Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Kock, Lambertus Joannes

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Lambertus Joannes Kock was van 1862 tot 1870 gemeentearts van de gemeente Bergh.

Hij werd op 27 maart 1832 in Oldenzaal geboren als zoon van Joannes Henricus Kock en Catharina Maria Ridder. Op 17 februari 1862 kwam hij vanuit zijn geboorteplaats naar 's-Heerenberg, waar hij zich vestigde als Medicinæ Doctor.

Op 5 februari 1863 trouwde hij in Amsterdam met Luigia Cornelia Bert, geboren op 30 november 1839 als dochter van Giacomo Francesco Bert en Catharina Gioanna Lievens. Als haar geboorteplaats vermeldt het bevolkingsregister Rivalba, Sardinië. Rivalba ligt in Piëmont op het Italiaanse vasteland. Deze streek maakte destijds deel uit van het toenmalige koninkrijk Sardinië.

In 's-Heerenberg werden in huis nummer 141 geboren:

  • Francisca Philomena Maria, 27 november 1863
  • Joannes Hendrikus Victor Josephus, 8 april 1865
  • Theodora Christina Maria, 13 juli 1867
  • Maria Christina, 11 januari 1869

Het gezin vertrok op 24 maart 1870 naar Losser, waar in 1875 zoon Joannes Theodorus Maria werd geboren. Hij was later ook huisarts in 's-Heerenberg.

Later werden in Oldenzaal nog geboren omstreeks 1871 Lambertina Johanna Antonia Maria Kock, overleden aldaar 31 januari 1942,en omstreeks 1878 Josephina Catharina Maria Kock, die in 1907 trouwde met Gerhardus Josephus Maria Eenhuis.

Kock overleed op 12 januari1871 in Oldenzaal. Hij werd 68 jaar oud.

Gasthuis

Op 11 januari 1865 schreef Kock een brief naar de provisoren van het Gasthuis:

Mijne Heeren!

Daar er ingevolge een raadsbesluit van den Gemeente doctor een honorarium voor het behandelen van gasthuispatiënten als toelage voor zijn geringe jaarwedde is toegekend: zoo neem ik de vrijheid Ued. hierop te attendeeren:

1°. Dat ik sedert November 1861 de betrekking als gemeente doctor heb waargenomen en gasthuispatiënten behandeld;

2°. Dat ik verzoek dat mij ten spoedigste het daarvoor gestelde honorarium worde uitbetaald;

3°. Dat ik van heden af geene gasthuispatiënten in behandeling zal nemen, tenzij het over de vorige jaren mij volgens regt en billijkheid toekomende quantum is uitbetaald en ik bovendien weete op welk honorarium ik in het vervolg zal kunnen staat maken;

4°. Dat ik om onnaangenaamheden voor te komen eene copie dezer missive aan het gemeentebestuur zal doen geworden.

't Welk doende heb ik de eer te zijn, L.J. Kok med dr

Bronnen