de P.G.E.M. was een wegversperring (een soort "slalom" met zware ijzeren H-balken) geplaatst. Daartegenover waren Nederlandse soldaten gelegerd in een barak, die al het verkeer controleerden. Er was toen een soldatenliedje "Blonde Mientje heeft een hart van prikkeldraad". Welnu, de voorgevel van de soldatenbarak was versierd met een hart van prikkeldraad en als de bus stapvoets de versperring passeerde, zongen wij als kinderen "Blonde Mientje heeft een hart van prikkeldraad".

Nadat de ministers van buitenlandse zaken van Duitsland (von Ribbentrop) en Rusland( Molotov) een pact met de duivel hadden gesloten om Polen te verdelen, viel Duitsland op 1 september 1939 zonder oorlogsverklaring Polen binnen. Engeland en Frankrijk reageerden onmiddellijk met een oorlogsverklaring op 3 september en de Tweede Wereldoorlog was uitgebroken. Half november 1939 was de oorlogsdreiging zo groot dat de regering ons leger in opperste paraatheid bracht. De kinderen van Wentink, Kersjes en mijn zus Joke ,die een gymnastiekuitvoering in Doetinchem gaven, moesten bij vriendinnen in de stad blijven omdat ons leger de brug over de Oude IJssel blokkeerde.

De fam. Wentink en de fam. Kets kwamen op zondagen met hun kinderen bijna altijd bij elkaar, zo ook op zondag 22 maart 1940. Toen hoorden wij hoe boven de Duitse grens door vliegtuigen geschoten werd waarbij een Engels spionagevliegtuig werd getroffen. De brokstukken kwamen in Nederland terecht (Lobith).

Iedereen hield zijn hart vast toen op 9 april 1940 Noorwegen en Denemarken door de Duitsers bezet werden. Nederland, België en Frankrijk waren toen aan de beurt.

Oorlog Heel vroeg in de ochtend van de 10de mei 1940 trommelde vader ons uit het bed. We hoorden clusters laagvliegende vliegtuigen overtrekken. Vader zei: "Het is oorlog." Het was vrijdag voor Pinksteren, een prachtige dag. We hadden pinkstervakantie. Iedereen was toen heel zenuwachtig. Vader zat met zijn hoofd in de radio en luisterde naar de Koningin. Mijn moeder maakte zich veel zorgen over haar broer die een boerderij voor de Grebbelinie had. Er waren geruchten dat het Franse leger ons in Zeeland te hulp schoot. Het was een ongelijke strijd. Op 13 mei vluchtte de Koningin naar Engeland. De Duitsers dreigden Rotterdam te bombarderen. Vader en ik stonden onder de grote wilg naast de boerderij en zagen de formaties bommenwerpers overvliegen. Vader zei: "Die gaan naar Rotterdam." Nog één keer het Wilhelmus op de radio en toen was het afgelopen.

Bezetting

Na een paar weken gingen we weer naar school, maar dan met de fiets. De brug over de Oude IJssel was opgeblazen. Er was een noodbrug bestaande uit planken en we werden daarover begeleid door een volwassene. Maar na enige tijd konden we weer met de bus toen de brug hersteld was. Dat duurde niet lang, brandstofgebrek dwong de Geldersche Tramweg Maatschappij haar oude trams weer in gebruik te nemen.

Wat me van de schooltijd het meest is bijgebleven, is dat de jongens in de pauze en voor de lessen soldaatje speelden: compleet met marcheren en commando's. Mijn ouders hadden ons nadrukkelijk meegegeven niet te praten over hoe er thuis over ouders-NSB'ers en Duitsers gedacht werd. Het was een openbare school en dat hield in dat er ook kinderen opzaten waarvan de ouders met de Duitsers sympathiseerden. We wisten wie dat waren. Zij hielden bijeenkomsten in een huis net voor de brug op de hoek Wijnbergseweg, Dichterseweg. Hun kinderen waren lid van de Nationale Jeugdstorm van de NSB.

Er zaten ook joodse kinderen op school. In mei 1942 werden ze verplicht een gele Davidster te dragen. Later moesten zij naar een andere school. Soms zagen we ze nog met hun gele sterren door de stad lopen. Slechts enkelen overleefden de oorlog.

De Engelse premier Churchill werd altijd afgebeeld met een dikke sigaar en de rechterhand omhoog met een V-teken (victory). Op een gegeven moment stonden op veel huizen en straten V-tekens die 's nachts waren aangebracht. De volgende morgen stond er is VICTORY DUITSLAND WINT OP ALLE FRONTEN. De volgende morgen was de V veranderd in een W (Wilhelmina) en de rest was doorgestreept! Zo was de sfeer in Doetinchem.

De diepste indruk maakte op ons uit die tijd waren de nachtelijke bombardementen door de massaal overvliegende Engelse bommenwerpers, die in heldere nachten hun weg zochten naar het Ruhrgebied. Luchtalarm met loeiende sirenes waarschuwde voor het naderende onheil. Duitse nachtjagers probeerden deze bommenwerpers uit de lucht te schieten en als Engelse piloten in het nauw kwamen dan openden ze de bommenluiken. Duitse jagers werden bijgestaan door zoeklichten. Eén ervan stond vlak bij (100 meter) onze boerderij. De dieselgenerator die het zoeklicht van stroom voorzag stond ingegraven op een steenworp afstand van onze boerderij in de perenboomgaard. Oostenrijkse soldaten bedienden de hele installatie. Zij bivakkeerden in een barak vlak bij het zoeklicht. Na een waarschuwing door luisterposten aan de kust startten zij de generator. Wij wisten dan hoe laat het was. Wanneer wij het aanzwellende geluid van de bommenwerpers hoorden, riep vader ons en moesten wij de kelder in. Dat gebeurde vaak meerdere nachten per week. De bombardementen op het Ruhrgebied waren vaak in de verte goed zichtbaar. Zoeklichten tastten de hemel af met daartussen geweldig vuurwerk. In de nacht van 13 juni 1943 (eerste pinksterdag) explodeerde op de terugweg in de lucht een Britse Lancaster bommenwerper boven Braamt. Brokstukken lagen rond de boerderij van de fam. Wentink. Het vliegtuig met twee dode bemanningsleden lag voor Onderlangs nr. 3. Ze zijn op 16 juni 1943 begraven op de Hervormde begraafplaats te Zeddam.

De Amerikanen bombardeerden overdag. Toen wij op 22 februari 1944 in Doetinchem bij het station op de tram stonden te wachten, zagen wij een formatie bommenwerpers hoog boven ons in zuidwestelijke richting overtrekken. Dezen hebben toen Nijmegen gebombardeerd (meer dan 800 slachtoffers). In de nacht van 16 mei 1943 vertrok een eskader van 19 Lancaster bommenwerpers naar het Ruhrgebied om met een precisiebombardement de stuwdammen te vernietigen. Ze vlogen individueel en heel laag (50 tot 100 meter) naar het doel. Eén van hen is met veel lawaai tussen Braamt en Zeddam overgevlogen. De aanval was een succes. Met name de overstromingen door het breken van de stuwdam van de Roer (Möhnedam) had grote gevolgen. Ca. 1024 dwangarbeiders en geallieerde krijgsgevangenen zijn verdronken, waaronder onze buurjongen Antoon Koenders. Antoon Koenders is bij mijn weten het enige oorlogsslachtoffer in onze buurt.

Eén van de "dambusters" is op de terugweg boven Klein-Netterden neergeschoten. Alle zeven bemanningsleden zijn omgekomen.

De Jodenvervolging Mijn Vader had in 's-Heerenberg relaties met slager Straus. Het was een joodse familie. Hun zoon Max heeft bij ons in 1941 gewerkt. Joden mochten alleen nog in de landbouw werken. Max zat in de zomer van 1942 in concentratiekamp Vught. Eén keer heeft hij ons nog een bericht gestuurd gedateerd 9 mei 1943.[Een kopie van de brief staat op de pagina van Max.] Op 9 juli 1943 is hij in Sobibor, Oost-Polen, vergast. Hij was nog net geen 23.

Bovendien had deze familie Straus bij ons op de hooizolder van alles verstopt aan persoonlijke bezittingen. Kennelijk met het doel dit in betere tijden weer op te halen. Er waren ook brieven bij uit het concentratiekamp Westerbork. Bij de herdenking van 5 mei 1995 waren nabestaanden van alle Joodse families uit 's-Heerenberg uitgenodigd om de onthulling van de plaquette van joodse slachtoffers bij te wonen. Bij die gelegenheid hebben we de brieven aan de familie teruggegeven nadat we alles gefotokopieerd hadden. Een zoon heeft ons toen nog toevertrouwd dat hij blij was dat zijn vader en moeder met een gewone passagierstrein en niet met veewagens naar het vernietigingskamp zijn afgevoerd.

Inleveren Vanaf 18 juni 1941 moesten alle koperen, tinnen en nikkelen voorwerpen verplicht ingeleverd worden. Zelfs de koperen stroomdraden van de stroomvoorziening langs de wegen werden vervangen door aluminium draden. Ook de kerkklokken van de Roomse kerk in Zeddam moesten er aan geloven. De sloop verliep via vergrote galmgaten. De volgende morgen was er een briefje aangebracht: "Hij die met kerkklokken schiet, wint de oorlog niet"! Vanaf 13 mei 1943 moesten alle radiotoestellen ingeleverd worden. Luisteren naar Radio Oranje was streng verboden.

Melkklanten De levensmiddelen werden schaars en dat gold zeker voor melk. Iedere burger had wel relaties met boeren, zodat ze hun levensmiddelen konden aanvullen. Deze relaties hadden wij ook. Niet alleen in Doetinchem, maar ook de buren in Braamt en ook in Zeddam, b.v. de schoenmaker. Ik denk dat er tussen de 15 en 20 gezinnen waren die één of twee keer per week een litertje melk kwamen halen. Dat was verboden. Daarom werd het vaak verzorgd door kinderen. Bovendien namen mijn zus en ik bijna dagelijks melk mee naar school.

D-Day, de landing in Normandië De grootste militaire operatie die ooit heeft plaats gevonden. Iederéén voelde dat dit het begin van het einde was. Toch duurde het nog tot 31 augustus voordat Parijs bevrijd was. Toen stortte het Duitse Front in. Dinsdag 5 september 1944 was het Dolle Dinsdag en daarna hoefden we niet meer naar school. De schoolgebouwen werden gevorderd door de Wehrmacht. Als kinderen vonden we het prachtig. Het werd een hele lange vakantie. Tot juni 1945.

17 september 1944 Market Garden Het was een prachtige zondagmorgen, mijn vader en moeder waren naar de kerk. Ik was met hout aan het spelen toen ik in de verte het aanzwellende geluid van bommenwerpers hoorde. Ik hield op met spelen en ging kijken wat er aan de hand was. Ik zal het nooit vergeten. Een niet te schatten aantal vliegtuigen zag ik tergend langzaam van west naar oost ten noorden van mij overkomen. Hoeveel waren het er 250 of 500? Het duurde wel een kwartier. Toen mijn ouders thuiskwamen en mijn Moeder wilde koken, was er geen stroom. Dat was vreemd. Niemand in Braamt had nog stroom! 's Middags was er weer de gebruikelijke familiebijeenkomst van de Wentinks en de Ketsen, nu bij ons. Ook Wim Keuper uit Megchelen was er. Deze liep met zijn ziel onder de arm, omdat hij een prille relatie had met Gerda Wijers (nichtje) uit Heteren. Wim Keuper gaf nog een demonstratie met een wichelroede. Het was erg onrustig in de lucht zonder dat we begrepen wat er precies was. Wij stonden op het erf onder de grote kastanjeboom, toen we bij een gerucht hoorden dat er bij Renkum luchtlandingen plaatsvonden. Telefoon was er niet meer, maar Joke en Wim Keuper pakten de fiets om in Zeddam naar de fam. Wijers in Heteren te bellen. Op dat moment brak er hoog boven onze hoofden een luchtgevecht los tussen tientallen Duitse en Engelse jagers. Ze cirkelden al schietend met hun mitrailleurs als gekken om elkaar heen. Het was zeer sensationeel! Totdat er één geraakt werd en met een brullende motor van grote hoogte neerstortte en rechtop ons afkwam. PANIEK ,GROTE PANIEK. We vielen over elkaar heen om zo snel mogelijk in de kelder te komen. Te laat, toen we halverwege de deel waren, raasde het toestel over ons in oostelijke richting en rakelings over het dak van de boerderij heen. Vier honderd meter verder sloeg het over de kop te pletter tegen een walkant van een sloot. De piloot lag nog een dertig meter verder en had een gaatje in zijn hoofd. Het is een groot wonder dat het voor ons zo is afgelopen. Het toestel had naast de Korenmolen al een complete vleugel met wiel verloren. De benzinetank lag achter de boerderij, waar nu de kunstmestsilo staat. De piloot is begraven op het Hervormde kerkhof in Zeddam. Met Market Garden waren de geallieerde grondtroepen voor het eerst hoorbaar. Ook vonden er dagelijks luchtgevechten plaats.

In de schemer van dinsdagavond 26 september waren we getuige van een luchtgevecht hoog boven ons, waarbij een Duits vliegtuig, een Messerschmitt Me 109G, brandend neerstortte ook voor Onderlangs 4, op een steenworp afstand waar in 1943 de Britse bommenwerper was neergestort.

Inkwartiering

Bekendmaking uit november 1944 dat eigenmachtig inkwartieren en in beslag nemen streng verboden is.
Klik voor een vergroting

Vanaf 1 oktober 1944 werden groepen Duitse soldaten regelmatig bij ons ingekwartierd. De soldaten verbleven in het achterhuis. De officieren in de keuken. Er kwamen laagvliegende vliegtuigen over. Een Duitse officier kwam naar buiten stormen en riep: "PRIMA, Prima, Deutsche JÄGER!!" Helaas werd hij achterna gezeten door Engelse Mosquito's. Mijn vader stikte bijna in zijn ingehouden lach. Vaak bleven zij maar een paar dagen en dan vertrokken ze weer.

Het bombardement van Emmerik Zaterdag 7 oktober 1944 was een mooie herfstdag. Om een uur of twee kwamen zwermen bommenwerpers aanvliegen in formaties van ongeveer 60. Wij gingen in onze kelder en deden de luiken open om nog wat te kunnen zien. Als de ene formatie weg was, kwam de volgende weer. Het bombardement duurde ongeveer 40 minuten. Alles schudde op zijn grondvesten. De luiken van de kelder sprongen zo nu en dan omhoog. Dat er geen ruiten zijn gesprongen, is een wonder.De explosies van de bommen versterkten zich tot schokgolven, die tot ver in de Achterhoek nog voelbaar waren. Dan wordt het zo donker als de nacht. De kippen gaan op stok. Emmerik staat in brand. De stad is totaal vernietigd in een vuurzee. Ook Kleef is die middag zwaar gebombardeerd door 361 Lancasters. Bij het bombardement op Emmerik waren 340 Lancaster bommenwerpers en 10 Mosquito jagers betrokken. Slachtoffers: 641 burgers en 96 soldaten.

Meer over de gijzeling staat op deze pagina

Dwangarbeid De Organisation Todt was in Nazi-Duitsland een op militaire leest geschoeide bouw- en graaforganisatie. Mannen uit Bergh moesten vanaf oktober 1944 OT-werk doen in de omgeving van Zevenaar. Per omroepwagen en via aanplakbiljetten werden zij door de SS opgeroepen zich te melden. De twee interne knechten die bij ons in dienst waren, Jan Kok en Willie Putman zijn toen ondergedoken. De opkomst was echter te gering. De SS heeft toen een aantal mannen gijzeling genomen. Hierna meldden zich wel genoeg werkers aan.Onder anderen mijn vader die zich meldde, onder grote hilariteit,met een oranje broodtrommeltje. Het ging om het bouwen van loopgraven, tankvallen, tankgrachten en mangaten langs alle doorgaande wegen. Eerst in de omgeving van Zevenaar, vanaf januari 1945 zijn ook in onze omgeving stellingen aangelegd. Voor de versteviging van deze stellingen werd op grote schaal bijna al het naaldhout gekapt in het Bergherbos.

De stellingen in onze omgeving waren:

  1. Mangaten op iedere 15 meter links en rechts langs de weg Zeddam-Doetinchem. Daar kon je inkruipen tijdens luchtaanvallen.
  2. Drie stellingen met zware kanonnen, één bij de Braamtse school, de tweede bij onze buurman Dieker aan de Koppelstraat en de derde halfweg Zeddam aan de Oude Doetinchemseweg
  3. Eén loopgraaf tussen buurman Jansen en ons
  4. Eén lange zigzaggende loopgraaf liep vanaf de kelder van Jansen, waar een opening aan was gemaakt, naar buurman Evers, waar voor de boerderij een mitrailleursnest was gegraven. Omdat wij geen idee hadden van de militaire situatie, begrepen wij hier allemaal niets van.

Evacués Behalve dat we vaak inkwartiering van Duitsers hadden kwamen er evacués uit oorlogsgebieden. Ze waren van huis en haard door geweld verdreven. De eersten kwamen vanuit het gebied rond Groesbeek naar de Duitse grens op 7 en 8 oktober. Het waren de families Roosendaal en Peeters uit Leuth. Al hun bezittingen hadden ze op boerenwagens gepakt.

Russen Op 28 oktober werden er 's morgens 51 Russische krijgsgevangenen onder leiding van vier Duitse soldaten en één officier, bij ons ingekwartierd. Zij werden ingezet voor het graven van stellingen. 's Middags moest ik van mijn moeder zoete appels rapen in de boomgaard. Ik was nauwelijks bezig, toen ik een aangeschoten viermotorig vliegtuig tergend langzaam op me af zag komen. Ik vloog als een haas de keuken in en daar zat die Duitse officier met mijn zus Joke te praten. Ik schreeuwde: "Naar de kelder, naar de kelder!" Door het kelderluik zagen wij dat het Vliegend Fort, want dat was het, zwaar beschadigd was. Twee motoren waren uitgevallen en het derde pruttelde nog wat. Toen werd er door het Zeddamse afweergeschut op geschoten. Twee vliegeniers sprongen er uit. Hun parachutes gingen open en door de wind dreven ze in noordwestelijke richting weg. Eén kwam er vlakbij in de wei van Hegeman en de ander in de perenboom van Kroesen in Braamt terecht. Heel stoer met het geweer in de aanslag, hebben de Duitse soldaten de piloot die bij Hegeman in de wei gevallen was, gearresteerd. De Russen waren erg onrustig. Het Vliegende Fort vloog gewoon door en is in de Gelderse Waard in de buurt van Oud-Zevenaar gecrasht. Alle tien bemanningsleden hebben de crash overleefd.

De Russen vertrokken elke morgen onder begeleiding van de Duitse soldaten te voet naar een locatie achter in Braamt waar ze stellingen hebben gegraven. Het was een gemengd gezelschap. Er waren nogal wat ouderen bij en ook een Kalmuk (iemand met een Mongools uiterlijk waarvan de voorvaderen eeuwen geleden uit Mongolië langs de Wolga waren neergestreken). Ook was er een Wolga-Duitser bij, die gebrekkig Duits sprak en als tolk fungeerde. Deze hoefde niet te werken, maar zat bij ons in de keuken en repareerde horloges. Een paar Russen waren heel handig in het maken van mandjes met een deksel van haverstro. Deze verkochten ze. Joke, mijn zus, had er nog één. Er werd voor hen gekookt in de fornuispot, waar normaal de was in werd gekookt. Ze konden ook goed zingen en bij het maanlicht schoolden ze samen op ons erf en zongen Russische volksliederen die soms tot in Zeddam waren te horen. Tot twee keer toe kwam er een hele hoge Duitser, een uiterst beschaafde man, waarschijnlijk van adel, voor controle. Mijn Moeder noemde hem Prins Bernhard. Na 14 dagen zijn de Russen weer vertrokken, doch niet nadat ze nog op hun afscheidsavond, waarvoor wij zelfs uitgenodigd waren, Russische volksliederen hebben gezongen en daarop gedanst hebben. Er is geen sprake geweest van slechte behandeling van de krijgsgevangenen door de Duitse soldaten.

Evacuatie Noord Limburg Negen november is de bevolking van Gennep tot Venlo via Duitsland geëvacueerd. Ongeveer veertigduizend mensen zijn toen in de Achterhoek en Twente opgevangen. Een groep van ongeveer 15 personen is toen bij ons geweest. Ze kwamen uit Gennep, Heijen en Siebengewald. Een paar dagen later zijn ze verder getrokken de Achterhoek en Twente in. De familie Kersten uit Heijen is langer gebleven tot 2 december. De familie bestond uit 3 personen, een klein meisje van 2 jaar, Treeske, een vader en een moeder die in verwachting was. Mijn Moeder en mijn Vader vonden het onverantwoord dat ze verder trokken. Zij sliepen bij ons in huis. Daar sliep ook de Duitse officier van de Russen. Toen hij op een avond wat toenadering zocht tot Treeske zei ze: "En Gij mag niet meer bij mij op de slaapkamer komen heur!" De hele familie Kets lag in een deuk. Moeder had al die tijd al het idee gehad dat hij stiekem het huis doorzocht.

Restant SS divisie Op 17 november kwam 's avonds , met twee vrachtwagens, via Herwen en Aerdt, het restant van een SS-divisie, die bij 's-Hertogenbosch verslagen was ,aan. De mannen waren totaal op. Ze kropen achter de koeien in het stro van de grupstal en hebben dagen geslapen. Toen ze weer een beetje aanspreekbaar waren, hebben ze elkaar ontluisd en zijn ze weer vertrokken.

Elektriciteit Doordat de verbinding met de centrale in Nijmegen verbroken was, was er vaak geen stroom. Als er overdag zo nu en dan stroom was, gebruikten we dat voor water pompen en hout zagen. 's Avonds was er maar zelden licht. De verlichting bestond uit een petroleumlamp die met benzine(!!) gestookt werd, kaarsen en zelfgemaakte olielampjes van jampotjes. Dat was mijn specialisatie. Ik punnikte op een garenklosje een lont, sloeg een gat in het deksel van de jampot, trok de lont erdoor, vulde de jampot ¾ met water en goot er koolzaadolie op tot hij bijna vol was, draaide de deksel met de lont op de pot en stak hem aan. De hoogte van de vlam kon je regelen door het deksel hoger of lager te draaien. Ik had er bijna dagwerk aan. Bovendien zorgde ik ervoor dat de hotelschakelaars in de keuken zodanig stonden dat ze op aan stonden wanneer er stroom kwam. Dat kon niet iedereen.

Waar ik ook voor ingeschakeld werd, was het vervoer van warm eten naar twee Duitse TODT-officieren, die onderdak hadden in de bouwval waar later mevrouw Van Dronkelaar nog gewoond heeft. De grote boeren van Braamt tot Zeddam was bevolen, dat ze bij toerbeurt 's avonds het warme eten voor deze officieren moesten verzorgen. Ik ging dan in de schemering op mijn kinderfietsje met een pan eten achterop via smalle binnenpaadjes, die er toen nog waren, naar dat adres. Eén keer ben ik ontzettend bang geweest toen ik op de terugweg boven me, werd ingehaald door een verdwaalde V1.

School Een aantal kinderen ,die in de zesde klas van de openbare school in Doetinchem zaten, hebben in die dagen toch nog les gehad van het schoolhoofd, meneer Radstake. Afwisselend, de ene week bij Wentink , de volgende week bij ons thuis. Ik weet niet meer hoe vaak en lang

Gezin Wichers uit Arnhem Vanaf 23 december hebben de fam. Wentink en de fam. Kets tot het einde van de oorlog het gezin Wichers uit Arnhem opgevangen. De bevolking van Arnhem was geëvacueerd. Het echtpaar Wichers was met hun kinderen, een tweeling, bij Wentink. Mevrouw was in verwachting. De twee kinderen uit een eerder huwelijk waren bij ons. Freddy was 11, zijn zus Vally was 18. Ze heette voluit Valérie Eugenie Josephine. Haar moeder was een Franse, vandaar die mooie naam. Dat ik dat nog weet!

Ardennenoffensief Vierentwintig december hoorden we in het westen langdurig kanongebulder. Het was hoogwater in de grote rivieren. De Duitsers hebben, in het kader van het Ardennenoffensief, toen de Betuwe onder water gezet door de dijk aan de zuidkant van de spoorbrug bij Oosterbeek te vernielen. Op 1 januari 1945 heeft de Duitse luchtmacht met duizend vliegtuigen een laatste poging gedaan de geallieerde vliegtuigen op de vliegvelden van Zuid-Nederland en België te vernietigen. Met veel geraas kwam een groot aantal bij ons laag overvliegen.

Bericht van de eerder genoemde familie Wijers, in januari 1945 gestuurd via het Rode Kruis vanuit reeds bevrijd Zuid-Nederland.

Winter De januarimaand van '45 was erg koud en we hebben veel geschaatst, één keer zelfs bij maanlicht. Achter de boerderij van Schieven aan de Langeboomsestraat was een weiland ondergelopen waarop geschaatst kon worden. We liepen ernaartoe. Toen we na één van onze schaatsmiddagen in de schemering naar huis liepen, zagen we hoe ten oosten van ons in Duitsland een V2 werd gelanceerd. Het was glashelder weer en de zon was net onder. We konden het vuur en de rookpluim goed zien. Toen de raket uitgebrand was, was hij zo hoog dat hij weer door de zon beschenen werd. Je kon de baan goed volgen totdat hij in het westen achter de horizon verdween. Doel: Antwerpen of Londen.

Razzia Eind januari 1945 kwamen er, zonder aankondiging vooraf, op een zaterdagmiddag, 350 dwangarbeiders bij ons op de boerderij. Zij waren tijdens een razzia in Rotterdam op straat opgepakt. Er lag nog een hoopje suikerbieten op het erf. Ze waren zo hongerig dat ze van de suikerbieten gingen eten. Ze hadden helemaal niets bij zich. Zoals ze opgepakt waren (schoeisel en kleding), verbleven ze in de stallen en op het erf. Tegen acht uur 's avonds kwam er eten. Een paar mensen hadden min of meer de leiding van de groep genomen. Toch verliep de verdeling van het brood (Duitse kuch) chaotisch. Midden in de nacht kwam er een militaire arts bij ons aan de voordeur. Er was een ernstig medisch probleem met één van de Rotterdammers. De volgende ochtend zijn ze lopend vertrokken naar het Kamp Rees (Duitsland). Het was een werkkamp waar nog meer slachtoffers van razzia's zaten (o.a. uit Haarlem, Gouda en Apeldoorn). De omstandigheden in het kamp waren zeer slecht, er werden regelmatig mensen, voor het oog van de troep, doodgeslagen. Zij werden ingezet voor het graven van verdedigingswerken langs de noordkant van de Rijn tussen Rees en Emmerik.

Operatie Plunder Bevelhebber was generaal Montgomery .Het 21ste Leger telde 1,3 miljoen soldaten. Op 8 februari 1945 start de operatie vanuit Groesbeek met een grandioze artilleriebeschieting van Hoog-Elten. Je kon bij ons heel duidelijk het fluiten van de granaten en de inslagen horen.

Op zaterdagmiddag 10 februari zei mijn moeder: "Ik wil morgen kip eten." Wij, Gerrit Luimes, een schoolvriendje van me uit Doetinchem, Freddy Wichers, vader Brouwer uit Wijnbergen en ik zouden mijn vader helpen met het vangen van een kip. De kippen liepen los in de veldschuur, die er nog staat, alleen was er nog geen garage. Mijn strategische opstelling was op die plek. Toen brak de hel los. Negen Mosquito's vielen vanuit het noordoosten met duikvluchten, ieder met vier schietende mitrailleurs, een Duitse vrachtwagen met soldaten aan. Die probeerden nog te schuilen achter het transformatorhuisje. De jagers maakten een bocht naar het oosten richting Terborg en vielen over onze boerderij nogmaals aan. We vlogen allemaal de kelder in waar de rest van de familie al zat. Na afloop ging vader kijken of er niets gebeurd was. BRAND, BRAND! Het rieten dak van de grote schuur stond in brand. Vader pompte twee emmers water, maar in een poging de hooizolder op te klimmen, is hij van de ladder gevallen. Door de grote belangstelling van de Braamtse bevolking voor de beschoten vrachtwagen (er waren twee doden) is het gelukt de brand te blussen. Er waren drie gunstige omstandigheden. Het was de laatste dagen erg nat geweest, waardoor het vuur zich alleen van binnen door het riet vrat. De brand was in de hoek onderaan het dak en de waterpomp was vlakbij.

Met een zicht is de brandende plek uit het riet gesneden. Vader lag nog steeds buitenwesten op de betonvloer in de schuur. Telefoneren kon niet meer. Met de fiets werd de dokter uit Zeddam gehaald. Vervoer naar het ziekenhuis was onmogelijk, dus werd de woonkamer ingericht met een bed. Vader werd op de ladder vervoerd en heel voorzichtig in bed gelegd.

De boerderij van Hegeman naast het Transformatorhuisje was al eens eerder beschoten. Maar leek nu op een vergiet, zo vaak geraakt. De volgende weken hadden we regelmatig inkwartieringen van diverse onderdelen van het Duitse leger. Omdat ze groot gebrek aan brandstof hadden, werden paarden gebruikt. Wat me bij is gebleven is dat deze paarden goed werden verzorgd door de soldaten. Door het tekort aan paarden werden ze vaak van boeren ter plaatse gevorderd.

Bevel aan G.A. Kets uit december 1944...
… en uit februari 1945 om paard en wagen beschikbaar te stellen.

Met vader ging het nog steeds niet goed. Voor zijn verzorging was direct na het ongeluk zijn zuster, onze tante Jo, uit Gaanderen overgekomen. De toestand was heel ernstig en ik werd bij vader weggehouden. Elke morgen kwam er een NON van het klooster Majella uit Zeddam om hem te verzorgen. Regelmatig kwam dr. Blokhuis per fiets uit Doetinchem. Er gingen geruchten dat we moesten evacueren, in aller ijl werd een boerenwagen opgetuigd waar vader in vervoerd kon worden, maar de Duitsers haalden de wielen eraf.

Na drie weken ontwaakte Vader uit zijn coma. De voortdurende beschietingen, luchtgevechten en bombardementen, maakten op ons kinderen grote indruk; we waren vaak bang, zelfs heel bang, maar we vonden het ook sensationeel. De geallieerden beheersten het luchtruim en er gebeurde elke dag wel wat. De eerste weken van maart was het mooi voorjaarsweer zodat de vliegtuigen van 's morgens vroeg tot 's avonds laat in de lucht waren. Ze schoten op alles wat bewoog en wij durfden zelfs niet eens meer te voetballen. Volgens officiële gegevens zijn er b.v. op 25 maart meer dan 1425 geallieerde jagers ingezet!

Bombardementen op Doetinchem Op 19 maart was er een luchtaanval op het afweergeschut dat bij de molen in Doetinchem stond. Hierbij zijn ook panden rondom de grote kerk getroffen. Daarbij zijn een tiental bewoners omgekomen. Het grootste bombardement was op 21 maart waarbij de binnenstad is verwoest. Er waren meer dan honderd slachtoffers. Ik weet nog dat ik er op ons erf naar stond te kijken, ik zag vliegtuigen boven de stad en hoorde veel lawaai. De sirenes loeiden. Tegen half negen vloog de toren van de grote kerk In brand. Dat kon je bij ons heel duidelijk zien. Vrijdag 25 maart was er weer een bombardement. Er trokken weer rookwolken over de stad. Op dezelfde dag kwam dr. Blokhuis tegen de avond. Hij onderzocht mijn vader en zei: "Kets: je wordt helemaal weer beter en dat is één op de duizend." De reactie van moeder was: "Het bed moet meteen in de kelder". En zo geschiedde, tot en met de bevrijding hebben wij in de kelder geslapen! Maar niet alleen, ook bakker Jansen en zijn vrouw met hun evacués uit Groessen, evacués van buurman Jansen en meerdere kinderen van Hegeman . n de nacht van 31 maart naar 1 april zelfs met 23 personen.

De oversteek over de Rijn In de nacht van 23 op 24 maart 1945 begon de oversteek over de RIJN met amfibische pantservoertuigen van de 51ste Highland Division. Daarna volgden tanks die geïmproviseerd drijvend waren gemaakt. Er waren nauwelijks verliezen. De genie begon onmiddellijk onder dekking van een rookgordijn meerdere Baileybruggen aan te leggen. Het rookgordijn woei onze kant op want wij konden ook geen hand voor ogen zien. De oversteek werd gevolgd door het Canadese leger. Het bruggenhoofd was 27 maart stevig gevestigd met een breedte van 55 kilometer en een diepte van 30 kilometer. De dagen erop waren erg onoverzichtelijk op onze boerderij. Mijn zus Joke schreef in haar schoolagenda:"Zondag 25 maart. 't Is zo ontzettend: ze moeten nòg een slaapkamer hebben!" En ook: "Woensdag 28 maart. De granaten vallen op de hei!"."Donderdag 29 maart. Granaten en nog eens granaten!". Het stikte van de soldaten van verschillende onderdelen van het leger en ze liepen in en uit. Moeder had een schort vol met sleutels en hield alle kasten op slot. Wat ik me nog herinner was hoe een soldaat z'n meerdere groette. Hij sloeg dan de hakken tegen elkaar, stak zijn rechterhand schuin naar voren en sprak luid: "HEIL HITLER." Ik heb geen idee meer waar een gewone soldaat zijn behoefte deed, maar de officieren deden het op onze W.C. Ik was als jongen van twaalf onder de indruk van hun uniformen en speciaal voor hun koppel en wat daar opstond. Toen nu één van de officieren van het toilet gebruikt maakte en zijn koppel over mijn fiets gehangen had, zag ik mijn kans. Ik las: GOTT MIT UNS. Toen zakte ook mijn broek af. Aan het eind van de oorlog heeft het Naziregime nog erg jonge jongens tot SS'ers en tot propagandist opgeleid. Eén van hen heeft in deze week nog onder de soldaten een peptalk gehouden. Ik was daar niet bij, maar ik heb begrepen dat het geen succes was. Uit die dagen is mij ook bij gebleven dat er hongerige, slecht geklede mannen aanklopten voor voedsel. Van mijn moeder kregen ze allemaal een boterham, gesmeerd door haar hulp en steun Anneke Hegeman. Achteraf bleek dat het gevangenen van het werkkamp Rees waren, waarvan de bewaking bij de oversteek van de Rijn gevlucht was. Twee van hen hadden zich stiekem verborgen op de zolder van de deel. Enkele dagen na de bevrijding kwamen ze pas tot het besef dat ze vrij waren!

De langste dag van het Hertenbroek

Toen mijn moeder op 31 maart 1945 's morgens in alle vroegte geluid in de tuin hoorde, verliet ze de kelder om poolshoogte te nemen. Ze pakte een stoel uit de keuken om daarop door het raam boven de bijkeukendeur te kunnen kijken. Daar zag ze hoe soldaten twee sierdennen omkapten en naar de hoek van de tuin sleepten. En daar stond een kanon. Al gauw bleek dat er nog twee stukken geschut om de boerderij in stelling waren gebracht. Eén op de hoek van onze boomgaard en één op de hoek van de veldschuur, tegenover Jansen. Ook hadden de Duitsers het tweede gedeelte van onze kelder in gebruik genomen als commandopost. Er volgde crisisberaad met onze melkers die nog onder de koe zaten. Jagen we de koeien in de wei en zo ja, kan dat wel? Dat kon niet want de afrastering was niet in orde, bovendien leken koeien en kanonnen geen goede combinatie

Er werden door de artilleristen voorbereiding getroffen om tot actie over te gaan door een telefoonleiding naar het front uit te rollen. Inmiddels bleek dat er al veel munitie, hulzen en granaten aangevoerd waren. Het was een drukte van belang. De hulzen en de granaten werden naar de stukken geschut gebracht. De soldaten droegen een geweer, twee handgranaten om hun nek, een gasmasker en een helm. Complete frontuitrusting. Maar wisten wij veel. Ze waren wel heel behulpzaam. Ze vertelden dat als ze gingen schieten, we onze vingers in onze oren moesten stoppen en de luiken dicht moesten doen tegen het springen van het glas en we in de kelder moesten blijven. Tegen een uur of half negen was het zover. Omdat we in de kelder zaten vlak naast de commandopost konden we precies de procedure volgen. Eerst werden de coördinaten doorgegeven, daarna werd de hoek van de loop aangegeven. Deze gegevens werden luid schreeuwend naar de drie kanonnen doorgegeven en dan begon het aftellen ook luid schreeuwend. Noch zwanzig seconden, neunzehn , achtzehn, siebzehn, usw, usw, usw,--------fünf secunden, vier, drei, zwei, ACHTUNG, FEUER. BOEM, BOEM. Ze schoten ongeveer 50 keer. Dan klonk het bevel FEUERPAUZE! Dan werden de kanonnen zorgvuldig gecamoufleerd. Met tussenpozen van ¾ tot een uur werd de procedure herhaald. Ze waren als de dood als ze een klein eenmotorig vliegtuigje zagen. Jaren later heb ik pas begrepen waarom. De Canadese Artillerie werkte met waarnemers vanuit de lucht. Als de Duitsers zo'n vliegtuigje zagen, schreeuwden ze: "FEUERPAUZE" en werd alles afgedekt. De situatie was heel erg gevaarlijk, want dezelfde dag heeft Zeddam onder zwaar Canadees granaatvuur gelegen. Als de piloot of zijn waarnemer gezien hadden welke activiteiten bij ons plaats vonden, dan was het niet goed met ons afgelopen. Maar misschien lagen we wel net buiten het bereik van de Canadese artillerie. Om ongeveer vier uur denderden met veel geweld vijf Tiger tanks door de Koppelstraat, richting het front. Enige tijd later kwamen er maar vier terug. Één was er in Klein-Azewijn bij de boerderij van de familie Peeters vernietigd. Het gebulder van de kanonnen was oorverdovend en angstaanjagend. Dat ondervond ook ons buurmeisje Gerda Kuster, die 's middags melk kwam halen. Toen zij om de hoek van de schuur kwam, schreeuwde de in frontuitrusting geklede soldaat net: "FEUER". Boem. De kanonnen begonnen aan hun volgende salvo! Ze vloog totaal overstuur bij ons de keuken in, waar ze is opgevangen. Tegen het eind van de avond maakte de Duitse artillerie eenheid aanstalten om te vertrekken. Een soldaat uit Bocholt, die ons dialect sprak, zei tegen mijn moeder: "Ze zun al op de Meilandsediek, (weg 'sHeerenberg-Netterden) wi'j goan, margen zun de Tommies hier". 's Nachts hebben ze zich terug getrokken via Doesburg over de IJssel naar Ellecom. We weten dat omdat onze knecht, Jan Kok, met ons paard "Netta" met kanon, samen met Jan Jansen van de Koppel, ook met paard en kanon, gedwongen werden mee te gaan. BEFEHL IST BEFEHL! Inmiddels hadden wij ons met 23 mensen verschanst in het voorste deel van onze kelder, doch niet nadat, met een moker geprobeerd was hoe stevig de tralies in het kelderraam zaten. De taak van "onze" kanonnen was inmiddels overgenomen door de twee anderen, die bij buurman Dieker en die bij de Braamtse school stonden. Dat was het betere werk, het waren zware lummels, die lange vuurtongen trokken. Die nacht is de kerk in Azewijn met de daarnaast gelegen boerderij afgebrand. Ook het verpleeghuis van het klooster "Majella" in Zeddam ging in vlammen op. Tegen een uur of twaalf vloog met een enorme knal het kanon bij de school de lucht in. Opgeblazen door de Duitsers zelf! Daarna werd het rustiger, ik althans heb heerlijk geslapen!

De Bevrijding

De volgende morgen, eerste Paasdag 1 april, was er geen Duitser meer te zien! Moeder heeft alleen nog twee personen in hun ondergoed door het weiland naar de weg zien lopen. In de loop van de dag kwamen Joke en Gerda Kuster ons waarschuwen dat de bevrijdingstroepen over de weg naar Doetinchem reden. Inderdaad, gevechtsvoertuigen met rupsbanden en vol met Canadezen soldaten reden, met een oranje laken, zodat ze in de lucht konden zien hoever ze al gevorderd waren, onder luid gejuich van ons, richting Doetinchem. VRIJ!!

De maand april De maand april begon voor velen met het oorlogswonden likken. Maar dat gold niet voor ons. Wij hadden, op een paar gesprongen ruiten na, geen oorlogsschade, en de boerderij was nog wel tot drie keer toe door het oog van de naald gekropen. Dat gold niet voor Zeddam, vooral de laatste nacht waren er voortdurend granaten gevallen. De schade was groot, vooral aan de daken.

Op tweede Paasdag, tegen de avond, reed een colonne van vijftig Canadese Sherman tanks de Koppelstraat in. Tot onze grote verbazing parkeerden ze deze tanks voor onze boerderij in de wei. De keukeneenheid werd geplaatst bij onze buren Jansen op het erf. Met een enorme benzinebrander werd op een soort tunnel waarop potten en pannen stonden, gekookt voor de tankbemanning. Het was allemaal heel professioneel. Ze sliepen 's nachts in grote gecamoufleerde tenten. Wij keken onze ogen uit. Wat een verschil in sfeer met wat we van het Duitse leger gewend waren. Als ze hun meerderen groetten tikten ze alleen even aan hun cap. De volgende dagen werden met vrachtwagens enorme hoeveelheden jerrycans met benzine aangevoerd en opgestapeld. Ook onderdelen zoals rupsbanden. Woensdagmorgen maakten mijn ouders en wij ons veel zorgen over Jan Kok. Ineens kwam hij echter de bijkeuken inlopen. Jan Jansen en hij hadden de paarden en de kanonnen in Ellecom achter moeten laten. Op de terugweg hebben ze onder de keukentafel(de kelder zat vol!) van dierenarts Schieven in Laag-Keppel de bevrijding afgewacht. Daarna zijn ze naar Braamt gelopen. Van één van hen brak onderweg een klomp. Door regelmatig van een goede klomp te wisselen zijn ze thuis gekomen

Als jongens hebben we enorm van de aanwezigheid van de Canadezen genoten! Er was zoveel te zien. Het verwisselen van de rupsbanden bijvoorbeeld. Eerst werden met vereende krachten de nieuwe banden uitgerold en precies op maat voor de tank gelegd dan werd er een schakel uit de oude rupsbanden geslagen en aan de nieuwe bevestigd. Dan werden de motoren gestart en de tank reed uit zichzelf op de nieuwe banden! Ook mochten wij in de tanks rondkijken en de geschutskoepel wat verdraaien. En dan de motoren. Wat een grote motoren! Voor elke rupsband één.

Elke tank had een eigen radio en met hulp van een Canadees, die Nederlandse ouders had en ons daardoor een klein beetje verstond, hebben we naar radio Vrij Nederland kunnen luisteren. Daardoor waren we een klein beetje op de hoogte van de militaire ontwikkelingen. Er waren ook Canadezen die Frans spraken. Vader wist waarom. Zij kwamen uit de provincie Quebec! Vrijdagmorgen zijn ze weer vertrokken, doch niet nadat hun Welfare-organisatie donderdagavond bij ons op deel nog een filmvoorstelling had gegeven waarbij wij uitgenodigd waren. Dat was voor ons de tweede afscheidsavond. Van de Russen in november, nu van de Canadezen.

De weken erna hebben we dagelijks kunnen genieten van lange colonnes vrachtwagens die over de weg naar Doetinchem reden. Het was werkelijk onvoorstelbaar. Je moest echt soms minuten wachten als je de weg wou oversteken. Het was eenrichtingverkeer naar het noorden, als ze terug gingen namen ze een andere route. Over de RIJN bij Emmerik waren nog twee Baileybruggen geslagen. Eén voor het verkeer in noordelijke richting en één naar het zuiden. En dan te weten onder welke beroerde omstandigheden de Moffen hun transporten moesten verzorgen. Als dieven in de nacht, met paarden en met vrachtwagens, die vaak zodanig door brandstofgebrek geteisterd werden dat ze elkaar met sleepkabels moesten voortzeulen.

Het Einde

Vanaf 4 mei 1945 was het voor Nederland afgelopen. Een paar dagen later, op 8 mei, na afloop van de verovering van Berlijn door de Russen, ook voor Europa. De oorlog kenmerkte zich door ongekende bruutheid. Het was een totale oorlog. Zowel Nazi-Duitsland als de Sovjet-Unie waren dictatoriale regimes, die ook hun delen van hun eigen bevolking onderdrukten. De oorlog was uitgesproken hard, vooral aan het Oostfront. Van de Russische soldaten lichting 1922-23 was na de oorlog nog maar 5 à 6 procent in leven. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vielen er tussen de 50 en 70 miljoen doden.

Naweeën Mijn moeder had drie broers waar ze veel zorgen over had na september '44. Eén woonde vlak bij de Grebbeberg, wiens boerderij mei 1940 al afgebrand was bij de gevechten. De twee anderen woonden in Heteren in de Betuwe tegenover het landingsgebied van Market Garden van 17 sept '44. Zorgen had ze ook over haar moeder, die ook in Heteren woonde. Ze zijn in oktober '44 geëvacueerd naar Noord-Brabant en haar moeder naar haar zoon in Tilburg. Via het Rode Kruis zijn we daarvan op 16 januari 1945 op de hoogte gesteld. Het bericht is pas op 12 september 1945 aangekomen! Toen hadden we allang contact gehad. Half juni hebben mijn moeder en ik met een speciale vergunning van het Militair Gezag, met een taxi, Oma uit Tilburg opgehaald. Ik zal dat nooit vergeten. Het beeld van de vernielde stad Arnhem, de provisorische schipbrug, onderweg de Duitse krijgsgevangenen die met prikstokken de mijnenvelden moesten opruimen, de weg naar Nijmegen vol gaten en de vernielde boerderijen en woningen. Oma heeft de rest van haar leven bij ons gewoond. Zes januari 1949 is ze gestorven. Een maand later ben ik met mijn nichtje Harmien naar Heteren gefietst. We moesten voor het viaduct van de spoorbrug naar Oosterbeek de dijk passeren, die bij de beschieting in december vernield was. Het gat was provisorisch gedicht, maar omdat het de laatste tijd veel geregend had, was er met de fiets bijna geen doorkomen aan. Er waren tijdens de doorbraak een tiental binnenschepen door het gat de Betuwe in gespoeld, die er nog lagen. Eén schip lag wel duizend meter het land in. De boerderij "De Wildthoeve" waar mijn moeder geboren is, was tot de grond toe afgebrand. De beide families woonden bij elkaar op de andere boerderij. Omdat de Betuwe ¾ jaar niet bewoond was geweest, stikte het er van de muizen en ongedierte. Ze liepen zomaar door de kamer. Het gras stond huizenhoog. De paardenknecht liep tijdens het maaien met twee volle leidsels achter de paarden. LANDMIJNEN! Heteren had ook grote schade, vooral de boerderijen net achter de dijk waren zwaar getroffen.

Naar school hoefden we de eerste maanden niet. De Canadezen waren, net als de Duitsers, in de scholen gehuisvest. Het onderwijs had met grote problemen te kampen door schade aan de gebouwen. Daar kwam nog bij dat er in de strengste winter van deze eeuw – in1946-'47 – geen kolen waren. We hadden weer drie maanden vakantie! Pas in september '47 hadden we weer min of meer een normaal lesrooster.

Naschrift

Terwijl West-Europa n de lente van 1945 dacht dat het eindelijk vrede was, begon in Oost-Europa de tweede bezetting. De Russen slaagden erin acht landen aaneen te smeden tot het Oostblok, dat meer dan 40 jaar stand hield.

Mijn generatie is in het voormalige Oostblok een verloren generatie.

Het definitieve vredesverdrag tussen Nederland en het verenigde Duitsland van de Bondsrepubliek is pas in 1991 getekend. ‎

Documenten

De publicatie wordt afgesloten met kopieën van een bonte verzameling documenten die, zoals Henk Kets zelf aangeeft, niet direct betrekking hebben op het verhaal en deels ook niet met de oorlog te maken hebben. Voor de volledigheid worden ze hieronder weergegeven. Klik op de afbeeldingen voor een vergroting.

Bron

  • Henk Kets

Gekopieerd door Benny Schuurman