Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Organisation Todt

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Inleiding

Todt261.jpg
De Organisation Todt was in Nazi-Duitsland een op militaire leest geschoeide bouworganisatie. Ze was in 1938 opgericht door Fritz Todt, aan wie de Todt of OT haar naam dankte. De OT heeft op zeer grote schaal bunkers en andere verdedigingswerken gebouwd in Duitsland en de bezette gebieden. Vanaf 1942 werden ook dwangarbeiders ingezet, waaronder krijgsgevangenen en gevangenen uit concentratiekampen.

Aan het eind van de oorlog werden ook gewone burgers gedwongen mee te werken aan de bouw van verdedigingswerken. Zoals de lastgeving en de proclamatie op deze pagina laten zien, heeft NSB-burgemeester Pinkster van Bergh hieraan meegewerkt. Met deze dwangmaatregel schonden de Duitsers het internationale volkenrecht.

Het ging bij deze verdedigingswerken niet meer om betonnen bouwsels, maar om loopgraven, mangaten, tankvallen en tankgrachten, mitrailleursnesten en dergelijke. Hiervan is het een en ander te zien op luchtfoto's uit die tijd. Voor de versteviging van deze stellingen werd er op grote schaal hout gekapt in het Bergherbos. Vanwege de aard van hun werk of door de manier waarop de OT-werkers zich verplaatsten of werden vervoerd, zijn zij door piloten van geallieerde jachtvliegtuigen vaak aangezien voor Duitse militairen en beschoten.

OT-werkers van elders in Bergh

Blijkens deze oproep in het Kerkblad voor Bergh van 20 juli 1945 zijn sommige OT-werkers onverwacht of overhaast vertrokken.

OT-werkers in Bergh waren veelal dwangarbeiders uit andere delen van Nederland. Zij werden gehuisvest in onder andere de scholen in Kilder en Beek, en in de zaal van Brugman tegenover de kerk in Wijnbergen. Laatstgenoemden werkten aan de egelstelling bij de Kemnade. In Zeddam waren dwangarbeiders ondergebracht in iets wat de Duiventil werd genoemd.

Zieke OT-werkers uit de omgeving van Bergh werden in het Patersklooster en in het ziekenhuis verpleegd. Hierbij waren ook dwangarbeiders die aan de Duitse kant van de grens te werk waren gesteld, waaronder die in Kamp Rees ondergebracht waren.

Uit het Kerkblad voor Bergh van 31 augustus 1945

Bij een razzia op 24 oktober 1944 waren 7.000 mannen uit Enschede opgepakt en naar Bergh en de omgeving van Emmerik gestuurd om daar te werken. Kort na de oorlog betuigden deze dwangarbeiders in het Kerkblad voor Bergh hun dank voor de hulp die zijn van de inwoners van Bergh hadden mogen ontvangen. Zo verscheen op vrijdag 31 augustus 1945 nevenstaande dankbetuiging van een groep Enschedeërs die in Loerbeek ondergebracht was geweest. Zij noemden zich Westwalarberiders. De Westwall was de Duitse verdedigingslinie die van de Zwitserse grens tot voorbij Kleef liep. Hieraan werd tot in 1945 gebouwd.

Uit het Kerkblad voor Bergh van 28 december 1945

Op 24 december 1945 overhandigden vijf afgevaardigden namens duizend voormalige Enschedese dwangarbeiders een oorkonde als dank voor de verpleging en hulp die zij in het ziekenhuis van 's-Heerenberg hadden ontvangen. Dit gebeurde in aanwezigheid van onder meer dokter Dael en de moeder overste van het ziekenhuis (die meerdere levens hadden gered), de pastoors Horsthuis en Spruyt, en dr. Jan van Heek. In een lang verslag in het Kerkblad van 28 december stond een beschrijving van de oorkonde.

OT-werkers uit Bergh


Proclamatie van 17 oktober 1944 met de namen van de gijzelaars uit de gemeente Bergh.

Mannen uit Bergh moesten vanaf oktober 1944 OT-werk doen in de omgeving van Zevenaar. Per omroepwagen en via aanplakbiljetten werden zij door de SS opgeroepen zich te melden. De opkomst was echter te gering, ook toen de leeftijdsgroep werd opgerekt van 15-50 jaar naar 15-60 jaar. Als tegenmaatregel heeft de SS toen een aantal mannen in gijzeling genomen. Hun gijzelname en hun namen werden per aanplakbiljet bekend gemaakt. Hierop meldden zich wel genoeg werkers aan. Later is de organisatie van het OT-werk overgegaan van de SS naar de gemeente, zodat ieder in zijn eigen woonplaats kon blijven.

De gijzelaars uit 's-Heerenberg waren:

  • W.G. Erdhuizen
  • W.J. Gilsing
  • J.H. van Halteren
  • G. Knot
  • F.A. Menting
  • J.S. Ophuizen
  • Th. Raben
  • H.F. Wennekes

uit Stokkum:

uit Zeddam:

uit Braamt:

  • J. Tervoert

uit Beek

uit Vinkwijk

De twee Kilderse gijzelaars hebben zich volgens 100 Jaar "Sint Jan" Kilder verborgen gehouden:


In het hoofdstuk Spitten - September 1944 beschrijft G.J. Lemereis de omstandigheden in Zevenaar. (Boek: Met de moed van de angst). Lemereis was er samen met notaris Veenstra, bakker Hukker, schilder Abbink uit Zelhem, klompenmaker Bulterman en de landbouwers Wolsink uit de Heidenhoek en Schieven en Ter Maat aan de Halse kant in de gemeente Zelhem. "Tegen half acht kwamen we in Zevenaar aan, waar we onze ligplaats konden klaarmaken op het stro van de garage bij het hotel Wielerrust. Dat zou ons verblijf zijn. Een club van negen personen uit Lobith, die de vorige avond was aangekomen, ontving ons hartelijk en zorgde voor warm eten." De groep uit Zelhem kreeg gereedschap om op het dichstbijzijnde Joden-kerkhof een kuil te graven van 3 bij 2 m en 3 m diep.

Lemereis noemt ook een hotelhouder uit Zeddam die erg doof was en een al wat oudere notaris uit 's-Heerenberg "die zo rustig sliep alsof hij thuis in zijn bed lag."

Bronnen