Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Wellink, Everhardus Johannes Alphonsius

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Geboren in 's-Heerenberg

Ewald Wellink - Frater Barontius OFM
Aalmoezenier Wellink

Everhardus Johannes Alphonsius Wellink werd geboren te 's-Heerenberg op 27 mei 1911. Zijn roepnaam was Ewald en hij was het derde kind van Johannes Wellink en Aleida Wilhelmina Hendrika Egging. Zijn vader (geboren in Didam) was bij Ewalds geboorte rijksveldwachter in Angerlo, Zijn moeder kwam uit 's-Heerenberg, waar zij, zoals dat in die tijd wel meer gedaan werd, naar haar ouderlijk huis ging om te bevallen. In november 1912 werd Ewalds vader overgeplaatst naar Gendringen, waar nog zes broers en zussen werden geboren.

Frater Barontius in Nederland

Ewald trad in 1934 toe tot de orde der Minderbroeders Franciscanen. Bij zijn priesterwijding op 23 maart 1941 in Weert ontving hij de kloosternaam Barontius. Drie weken later, op eerste paasdag 13 april, droeg hij in de Sint Walburgiskerk in Arnhem zijn eerste Heilige Mis op.

Hij werkte vervolgens op het gymnasium van de Franciscanen in Venray en daarna als zielzorger in Den Haag en Delft. In deze en latere functies toonde hij zich een bezielende priester en persoon die de mensen en het verenigingsleven, jong en oud, wist te inspireren en te activeren. Hij was met name een praktisch ingestelde persoonlijkheid.

Na zijn tijd als leraar in Venray was hij tot omstreeks 1955 directeur van het Clubhuis de Boskant in Den Haag. Hij vond het werk in deze sociaal arme buurt moeilijk, maar prachtig. Hij werkte er samen met één vaste kracht, een maatschappelijk werkster, en daarnaast zo'n vijftig vrijwilligers.

In deze tijd ging Ewald na een gesprek met de provinciaal van de Franciscaner Orde (het hoofd van de Nederlandse Franciscanen) tevens als legeraalmoezenier werken. Hij kreeg de rang van majoor en onder legernummer 11.05.27.017 was hij als "aalmoezenier vakopleiding" actief bij de Oranje-Nassaumijnen in Zuid-Limburg (bij de ON I, III en IV in Heerlen en de ON II in Schaesberg). Hij gaf daar godsdienstles aan een groep jongeren die opgeleid werden tot mijnwerker.

Om te weten hoe het er in de mijnen aan toeging, ging hij af en toe de mijnen in zonder dat de mijnwerkers – de hoofdingenieur uitgezonderd – het wisten. De mijnwerkers zeiden dan tegen hem: "Je bent geen echte mijnwerker, want dat kun je aan je handen zien", of: "Je bent misschien journalist", of: "Je bent er veel te vroom voor" ( aldus Ewald in 2006). Hij deed dan aan alles mee, en stond zich dus ook samen met de anderen naakt in de kleedruimte te wassen na een dag werken in de mijnen.

Na de Boskant aanvaardde Ewald in overleg met de provinciaal omstreeks 1955 eenzelfde functie bij het Verenigingsgebouw Caminada aan de Raamstraat in Delf. Dit buurthuis heeft hij financieel weer gezond gemaakt door het onder meer te verhuren voor partijen, bruiloften en dergelijke. Na tien jaar, op 23 juni 1965, vertrok hij naar Duitsland om zich te gaan wijden aan "de echte zielzorg", zoals hij dat destijds zelf beschreef.

Frater Barontius in Duitsland

Zijn vertrek naar Duitsland volgde op een verzoek van de provinciaal van de Duitse Franciscanen in Düsseldorf. Die zocht iemand voor de functie van superieur (overste) van het klooster in Mörmter bij Xanten. Ewald werd als zodanig benoemd en kreeg daarnaast de taak van vertegenwoordiger van de Nederlandse Franciscanen in Duitsland.

Daarnaast werd hij benoemd tot pastoor van Wardt, een stadsdeel van Xanten. Hij woonde daar in de pastorie, waar hij in 1966 Johanna Reinders aanstelde als huishoudster. Zij bleef dit veertig jaar lang, tot Ewalds dood in 2006.

Al op 16 september 1965 had hij op naam van "Everhardus Wellink" zijn Duitse rijbewijs, maar pas op 25 november 1977 kreeg hij een permanente verblijfsvergunning, toen zijn Aufenthaltserlaubnis unbefristet verlengd werd.

Ewald was 59 jaar toen hij op 19 oktober 1970 werd benoemd tot pastoor van de St. Georgparochie in Hüthum. Hij bracht daar – aldus de annalen – een frisse wind mee. Tien jaar later werd hij pastoor in Praest. Er is nog een mooi houten bord dat hij van de Schuttersvereniging Hüthum-Borghees kreeg bij zijn afscheid als Präses van die vereniging.

In Praest was tot juli 1985, waarna hij vertrok naar Niedermörmter bij Kalkar. Tot 1986 bleef hij nog wel Präses van de schutterij in Praest, waarna pastoor Willy Bienemann hem opvolgde. Na negen jaar Niedermörmter ging Ewald in 1994 met emeritaat. Hij was toen 83 jaar en keerde terug Praest, waar hij een woning tegenover zijn oude pastorie betrok. De naam Barontius liet hij toen vallen. "Deze kloosternaam is weg", schreef hij toen.

Ewald overleed op 27 november 2006 thuis in Praest. Daar heeft hij de laatste week van zijn leven mogen doorbrengen, nadat hij een periode in het ziekenhuis in Emmerik was verpleegd. Hij is 95 jaar oud geworden. Tot het laatste moment was hij geestelijk nog geheel bij de tijd. Zijn naamgenoot en neef (oomzegger) Ewald Wellink jr. heeft hem in zijn laatste dagen begeleid.

Als Franciscaan had hij – volgens de evangelische armoede – geen eigen bezittingen: alles behoorde toe aan de Orde. Wat hij aan "bezittingen" had heeft zijn neef in overleg met de Franciscaner Orde toegewezen aan zijn huishoudster Johanna Reinders. Zij was gedurende al zijn jaren in Duitsland zijn trouwe hulp en bijstand, ook in het parochiële werk. In haar laatste jaren kon zij zich op Ewald jr. verlaten. Zij overleed in 2012.

Bronnen