Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Galliéris, Christianus Gerhardus Jacobus Josephus de

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Inleiding

Christiaan de Galliéris was een Nederlandse officier die de Belgische Revolutie heeft meegemaakt.

Hij werd op 27 oktober 1799 gedoopt in Nottuln, een plaats ten westen van Münster in Westfalen, als zoon van Nicolaas Cornelis de Galliéris en Antoinette baronesse von Wrede. Met zijn ouders en zusters heeft hij vanaf 1830 (officieel althans) in 's-Heerenberg gewoond, in een kapitaal pand waar nu de Pancratiuskerk staat.

De Tiendaagse Veldtocht

Vader en zoon De Galliéris gewond bij Leuven, 12 augustus 1831.
Gemeentearchief Breda
Fragment uit een verslag gepubliceerd in de Bredasche Courant van 16 augustus 1831, dat de Prins van Oranje op de avond van 12 augustus in zijn hoofdkwartier te Tienen schreef aan zijn vader, koning Willem I. De genoemde kapitein Van Stirum was naar Leuven gestuurd om te achterhalen waarom er vanuit die stad op de Nederlanders was geschoten.

Christiaan was net als zijn vader militair. Ten tijde van de Tiendaagse Veldtocht van 1831 was hij luitenant-adjudant van zijn vader, die commandant was van de Afdeling Kurassiers No. 9.

Op 12 augustus stonden de Kurassiers met andere Nederlandse eenheden voor Leuven, waar onderhandelingen gaande waren om de Belgische troepen in de stad tot overgave te bewegen. Tijdens deze onderhandelingen opende de Belgische artillerie onverwacht het vuur op de Nederlandse troepen, die nergens op voorbereid waren. Aan Nederlandse zijde vielen meerdere doden en gewonden, ook onder de paarden. Christiaan de Galliéris en zijn vader raakten beide zwaargewond aan een been.

Zij zaten te paard en stonden zo dicht bij elkaar dat hun benen raakten. Het noodlot wilde dat er een kanonskogel precies tussen hun paarden door vloog, maar de berichten uit die tijd spreken elkaar tegen over wie zijn linker- dan wel rechterbeen moest missen. Over Christiaan werd ook gemeld dat alleen zijn voet geraakt zou zijn. Hoe dan ook, beide werden onmiddellijk uit de vuurlinie weggedragen. Een van de soldaten die Christiaan wegdroegen is zelfs met naam en toenaam bekend; het was de flankeur J.A. Keller van de 1e compagnie van het 1e bataljon van de 17e Afdeling Infanterie.

De commandant van de Belgische troepen in Leuven bood voor het gebeurde zijn verontschuldigingen aan, die door de Nederlanders werden geaccepteerd. Het bleek dat een Belgische kapitein op eigen houtje bevel tot vuren had gegeven. Hij had daarmee gereageerd op voor hem verdachte troepenbewegingen aan Nederlandse zijde. Deze hadden door vertragingen in de Nederlandse bevelstructuur inderdaad nog plaatsgevonden, hoewel de onderhandelingen al begonnen waren.

De verwondingen van Christiaan en zijn vader waren van dien aard dat zij in België moesten achterblijven. Waarschijnlijk werden zij samen met andere zwaargewonden verpleegd in Tienen, ten oosten van Leuven, waar het Nederlandse leger zijn hoofdkwartier had gehad. In Nederland had men echter geen zekerheid over hun verblijfplaats. Toen bericht ontvangen werd dat er op 29 september tussen Wuustwezel en Zundert zeventien gewonden over de grens gebracht zouden worden, werd direct vermoed dat Christiaan en zijn vader hier bij zouden zijn. Misschien was dat bij vertrek uit Tienen wel zo, maar zij kwamen op 30 september onder begeleiding van een Belgische officier aan in Eindhoven. Met een kunstbeen werden beide nog geschikt bevonden voor de militaire dienst.

Nog tijdens zijn verblijf in België, op 31 augustus 1831, werd Christiaan de Militaire Willemsorde vierde klasse toegekend.

Terug in Nederland

Bericht over de begrafenis van Christiaan de Galliéris in de Arnhemsche Courant van 12 oktober 1837

Na terugkeer in Nederland bleef Christiaan officieel in 's-Heerenberg wonen, maar het is niet waarschijnlijk dat hij daar veel geweest is.

Op 18 oktober 1831 kwam hij met zijn vader in Den Haag aan, en is daar vermoedelijk de hele winter geweest om te herstellen. In mei 1832 werd hij eervol ontheven van zijn functie van luitenant-adjudant van de Afdeling Kurassiers No. 9 en als 1e luitenant ingedeeld bij een der eskadrons van het korps. In juli 1832 vroeg hij samen met zijn vader toestemming van de regering om voor verder herstel naar Kleef te reizen. Het ligt voor de hand dat hij daar inderdaad heeft gekuurd, want zijn vader is in 1832 aantoonbaar in Kleef geweest.

In november 1832 werd hij bevorderd tot ritmeester der 2e klasse titulair. In oktober 1836 werd hij voor tweederde op non-actief gesteld. Op 4 oktober 1837, kort voor zijn 38e verjaardag, overleed hij onverwacht aan een beroerte in Den Haag. Daar werd hij op 9 oktober met militaire eer begraven. In 's-Heerenberg, nog altijd zijn officiële woonplaats, werd zijn overlijden op 12 december bij de burgerlijke stand ingeschreven.

Met hem was het geslacht De Galliéris, dat de Nederlandse Staat meer dan drie eeuwen gediend had, in de mannelijke lijn uitgestorven.

Onderscheidingen

Bronnen

Opmerking: Zoeken naar gegevens over De Galliéris in online bronnen wordt bemoeilijkt door de vele spellingen die er van deze naam in omloop zijn. De Berghapedia gebruikt de variant die in de Berghse geschiedschrijving gangbaar is: De Galliéris.
Andere aangetroffen spellingen zijn, al dan niet met het voorvoegsel de, in alfabetische volgorde:
Gaillères, Gaillieres, Gaillières, Galières, Gallieres, Gallières, Gallieris en Galliëris.
In nog niet onderzochte bronnen zullen allicht nog meer varianten voorkomen. Onderzoek in (scans van) originele oude bronnen kan bemoeilijkt worden door slechte leesbaarheid. Hierdoor kan de naam er uitzien als bijvoorbeeld De Gollieres.
Simpelweg googlen lijdt onder de vele foute spellingen van het Engelse woord galleries die er op internet voorkomen.