Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Interview met Herman Soeter

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Interview met Herman Soeter uit Stokkum


De inval

Mijn naam is Herman Soeter en ben in 1909 geboren in Stokkum. Daar woonde ik ook toen in 1940 voor ons land de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Ik was toen dus 31 jaar oud. Ik herinner me de nacht van 9 op 10 mei 1940 nog als de dag van gisteren. 's Nachts om 3.20 stond ik op omdat ik de kuikentjes moest controleren. Deze diertjes werden warm gehouden door een kachel en ik moest om de paar uur de kachel bijvullen. Zo ook om 3.20. Toen ik echter naar buiten liep kreeg ik de loop van het geweer van een Duitse soldaat op mijn borst gericht. Waarschijnlijk was deze soldaat, samen met nog een andere, een verkenningspatrouille. Gelukkig wist ik me uit de netelige situatie te redden omdat ik wat woordjes Duits kon spreken. Bij het ochtendgloren volgden groepen Duitse infanteristen die via de Linthorstbrug Stokkum inkwamen. Later hoorde ik dat er Poolse krijgsgevangenen met metaaldetectoren voor de Duitsers uitliepen om eventuele landmijnen, die in de berm van de weg konden liggen. moesten opsporen. De Duitsers zelf vonden dit werkje kennelijk te link. Bij 's-Heerenberg trokken op dat moment vele duizenden Duitse soldaten met veel vrachtwagens, tanks en kanonnen de grens over. Luid zingend marcheerden ze door de straten van 's-Heerenberg. In de lucht vlogen talloze Duitse vliegtuigen. Enige dagen later was Nederland verslagen en vluchtten de koninklijke familie en de Nederlandse regering naar Engeland. Vanaf nu was Nederland bezet.

De eerste oorlogsjaren

De eerste jaren van de bezetting kun je tamelijk rustig noemen; de mensen in Stokkum merkten weinig van de oorlog. In die tijd werden de Joodse mensen in ons land al wel gediscrimineerd door de Nazi's. Zij moesten een gele ster, de zgn. Davidsster, op hun kleding dragen en zij mochten niet in openbare gebouwen en parken komen. Omdat veel Joden al wel inzagen dat de maatregelen van de Duitsers steeds zwaarder zouden worden doken vele Joodse mensen onder. Sommigen van hen kwamen in Stokkum terecht. Ik heb zelf ook enige tijd een Joodse jongeman in huis gehad. Toen de situatie te gevaarlijk werd is hij vertrokken naar een plek waar men hem niet zo gauw zou kunnen vinden. Ik zelf heb al in 1936 in Emmerik gezien hoe een Joodse familie uit hun huis gezet werd. Dat was in de Huttenstraat in Emmerik. Waarschijnlijk zijn al die mensen later vermoord. Uit die periode van voor de oorlog herinner ik mij ook nog dat bijna elk gezin in Emmerik spaarde voor een Volkswagen. Hitler had elk Duits gezin namelijk een eigen auto beloofd. Maar vanwege de oorlog heeft niemand uiteindelijk zijn Volkswagen gekregen.

Nadat Duitsland in 1943 de slag om Stalingrad had verloren verhoogden de Duitsers de druk in de bezette gebieden steeds meer om tot overwinningen te komen. Omdat ze veel mensen nodig hadden om de Duitse industrie te kunnen laten draaien moesten vanaf januari 1943 alle gezonde mannen tussen de 18 en 45 jaar die in Nederlandse bedrijven niet strikt onmisbaar waren zich melden voor de Arbeidsdienst. Veel mannen doken daarom onder, vooral op het platteland. Enige jaren lang kwamen er iedere nacht mannen bij mij aan de deur die zich voor de Duitsers verscholen. De meesten van hen kwamen uit de grote steden en hadden er dus al een hele reis opzitten. Ik gaf ze dan wat melk en een snee brood en op de deel konden ze dan wat uitrusten. Dan kregen ze een landkaartje die een route naar Angerlo aangaf. Daar konden ze dan stiekem de IJssel over worden gebracht. De meesten van hen hebben tot het eind van de oorlog ondergedoken gezeten in Drenthe en Groningen. De landkaartjes kreeg ik van mensen uit 's-Heerenberg die lid waren van het verzet. Deze mensen probeerden op allerlei manieren de Duitsers dwars te zitten en de noodlijdende mensen in ons land zoveel mogelijk te helpen. Dit alles was zeer dapper werk want als de Duitsers je te pakken kregen werd je onherroepelijk doodgeschoten.

Aan de andere kant had je ook mensen die samenwerkten met de Duitsers omdat ze dachten dat ze er economisch beter van konden worden of sterk geloofden in de denkbeelden van de Nazi's. Deze mensen waren meestal lid van de N.S.B van Anton Mussert. De meeste Nederlanders zagen hen echter als landverraders en bleven trouw aan Oranje.

Naarmate de oorlog voortduurde en de Duitsers op alle fronten aan de verliezende hand waren trad de bezetter ook steeds harder op. Nadat de geallieerden in september 1944 de Slag om Arnhem hadden verloren begon in ons land de hongerwinter. Vrouwen uit de grote steden van ons land moesten bij de boeren om wat voedsel bedelen. Hun mannen waren ondergedoken of te werk gesteld in de Duitse industrie. Vooral in het Westen van ons land leden de mensen grote honger. Men at zelfs tulpebollen. Ook ikzelf heb veel mensen op zoek naar eten aan de deur gehad. De meeste boeren waren gul, sommige boeren echter wilden alleen eten afstaan in ruil voor sieraden of andere kostbaarheden.

Op 7 oktober 1944 werd Emmerik door de geallieerden gebombadeerd. Ik was op dat moment aan het werk in Netterden, in een weiland aan de Wetering. De kracht van de bommen was zo groot dat de stukken hout je om de oren vlogen. Binnen 40 minuten was heel Emmerik compleet verwoest. Ook hier stierven, net als bij bombardementen op andere Duitse steden, veel onschuldige slachtoffers onder de burgerbevolking.

De bevrijding

Toen de geallieerden naderden kwamen er in de gemeente Bergh veel evacués uit Noord-Limburg, de Peel en de Betuwe. Zij vonden onderdak bij het kasteel, het klooster en veel huizen en boerderijen in onze gemeente. Vanaf eind februari 1945 begon de Engelse en Canadese artillerie een zwaar bombardement op Elten en de gemeente Bergh om zo de Duitsers, die zich hier verschanst hadden, te verjagen. Mijn gezin had ik inmiddels veilig kunnen onderbrengen bij een boer in de Slangenburg bij Doetinchem. Alle burgers in Bergh scholen angstig in hun kelders. In Stokkum waren zeven Duitse tanks bij boeren op de deel gezet zodat ze door de Engelse vliegtuigen niet gezien konden worden.

Toch wisten de Engelsen op een of andere manier waar de tanks stonden. Deze boerderijen kregen het extra zwaar te verduren. Veel huizen en boerderijen werden zwaar beschadigd. Dit gold ook voor de Berghse bossen. Op 1 april 1945 tenslotte werd de gemeente Bergh door de Canadezen bevrijd. Voor de mensen hier was de oorlog voorbij. Het zou nog tot 5 mei 1945 duren voordat heel Nederland bevrijd was en Duitsland zich onvoorwaardelijk overgaf. Mensen uit de gemeente Bergh die in de oorlog fout waren geweest werden enige tijd opgesloten in de Gildezaal in Stokkum. Ik moest hen toen altijd van voedsel voorzien.