Bijdragen aan Berghapedia? Klik hier om je aan te melden !

Berg, Carolus Johannes van den

Uit Berghapedia
Versie door Verre neef (overleg | bijdragen) op 15 jan 2022 om 16:50 (aanvulling internetingskaarten)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Carolus Johannes van den Berg was KNIL-militair. Hij werd op 13 november 1920 geboren in 's-Heerenberg als jongste van de elf kinderen van Johannes Hermanus van den Berg en Helena Karolina Johanna Schwab. Zijn vader werd op 5 februari 1882 geboren in Oberhausen en overleed in Emmerik op 28 mei 1921, nog maar 39 jaar oud. Zijn moeder werd op 5 februari 1885 geboren. Als haar geboorteplaats worden in het bevolkingsregister zowel Rotthausen (nu een deel van Gelsenkirchen) als Stoppenberg (een deel van Essen) genoemd. Zijn ouders hadden allebei familie in 's-Heerenberg, en vestigden zich daar in 1907 met hun twee oudste zoons, die nog in Emmerik waren geboren.

Nederlands-Indië

Voor de Tweede Wereldoorlog

Op 12 januari 1939 heeft Van den Berg zich in Aalsmeer aangemeld bij het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) voor een verbintenis van vijf jaar. Na een proeftijd van ruim twee maanden werd hij op 27 maart geschikt bevonden voor uitzending. Hij kreeg die dag een premie van honderd gulden uitbetaald.

Op 22 april 1939 is hij met het vrachtschip Tosari van Rotterdam naar Nederlands-Indië vertrokken. De aankomst in Batavia was op 22 mei. Intussen was hij op 12 mei 1939 uitgeschreven uit het bevolkingsregister van de gemeente Bergh, waar hij tijdens zijn opleiding in Aalsmeer officieel nog woonde.

In Nederlands-Indië werd hij gelegerd in Malang op Oost-Java als soldaat van de motortransportdienst, dat toen nog een onderdeel van de genie was. In september 1941 werd de motortransportdienst een zelfstandig onderdeel van het KNIL onder de naam Militaire Motordienst (M.M.D.).

In de Tweede Wereldoorlog

In januari 1942 viel het Japanse leger Nederlands-Indië binnen, waarna het KNIL op 8 maart capituleerde. Op diezelfde dag werd Van den Berg krijgsgevangen genomen in Bandoeng op West-Java.

De Japanners legden van al hun krijgsgevangenen een interneringskaart aan. Van den Berg heeft er om een of andere reden twee, met nagenoeg dezelfde informatie. Zijn rang staat erop vermeld als soldaat M.M.D. In het veld Destination of Report staat als contactadres H. v.d. Berg, Montferlandseweg B 480, 's-Heerenberg. Deze persoon was waarschijnlijk zijn zus Helena Hendrika (geboren in 1912). Met de straat zal de Montferlandsestraat bedoeld zijn. De kaarten vermelden ook dat Van den Bergs stamboeknummer (zoals een leger- of registratienummer bij het KNIL heette) 95248 was. Het nummer 82144 in het veld Remarks is pas na 1955 door de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen toegevoegd.

Op de interneringskaarten staat de naam van Van den Bergs vader niet vermeld; waarschijnlijk omdat hij al in 1921 was overleden. Zijn moeder staat vermeld met de achternaam van haar tweede man; Hendrikus Lambertus Vink.

De landen en de kampen waar de betreffende militair gevangen heeft gezeten, staan op de kaarten met stempels vermeld; de landen in de linker- en de kampen in de rechterbovenhoek. Het doorgestreepte stempel 爪哇 linksboven op Van den Bergs kaarten betekent Java, het doorgestreepte stempel II rechtsboven betekent krijgsgevangenkamp № 2.

Krijgsgevangenenkamp № 2 lag in Tjilatjap (nu Cilicap) op de zuidkust van Java, maar werd in februari 1943 opgeheven. De ongeveer 4800 krijgsgevangenen werden kort voordien overgebracht naar Thailand () om er als dwangarbeider aan de Birma-spoorweg te werken. Van den Berg behoorde tot een groep die op 20 januari werd afgevoerd.

Hij kwam terecht in het Thaise krijgsgevangenenkamp № 6 (VI), dat lag aan het traject van de aan te leggen spoorlijn. Het was op 21 januari 1943 opgericht in Kinsayok, maar werd in maart 1943 verplaatst naar Hindato. Vandaaruit werkten de gevangenen aan een deeltraject van enkele tientallen kilometers. In december 1943 was de spoorlijn klaar en werd het kamp omgenummerd in № 1 (I). De gevangenen werden toen ingezet voor het onderhoud van de spoorlijn. Dit was nodig omdat geallieerde bommenwerpers regelmatig aanvallen uitvoerden. Daarbij maakten ze veel slachtoffers onder de dwangarbeiders, want hun kampen lagen vlak langs de spoorlijn.

Van den Berg heeft de voltooiing van de spoorlijn echter niet meer meegemaakt. Op 21 februari 1943 kreeg hij acute enteritis. Deze ziekte wordt opgegeven als oorzaak van zijn overlijden op 1 maart 1943 om tien over een 's middags. We kunnen echter gevoeglijk aannemen dat de erbarmelijke leefomstandigheden mede aan zijn dood hebben bijgedragen.

Die dag en de avond tevoren waren nog vier Nederlandse krijgsgevangenen overleden. De vijf overledenen — met Van den Berg als enige katholiek — werden 's avonds om zes uur door de legerpredikant J.C. Hamel (1913-1979) begraven in Rintin. Hamel sprak daarbij over Psalm 130:1-8: Uit de diepten roep ik tot U, o Here.

Van den Bergs nagelaten persoonlijke bezittingen bestonden uit een spiegel, een kam en een identiteitsplaatje. Deze voorwerpen zijn in juni 1946 overgedragen voor verzending aan zijn naaste verwanten. Het contactadres was weer H. v.d. Berg, Montferlandseweg B 480, 's-Heerenberg.

Later is Van den Berg herbegraven op het Kanchanaburi War Cemetery in Thailand, vak 5, rij C, graf 24. Op ditzelfde ereveld liggen begraven J.B. van Bergen, W.A. Derksen, W.H. Moerkes en C.A. Wennekes.

Van den Bergs naam wordt vermeld:

Een van de twee Japanse interneringskaarten van
Carolus van den Berg
De vermelding van Van de Berg op blz. 13 van de Erelijst van gevallenen 1940-1945.

Klik op de afbeeldingen voor een vergroting
Van den Bergs grafsteen op Kanchanaburi in 2013.
Foto: Simone Pas
Van den Bergs KNIL-stamboekgegevens


Bronnen