Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Nispen, Lodewijk Carel Jacob Christiaan Frans van

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Geboorte, huwelijken en overlijden

Lodewijk van Nispen.jpg
Van Nispen 1868 .78 jaar (4).jpg

Jhr. Mr. Lodewijk Carel Jacob Christiaan Frans van Nispen werd geboren op 28 juni 1790 in Chaudfontaine, een kuuroord vlak bij Luik, als zoon van Jacobus Johannes (Jean Jaques) van Nispen (advocaat) en Maria Barbara Demany. Zij ouders waren op 10 september 1789 getrouwd in Embourg, vlak bij Chaudfontaine. Deze plaatsen lagen in het prinsbisdom Luik, tot 1795 een min of meer onafhankelijk land dat geen deel uitmaakte van de Noordelijke of Zuidelijke Nederlanden. Het was neutraal gebied, waarheen Lodewijks vader vanwege politieke spanningen tussen patriotten en prinsgezinden was uitgeweken. Zijn vader overleed al in 1794, toen Lodewijk net vier was, waarna zijn oom Carel de opvoeding op zich heeft genomen.

Lodewijk trouwde op 16 november 1810 voor de huwelijkscommissaris te Gendringen en op 4 december daaropvolgend in de r.-k. kerk te Oud-Zevenaar met Maria Wilhelmina Hoevel, geboren op 1 september 1787 te 's-Heerenberg, dochter van Johannes Nepomucenus Hoevel, heer van Swanenburg en Byvanck en Joanna Maria Messemaker.

Niet lang na zijn huwelijk, in 1811, vestigde Van Nispen zich in 's-Heerenberg, waar zijn vrouw al op 8 maart 1814 op 25-jarige leeftijd overleed. Kort daarop, in 1816 werd hij, net als zijn oom Carel, in de Gelderse Ridderschap opgenomen en daarmee in de adelstand verheven. Voor hij in 1820 hertrouwde, woonde hij in huize Rekkenburg bij Babberich, daarna betrok hij met zijn tweede vrouw Huize 't Velde op het landgoed bij Warnsveld dat hij bezat van 1816 tot 1824.

Zijn tweede vrouw was de protestantse Eulalie Louise Bender, vrouwe van Rijswijk (bij Groessen), geboren op 24 maart 1803 te Kleef, dochter van Johann Theodor Bender en Anna Sophia Christina von Lamers. Hij trouwde haar voor de wet op 15 juni 1820 te Zevenaar, en op 4 augustus daaropvolgend in de protestante kerk aldaar.

Op 26 september 1840 was Van Nispen een van de getuigen bij het huwelijk in 's-Heerenberg van mr. J.F.W. van Nes en barones von Hertefeld. Hij was een oom van de bruid en mogelijk heeft hij een rol gespeeld in de kennismaking tussen bruidegom en bruid.

Van Nispen overleed op 8 mei 1872 op zijn fraaie landgoed Stilliwald, dat hij had aangelegd op heidepercelen die hij tussen 1822 en 1825 van de gemeente Wehl had gekocht. Daar werd hij ook begraven. Zijn vrouw Eulalie overleed korte tijd later op 24 januari 1873 te 's-Heerenberg.

Ambten en activiteiten

Een foto van Jan Meurs van het graf van Lodewijk van Nispen op diens landgoed Stilliwald bij Wehl. Het opschrift luidt:
Hier Rust
Jonkheer
Mr. L.C.J.G.F. van Nispen
Oud lid van gedeputeerde staten van Gelderland
Ridder van verscheidene orden
Geboren te Chaudfontaine 8 Juni 1790
Overleden te Stillewald 8 Mei 1872

Lodewijk van Nispen was vanaf 1813 tot 1863 in dienst van Huis Bergh; eerst als rentmeester en later als administrateur. In 1813 werd hij rentmeester van Gendringen en Wisch; in 1828 volgde hij Hendrik Antoon van der Renne op als administrateur. Van 5 februari 1830 tot 22 oktober 1831 was hij waarnemend burgemeester van Bergh. Op laatstgenoemde datum werd hij lid van de Gedeputeerde Staten van Gelderland, een ambt dat hij bleef vervullen tot 1856. Bij zijn afscheid kreeg hij een zilveren vaas met inscriptie aangeboden. Behalve gedeputeerde was hij van 1818 tot 1870 lid van de Provinciale Staten van Gelderland.

Als waarnemend burgemeester nam hij het initiatief tot het oprichten van een Berghse gemeentelijke afdeling van de Maatschappij van Weldadigheid. Hij was de stuwende kracht achter de aanleg van een verharde weg Zutphen-Emmerik, waarmee in 1844 een begin werd gemaakt. Beide initiatieven kwamen voort uit zijn sociale bewogenheid, die zich uitte in zijn inspanningen woeste gronden tot ontginning te brengen om de landbouw te stimuleren. Tegelijkertijd wilde hij het goede uit het verleden bewaren. Bij zijn bezoek in 1830 trof de erfprins van Hohenzollern-Sigmaringen het omvangrijke archief van Huis Bergh in ongeordende toestand aan. In opdracht van de vorst van Hohenzollern-Sigmaringen heeft Van Nispen toen na lang zoeken de Zutphense archivaris R.W. Tadama bereid gevonden het archief te inventariseren. Dit is uiteindelijk tussen 1842 en 1844 gebeurd.

Andere uitingen van zijn belangstelling voor het verleden waren zijn interesse in de middeleeuwse gilden in Bergh, met name het 's-Heerenbergse Sint Antoniusgilde, en zijn voorkeur voor Germaanse namen. Hij had zijn oorspronkelijke Franse voornaam Louis veranderd in de Nederlandse vorm Lodewijk, en veel van zijn kinderen hadden dergelijke namen. Volgens het familieverhaal koos moeder Eulalie hun namen uit haar boeken met oud-Germaanse verhalen. Zij prikte dan met een breinaald willekeurig in zo'n boek tot zij de namen gevonden had. Later las zij ook Spaanse verhalen.

Van Nispen was president van de Commissie van Toezicht van de kostschool van Bastiaan Kouwenberg. Van 1867 tot 1871 was hij lid van de commissie "voor den opbouw der Synagoge". Hij was erelid van Sociëteit De Vriendschap.

Zijn kinderen

Uit het eerste huwelijk

Uit het eerste huwelijk werden te 's-Heerenberg twee dochters geboren:

  1. Francisca Ludovica Maria, geboren op 24 september 1811
  2. Maria Carolina, geboren op 13 november 1812, overleden op 27 november 1812

Uit het tweede huwelijk

  1. Edwin Carel Lodewijk, geboren op 17 mei 1821 op Huize 't Velde te Warnsveld, overleden op 21 mei 1883 te Arnhem, 62 jaar oud. Controleur Rijksbelasting.
  2. Brunhilde Aurelia Thérésia Théodora, geboren op 25 december 1824 op Huize 't Velde, te Warnsveld, overleden op 12 december 1912 te 's-Gravenhage, 87 jaar oud. Zij trouwde op 30 juni 1859 met Martin Frederik Mollerus.
  3. Oscar Emil
  4. Alfred Raimond, tweelingbroer van Oscar Emil, geboren op 19 augustus 1827 te 's-Heerenberg. Hij studeerde rechten in Utrecht. Hij overleed op 7 januari 1853 in 's-Heerenberg, 25 jaar oud, en werd op de protestantse begraafplaats daar begraven. Zijn moeder werd later in hetzelfde graf begraven.
  5. Guido Alexander, geboren op 16 november 1829 te 's-Heerenberg, overleden op 13 maart 1831 te 's-Heerenberg, vijftien maanden oud.
  6. Reginald Alphons
  7. Elvire Adelaide, geboren op 19 maart 1834 te 's-Heerenberg, overleden op 5 september 1835 te 's-Heerenberg, zeventien maanden oud.
  8. Willibald Dagobert
  9. Waldemar Roderich, geboren op 15 mei 1837 te 's-Heerenberg, overleden op te Heerenberg 20 september 1839, twee jaar oud.
  10. Gneomar Adalbert
  11. Rosaura Jouanita, geboren op 21 juli 1840 te 's-Heerenberg, overleden op 2 augustus 1840 te 's-Heerenberg, twaalf dagen oud.
  12. Fernando Idesbald

In februari 1823 had Eulalie Bender een miskraam ten gevolge van een reis per postkoets en diligence naar Düsseldorf.

Onderscheidingen

Lodewijk van Nispen heeft de volgende onderscheidigen ontvangen:

Van Nispen in de pers

Hoewel Van Nispen vooral op lokaal en provinciaal niveau actief was, genoot hij toch een zekere landelijke bekendheid. Er werd, althans tegen het einde van zijn leven, over hem geschreven in bladen die landelijk of elders verschenen.

De inhoud van de hier afgebeelde krantenknipsels spreekt voor zich. Opvallend is dat er aan de toekenning van de Vorstelijk Hohenzollernse Huisorde maar liefst drie koninklijke hoogheden te pas moesten komen!

De in het eerste knipsel genoemde Geheim-Finanzrath von Godin volgde in datzelfde jaar Van Nispen op als administrateur.

De administrateur genoemd in het artikel van 1868 was Joseph Grimm. De burgemeester was C.A.L. baron van Hugenpoth tot Aerdt.

In het artikel uit 1869 is de titel baron iets te veel van het goede. Die werd overigens ook gebruikt in de berichtgeving over het bezoek van de Prins van Oranje in 1853.

Uit De Noord-Brabanter van 11 november 1856
Uit het Nieuw Amsterdamsch handels- en effectenblad van 9 oktober 1863
Uit de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 7 juni 1869
Uit de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 10 maart 1863
Uit het Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage van 10 juli 1868

Bronnen