Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Landerswal

Uit Berghapedia
Versie door Verre neef (overleg | bijdragen) op 9 feb 2019 om 11:32 (Geschiedenis: interne link)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

De Landerswal staat bekend als het meest landelijke zandweggetje van Stokkum, dat begint bij de Mariakapel aan de Paasbult en langs bos en wei via het boerenerf van de familie Wittenhorst uitkomt op de Voorthuizerweg aan de grens. Oorspronkelijk was Landerswal echter geen straatnaam, maar de aanduiding voor een afscheiding van twee territoria die hier moeten hebben gelegen.

Kaart

<googlemap version="0.9" lat="51.875466" lon="6.208947" zoom="16" height="600"> 51.87503, 6.210804 </googlemap>

Geschiedenis

In zijn overzicht van Stokkumse straatnamen schreef de vroegere Berghse gemeentearchivaris en oud-onderwijzer H. Kremer in de jaren zeventig:

'Onze Landerswal is vergelijkbaar met de landweren in het oosten van onze provincie. Zij vormt een afscheiding tussen het bosgebied, de bosmarken, en het Broek, de weidemarken. Ze bestaan uit walletjes met hoog geboomte en struiken, die dienden als verdediging tegen vijanden (mensen, dieren)'.

Het woord landweer werd vaker verbasterd tot lander of iets dergelijks. De vraag is waar Kremer de informatie vandaan haalde, dat het hier zou gaan om een oude landweer; latere lokale historici hebben dat nooit ergens terug kunnen vinden.

Het is dan weer merkwaardig, dat op de Berghse kaarten van landmeter Theodorus Bücker uit 1727 geen landweer is aangeduid. De betreffende kaart toont een geleidelijke overgang van het weidegebied via veen en heide naar bos. Het is echter mogelijk dat door Het Veen, dat een natuurlijke afscheiding kan hebben gevormd, als extra bescherming toch een landweer heeft gelegen. Een landweer, soms bestaande uit meerdere wallen achter elkaar met dichte doornstruiken, was zeer moeilijk doordringbaar en diende als afrastering in de tijd toen er nog geen prikkeldraad was. Op gezette afstanden waren hekken of slagbomen, die bewaakt konden worden.

Hoewel we ervan uitgaan dat het vroegere Flochtshek, dat stond ergens bij de Paasbult, een gewoon weidehek was, net als het Klaphek bij de Linthorsterstraat en het Wellingshek bij Wittenhorst aan de grens, zou het toch best kunnen zijn dat dit Flochtshek oorspronkelijk ook zo'n landweerhek is geweest. Streekhistoricus Henk Harmsen opperde dit idee n.a.v. een artikel in 'Archief van de oudheidkundige vereniging De Graafschap' van december 1958, waarin H. Stam de Berghse landweren beschrijft. Hij toont aan dat er om de hele graafschap Bergh een landweer moet hebben gelegen, behalve waar de Oude IJssel een natuurlijke grens vormde.

Van Westervoort tot Beek liep een Kleefs-Berghse landweer. Bij Gendringen, Etten en Braamt liepen landweren. Ook worden in de oude geschriften diverse Berghse slagbomen vermeld. Een landweer liep tussen Bergh en Emmerik, langs de Kloosterberg op de Briemer, ongeveer ter plaatse waar nu de hoge flat staat. Stam noemt het dan merkwaardig dat een vervolg van deze landweer aan de westkant van het Berghse gebied, dus tussen Stokkum] en Elten, nergens wordt vermeld en dus kennelijk ontbreekt. Hij schrijft dat een landweer hier misschien ook niet nodig was, omdat Elten onder geestelijk gezag stond van de abdis van Hoog-Elten, en dus buiten de strijd van de landheren van Bergh (horend bij Gelre) en Kleef bleef. Als we weten dat sommige landweren al in de dertiende eeuw bestonden, is het natuurlijk mogelijk dat een weerwal tussen Stokkum en Elten ook alweer heel vroeg is verdwenen. Weggehaald of, door haar niet meer te onderhouden, aan de natuur teruggegeven. Het blijven gissingen, maar veel wijst er op dat het stuk landweer, dat Stam in zijn lijstje miste, wel degelijk heeft bestaan.