Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Oorlogsverslag van pastoor Van Weerdenburg

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Vijf bange jaren (1940-1945) - Een Kilderse oorlogskroniek

Pastoor van Weerdenbrug heeft in de oorlog aantekeningen gemaakt van de gebeurtenissen, zoals die elkaar in Kilder en omgeving hebben opgevolgd. Met zijn verhaal als leidraad volgt hier een kleine kroniek van de vijf bange oorlogsjaren.


1940

Vrijdag 10 mei 1940: Om half vijf worden de bewoners van de Kilderse pastorie gewekt door Rika Vels-Gerritsen, die zegt dat de Duitsers het land binnentrekken. Zware motoren komen langs de pastorie. Pastoor van Weerdenbrug schrijft: "Hoe zal 't verder gaan? De Pinksterdagen gaan langzaam voorbij. We luisteren naar de radio. De regering verlaat 't land. Rotterdam staat in brand. Generaal Winkelman kondigt de overgave af. Toen is een moeilijke tijd gekomen. De Aartsbisschop bemoedigde ons: "Bewaar het vertrouwen in de leiding van onze goede Vader in de hemel. Doet de hemel geweld aan met Uw gebed, opdat God alles ten goede leide". De vijftig gemobiliseerde Kilderse jongens komen allemaal heelhuids terug. De kerk wordt verduisterd. Met Kerstmis kan de Nachtmis doorgaan.

1941

In juli 1941 schrijft een Kilderse "weerman" (NSB'er), aangesloten bij de groep Zeddam, aan de Duitsers: "De pastoor van Kilder verkondigde op 29 Juni het volgende: "Gelovigen denk er wel aan dat met de nieuwe tijd die komende is, het geloof, de beschaving en de gehele cultuur valt en ten gronde gaat". Met potlood is de brief geschreven: "Versucht nicht genannt zu werden". Het briefje werd later, na de oorlog, teruggevonden in een van de mappen van de Sicherheitsdienst in Doetinchem.

In juli 1941 komt de herderlijke brief over de opheffing van het R.K. Werklieden Verbond. Het verspreiden van deze brief is de aanleiding dat pastoor Galama van 's-Heerenberg en zijn beide kapelaans Van Rooyen en Hegge gevangen genomen worden. Op het feest van Maria Onbevlekte Ontvangenis wordt de voorstelling van de Moeder van Bijstand gewijd. Ruim tweehonderd parochianen verenigen zich in een Maria-vereniging.

1942

April 1942: Er stort een vliegtuig neer bij de woning van J. Witjes. De piloot wordt met militaire eer op het Kilderse kerkhof begraven. Het is de Engelse piloot Mardon, die bij het brandende wrak ligt. De andere inzittende Whitley is verbrand.

1943

Driekoningen 1943: Op last van Seys-Inquart, de Rijkscommissaris van het bezette gebied, moeten de beide Kilderse kerkklokken uit de toren worden gehaald om versmolten te worden tot oorlogsmateriaal.

Op 12 maart 1943 stort in Beek een vliegtuig neer, waarbij acht doden vallen. Ze worden er op de r.-k. begraafplaats begraven.

In de nacht van 4 op 5 mei 1943 is op het terrein van de weduwe Harmsen (Wehlse Broek) een viermotorige bommenwerper neergekomen. De bemanning heeft een veilig heenkomen gezocht.

April 1943: Jongemannen worden opgeroepen voor de Arbeidsdienst. Vijftien personen moeten in Duitsland gaan werken, temidden van de dreigende gevaren. Ze zullen allemaal behouden terugkeren.

Op 8 juni 1943 moeten de Kilderse radiotoestellen worden ingeleverd bij de Duitsers. De verzamelplaats is J.H. Overgoor. De Braamtse en Zeddamse toestellen moeten bij het parochiehuis in Zeddam worden gebracht.

1944

Begin 1944: de nieuwe kruiswegstaties van kunstschilder Jac. de Wit worden wegens dreigend gevaar van beschadiging opgeborgen in de kelder van A. G. Welling. De oude staties van St. Nicolaasga worden weer opgehangen.

Zondagavond 26 maart 1944: de eerste bominslag bij de woning van W. Hoksbergen, Grote glasschade aan woningen, parochiehuis, school en pastorie.

In de vroege ochtend van 22 mei 1944 stort een vliegtuig neer en ontploft een bom nabij de Tol. De boerderij van P. van der Linden en de dubbele woning, bewoond door J. Koster en Th. Baars, gaan in vlammen op. De boerderij van W. Bulsink wordt vernield. De woningen van B. ten Braak en wed. Koster worden onbewoonbaar. Met hulp van de parochie Wehl is een bedrag van 3000 gulden bijeengebracht voor het lenigen van de eerste noden. Zes piloten vinden op het kerkhof een rustplaats. Op bevel van de Wehrmacht krijgen ze een begrafenis zonder militaire eer, zonder kerkelijke plechtigheden. De graven waren tevoren echter al gezegend en de liturgische gebeden waren verricht.

Begin september 1944 wordt kapelaan Veenhuis benoemd in Kilder. Op de eerste reis naar 's-Heerenberg wordt hem de fiets afgenomen.

Op 25 september 1944 stort een Duitse jager neer op het terrein van A. G. Welling (bij molen). Intussen is de tijd gekomen van de algemene tewerkstelling. De intocht van de geallieerden in het zuiden van ons land heeft niet alleen de bevrijding van enkele gebiedsdelen tot gevolg, maar ook een niets ontziende furie van de Duitsers in het nog bezette gebied.

In de haast moeten verdedigingswerken worden aangelegd en daarom komt er een algemene oproep voor tewerkstelling. Zondags wordt om 6 uur de eerste H. Mis gelezen om de werkers in staat te stellen deze bij te wonen. Tegen 8 uur trekken ze er op uit, met kar en paard, met de fiets. In de omgeving worden ze aan het werk gezet of verder weg, in het nòg gevaarlijker gebied.

Op 2 oktober 1944 worden twee parochianen, Jan Mijnen en Hein Thuis, voor de Todt op weg naar Groessen, dodelijk getroffen.

In de week van 15 tot 22 oktober 1944 evacueert de Betuwe. Ongeveer 338 personen uit Gendt, Kekerdom, Groesbeek, Mill, Leuth, Pannerden en Duiven worden ondergebracht in de parochie. Ook 'n droeve stoet van evacués uit Siebengewald en Gennep komt Kilder binnen en vraagt tijdelijk verblijf. In dezelfde tijd worden de school en het parochiehuis bezet door zo'n 200 mannen, hoofdzakelijk uit Rotterdam, die hier moeten werken voor de Wehrmacht. Ze zijn bij razzia's opgepakt, omdat ze niet naar Duitsland wilden gaan werken.

Van 24 tot 26 oktober 1944 bezetting van de pastorie door de SS. De pastorie is verplaatst naar de woning van de dames Thuis. Op 27 oktober huiszoeking in de pastorie, naar het heet naar wapenen. Dit onderzoek is in de nacht gevolgd door diefstal van enige flessen wijn door Duitse soldaten.

23 November 's nachts half twee worden twee Duitse soldaten betrapt bij een poging tot inbraak in de pastorie. De volgende morgen worden de kaarsen van het hoofdaltaar geroofd.

Op 20 december 1944 doen de bisschoppen een beroep op de boerenbevolking, om het noodlijdend deel van de bevolking te helpen en te redden van de hongerdood.

Kerstmis 1944 waren er twee nachtmissen, wegens het grote aantal evacués en tewerkgestelden. Na de tweede nachtmis vinden de Rotterdammers een gul kerstontbijt bij de parochianen. Hierna vertrokken de Rotterdammers gepakt en gezakt richting Duitsland. Zouden ze ooit terugkomen? In het Bonifatiushuis in 's-Heerenberg wordt 'n noodziekenhuis ingericht.

1945

6 januari 1945: Als gevolg van een aanval vanuit de lucht op een paard en wagen worden de kleuters Theo van Londen, Johan van Londen en Frans Veenes gewond.

In februari 1945 trekken de geallieerden via het Reichswald naar de Nederlandse grens. Op 13 februari vallen de eerste granaten langs de grens bij 's-Heerenberg en Stokkum. In de kelders van Huis Bergh en het klooster van de Witte Paters in 's-Heerenberg vangt men 150, resp. 1000 evacués op.

Vrijdag 23 februari 1945: een V1 die zijn doel niet bereikt valt neer en richt schade aan de woning van W. Evers en Ant. Smeenk aan. Gevaar dreigt nu van alle kanten, van de vijanden op de weg, van de vrienden in de lucht.

Zondag 4 maart beloven de Kilderse parochianen aan de Moeder van Bijstand dat ze na de oorlog een groots Mariabeeld zullen plaatsen bij de kerk.

Bij het bombardement van Doetinchem op donderdag 21 maart wordt Maria Lucassen uit Kilder het slachtoffer.

Op Palmzondag 1945 is het granaatvuur zo hevig dat de pater, die de preek zou verzorgen, de reis niet aandurft. Op Goede Vrijdag, zijn Megchelen en Netterden bevrijd, Zaterdagnacht: de granaten fluiten en de mensen schuilen in de kelders. De woningen van onder anderen G. Welling (nu Toon Visser) en H. Lucassen worden vernield, maar er vallen geen slachtoffers. Eerste Paasdag 's middags drie uur komen de eerste Canadezen, om de bevrijding aan te kondigen. Maar rustig is het nog niet, want Hendrik Spronk wordt door een granaat dodelijk getroffen. Om half zes trekken de bevrijdingstroepen het dorp binnen. Kilder is vrij. Het is Pasen, 1 april 1945.

De Kilderse jongens keren nu behouden uit Duitsland terug. Op 29 mei viert Kilder de bevrijding, maar een domper op het feest is het noodlottig ongeval op 25 mei, dat aan de kinderen Gerard en Theo Hartjes het leven kost, doordat zij met munitie spelen. Op 5 mei is het hele land bevrijd. De evacués vertrekken. De Rotterdammers moeten zien thuis te komen.

Op 1 april 1945 sneuvelden op de Zeddamseweg twee van onze bevrijders: de Canadezen E.J. Pullen en sgt. Duggan. Ze werden tegenover Aleven, elk in een eenmansgat in de wegberm. begraven. Kort nadien, tijdens een eenvoudige plechtigheid ter plekke, werd door meester Hein Lanke vol emotie een In memoriam uitgesproken en legden Hent Heitink en Hent van de Boom namens de Kilderse bevolking een krans op de graven. Enige tijd later zijn de stoffelijke resten overgebracht naar een Canadees militair kerkhof.