Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Seegers-Klarenaar, Mimi

Uit Berghapedia
Versie door Verre neef (overleg | bijdragen) op 22 nov 2016 om 18:09 (cat)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Mimi Seegers-Klarenaar uit 's-Heerenberg was op 10 juli 2013 voor controle bij de uroloog. Wat zij daar te horen kreeg, zette haar ertoe aan te vertellen wat zij als klein meisje aan het eind van de Tweede Wereldoorlog had meegemaakt.

Mimi is een dochter van Joseph Klarenaar uit 's-Heerenberg en Bernardina Christina Maria Dijker uit Azewijn. Haar tante Hendrika Maria Dijkman-Klarenaar is kort na de hieronder volgende gebeurtenis door granaatscherven om het leven gekomen.



In maart 1945 (ik was toen vijf jaar) moest ik met mijn moeder vlees brengen, (slagerij Klarenaar), naar het Gerardus Majella-klooster in Zeddam over de Drieheuvelenweg.

Terwijl we de laatste heuvel afliepen kwam er een granaataanval van de Duitsers. We werden beiden geraakt. Mijn moeder werd dwars door een voet geschoten en zij viel voorover met haar gezicht in het fijne grind (er was toen nog geen asfaltweg natuurlijk). Moeder had haar hele gezicht vol kleine steentjes. Er waren ook nog twee mannen bij ons in de buurt en die droegen ons naar de toenmalige veranda van "het Tolhuis" in Zeddam.

De twee mannen (een heette er Bouwman) waren zo bang dat ze op hun buik voor een grote kast gingen liggen. Ons hadden ze op stoelen gezet tegen de binnenmuur aan. Op een gegeven moment vond mijn moeder dat ik er zo witjes uitzag. Ik vertelde haar toen dat ik zoˈn pijn in mijn rug had. Ze tilde mijn jas op en zag tot haar grote schrik dat ik helemaal onder het bloed zat. Ze hadden mij rakelings langs de longen geraakt met een granaat en aan mijn rechterbovenbeen had ik een grote wond met een stuk granaat erin.

Mijn moeder is in ˈs-Heerenberg naar het toenmalige ziekenhuis (St. Theresia Stichting) gebracht en men heeft mij naar het ziekenhuis in Doetinchem gebracht. Hoe ik daar gekomen ben weet ik niet meer, omdat ik toen het bewustzijn ben verloren.

Daar heb ik toen enkele weken gelegen en bij elke hoorbare luchtaanval vloog ik het bed uit en ging naast de deur staan. Dat mocht natuurlijk niet en toen heeft men mij vastgebonden. Ik zou toen ook een ernstige nierbloeding hebben gehad en mijn ouders vreesden voor mijn leven!

Ik ben opgehaald uit het ziekenhuis met een door mijn vader gehuurd koetsje met koetsier. Mijn vader en onze toenmalige dienstbode (Diny Koops, nu 92 jaar) zaten bij mij in het koetsje, omdat ik vreselijk bang was en trilde als een rietje. Ook mijn vader en Diny waren vreselijk bang. De luchtaanvallen hielden maar niet op. Daardoor moest de koetsier zijn weg in het donker zien te vinden.

Dat ik één granaatscherf in mijn lichaam had wist ik, maar toen ik op 10 juli 2013 voor controle bij de uroloog kwam (ik had nierbekkenontsteking en nierstenen en die moesten eruit) ontdekte hij nog een granaatscherf. Netjes ingekapseld, tussen de lever en de nier, zodat hij er nog steeds in zit. Misschien heb ik nog wel meer oorlogssouvenirs, maar omdat er nog geen röntgenfoto's van mijn hele lijf zijn gemaakt, weet ik dat niet.