Bijdragen aan Berghapedia? Klik hier om je aan te melden !

Levenswerk Smeenk.C Deel 1

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Wiu2.gif Werk in uitvoering.
Aan dit artikel wordt de komende dagen nog (druk) gewerkt.

Het levenswerk van Mej. C. Smeenk Kinderarts

Dr.Smeenk.C, Kinderarts

Verhalen en reacties van patiënten en oud collega’s o.a. na oproep in de media.

29 januari 1911 Amboina (Nederlands Indië)

20 October 2010 Laag Keppel


Betreft: Oproep

Datum: 29-01-08 Eerbeek

Ik zou graag een oproep willen plaatsen.

Mijn tante werd 2 weken geleden met spoed opgenomen in het ziekenhuis. Op zich niets bijzonders, elke dag worden er tantes opgenomen. Maar één van de ambulancebroeders die haar kwam ophalen zakte op zijn knieën voor haar en zei: dokter Smeenk ik ben een oud patiëntje van u, alles is goed gekomen met mij wat fijn dat ik nu voor u kan zorgen! De andere broeder zei, ik ben ook oud patiëntje, mijn moeder zei altijd vlak voordat wij de spreekkamer binnen gingen: denk er om dat je tegen de dokter zegt dat je de levertraan en pilletjes slikt! U was heel erg streng!! Zo gaan er vele verhalen over kinderarts Dr. Smeenk zoals, dat ze moeders met nagellak een veeg uit de pan gaf of niet al te vriendelijke opmerkingen maakte tegen dikke kinderen. De vaders hadden het helemaal zwaar te voorduren bij haar! In de oorlog ging zij (alleen!) op de fiets dwars door de vuurlinies naar de alleenstaande boerderijen om daar een ziek kind te onderzoeken. Zij was erg kundig (het laagste sterfte cijfer onder kinderen in haar praktijk van Nederland) en heeft zij zich volledig ingezet voor alle zieke kinderen. Er zijn veel verhalen, (anekdotes) en herinneringen aan haar van oud verpleegkundigen, collega’s en patiënten. Inmiddels is zij 97 jaar geworden en heeft zij een pacemaker gekregen! Ik zou graag de verhalen en herinneringen willen bundelen, ik weet dat zijn een uniek mens is en een grote stempel heeft gedrukt op kinderen en hun ouders in en rondom Doetinchem.

Heeft een leuk verhaal? Graag E-mailen naar: info@foto-ev.nl of Elzebet Veenendaal Juliana van Stolberglaan 3 6961 GC Eerbeek


1923-1940

Enige herinneringen aan de kinderafdelingen in de Doetinchemse ziekenhuizen door dokter Smeenk, kinderarts 1 januari 1943 ben ik naar Doetinchem gekomen, benoemd als districts-kinderarts door de Gelderse Kruisverenigingen. Het feit dat er ook klinisch werk lag te wachten was mij toen nog onbekend. Ik had sinds 1938 in 't Juliana-Kinderziekenhuis in Den Haag en daar mijn opleiding tot kinderarts voltooid. Ik was toen zeer onder de indruk van het werk van prof. Schweitzer en wilde in ontwikkelingsgebieden pionierswerk gaan verrichten. Door de oorlogstoestand kon ik niet naar de tropen afreizen maar wat betreft het doen van ontwikkelingswerk kwam ik in de Achterhoek goed aan mijn trekken. In deze streek was nooit een kinderarts gevestigd geweest; sinds ruim een jaar werkte Henny Beekman als zodanig in Zutphen. Ik werd in Doetinchem al spoedig de ziekenhuizen binnengehaald en merkte dat er geen voorzieningen getroffen waren voor het verplegen van kinderen. Er bestonden in de Ach¬terhoek nog maar enkele consultatiebureau voor zuigelingen, geen enkel bureau voor kleu¬ters, er werd bijna geen zuigelingenhuisbezoek gedaan en de kraamzorg was meestal 'wild'. De zuigelingensterfte was hoog, de kennis van kinderverzorging veelal slecht en er waren veel slechte woningen. Ik kwam tegenover ziektebeelden te staan die mij alleen bekend waren uit ouderwetse leerboeken; alle mogelijke deficiënties en voedingsstoornissen, uitgebreide infec¬ties waaronder veel difterie, kinkhoest en de complicaties daarvan. In beide ziekenhuizen was een klein zaaltje voor kinderen; bij het Wilhelmina Ziekenhuis stond een kleine barak voor infectieziekten, die vaak met volwassenen bevolkt was. Als 't no¬dig was in het Sint-Jozef Ziekenhuis een patiëntje geïsoleerd te verplegen was Leiden in last. We maakten gebruik van alle hoeken en gaten in het gebouwen herhaaldelijk stond een kind met meningitis of kinkhoest naast bezems en dweilen in de werkkast. Een behandelkamer ont¬brak in beide ziekenhuizen en er was weinig instrumentarium. Door de oorlogstoestand was het, vooral ná de spoorwegstaking, vaak onmogelijk 't nodige aan te schaffen. Vaak was een in-traveneus infuus nodig. We liepen dan met enige gewone injectienaalden naar de bakstenen buitenmuur en slepen het puntje van de naalden af. De verpleegsters waren voor een gedeelte ongediplomeerd maar vol toewijding en met een onvoorstelbare werkkracht. Vooral in het laatste oorlogsjaar was het vervoer zeer moeilijk. Veel moest per fiets gebeuren. Ik heb enige malen met een ernstig uitgedroogde baby of een benauwd kinkhoestkind in mijn fietstas uit omliggende plaatsen naar Doetinchem gefietst. En 't ging meestal nog goed ook! De laboratoriumvoorzieningen waren zeer pover, enigszins ingewikkelde bepalingen ver¬richtte dokter Van Terwisga in zijn woonhuis. In de voorkamer werden witte muizen gefokt. Later stelde hij een analiste aan en kwam er als laboratorium een piepklein hokje in het Wil¬helmina Ziekenhuis. Er heerste veel difterie; gelukkig konden we kweken. In 't laatste oor¬logsjaar was er dikwijls geen stroom voor de broedstoof. We bonden dan met zwachtels de voe¬dingsbodems op het lichaam van een stilliggende volwassen patiënt. De bacteriën groeiden daar uitstekend! Zonder box-systeem (isoleerkamertjes) is kinderverpleging niet mogelijk. Reeds in het be¬gin van deze eeuw zei men dat in een ziekenhuis meer kinderen sterven aan ziekten, die ze daar oplopen dan aan ziekten waarvoor ze werden opgenomen. Gelukkig kon ik de zieken¬huis-besturen ervan overtuigen dat isoleermogelijkheid noodzakelijk was. In 1947 werd in het Sint-Jozef Ziekenhuis een zaaltje verbouwd tot 5 boxen; een oudere grotere zaal werd veranderd in 2 kinderzaaltjes. Om ook hier kruisinfecties tegen te gaan werden de bedden voorzien van glazen schotten. Dit was natuurlijk niet afdoende, bij veel geopereerde patiënten zagen we vaak wonddifterie optreden. Deze kinderafdeling lag op de eerste verdieping. Het virus van sommige infectieziekten, zoals waterpokken, kan met de lucht overwaaien. Indien men een dergelijk patiëntje wil benaderen moet dat door de buitenlucht gebeuren en men moet daarna nog enige minuten in de buitenlucht uitwaaien. Er werd achter 3 boxen in de buitenlucht een smal balkon gebouwd. Dag en nacht en in alle weersomstandigheden moesten de verpleegsters over deze vaak gladde planken hun patiënten bereiken. Ik ben nu verbaasd dat in de 23 jaar dat deze toestand bestaan heeft nooit een ongeluk is gebeurd. In 1950 volgde een belangrijke verbetering in de kinderverpleging: bij het Wilhelmina Zie¬kenhuis werd een kinderpaviljoen gebouwd. Het had voldoende ruime boxen met een galerij rondom voor buiten-om-verpleging, een flinke behandelkamer, een babykeuken en een zit• slaapkamer voor de hoofdverpleegster. In die tijd was het gewoonte dat deze altijd, ook 's nachts, beschikbaar was. Ik heb heel prettig in dit noodgebouw gewerkt en ik vond de over-gang naar het nieuwe Wilhelmina Ziekenhuis in 1965 niet eens een grote verbetering. Toch had het gebouw wèl nadelen; het kon er in de zon erg warm worden. De tussenmuren waren van bouwplaat vervaardigd en niet al te stevig. Eens is een vader door zo'n muur heen met stoel en al van de ene box in de andere gevallen. Door de warmte en droogte ontstonden er spleten naast de buizen van de centrale verwar¬ming en de waterleiding. Met oude lappen, papier en lijm maakten we enige boxen weer ge¬schikt voor buitenom-verpleging. Er werd eens wegens plaatsgebrek een man van 70 jaar in ons paviljoen verpleegd. Hij kreeg waterpokken en na 1'/2 week bleek een patiëntje uit de naastgelegen box deze ziekte te hebben opgelopen! Er werd in de jaren vijftig veel gebouwd aan beide ziekenhuizen. De toenmalige burgemeester Boddens Hosang stelde voor één ziekenhuis te bouwen. Dit denkbeeld werd als onmogelijk haalbaar beschouwd door alle betrokkenen. In deze tijd kwam er grote verbetering in de personeelsbezetting, als afdelingshoofden waren verpleegsters met kinder-aantekening benoemd. Enige jaren later kregen we toestemming een opleiding tot kinderverpleegster te verzorgen. Met groot enthousiasme en toewijding hebben de afdelingshoofden en hun leerlingen gewerkt. Voor 1952 waren er veel opnames wegens difterie, kinkhoest en hun complicaties. Er ont¬stond een belangrijke sterfte en invaliditeit door deze ziekten. Tevens was er om de 4 jaar een polio-epidemie. Voor de eerstgenoemde 2 ziekten bestonden goede entstoffen maar er werd weinig geënt. Ik heb toen alle gemeentebesturen (voor subsidie), alle consultatie-bureaux en huisartsen in mijn district bezocht. In 1953 werd in mijn district, op de consultatie-bureaux, overal geënt tegen kinkhoest en difterie en even later ook tegen tetanus. Het was soms moei¬lijk de mensen ervan te overtuigen dat voorkómen beter en ook goedkoper was dan genezen. De resultaten van deze campagne heb ik bekend gemaakt in mijn jaarverslagen en ook in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Nu deed men in het Westen vaak of Nederland langs de IJssel met kranten is dichtgeplakt. Ondanks dit feit kwam tot mijn verbazing de toenmalige Inspecteur voor de Volksgezond¬heid, afdeling Kinderhygiëne (prof. De Haas) naar Doetinchem om onze werkwijze te bestu¬deren. In 1958 werd de enting tegen deze ziekten en ook tegen polio van rijkswege en op rijks¬kosten in het hele land ingevoerd. De Achterhoek lag dus 5 jaar voor! Aan de vele en langdu¬rige opnames wegens kinkhoest en difterie kwam na 1952 snel een einde.

Zieke pasgeborenen, die thuis geboren waren kwamen op de kinderafdeling; zieke kinde¬ren en kraamvrouwen in het ziekenhuis bleven, ook voor behandeling, op de kraamafdelin¬gen. Tijdens behandeling of onderzoek van zo'n baby moesten de zusters heel vaak heen en 1923-1940 weer lopen naar de kinderafdeling zusters heel vaak heen en 1923-1940 weer lopen naar de kinderafdeling om spullen te halen. Ze maakten door deze training een goede indruk op de avondvierdaagse! In deze tijd was vaak een wisseltransfusie nodig; ook deze moest op de kraamafdeling gebeuren, vaak op de meest vreemde plaatsen. De behandeling van zieke pasgeborenen werd veel verbeterd door de komst van de klinisch¬chemicus dr. Van Oudheusden in 1960. De bepaling van het ware glucose-gehalte van het bloed en later van de zuurgraad waren waardevolle bijdragen. Toch gelukte het vóór die tijd een baby geboren na 26 weken zwangerschap met een geboortegewicht van 800 gram in leven te houden. Het kind is goed opgegroeid. Omstreeks 1965 kregen we in het Sint-Jozef Ziekenhuis een paar kamers erbij en mochten daar alle kraamkinderen behandeld worden. In 1965 werd het nieuwe Wilhelmina Ziekenhuis geopend en werd ons dierbare kinderpaviljoen afgebroken. In 1970 volgde de grootste verbetering, de opening van een goed gebouwde, goed ingerichte kinderafdeling in het Sint-Jozef Ziekenhuis. We werkten hier met veel plezier. Een grote stap vooruit werd gezet toen dokter Van Pelt het mogelijk maakte zieke pasgeborenen te beade¬men. Wij vrouwen waren stiekem erg blij als een broeder dienst had en hielp met de bedie¬ning van de toestellen; alle emancipatie ten spijt. Al deze jaren heb ik in 2 ziekenhuizen gewerkt, ik heb dit nooit erg bezwaarlijk gevonden. In 1970 begon men over fusie tussen de ziekenhuizen te denken. Het aantal opgenomen kin¬deren verminderde zodat ná mijn vertrek in 1975 de kindergeneeskunde geconcentreerd kon worden in het Sint-Jozef Ziekenhuis.

Verhalen en reacties patiënten en oud collega's

Onderwerp: herinnering aan Dr.Smeenk

29 jan.las ik in de Gelderlander het art.over Dr. Smeenk. IK wil hier graag opreageren. Het was in 1970 onze oudste dochter was net 6 jaar. Op ’n zondagmiddag werd ze plotseling erg ziek, hoofdpijn, hoge koorts, rillerig. Het ging niet over dus wij om 16.00 de huiarts gebeld. Hij had geen dienst, maar de vervangend arts kwam direct. Hij zei: waar ik bang voor was is het nog niet, maar houdt u dochter goed in de gaten ook vannacht, of ze haar hoofdje nog op en neer kan bewegen en bel morgen vroeg jullie huisarts. Ik geef ’t hem ook door. Wij de hele nacht opgelet ‘s morgens begon ze te ijlen,dat was echt eng. Mijn man moest om half zeven naar de zaken om half acht heb ik de dokter gebeld. De huisarts zou na ’t spreekuur als eerste naar ons komen gelukkig dacht ik. Maar na een kwartier ging ’t voor mijn gevoel steeds slechter met haar. Heb toen weer naar de huisarts gebeld en vroeg hem zelf aan de lijn. Het enigste wat ik gezegd heb is, dokter als u nu niet komt ons kind gaat dood. Hij zei ik kom er aan. Inmiddels kreeg ze bloeddoorlopende vlekjes op haar oogleden en armen. De dokter was er heel snel, ik had de voordeur open laten staan en hij rende de trap op naar boven. Hij bekeek haar en zei waar is tel ik moet direct Dr.Smeenk bellen. Het was net ’n film. Ik mijn man gebeld die kwam gelijk, onze dochter in ’n deken en wij naar de praktijk van dr. Smeenk, en de huisarts ging weer naar ’t spreekuur.

Op de praktijk vn dr.Smeenk aangekomen mochten we niet door de wachtkamer maar door de garage naar haar spreekkamer. Ze onderzocht haar ik zie het nog voor me, niet met zo’n modern duur ding nee, met ’n zelf in elkaar getimmerde looplamp met een stuk gaas er omheen werd in ’t oor gekeken, niet alle moderne rim ram maar kennis van dag en nacht werken dat was dr.Smeenk. Ze vroeg ons: welk ziekenhuis? St.Jozef, zei ik, daar kreeg niet snel genoeg gehoor, ik bel ook ’t Wilhelmina ziekenhuis wie het eerst opneemt daar gaat ze heen. Kan me niet schelen of jullie katholiek zijn dit is spoed. Het werd toch St. Jozef. Rijden jullie snel naar ’t ziekenhuis ik kom eraan, dus weer in de deken en snel weg. Bij de opname rende Dr. Smeenk ons al voorbij naar de afdeling. We mochten mee toen ze op bed gelegd werd (inmiddels was Resi al in coma) toen de apparatuur klaar stond en de dokter kwam moesten we weg. We gingen op de gang of in ’n kamer, ik weet ’t niet meer, het ging allemaal in een roes. Dr.Smeenk kwam later bij ons en vertelde dat onze dochter nekkramp ofwel hersenvlies ontsteking had en ze hoopte dat ze niet lang in coma zou blijven. Hoe is ze als ze uit coma komt? Wat zijn evt. de gevolgen? En dan komt de echte Dr.Smeenk zonder doekjes er omheen te winden: ja dat kan, ze kan blind, doof, kreupel worden, maar ik heb goede hoop wij zijn er nog op tijd bij en tegenwoordig zijn er goede medicijnen, dat stelde ons weer gerust. We mochten even naar haar toe ze lag in quarantaine dus voor iedereen afgesloten. Wij zijn naar huis gegaan en zouden gebeld worden als er veranderingen waren. Ik dacht steeds ze is in goede handen. Iedereen die zondag met haar in aanraking was geweest moest medicijnen in nemen uit voor zorg. We snapten niet hoe en waarvan dit kon gebeuren.

Om 17.00 werd ik gebeld van uit ’t ziekenhuis dat ik mocht komen, mijn man was inmiddels weer naar de zaak, dus ben ik gelijk naar ’t ziekenhuis gefietst. Ze was uit coma “ GEWELDIG ‘’ ik kon de dokter wel om de hals vliegen. Ik mocht er heel even bij, ‘s avonds zijn we samen gegaan. Ik weet ook niet meer precies hoe lang ze in dat kamertje gelegen heeft. Wel dat ik ‘s middags naar haar toe ging met haar zusje en dan las ik hun voor. Ze heeft ook nog op zaal gelegen, daarna mocht ze naar huis wat ‘n “Feest’’.

Wij konden Dr. Smeenk niet genoeg bedanken.

Wij gingen naar huis en onze dochter er niets aan over gehouden. Na 6 weken moest ik op controle bij haar in de praktijk komen. Het was koud en we gingen met de fiets en had daarom mijn dochter een muts op gezet. We waren aan de beurt en het eerste wat Dr.Smeenk zei: waarom heb je dat kind een muts op gezet, ben je gek geworden, je hebt zeker ’n oma in huis. Ik zei nee, ik heb geen oma in huis en ik heb haar een muts opgezet omdat ’t zo koud is en we zijn op de fiets. Wat koud!! Van mijn mag ze nu in de zwembroek naar buiten! Kreeg ik als antwoord.

Zo was Dr.Smeenk ten voeten uit, maar een geweldige en kundige arts. Wij zijn mej. Smeenk tot op de dag van vandaag nog altijd dankbaar. Wij hopen dan ook dat u in goede gezondheid zeker 100 jaar mag worden!

Een moeder. J.E. van Dulmen-Jansen


Enkele weken geleden las ik het stukje over uw tante dr. Smeenk in de krant. Aangezien zij indertijd ook les gaf op de Doetinchemse huishoudschool aan de leerlingen van de NXX opleiding ( een lerares opleiding in kinderverzorging, opvoedkunde en handenarbeid), heb ik het stukje opgestuurd naar mijn medeklasgenoten uit die tijd.

Vorige week hadden wij voor het eerst sinds 45 jaar een reünie van deze klas. Iedereen was helemaal opgetogen over, het voor ons zeer herkenbare artikel, en al pratende kwamen er allerlei herinneringen aan haar naar boven. Het leek ons goed die herinneringen op te schrijven en u toe te sturen.

Zelf heb ik nog een jaar bij haar op kamers gezeten. De Familie Bulten deed de huishouding en had twee kamers van het huis. Het kleinste zolderkamertje kon ook nog wel gebruikt worden en daar kwam ik dus. Als ik eens niet het weekend naar huis ging zorgde ze er voor dat mevrouw Bulten mij ook een karbonaadje o.i.d., bracht. Door de week konden wij op school warm eten, dat werd door de meisjes van de vormingsklas bereid. De leerkrachten van de school konden daar ook van profiteren. Op een goed moment (ik was toen al van school maar mijn zus volgde opleiding nog), ging het eten voor de leerlingen niet meer door, maar voor de docenten wel. Ze is toen in de vergadering verschrikkelijk van leer getrokken, want die leraressen hadden een luizenleven en konden zelf wel koken, maar die hardwerkende leerlingen daar werd niet aan gedacht. Het is toen weer terug gedraaid.

Wij moesten ook ervaring op doen met kinderen en daarom zaten we bij toerbuurt naast haar op het consultatiebureau, o, wat werd ze kwaad als de baby's rode billen hadden en als ze dan de spierwitte luier zag, dan kwam er wat over de jonge moeders heen. Het ging niet om witte luiers, maar om gave billen.

De herinneringen van de overige klasgenoten vindt u in de bijlage, met vriendelijke groeten,

Joke van der Schaaf.


Herinneringen aan To Smeenk.

In Mei 1970 kwam ik als net afgestudeerd anesthesiologie in Doetinchem. To Smeenk bleek mijn enige vrouwelijke collega te zijn.

Enige weken later fietsten we samen , op een zaterdag, temidden van vele manlijke specialisten en huisartsen, de zgn. “artsen fietstocht” waarmee wij een gezond voorbeeld wilden geven aan de bevolking. Het ging allemaal heel eenvoudig; ieder had een broodtrommeltje met lunch bij zich. Aan de overkant van het Pannerdens kanaal konden we een kop koffie of een beker melk kopen en ons brood opeten. Die hele dag stond ik onder de hoede van To, die mij voorstelde aan veel mij nog onbekende collega’s en die mij de nodige bijzonder -heden vertelde uit de Doetinchemsche medische wereld.

Als ik ‘s nachts naar het ziekenhuis moest ,gebeurde het niet zelden dat ik To op de fiets aan zag komen, in nachtkleding met daaroverheen een regenjas en hoofddoekje op weg naar één van haar patientjes .

To gaf niet veel om haar uiterlijk, maar voor de stafvergaderingen en de refereeravonden maakte ze een uitzondering. Met haar frisse kleur, en mooie witte blouse zag ze er heel knap uit. Je kon je niet voorstellen dat mannen daar ongevoelig voor waren.

Eén keer heb ik een heftige aanvaring met To gehad. Ik keek patientjes na voor een operatie. Plotseling kwam er een verpleegster naar me toe gerend, roepend: dokter help ,er gaat een kind dood ! Ik rende met haar mee en kon het kind reanimeren. Even later verscheen dokter Smeenk, die geweldig tegen me tekeer ging.Wat moest ik op háár afdeling, en met haar kinderen ! Het bleek, dat het kind dat ik net gereanimeerd had ongeneeslijk ziek was, en er een ‘niet reanimeren’ beleid was afgesproken. ( iets wat ik niet kon weten ). Enfin we hebben dit uitgepraat en waren sindsdien de bestemaatjes

Als we bij To thuis kwamen, keek ik mijn ogen uit. Al die binnen en buiten volières ,met de meest bijzondere vogeltjes en eekhoorntjes. Allemaal hadden ze hun eigen verzorging nodig. Potten met eigen gekweekte fruitvliegjes en dozen met meelwormen en groenvoer. Af en toe werden we gevraagd BV ‘muur’ of paardebloem pluisjes voor haar te verzamelen. Ook bracht men vaak gewonde of zieke dieren bij haar om te verzorgen (roofvogels, waterspreeuw,jonge winterkoninkjes etc.etc) Maar het meest bijzonder waren de vosjes. Eerst Rein, en later Reina. ’s avonds werd het vosje uit zijn hok gelaten, en mocht binnenkomen in de kamer.

Doodstil zittend achter in de kamer zag je de vos spelen met To.

De grote tuin verzorgde ze helemaal zelf. Maïs voor de kippen, droogbloemen en veel wilde planten. Ik heb nog steeds wilde primula’s en bosanemonen van haar in mijn tuin staan, Tegen de winter bracht ze ons een eigen gemaakt bloemstukje van droogbloemen. Ze kwam dan graag kijken naar de vele vogels in ons voerhuis. Ze kwam op de fiets ‘s middags, bleef1 uur ,en moest dan terug om alle vogels in de nachthokken te lokken en zo nodig te voeren.

Voor zichzelf was ze hard. Ze had veel last van een ontsteking aan haar oog en ook vaak buikklachten maar werkte gewoon door zolang dat maar enigszins ging Een keer zochten we haar op, 1 dag nadat ze na een flinke operatie was thuisgekomen en vonden haar achter in de tuin op de knieën onkruid wiedend aan.

Ze kende de hele Achterhoek op haar duimpje,en kon je altijd tips geven voor een mooie tocht naar bijzondere plekjes.

Zo af en toe was er een baby met een zgn. invariantie ( instulping van de darm ) Door wat barium pap rectaal in te brengen, kon deze afwijking vaak verholpen worden. Dit onderzoek gebeurde meestal om 8 uur ‘s morgens. Dr. Smeenk verscheen met de baby zeer vroegtijdig op de röntgenafdeling, luid roepend : “Is hier ook iemand ?”. Om het resultaat te kunnen bekijken moest de baby aan de benen hangend vóór de röntgenbuis gehouden worden. Tegen mijn man (radioloog) zei ze dan: ”Als jij nou de poten neemt,dan neem ik de kop”. Het leek soms of ze wat ruw met de kinderen omging, maar ze wist precies wat ze deed. Ze kunnen wel tegen een stootje, zei ze.

Volgens haar oudste collega’s ( helaas bijna allemaal overleden ) gebeurde het in de 2e wereld oorlog meer dan eens ,dat ze doodzieke kleine kinderen in haar fietstas meenam van afgelegen streken naar het ziekenhuis in Doetinchem, soms zelfs tijdens bombardementen.

Hier een reactie op uw stukje uit de Gelderlander van 29 januari 2008 jl. Wij zullen ons eerst voorstellen. Wij zijn Gert en Diny Peeters uit het mooie Achterhoekse plaatsje Braamt.

Ook wij hebben met mejuffrouw Smeenk te maken gehad, dit na de bevalling van onze zoon Harm. Ik was zwanger (1973) en alles verliep goed naar mijn mening. Totdat ik op een morgen pijn aan mijn been kreeg. Ik was ongeveer 7 maanden zwanger en ik moest van de vroedvrouw meteen naar het ziekenhuis. (Sint Jozef Ziekenhuis). Het bleek een trombosebeen te zijn, in ernstige mate. Ik heb het niet zo op ziekenhuizen, maar wat ik ook zei…ik moest toch gaan. Daar aangekomen gebeurde er van alles. Eerst werd er naar mijn been gekeken, daarna werd er naar de baby geluisterd. Ze vertelden ons in het ziekenhuis dat de baby niet groot was. Ik moest rusten, zodat hij beter kon groeien. Na acht maanden zwangerschap werd Harm geboren. We waren zo trots. We hadden al een dochter en nu nog een zoon erbij, dat maakte ons gezin helemaal compleet.

Vrij snel na de geboorte, moest Harm de couveuse in. Hij had ademhalingsproblemen. Dokter Smeenk kwam langs en vertelde ons dat zijn longetje was dichtgeklapt. Omdat hij zo klein was wisten ze niet of hij het zou halen. De verdere behandeling zou door dokter Smeenk gebeuren. Ik schrok wel, want het was een harde vrouw en heel direct. Maar dat moest natuurlijk ook. Ik kon er zelf niet goed tegen. Onze Harm lag daar aan al die apparaten, het was een vreselijk gezicht. Ze zei dat we flink moesten zijn, maar dat was makkelijker gezegd dan gedaan!

In die tijd werkte er ook een dokter Degen op die afdeling. Haar kenden we toevallig persoonlijk en ze vertelde ons dat we de moed erin moesten houden, want als dokter Smeenk er vertrouwen in had, dan konden we daar van opaan. Op een nacht was het mis. Ik werd wakker gemaakt en mijn man was ook al gebeld. Harm ging hard achteruit. Toen mijn man in het ziekenhuis aankwam was ik de kluts helemaal kwijt. Ik zag het niet meer zitten. Dokter Smeenk kwam kijken en was erg boos op de zuster, omdat ze zoveel stampei had gemaakt. Ze zei dat het echt allemaal goed zou komen. Onthoud dat maar van mij. Ik dacht dat ze dat zei om ons gerust te stellen en ons te troosten. Even later kwam zuster Degen en ze zei dat wanneer dokter Smeenk zei dat het goed komt, dat ook zo was. Dokter Smeenk zou er nooit omheen draaien en wanneer het niet goed zou komen had ze dat ook gezegd. Ze kwam misschien wat hard over, maar ze was bovenalles eerlijk. Uiteindelijk kwam Harm er inderdaad bovenop, het was een kleine vechter. Hij was zo klein dat ik hem zelf bijna niet vast durfde te houden. Aan mijn moeder heb ik in die tijd veel steun gehad, die hem in bad deed en hem zijn kleertjes aantrok. Harm heeft bij haar daarom ook een speciaal plekje gekregen en het was `haar`kleine kereltje.

Via deze weg willen wij dokter Smeenk nog bedanken, uiteraard zal ze ons niet meer kennen, ze heeft zoveel patiëntjes behandeld. Misschien herkent ze ons nog van de foto´s. Deze sturen we nog na, moeten we nog even opzoeken in de verhuisdozen.

We wensen dokter Smeenk nog gezonde jaren toe en…op naar de 100!!!

(Mijn moeder is 95 jaar oud geworden, helaas heeft zij de 100 niet gehaald)

Dit waren onze gebeurtenissen met Dokter Smeenk Groeten Gert en Diny Peeters


Graag wil ik reageren op uw verzoek aangaande kinderarts Smeenk. Ik bewaar zeer goede herinneringen aan haar.

Onze dochter Renate werd in 1974 geboren in het ziekenhuis in Doetinchem en had slechts een gewicht van 1470 gram. Zij kwam onder de hoede van dr Smeenk. Meteen kreeg ik van haar de verzekering, het kind is klein, maar gezond. Het is een meisje en die hebben meer vechtlust dan jongens. Geen zorgen dus.

Na 14 dagen, ze had toen een gewicht van 1700 gram zei dr. Smeenk, tot ieders verbazing: het kind mag naar huis. Hier in het ziekenhuis loopt ze meer gevaar op voor infecties ( het was december, dus velen waren verkouden) dan thuis. Maar niemand thuis erbij laten en monddoekjes voor. Duidelijk instructies gingen mee.

Ik kreeg het volste vertrouwen van haar. En gelukkig ging alles goed. Ze schreef in een later stadium, toen het kolven en voeden van borstvoeding over was, de voeding molenaars kindermeel voor. Onze dochter groeide er goed op, maar als ik op het consultatiebureau hier ter plaatse kwam, dan schudde men het hoofd over deze ouderwetse voeding. Maar ik hield me aan de voorschriften van dokter Smeek en onze dochter groeide voorspoedig op.

Ik persoonlijk heb nooit gemerkt dat dokter Smeenk een hekel aan ouders had. Van anderen wel eens gehoord dat men het anders ervoer. Ze was zeer betrokken bij de kinderen en kon niet tegen gejammer van ouders. Maar ik heb wel gemerkt, als je duidelijk kenbaar maakte, waarom iets niet mogelijk was, dan was ze voor rede vatbaar.

Tien dagen na de geboorte ging ik naar huis en toen droeg ze mij op ‘s morgens met de bus van ’s Heerenberg te komen om het kind te voeden. Het was voor mij alleen mogelijk om dat ’s Middags te doen en dat accepteerde ze dan wel. Het kind kreeg gekolfde voeding en ’s middags had ik een auto ter beschikking.

Al met al, ik heb een goede ervaring met dr. Smeenk en denk nog altijd met een goed gevoel aan haar terug.

Marie van der Linde



Dinsdag jl. was ik bij mijn moeder op bezoek. Zij woont in zorgcentrum "het Weerdje"in Doetinchem, gaf mij het stukje dat jij in de Gelderlander schreef over Dr. Smeenk. Bij mijn moeder en mij kwamen vele mooie en fijne herinneringen boven. Wij besloten een bos bloemen te kopen en dat bij Dr. Smeenk te brengen omdat zij die dag 97 jaar werd. Mijn moeder, die 92 jaar is, ging mee naar de bloemist, we hebben samen een mooi boeket uitgezocht en zijn naar de Pr. Alexanderstraat gereden, ik belde aan en hoorde echter niets, net toen ik de bloemen voor de deur legde, zag ik binnen wat beweging, Dr.Smeenk opende de deur, ik vertelde wie ik was, zij nodigde me uit naar binnen te komen, ik vertelde dat moeder in de auto zat, zij zei dan ga ik even mee naar de auto om mevrouw Dietz te begroeten, het weerzien van de twee hoogbejaarde dames was bijzonder hartelijk, er werden ook nu herinneringen opgehaald en na tien minuten hebben we afscheid genomen.

Het was voor moeder en mij een heel bijzondere ontmoeting.

Ida Kuipers Dietz


Gisteren las ik een stukje over dokter Smeenk in de Gelderlander.

Ook ik heb haar gekend en wel vanuit mijn opleiding tot verpleegkundige in het St Jozef ziekenhuis te Doetinchem. Wij, toen nog jonge meiden, kregen les van haar. Ze kwam het leslokaal binnen met een groot koffer, daarin zaten alle benodigdheden voor de les. Ze zette de koffer op de vloer en maakte deze open, verder kan ik me nog herinneren, dat ze op een niet al te elegante wijze voor de koffer hurkte. U begrijpt, dat we soms ons lachen niet konden laten. Dokter Smeenk kon dit absoluut niet waarderen, zult U begrijpen. Vanuit haar werk op de kinderafdeling, herinner ik haar als een kundig iemand voor haar patientjes, Maar het personeel bleef liever wat op afstand. Verder wens ik U succes met het bundelen van de verhalen over deze toch bijzondere vrouw.

Vr. groeten: Gerry Gerritsen


Wilt u namens mij uw achternicht van harte feliciteren met haar 97e verjaardag en haar toewensen dat ze een hele fijne levensavond mag hebben. Ik bewaar hele fijne herinneringen aan haar.

Onze dochter Christien heeft een bloeding gekregen na het knippen van haar amandelen in het jaar 1971. Het was zondag middag en hals over kop naar het ziekenhuis. De dokter heeft het dicht geschroeid en in de loop van de middag kwam dokter Smeenk ook om even naar haar te kijken. Ze vond dat we het maar zo moesten proberen zonder bloedtransfusie. Dit omdat ze dacht dat ze het wel op deze manier halen zou.

S'avonds sliep ze en de zuster schrok zo toen ze even binnen kwam ze zei: "oh ze leeft nog".

Enige weken later moest ik op controle bezoek bij dokter Smeenk aan huis. We zaten in de huiskamer en nog een moeder en een dochter ze vroeg aan mij hoe het ging en keek Christien meteen aan. Eet ze goed ook groente en fruit? Dat kon ik met ja beantwoorden want we hebben een groentetuin. Toen zij ze tegen Christien je bent een lief meisje pak maar een kaart.

Kinderen mochten na het consult een kaart pakken met een of ander dier of popje erop. Maar de andere moeder kreeg onder uit de zak. Wat was er namelijk: "wat scheelt u dochter"?... “Ze wil niet eten dokter. Maar ik geef haar maar een flink stuk melkchocola krijgt ze tenminste wat melk binnen” Dan ontploft ze bijna en krijgt de moeder de vollen laag over zoveel stommiteit.

Maar kunt u zich voorstellen dat je als arts zulke patiënten krijgt je er een punthoofd van krijgt.

Ik hoop dat u nog vele verhalen krijgt over de oorlog. Ze heeft toen heel veel voor kinderen gedaan. Maar het precieze ervan weet ik niet. Ze had ook een spreekuur in Ruurlo waar ze dan op de fiets heen ging. Onder barre omstandigheden heeft ze haar werk gedaan.

Hartelijke groet, Annie Maalderink- Reindsen


Erg leuk vond ik het om te lezen over mijn vroegere kinderarts dokter Smeenk. Mijn naam is Tonny Angenent-Marcus en kom uit een gezin met zeven kinderen, ik ben inmiddels 53 jaar. Mijn zus (49) en ik zijn geboren met Engelse ziekte en wel de Engelse ziekte resistent. Toen we als baby bij Dr. Smeek kwamen had ze al snel door dat dit niet de gewone engelse ziekte was die de mensen kennen door gewoon vitamine C tekort en dat het op te lossen was met voldoende vitamine C. Ze had al gauw door dat we naar een goede specialist moesten die met dit bekend was, en ze heeft ervoor gezorgd dat we een goede behandeling kregen. Ze kwam 's avonds laat nog bij mijn ouders op bezoek om door te geven dat ze een specialist gevonden had die hiermee bekend was, maar hiervoor moesten we toen naar Prof. Jongcis ( ik weet niet of ik het goed schrijf) naar het Academisch Ziekenhuis in Groningen. Ze heeft geregeld dat mijn ouders met mij naar Groningen konden en mijn zus en ik zijn daar in behandeling gebleven totdat ik 16 jaar was en we mochten toen iets dichter bij huis nl naar het Radboud in Nijmegen waar we nu nog steeds in behandeling zijn en ook mijn dochter en de zoon van mijn zus want hun hebben ook deze speciale vorm van engelse ziekte, maar door de goede behandeling die we dank Dr. Smeenk op tijd gekregen hebben, hebben onze kinderen hierdoor met hun geboorte al meteen de goede medicijnen die er nu wel zijn en toen nog niet waren, waardoor de vergroeiingen die de ziekte met zich mee brengen bijna niet zichtbaar zijn,en hoefden hun gelukkig niet de vervelende operaties te ondergaan die wij wel moesten ondergaan. Maar we moesten natuurlijk ook geregeld bij haar op controle komen, en ik weet nog goed als we kwamen dan moesten we steevast bloed prikken en mijn zus vond dat verschrikkelijk, als we dan binnen kwamen dan riep ze altijd Tonny kom jij maar als eerste dan ga ik jou vast prikken en dan mag jij in de keuken bij de huishoudster fruit halen voor jou en je zus want die schreeuwt altijd zo daar had ze dan meer werk mee. Ook kan ik me herinneren dat mijn moeder vertelde dat ze bij goed weer vanuit Ulft met de fiets (mijn zus voor en ik achterop) naar Doetinchem was gegaan en dat Dr. Smeenk dan riep bent u helemaal met de fiets, nou dan hebt u wel een kop koffie verdiend ga die maar in de keuken halen. Je zag de mensen in de wachtkamer telkens met grote ogen kijken als ik fruit ging halen.

Ook weet ik nog dat ze een groot schilderij in de spreekkamer had hangen boven de behandelbank, van haar twee honden die ze toen had Ierse Setter je kon ze dan buiten zien. Toen ik 16 Jaar was ben ik voor de eerste keer geopereerd voor de vergroening die ik had door de rachitis, en toen ik 18 was werd ik voor de tweede keer geopereerd en toen moest ik thuis nog verzorgd worden voor de wonden en toen kwam er een verpleegkundige die dit kwam doen en die kende Dr. Smeenk erg goed (ik geloof dat ze zuster Capetti heette maar dat weet ik niet zeker meer, en ze vertelde dat ze toevallig kort geleden Dr. Smeenk (Dr. Smeenk was toen al met pensioen) nog had gesproken en dat ze aan haar vroeg hoe zou het toch eigenlijk met de meisjes van Marcus afgelopen zijn, en de verpleegkundige vertelde toen dat het erg leuk zou zijn dat we haar eens ging bezoeken zodat ze kon zien hoe het nu ging en hoe recht dat mijn benen geworden waren na de operatie. Dit heb ik toen gedaan en heb een afspraak met haar gemaakt en op een zaterdag ben ik inderdaad bij haar geweest en ik weet nog goed dat het schilderij daar nog in de behandelkamer hing, ik weet niet of ze er toen nog een had, ik dacht dat het niet. Het is misschien ook nog leuk te vermelden dat mijn dochter die de Engelse ziekte ook heeft en nu inmiddels 16 jaar is bij Dokter Wilms onder controle was en dat Dr. Wilms toen vertelde dat hij bij Dr.Smeenk veel geleerd heeft. Toen ik dus het artikel van u in de krant las dacht ik meteen dat ik u moest schrijven. En zoals u in de krant schreef hoorde je heel vaak dat men Dr. Smeenk vroeger vaak erg streng vond, maar dit heb ik absoluut niet zo ervaren, ik ken haar alleen maar als een lieve dokter en heb nog steeds goede herinneringen aan haar, mijn ouders vertelden altijd als je deed wat ze je vertelde dan was er niets aan de hand en zo heb ik het ook ervaren en ervaar ik het in mijn leven nog steeds. Misschien wilt u haar de groeten van mij doen en weet ze ongetwijfeld nog wie we zijn, want zover ik het weet zijn er hier in de omgeving geen mensen met de Engelse ziekte die wij hebben, en volgens mij heeft ze er ook geen kinderen meer met deze ziekte bij haar in de praktijk gehad. Misschien wilt u mij laten weten of ze zich ons nog kan herinneren. Met vriendelijke groet, Tonny Angenent


Toen ik mij in 1954 in Doetinchem als huisarts vrij vestigde kreeg ik een tip van een collega, contact te zoeken met Cato Smeenk, de kinderarts.

Zij had bij mijn eerste bezoek aan haar bij wijze van spreken al een programma voor me klaar. Naast haar eigen praktijk was zij ook districtkinderarts voor de Achterhoek en voor De Liemers. In dat kader bestond haar taak consultatiebureaus voor zuigelingen en kleuters te stichten in samenwerking met de groene, oranje-groene en wit-gele kruisverenigingen in de diverse gemeenten.

Belangrijk daarbij was vooral de voeding van al die peuters naast een algemeen onderzoek van hun lichamelijke en geestelijke condities. Daartoe moest ik bij belangstelling enkele consultatiebureaus met haar bezoeken en kennis nemen van haar ideeën over babyvoeding naast de twee die ik al tijdens de theoretische en praktische studie in het Westen had opgedaan. Op weg erheen en terug vertelde zij veel uit haar praktijk waarmee zij als kinderarts in deze streek was begonnen.

Vlak voor en in de oorlog waren de winters gewoonlijk heel streng en geleidelijk aan verslechterden alle hulpmiddelen, waaronder ook de fietsen waarvoor ten slotte geen rubber banden meer te krijgen waren. Houten banden waren nog de enige en beste oplossing inclusief het schokkende rijden erop. Toch lukte het haar om daarmee uit Winterswijk naar Doetinchem te fietsen op de vaak flink besneeuwde straten - altijd nog een afstand van een dikke 30 km. Een zieke baby heeft zij op die wijze achterop naar haar ziekenhuis in Doetinchem kunnen meenemen. Zij improviseerde daartoe een soort schoenendoos met halve deksel lekker warm ingepakt met een hete kruik. Op halve afstand moest die weer opgewarmd worden. Ze stopte daarvoor bij een boerderij, alwaar zij de volste medewerking kreeg van de bewoners.

De baby kon na genezing in Doetinchem weer goed en wel door de ouders opgehaald worden. Sindsdien had mejuffrouw Smeenk vrije toegang op die boerderij met haar noodgevallen.

Mijn kennismaking met haar was in een tijd waarin de jaren oude Cevitam concurrentie begon te krijgen van andere vitamine C preparaten. Maar Smeek stelde de originele ten zeerste op prijs - en dat is bij ons thuis ook zo gebleven.

Collega Smeenk - zo spraken de collega's elkaar in die tijden aan - vond dat baby's bij hun moeders hoorden, vooral ook vanwege de borstvoeding. Haar ziekenhuisopnames waren dan ook zo kort mogelijk met voedingsbezoeken van hun moeder, al dan niet in natura of afgekolfd. Controles geschiedden dan ook poliklinisch tot welzijn van "haar" kinderen.

Een hekel had zij alleen aan ouders die haar adviezen niet stipt opvolgden. Menige moeder is huilend bij haar vertrokken maar keerde vanwege de goede resultaten later toch weer terug.

Op de bureaus troostte zij de ongelukkige moeders die een baby met afwijkingen hadden. zoals een hazenlip of geestelijke achterstand, die niet dominant erfelijk waren. Ze zei dan dat ze gerust een tweede kind konden krijgen omdat ze recht hadden op een gezond kind - en beval dit zelfs aan.

In de vijf jaren waarin ik haar werk van Winterswijk tot Didam op diverse bureaus deed heeft zij ook ervoor gezorgd dat de huisartsen in de verschillende stadjes en dorpen de baby's en kleuters uit hun eigen praktijk aldaar zelf "deden".

Gaarne geef ik u in overweging ook uw postadres bekend te maken omdat vele ouderen geen pc-routiniees zijn Met vriendelijke groet,

R. Bloch


Met veel plezier heb ik het artikel over dokter Smeenk gelezen.

Ook ik ben als kind door haar "gezien" op het consultatiebureau in Doetinchem (wie niet?). Het toeval wilde dat mijn man haar jarenlang als buurvrouw heeft gehad. Legendarisch zijn de verhalen van mijn schoonvader over hoe hij 's nacht uit bed werd gebeld omdat zij met haar volkswagentje weer eens achter de regenpijp bleef haken!

Het verhaal over "vaders" klopt ook helemaal. Mijn schoonouders hadden in de jaren vijftig geen douche, dokter Smeenk wel en mijn schoonmoeder, mijn man en zijn zus mochten van haar douche gebruik maken (hygiëne voor moeder en kind!). Schoonvader moest maar zien wat hij deed... Dat ze leefde voor haar beroep was wel duidelijk.

Om kleding gaf ze niet en als mijn schoonmoeder een rok had die ze niet meer droeg, werd die rok door haar gedragen als een "zondagse rok".

Haar liefde voor dieren was/is bekend. Jarenlang heeft ze een vos in de tuin gehad, die wij, als we bij mijn schoonouders buiten zaten, konden ruiken. Alle vogels met een lamme vleugel werden door haar liefdevol verzorgd. Zo heb ik meegemaakt dat ze een zwaluw met een pipetje heeft groot gebracht om hem in de herfst op een boot naar Afrika mee te gegeven, zodat de vogel in het voorjaar weer terug kon vliegen!

Mijn schoonmoeder komt, samen met een andere buurvrouw, nog steeds op haar verjaardag.

Met vriendelijke groeten, Mw. Henny Roosenburg-Gerritsen

Wat leuk om het stukje in de krant te lezen over mejuffrouw Smeenk, toch voor mij nog steeds dokter Smeenk.. Wat fijn dat het weer goed met haar gaat, 97 jaar is niet niks en ik wist niet eens of ze nog leefde.

In 1956, ik was 6 jaar, kreeg ik `n acuut reuma met hartaandoening. Thuis hadden ze 7 kinderen. Ondanks dat ging mijn moeder trouw met de bus (`n uitje!!) met me mee. Als je jong bent en je krijgt spuiten en onderzoeken, daar groei je mee op, dat was gewoon zo, terwijl mijn broers en zusters en vrienden van niets wisten, terwijl ik tot mijn 18 jaar elke maand een spuit br.brrr moest halen, mocht ik nooit iets zeggen, want dat was beter, omdat de mensen zouden denken dat het besmettelijk was!!!! Zelfs mijn schoonzusje vroeg laatst nog, waarom ik als enige thuis niet aan sport deed. Thuis waren ze te voorzichtig maar dat was de tijd. Ik moest het altijd rustig aan doen, volgens pa en ma.

Ik was `n jaar of 9 toen ik bij dokter Smeenk `n plas op het potje moest doen. Na even zitten kwam de plas met `n hele grote hoop! Oh. Oh! Ik krijg het er nog warm van, en ja hoor, boos zei ze, ik heb om een plas gevraagd en geen hoop!!!! Ga daar maar aan de kant zitten op het potje tot er weer `n plas komt!! Nou dat was lang wachten voor er weer een kwam. De laatste keer, ik was net 12 jaar geworden, en juist die morgen voor het eerst ongesteld geworden. Schoon broekje, nog een, nog een enz, maar ik durfde het mijn moeder niet te vertellen. Ik dacht wel dadelijk ziet dokter Smeenk mijn vieze onderbroek, hoe moet dat nou?! Met lood in de schoenen ben ik mee gegaan. Eindelijk waren we aan de beurt. Toen ze zag dat ik 12 jaar was geworden zei ze dat we niet meer bij haar moesten zijn maar dat we naar de vrouwenarts moesten! Ik was nog maar een kind en toch al `n beetje groot.

Ik heb wel vaak aan haar gedacht maar geen trauma`s van overgehouden, dus ze zal beslist iets heel speciaals gehad hebben. Ik heb nog steeds geen angst voor dokters. Jammer dat mijn moeder niet meer leeft, zij had vast nog meer dingen te vertellen.

Wens Mejuffrouw Smeenk het allerbeste en jij heel veel succes, ik hoop dat er veel mensen reageren. Het is niet echt veel geworden maar alleen de gedachte om even terug te gaan in de tijd, is het al weer waart geweest. Ik was van 1956 tot 1963 patiënt van Mejuffrouw Smeenk.

Al doe je er niks mee, het is een klein stukje uit mijn jeugd. Veel succes,

Vriendelijke groeten, Miep Freriks


Graag wil ik reageren op uw stukje in de Gelderlander.

Ook voor ons gezin heeft Dr. Smeenk veel betekend door het leven van onze oudste zoon te redden die weken lang in het ziekenhuis heeft gelegen met de dood voor ogen. In 1963 is onze zoon Henk, van ruim vier maand oud, opgenomen op zondag 3 maart. (opname duurde uiteindelijk tot 25 mei) Ik zat daar te wachten en opeens sprongen de zusters op, er kwam een vrouw aan in lange mantel en gebreide muts. Ik dacht; is dat een dokter?? Ja hoor, en wat voor een. Dr Smeenk en Dr. Prakke hebben onze zoon weer beter gemaakt. Het was een lange tijd voor een baby van vier maanden, telkens weer vertering en verkleving van de darmpjes en daardoor meerdere operaties. Maar op een gegeven ogenblik, toen de norit weer door de darmpjes stroomde, sprong Dr. Smeenk wel een halve meter van blijdschap in de lucht, ze had het gered!!!

De vlaggetjes aan het bedje waren omdat het genezingsproces opgang was gekomen bij baby Langeler. (zo werd hij in het ziekenhuis genoemd.) Henk bleef lang een zorgenkind. We zijn menig keer op controle geweest, bij een van die controles riep ze; "Leeft hij nog?" Daar ben ik toen wel erg van geschrokken.

Als Dr. Smeenk later met de auto naar haar garage, Herwes in Hengelo, moest kwam ze nog wel eens bij ons langs om een kopje koffie te drinken en te kijken hoe het met de zoon ging.

Bij de geboorte van onze tweede zoon, Hans, kregen we de volgende kaart: Beste mensen, heel erg gelukgewenst met Hans. Ik hoop voor u dat ik hem niet te zien zal krijgen!. Met beste groeten C Smeenk

In 1993 zijn mijn oudste zoon en ik nog een keer bij haar geweest en dat vond ze zo leuk. Wat zij vroeger gedaan heeft blijven we altijd dankbaar voor en vergeten we nooit. Dankzij haar is het nu een gezonde sterke kerel van alweer 45 Jaar.

Met vriendelijke groeten, Gerda Langeler


Het was voor ons heel mooi in de Gelderlander van 29 januari j.l. te lezen over dokter Smeenk.

Onze herinneringen aan dokter Smeenk zijn uit 1969. Midden februari in de (strenge) winter van 1969 werd onze (middelste) dochter geboren.

Volkomen onverwacht, ze zou begin mei geboren worden, Toen de huisarts arriveerde (die practisch bij ons om de hoek woonde) was ze al geboren. Ze woog 1500 gram. De huisarts belde met het St. Jozefziekenhuis dat een premature baby zou worden gebracht. We, mijn zus en ik, hebben haar toen ‘s morgens om een uur of zes naar Doetinchem gebracht.

We werden verwacht. De zusters namen haar van ons over een brachten haar naar een warm kamertje. Op dat moment kwam dokter Smeenk binnen, ze had een ouderwetse boodschappentas in haar hand. Ze liep ons voorbij naar het kamertje, een paar minuutjes later kwam ze kwam weer naar buiten en stevende recht op mij af. "Bent u de vader?" vroeg ze streng. "Ja dokter" zei ik. "Dat kind is veel te vroeg geboren, hoe komt dat?". "Dat weet ik niet dokter" antwoordde ik. "Ik zal het kind onderzoeken en u wacht hier". Ze ging terug naar het kamertje. Na enige tijd kwam ze terug en zei: "Het valt me niet tegen, het kind blijft hier, u mag komen wanneer u wilt en u moet de moedermelk brengen".

De eerste tijd ging het helemaal niet goed met onze dochter, ze lag op een bedje met een warme lamp erboven. Wanneer we aan een zuster vroegen hoe het met haar ging dan keek ze alleen maar heel bezorgd; wacht nog maar even met het versturen van de geboortekaartjes. Dokter Smeenk was heel druk met haar. Toen het heel slecht met haar ging heeft de nachtzuster haar gedoopt. Geleidelijk aan ging het toch beter met haar en na drie weken in het ziekenhuis had ze haar geboortegewicht weer terug. Dokter Smeenk zei: "Ze moet naar huis, een kind hoort bij de moeder, een ziekenhuis is een slechte plaats voor een kind, thuis geen bezoek, alleen de vader en de moeder mogen op haar kamertje komen".

Een paar weken later werden we op het spreekuur in haar praktijk verwacht. De wachtkamer was sober ingericht, er stonden een paar groen geverfde banken, onder de banken lagen zakken met voer voor de kippen, eenden, honden enz. Toen we aan de beurt waren droeg ik de bak van de kinderwagen met daarin onze dochter en misschien wel vier kruiken de spreekkamer binnen. We oogstten met deze wijze van transport succes bij dokter Smeenk. De andere ouders hadden hun kind in een deken gewikkeld op de arm. Onze dochter was gegroeid, dankzij de overvloedige moedermelk, iedereen tevreden. We zijn daarna nog verschillende keren bij haar terug geweest.

Bij een van de bezoeken werden we binnengeroepen terwijl een ander ouderpaar nog met hun kind aan het aankleden was. Het jongetjes riep een keer “Ajax!" , “Ajax?” vroeg dokter Smeenk. "Ja", zei de vader trots, " dat is een voetbalclub uit Amsterdam, dat heeft hij gezien op televisie". Dokter Smeenk ontstak in woede. " Televisie dat kind kijkt toch niet naar de televisie, dat is heel slecht voor een kind, televisie vergiftigt de geest van de mensen, als ik een televisie had dan gooide ik die naar buiten en dan zou ik hem in elkaar trappen. Hebben jullie televisie"? vroeg ze aan ons. "Nee dokter, we hebben nog geen televisie (dat was nog waar ook)". "Zie je wel, geen televisie en met hun dochter gaat het goed".

We hadden medelijden met die ouders waar ze zo tegen te keer ging. Geen televisie en wel moedermelk dat was voor dokter Smeenk een succesformule. We konden bij haar geen kwaad meer doen.

Toen onze dochter een jaar was zijn we het laatst bij dokter Smeenk geweest, ze was ook zichtbaar blij dat het na het eerste begin zo goed was gegaan. Ze was volgens dokter Smeenk in het begin 'heel vervelend geweest'. Daarna is het ook heel goed met haar gegaan, op de basisschool had ze even moeite met de tafels, maar daarna ging ze naar de Mavo, Meao, Heao en tenslotte ging ze naar de universiteit en deed in 1995 haar doctoraal examen. Ze is nu zelf moeder van drie kinderen. Iedere keer bij haar verjaardagen en bij alle andere bijzondere momenten in haar leven denken wij weer aan dat moeizame begin en met dankbaarheid aan dokter Smeenk die voor haar letterlijk van levensbelang is geweest.

We wensen u succes met het bundelen, van de verhalen uit die tijd.

Jan en Nolda Boland


Mijn moeder is Mevr. Elly Bouwmeister- Koops en was getrouwd met mijn vader Theo Bouwmeister uit Gaanderen die helaas in 1995 op 64 jarige leeftijd is overleden aan kanker na een kort ziekbed. Graag wil ik je vertellen wat mijn moeder vertelde over Dr. Smeenk toen ze hoorde dat er dit artikel in de krant stond.

Mijn moeder heeft op 2 febr. 1956 een dochtertje gekregen die op twee en een half jarige leeftijd is overleden aan een hersentumor. Dr. Smeenk heeft haar toen ze ziek werd behandeld ontdekt dat het kindje iets mankeerde. Mijn ouders werden doorgestuurd naar Utrecht. Op 21 April 1958 is ze overleden. Ik zelf ben geboren op 12-sept. 1957. De huisarts heeft mij een keertje van de tafel laten vallen en mijn moeder mocht op eigen verzoek naar Dr. Smeenk. Ik werd een paar dagen opgenomen en mijn moeder mocht mij na 3 dagen weer ophalen de dokter Smeenk stelde haar heel erg gerust. Ik was kerngezond. Mijn moeder zei wel dat ze eerst in het begin bang voor haar was want ze was streng, maar door haar eigen ervaring met haar begon ze haar heel lief te vinden. En m'n moeder was ook vaak aan de praktijk aan huis geweest ze zegt , ik kan me goed herinneren waar dat was.

Op 6-11-1961 werd er een dochtertje Silia geboren en die is op 22-11-1961 overleden aan de gevolgen van een open ruggetje.

Op 40 jarige leeftijd kreeg mijn moeder nog onverwachts een zoon. Die werd geboren op 29-10-1974 in het ziekenhuis in Doetinchem dokter Smeenk kwam bij haar en keek haar aan...ze zei tegen mijn moeder ik ken u, niets zeggen morgen kom ik terug bij u en dan weet ik het. En inderdaad de volgende ochtend kwam ze terug en wist wie mijn moder was. Zei tegen haar...u mag God heel erg danken dat u een en mooie en gezonde zoon heeft gekregen, na alles wat u heeft meegemaakt in u leven, mag u God daarvoor danken.

Mijn moeder sprak heel lief over haar, ik kan daarom niet voorstellen dat het een strenge dokter is geweest. Mijn ouders hebben enorme stuen van haar en aan haar gehad.

Ik heb thuis mijn ouders veel over dr. Smeenk horen praten maar ik heb nooit gehoord dat ze vervelend was. Ik ben blij dat ik dit artikel heb gelezen en dat ik deze anekdotes kan opschrijven.Ik hoop dat het een leuke bundel wordt voor mejuffrouw Smeenk. Ik zal er van mijn ouders wat foto's bij doen van toen der tijd en van de tijd net voor mijn vader is overleden. Ik schrijf dit namens mijn moeder die door ziekte ( Spierdystrofie en hart klachten ) 24 uur aan bed is gekluisterd. Maar haar handen en haar verstand dat is gelukkig nog prima in orde.

Ik hoop dat mejuffrouw Smeenk dit leest ze zich mijn ouders kan herinneren. Daarom wil ik dan ook graag namens mijn moeder en ook namens mij de hartelijke groeten aan haar overbrengen. Misschien hoor ik wel een reactie,

Vriendelijke groeten van Maria Ketelaar-Bouwmeister. Dochter van Elly Bouwmeister- Koops


Omdat ik het stukje in de krant gelezen heb over de kinderarts dr. Smeenk en de oproep om herinneringen door te mailen, de volgende herinneringen.

Toen ik 18 jaar was, volgde ik de opleiding kraamverzorgster. Op een avond zouden we cursus krijgen van dr. Smeenk. Toen zij binnenkwam, hield iedereen meteen op met praten en de cursus begon. Op een gegeven moment bewoog een van de cursisten zich. Voor dr. Smeenk was dat een teken, dat ze niet van iedereen de volle aandacht had. Ik zie haar nog haar aktetas oppakken, haar boeken erin smijten en daar ging ze! Iedereen was met stomheid geslagen.

Een van haar uitspraken heb ik een paar weken geleden nog verteld. Dr. Smeenk vertelde altijd: “Van kou word je niet ziek, want dan zouden alle mensen in Noorwegen altijd ziek zijn”. Ook moest ik als leerling kraamverzorgster door haar gekeurd worden. Ik vond het doodeng.

Dit alles is al meer dan 35 jaar geleden gebeurd. Gr. Willy.

Bronnen


Bron: Elzebet Veenendaal