Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Paasbult

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Waar nu in Stokkum het terrein ligt van de hondenclub, was enkele tientallen jaren geleden nog een hoge zandbult, die de naam De Paasbult droeg. Het lag tegenover het huis van de bekende toenmalige boswachter Hendrik Gerritsen. Dit oude boswachtershuis is inmiddels afgebroken. De familie Hendriksen, die tot begin jaren 90 de aangrenzende camping Brockhausen runde, woont in een huis dat in de jaren 70 op enkele tientallen meters van het oude boswachtershuis werd gebouwd.

De Paasbult maakte deel uit van de rij zandduinen die van Elten tot Stokkum aan weerskanten van de Eltenseweg getuigen van de natuurkrachten uit de ijstijd, die ook de Hulzenberg en Eltenberg hebben opgestuwd. De Paasbult is geleidelijk afgegraven voor zandwinning. In de jaren vijftig was het al een vrij steile helling, die steeds verder afkalfde. Men kon vanuit het bos daarboven in het mulle zand springen, enkele meters diep. Dat was niet helemaal ongevaarlijk. Op zomerse dagen kon het er nogal druk zijn en kon iemand dus op het hoofd gesprongen worden. Ook liepen spelende kinderen de kans door een zandlawine bedolven te worden. Helemaal gevaarlijk was het, als kinderen grote gaten in de helling groeven en daarin probeerden te kruipen. Wonderwel zijn er nooit ernstige ongelukken voorgekomen. Het was een geliefd speelterrein voor de schooljeugd en op warme dagen trokken leerkrachten en leerlingen van de Stokkumse kleuterschool er heen met emmertjes en schepjes.

Wat de naam betreft is het opmerkelijk, dat ook plaatsen in de omgeving, waar heuvels bij liggen, hun Paasbulten hebben. In Zeddam en Terborg bijvoorbeeld, waar men ze trouwens Paasberg noemt. Zo zijn er tientallen aan te wijzen, steeds dicht bij bewoning gelegen. De naam zal verband houden met de vroegere traditie om op heuvels vuren te stoken. Deze paasvuren moesten tot ver in de omtrek gezien worden, vandaar de hoge plek. Oudere Stokkummers kunnen het zich echter niet meer herinneren.

De benaming Paasbult is al zeker enige eeuwen oud. Al in de verpachting van de jaren 1835 tot 1843 van de "gemeente Stokkum" , de voorloper van het Sint Oswaldusgilde, lezen we over "een hofstede agter de Paasheuvel, pagter N. Bronkhorst, borge Heren van Uum". Het betreft hier het huis waar later de familie Kroesen woonde, nu Paul Kuster. Behalve van het stoken van een paasvuur kan de naam ook ontleend zijn aan een voormalig gebruik van de jeugd, namelijk het zogenaamde "eieren tulen". Hardgekookte paaseieren lieten de kinderen van de heuvel af rollen door een hiervoor gegraven gootje. Onderaan legden ze een handjevol mos, zodat het ei heel bleef. Het ging erom zoveel mogelijk eieren in één worp zonder stagneren beneden te krijgen. De paasheuvel of paasbult was eigendom van Houthandel Van Uhm, die deze in de jaren zestig liet ontgronden. Vrachtwagens reden af en aan om het zand af te voeren en een dragline hapte steeds verder in de zandhelling. Omwonenden herinneren zich dat uit het afgegraven zand nog enkele slapende slangen te voorschijn zijn gekomen. In de jaren zeventig was er een plan om ook de heuvel de Slangenbult, waar later de campnig naar vernoemd werd, te laten ontgronden. Maar het natuurbewustzijn was inmiddels dusdanig, dat er van alle kanten verzet rees, waar de provincie zich tenslotte bij aansloot.