Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Karel van Hohenzollern-Sigmaringen

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Karel van Hohenzollern-Sigmaringen.png

De erfprins

Karel van Hohenzollern-Sigmaringen was van 1831 tot 1848 graaf van Bergh Zijn voornamen waren voluit Karel Anton Frederik Meinrad Fidelis. Hij werd op 20 februari 1785 geboren in Sigmaringen als zoon van Anton Alois van Hohenzollern-Sigmaringen en Amalie Zephyrine van Salm-Kyrburg. Als troonopvolger had hij, zoals alle troonopvolgers voor en na hem, de titel erfprins van Hohenzollern-Sigmaringen. De titel kroonprins is voorbehouden aan de troonopvolgers van keizers en koningen.

Toen Karel tien weken oud was, vluchtte zijn moeder uit Sigmaringen en vestigde zich in Parijs, de stad waar ze was opgegroeid. Voor haar was de overgang van deze metropool naar het provinciaalse Sigmaringen te groot geweest. Pas in 1801 zag Karel zijn moeder terug op het kasteel van IJse bij Brussel, een bezit van zijn oom Frederik III van Salm-Kyrburg. Zij heeft Karel, inmiddels zestien jaar oud, daarna ingevoerd in de Parijse hofkringen. Mede op grond van politieke overwegingen is ze er een bruid voor hem gaan zoeken. Dat werd Antoinette Murat (17931847), een nichtje van Caroline Bonaparte, de jongste zus van keizer Napoleon Bonaparte. Caroline was getrouwd met Joachim Murat, die door Napoleon groothertog van Berg en koning van Napels was gemaakt. Nadat Antoinette haar vader – Joachims oudere broer Pierre – op jonge leeftijd had verloren en haar moeder was hertrouwd, werd zij opgevoed door haar tante Caroline en oom Joachim. Antoinette was van bescheiden afkomst (haar grootvader was herbergier), maar toch trouwde Karel boven zijn stand. Napoleon had Antoinette namelijk kort voor haar huwelijk tot prinses verheven. Zij behoorde daarmee tot de Franse keizerlijke familie.

Karels moeder had in Parijs goede contacten met het hof van keizer Napoleon. Zo kon zij ervoor zorgen dat Antoinette vanaf 1806 privé onderwijs kreeg op de school van Madame Campan. Napoleons stiefdochter Hortense, de echtgenote van koning Lodewijk Napoleon, had daar ook les gehad. De lessen moesten Antoinette voorbereiden op haar huwelijk met Karel. Dit werd op 4 februari 1808 in Parijs werd gesloten. Antoinette was net een maand daarvoor vijftien geworden; Karel was toen 23. Al was het maar via een aangetrouwde tante van zijn vrouw, toch was Karel nu (een beetje) familie van Napoleon.

Het feit dat Karel tot de Franse adel behoorde, heeft zijn moeder gebruikt om ervoor zorgen dat de kleine vorstendommen Hohenzollern-Sigmaringen en Hohenzollern-Hechingen als soevereine staten binnen de Rijnbond konden blijven bestaan. Deze confederatie van Duitse vazalstaten van het Franse Keizerrijk was in 1806 gesticht. Bij de vorming daarvan verloren heel veel kleine Duitse staten hun zelfstandigheid en werden samengevoegd met grotere. Zo zouden Hohenzollern-Sigmaringen en Hohenzollern-Hechingen moeten opgaan in het groothertogdom Baden of in het koninkrijk Württemberg. Karels moeder heeft dit kunnen voorkomen.

Na zijn huwelijk ging Karel met zijn vrouw op het kasteel in Sigmaringen wonen. Zijn moeder kwam met hem mee en was aldus na 23 jaar terug in Sigmaringen, waar zij tot haar dood in 1841 een eigen huishouding heeft gevoerd. Zij heeft vrijwel vanaf Karels geboorte gescheiden geleefd van haar man Anton Alois, maar het huwelijk is nooit ontbonden.

Karel heeft de eerste jaren na zijn huwelijk weinig thuis kunnen zijn. Hij was getrouwd met een Franse prinses, dus moest hij aan Napoleons veldtochten meedoen. Hij diende eerst in Spanje bij de staf van generaal Joachim Murat, de stiefvader van zijn vrouw, die op 23 april 1808 Madrid binnentrok. Daarna nam hij op 21 en 22 mei 1809 deel aan de Slag bij Aspern. Die werd ten oosten van Wenen uitgevochten en was de eerste veldslag die Napoleon ooit verloren heeft. In 1813 is Karel overgelopen naar het leger van Pruisen.

Zijn enige bezoek aan Bergh

Dit bericht uit de Arnhemsche Courant van 5 augustus 1830 meldt Karels reis naar 's-Heerenberg. Volgens het Dagblad van 's-Gravenhage was de erfprins op 30 juli in Den Haag was aangekomen. Hij heeft Huis Bergh dus pas op de terugweg naar Bonn bezocht.
Klik op de afbeeldingen voor een vergroting.

Als officier in het Pruisische leger was Karel enige tijd commandant was van een legeronderdeel in Bonn. Vanuit die plaats heeft hij in 1830 Nederland bezocht en daarbij ook een bezoek gebracht aan Huis Bergh. Na het bezoek van zijn vader in 1787 is dit waarschijnlijk de enige keer dat een graaf van Bergh uit het Huis van Hohenzollern-Sigmaringen nog in 's-Heerenberg is geweest.

Bij zijn bezoek heeft Karel het archief van Huis Bergh geïnspecteerd en daar een grote wanorde aangetroffen. Dit was voor hoofdadministratie te Sigmaringen aanleiding het archief te laten ordenen. Het heeft administrateur Van Nispen moeite gekost een geschikte archivaris te vinden.

Vorst van Hohenzollern-Sigmaringen, graaf van Bergh

Bericht over Karels ambtsaanvaarding in de Leydsche Courant van 4 november 1831

In 1831 volgde Karel zijn vader op als vorst van Hohenzollern-Sigmaringen. Hij erfde ook diens bezittingen in Nederland en werd dus ook de nieuwe graaf van Bergh. Voor zover bekend, is hij er na zijn bezoek als erfprins in 1830 nooit meer geweest. Hij liet zich, zoals ook de graven voor en na hem, vertegenwoordigen door zijn administrateurs en rentmeesters.

In Hohenzollern-Sigmaringen voerde hij vernieuwingen door, zoals de vorming van een parlement (Landtag) en de invoering van een grondwet in 1833. Ook schafte hij de lijfeigenschap af en richtte een spaar- en leenbank op.

In 1832 stelde hij de Hofkammer in, een bureau voor het beheer van de domeinen dat losstond van de regering. Ook het beheer van Bergh werd bij deze kamer ondergebracht. In de periode van Karels aftreden in 1848 tot zijn overlijden in 1853 was het beheer anders geregeld, maar zijn opvolger bracht Bergh weer onder bij de Hofkammer. De Hofkammer was lange tijd gevestigd op het adres huidige Karlstraße 17 in Simaringen. Dit gebouw is in 1848 gereedgekomen.

In 1842 stelde hij samen met zijn ambtsgenoot Frederik, de vorst van Hohenzollern-Hechingen, de Vorstelijk Hohenzollernse Huisorde in. Deze onderscheiding is ook aan een aantal inwoners van Bergh uitgereikt, maar voor zover bekend alleen door Karels opvolgers.

Een gebrandschilderd raam

In het karmelietenklooster in Boxmeer bevinden zich achttien gebrandschilderde ramen uit de periode van 1655 tot 1684, die merendeels zijn geschonken door de graven van Bergh en hun familieleden. Een van de ramen draagt de naam Karel Anton Friedrich van Hohenzollern. In de tweede helft van de zeventiende eeuw komt echter geen Hohenzollern met die namen voor.

Nu zijn de ramen ernstig beschadigd geraakt toen het klooster in de Franse tijd (het begin van de negentiende eeuw) leegstond. Heeft vorst Karel als graaf van Bergh het raam laten restaureren? Wellicht was de oorspronkelijke schenker niet meer bekend en heeft hij daarom zijn naam op het raam later zetten.

Troonsafstand

Toen in 1848 in heel Duitsland, en ook in Sigmaringen, opstanden uitbraken waarin meer burgerrechten en zelfs de republiek werden geëist, deed Karel op 27 augustus van dat jaar afstand van de troon. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Karel Anton, die liberaler was dan zijn vader. Op 7 december 1849 deed ook Karel Anton afstand van de troon, net als zijn ambtsgenoot in Hohenzollern-Hechingen. Vervolgens werden beide vorstendommen bij Pruisen gevoegd na ceremonies op 6 april 1850 in Sigmaringen en op 8 april in Hechingen. Het gezamenlijke gebied werd daarbij verenigd tot het Pruisische Regierungsbezirk Sigmaringen.

Zijn laatste jaren

Overlijdensbericht in het Dagblad voor Zuid-Holland en 's-Gravenhage van 18 maart 1853

Kort voor zijn troonsafstand voltrok zich ook in Karels privé leven een belangrijke verandering. Na de dood van zijn eerste vrouw in 1841, hertrouwde hij op 14 maart 1848 met Catharina van Hohenlohe-Waldenburg-Schillingsfürst (18171893). Vijf jaar later ging hij op reis naar Rome. Onderweg kreeg hij tyfus en overleed op 11 maart 1853 in Bologna. Hij was 68 jaar oud. Op 21 maart daarop volgend werd hij bijgezet in de crypte van de Hohenzollerns in Hedingerkerk in Sigmaringen.

Bronnen