Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Café Clé Berntsen

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

De vroegste geschiedenis

De woning van Derck ter Voert bij de Laak op
de kaart van Theodorus Bücker uit 1727.

In voormalig Café Clé Berntsen in Azewijn, vanouds gevestigd in het Kupershuus, is anderhalve eeuw lang alcohol geschonken. Al minstens sinds 1625 stond er op die plaats een woonhuis. Voordat Willem Kuper er kwam wonen, was de woning bekend als Albert Wissinckstede.

  1. 1625: Albert Wissinck
  2. 1631-1650: Derck ter Voert, trouwde Aeltjen Wissinck.
  3. 1689-1744: Derck ter Voert (junior), trouwde Hendrina Doornekamp. Mogelijk woonden er drie generaties Derck ter Voert in plaats van twee. Het is onzeker of de persoon met de naam Derck ter Voert die van 1689 t/m 1744 als bewoner wordt weergeven, één persoon is.
  4. 1745-1748: Hendrina Doornekamp, zij hertrouwde in 1747 met Ruth Oosters, na zijn overlijden in 1748 hertrouwde zij Derck Mulder.
  5. 1748-1758: Derck Mulder, dagloner, trouwde in 1748 Hendrina Doornekamp, de weduwe van Rutger Oosters. Na haar overlijden in 1753 hertrouwde hij met Grada (Geertje) Sesink.
  6. 1759-1771: Leendert Bisseling, trouwde Grada (Geertje) Sesink. Leendert Bisselink overleed in of voor 1772, want in dat jaar hertrouwde Geertje met Andries Kelderman, en werd zij beschreven als de weduwe van L. Bisseling.
  7. 1771-1772: Geertje Sesink
  8. 1772-1774: Andries Kelderman, trouwde de weduwe Geertje Sesink. Geertje overleed in of voor 1775, want in dat jaar hertrouwde Andries Kelderman met Margrita Elsen. Andries Kelderman hertrouwde na haar overlijden in 1778 weer met Elisabeth Beijer. Op 30 augustus 1774 verkochten zij hun woning aan Evert Simes.
  9. 1774-1806: Evert Simes (geboren 1738), trouwde Catharina van Remmen, die in 1797 overleed. Evert overleed in 1806.
  10. 1806-1817: Jan Dijker, trouwde in ca. 1803 Helena Siemes, de dochter van Evert en Catharina. Jan overleed in 1817 op 49-jarige leeftijd.
  11. 1817-1818: Helena Siemes
  12. 1818-1842: Willem Kuper, trouwde in 1818 Helena Siemes.

Van Willem Kuper tot Clé Berntsen

Willem Kuper (no. 12 in bovenstaande lijst) was in 1834 de eerste vergunninghouder en tevens de naamgever van het Kupershuus. Hij werd gedoopt in 1792 in Speldrop bij Rees als zoon van Ruth Kuper en Maria Market. Hij trouwde met Helena Simes, de weduwe van Jan Dijker (nummers 10 en 11). Hij overleed op 50-jarige leeftijd op 8 december 1842 in Azewijn, waar zijn vrouw overleed op 7 december 1854.

Via Willems dochter Aleida Kuper (1820-1889) kwam de tapvergunning terecht bij Albertus Berntsen (1814-1886). Toen deze op 9 november 1848 met Aleida trouwde, deed de naam Bentsen zijn intrede in deze tapperij. Dat hij er tot het einde gebleven is, hebben we aan een kettinghuwelijk te danken, want hij is niet “van vader op zoon” doorgegeven. Om te zien hoe dat gegaan is, volgen nu eerst de kinderen van het echtpaar Berntsen-Kuper.

  1. Johanna Maria (1850-1936)
  2. Wilhelmus (1851-1921)
  3. Wilhelmina Josephina ( 1852-1914)
  4. Johannes Gerhardus (8 augustus-18 november 1853)
  5. Helena (1854-?)
  6. Gerhardus (1855-1941)
  7. Johannes (1856-1933)
  8. Wilhelmina (1857-1894)
  9. Aldegonda (1859-1906)
  10. Maria Everdina (1861-1936)
  11. Antonia Everdina (13 mei-27 juni 1863)
  12. Antonius (23 juni-14 september 1864)

Zoon Johannes (no. 7), een vrijgezel die Jan-eum genoemd werd, is een tijdlang de tapper geweest, maar later verhuisde hij naar het Wintershuus in Warm. Daar was zijn oudste zuster Johanna Maria (no. 1) getrouwd met Jan Winters (1833-1894). Met zijn zus Aldegonda (no. 9) begon daarna een kettinghuwelijk van vier schakels, waarmee de naam Berntsen met het Kupershuus verbonden is gebleven.

  • Eerste schakel: Aldegonda trouwde op 42-jarige leeftijd op 11 juli 1901 met Theodorus Aloijsius (Dorus) Giesen. Dorus was op 25 december 1869 in Vethuizen geboren. Aldegonda overleed kinderloos op 13 januari 1906, mogelijk als gevolg van een doodgeboren kindje op 21 februari 1905. Of Dorus toen al de vergunninghouder was, is nog onduidelijk, maar op een gegeven moment werd hij de uitbater. Daarmee verdween de naam Berntsen uit het Kupershuus.
  • Tweede schakel: Dorus Giesen hertrouwde op 15 november 1906 met Theodora Christina Gerritsen uit Angerlo. Uit dit huwelijk werden (minstens) drie kinderen geboren, te weten Antoon (1907) die priester werd, Alex (1910) die architect werd, en een dochtertje (1914) dat maar een halfjaar oud is geworden. Helaas overleed Dorus' tweede vrouw al op 36-jarige leeftijd op 9 februari 1916.
  • Derde schakel: Dorus Giesen trouwde op 8 mei 1919 voor de derde keer, nu met Bertha Grada Sloot uit Drempt. Dit huwelijk was nog kinderloos toen Dorus op 6 december 1921 op 51-jarige leeftijd overleed. Zijn derde vrouw bleef toen achter met de twee zonen van zijn tweede vrouw. De tapvergunning was toen om een of andere reden niet meer geldig, want op 1 april 1922 heeft Bertha Sloot als koffiehuishoudster een vergunning aangevraagd tot verkoop van sterken drank voor gebruik ter plaatse van verkoop, in den benedenvoorkamer, rechts van de hoofdingang, met een oppervlakte van 23,75 m² en het bovenhuis met een oppervlakte van 73 m². De vergunning werd op 1 mei 1922 verleend.
  • Vierde schakel: Bertha Sloot hertrouwde op 30 april 1924 met Clé Berntsen, zoon van Willem Berntsen (no. 2) en kleinzoon van Albertus Berntsen. Met andere woorden, Aldegonda Berntsen met wie dit kettinghuwelijk begon, was een tante van Clé Berntsen met wie het eindigde. Daarmee kwam de naam Berntsen terug in het Kupershuis. Opgemerkt zij dat de twee stiefzonen van het echtpaar Berntsen-Sloot (de gebroeders Giesen) met geen van beide stiefouders verwant waren, en dus ook niet met hun zoon Wim, die in 1925 werd geboren. Laatstgenoemde stond bekend als Wim van Clé. Zijn moeder Bertha Sloot overleed in 1933, waarna zijn tante Marie (Maria Helena Cecilia Berntsen, 1897-1962), een jongere zus van vader Clé als huishoudster op het Kupershuus is gekomen.

Het gebeurde in het Kupershuus

Op kermismaandag 28 september 1857, in de tijd dat Albertus Berntsen de waard was, vond er in het Kupershuus een handgemeen plaats tussen een klompenmaker en twee veldwachters. De klompenmaker had bij herbergier Willem te Boekhorst wat gedronken en was zonder betalen weggegaan. De 's-Heerenbergse veldwachters Hermanus van Engelen en Albertus Verheij, die op de kermis waren en te hulp werden geroepen, troffen de wanbetaler aan in het Kupershuus. Toen deze weigerde met hen mee te gaan, ontstond er een woordenwisseling, die op een vechtpartij uitdraaide. De klompenmaker sloeg en schopte, veldwachter Verheij deelde meerdere klappen uit met zijn stok, en er gingen ruiten aan diggelen. De ruzie werd tot bedaren gebracht door de Azewijner Hermanus Alings, die verklaarde de man wel te kennen. Daarop gingen zij gevieren naar buiten, waar ook veldwachter Willem Visser was. Ook Visser, onder wiens gezag Azewijn viel, zei de man te kennen; een klompenmaker die bij de weduwe Pas in de kost was. Na nog enkele bemiddelende woorden van veldwachter Visser ging ieders zijns weegs.

De volgende dag zijn er door burgemeester C. van Hugenpoth twee processen verbaal opgemaakt van het voorval. Het ene legde de verklaringen van de twee 's-Heerenbergse veldwachters vast, het andere de verklaring van de klompenmaker Bernardus Albertus de Gier. Deze had ter ondersteuning van zijn verhaal vier getuigen meegebracht, namelijk de reeds genoemde Hermanus Alings en verder Hendrik Pastoors, Hendrik Klabbers en Arent Messing. De laatste twee hadden niet het hele voorval meegekregen.

De Gier was in 1832 in Steenderen geboren en overleed ongehuwd in 1895 in Zutphen.

Café Th. Giesen

Kupershuus Giesen.jpg

Ergens aan het eind van de negentiende eeuw heeft Dorus Giesen samen met de heren Gerritsen en Hettelaar de Onderlinge Paardenverzekering Azewijn en Omstreken opgericht. Het boerenwerk was in die tijd volledig afhankelijk van paardenkracht, dus als een paard ziek werd of zelfs doodging, was dat een enorme schadepost. Een verzekering die in zo'n geval de volle waarde uitkeerde, was dan ook een enorme uitkomst. Overigens waren de paarden ook verzekerd tegen diefstal (in welk geval tachtig procent van de waarde werd uitgekeerd), maar dat is nooit voorgekomen. Ook voor afgekeurde paarden werd een bepaald bedrag uitgekeerd. Om de verzekerde waarde vast te stellen, moesten de paarden twee keer per jaar, in mei en november, getaxeerd worden. Dat gebeurde voor de deur van café Th. Giesen, ofwel het Kupershuus. Na de paardenschatting werd er in het café vergaderd en nagekaart.

Café Clé Berntsen

In 1930, toen Bertha Sloot nog de vergunninghoudster was, is het Kupershuus grondig verbouwd. De gelagkamer werd vergroot tot 38,50 m² (in 1952 verder vergroot tot 56,29 m²) en de daar achter gelegen feestzaal werd 242 m² groot. Niet lang daarna, in 1933, overleed Bertha Sloot, waarna per 18 januari 1934 de tapvergunning overging op haar weduwnaar Clé Berntsen. Toen deze in 1962 overleed, ging de vergunning over op Wim van Clé, die al in 1954 was getrouwd met Maria Paulina (Mariet) Terhorst. Wim en zijn vrouw hebben het café, samen met de kruidenierswinkel, nog jaren gedreven.

Op 11 mei 1950 werd vergunning verleend tot het inrichten van een schietbaan (buksbaan). Een lijst van vijftien punten beschreef gedetailleerd alle voorwaarden waaraan de baan moest voldoen.

Na de oorlog heeft café Clé Berntsen een tijdlang ruimte beschikbaar gesteld als kleedkamer voor voetbalclub Den Dam. Als vanzelf werd het ook het clublokaal, totdat Den Dam in 1987 een echt eigen clubhuis kreeg. De club moest ook wel, want Wim van Clé stopte in dat jaar met zijn café.

Ter gelegenheid van de naderende sluiting van café Clé Berntsen werd er op 12 februari 1987 nog een keer een ouderwetse paardenschatting gehouden. Sinds er door de mechanisatie in de landbouw vooral hobbypaarden bij de Onderlinge Paardenverzekering Azewijn en Omstreken verzekerd waren, kwamen de taxateurs naar de paarden toe in plaats van andersom, maar op die dag in februari 1987 kwamen de paarden voor een keer weer naar het Kupershuus. 's Avonds tijdens de laatste jaarvergadering in zaal Berntsen kreeg Wim van Clé een bronzen paardje en bloemen aangeboden, met de raad het paardje bij het paardenfonds te verzekeren tegen diefstal.

Op 1 april 1987 was het zo ver: na 153 jaar sloot het café in het Kupershuus voorgoed zijn deur. Wim en Mariet hadden weliswaar vijf kinderen, maar geen opvolger, zodat alle activiteiten die hun vaste stek in het café hadden, naar café Alofs verhuisden. Het Kupershuus werd eind 1994 afgebroken en Wim en Mariet verhuisden naar een nieuwe woning aan de vlakbij gelegen Garbenstraat.

Café Clé Berntsen begin jaren 60
Marietje en Wim Berntsen, Theet Hettelaar en Albert Berntsen op 12 februari 1987 bij de laatste paardenschatting


Bronnen

  • Azem van 't Hof tot heden, blz. 150-151, 208, 297
  • Bevolkingsregister Bergh
  • Foto laatste cafékeuring bij Berntsen: Jaarboek Achterhoek en Liemers 2007 (30)
  • Gemeentearchief Bergh, inventarisnummers 136, 1623 en 2095. Met dank aan Jan Lukkezen
  • WieWasWie
  • Rechterlijk Archief van het Landdrostambt Bergh, Inv.nr. 657: vermelding in 1759 dat Leendert Bisseling getrouwd is met Grada Sesink, de weduwe van Derck Mulder.
  • Rechterlijk Archief van het Landdrostambt Bergh, Inv.nr. 659: vermelding van Grada Seesink die haar huis in 1774 verkoopt aan Evert Simes.
  • Archief Stadsbestuur Bergh, Kohieren van de pondschatting en de verponding voor het kerspel Zeddam, 1625 - 1753
  • Caarte van de graafschap Berghe, inhoudende kaarten van de grafelijke bezittingen, Theod. Bucker, 1727