Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Guliksche goederen

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

De Gulikse goederen in de Overbetuwe waren onroerende goederen die de hertog van Gelre in 1523 had overgedragen aan Oswald II van den Bergh. De hertog was een achterneef van graaf Oswalds moeder Anna van Egmond.

De goederen hadden behoord aan de hertogen van Gulik toen de hertogdommen Gelre en Gulik (in het Duits Jülich) in de periode 13711423 in een personele unie verbonden waren. Toen de hertog van Gulik in 1423 kinderloos overleed, werd de unie verbroken en kwam Gelre aan het Huis van Egmond.

De Gulikse goederen lagen verspreid onder Andelst, Bemmel, Driel, Elden, Elst, Gendt, Heteren en Randwijk. De teruggave van de heerlijkheid Haps vond tegelijk met de overdracht van deze goederen plaats.

In mei 1736 stelde de gezworen landmeter Theodorus Bücker een summarisser register (beknopte lijst) op van de Guliksche goederen van graaf Frans Willem in Heteren, Randwijk en Elst. De aanhef van de lijst luidt:

Summarisser Register Aller Bowhoeven en Goedern tot Heteren, Randewijck en Elst
Sijn Hoogh Graeffelicke Excellentie De Heere Graeff Van Den Bergh toebehoerende,
zo groot befunden als Volget:

Er volgt per bowhoff de grootte in roeden van de bijbehorende percelen met een aanduiding van het gebruik (weiland, bouwland, boomgaard enz.)

  • Den bowhoff Leege Woert
  • De Landerijen onder Den Moelen gehoerende
  • Dat Neirborgh
  • Den Beverpoll
  • Den Beginnen Werht
  • Den Nootenboom
  • Den Middel Werht

De goederen vererfden in rechte lijn, maar werden stap voor stap verkocht. In 1796 en 1798 verkocht vorst Anton Alois van Hohenzollern- Sigmaringen de laatste restanten. Bij de laatste verkoop bestond het bezit onder Elst nog uit één boerderij met een stuk land van ongeveer tachtig morgen.

Bronnen