Bijdragen aan Berghapedia? Klik hier om je aan te melden !
Olde Hut van Ulft: verschil tussen versies
(bron) |
|||
| (11 tussenliggende versies door 3 gebruikers niet weergegeven) | |||
| Regel 1: | Regel 1: | ||
| − | + | [[Bestand:Haardplaat Hohenzollern-Bergh.jpg|thumb|right|300px|<center>'''De ijzerhut maakte in [[1756]] deze haardplaat,<br>met in het midden graaf Johan Baptists [[Wapen van Hohenzollern|wapen]].'''<br><small>Collectie Stichting Huis Bergh, inventarisnummer 670</small></center>]] | |
| − | + | De eerste ijzerfabricage in de [[Achterhoek]] ontstond door de gunstige omstandigheid van de aanwezigheid van ijzeroerbanken aan de moerassige rivieroevers van de [[Oude IJssel]] en enige zijbeken en van stromend water. | |
| − | |||
| − | + | De '''Olde Hut van Ulft''' was een hoogoven of ijzerhut aan de oever van de [[Meulenbeek]] nabij [[kasteel Ulft]]. | |
| − | + | De Meulenbeek was een kanaal, een afkorting van een bocht in de Oude IJssel die in de zeventiende eeuw was gegraven om het water uit de rivier op te stuwen zodat er een watermolen kon worden aangedreven. | |
| − | + | De oprichting van de ijzerhut in [[1754]] schijnt in eerste instantie een [[Graafschap Bergh|Berghse]] aangelegenheid te zijn geweest. Voorop stond de [[Johan Baptist van Hohenzollern-Bergh|graaf Johan Baptist]]. Men had hem nodig omdat hij de grond en de rechten bezat om een [[IJzergieterijen|ijzergieterij]] te beginnen. Het [[Rivierrecht|waterrecht]] speelde natuurlijk een belangrijke rol en bij het vervallen kasteel Ulft was een watermolen geweest. Op de [[Huis Bergh Bezittingen|Berghse bezittingen]] was voldoende oer en leem voorhanden en de grafelijke pachters konden gemakkelijk worden overtuigd, dat zij bij verkoop van houtkool er beter aan deden voorkeur te geven aan de nieuwe ijzergieterij. | |
| + | |||
| + | In de ''Sociteit tot Exploitatie van de IJzerhut'' zaten verder [[Roukens, Johan Michiel|Dr. Johan Michael Roukens]], raadsheer van het grafelijk huis, Jan Hendrik Bögel, drost van Wisch en [[Henning, Carel|Carl Henning]], [[Administrateurs en Rentmeesters Huis Bergh|rentmeester van de grafelijke goederen]] onder [[Gendringen]], [[Etten]] en het [[Berghs Wisch|Berghse deel van Wisch]]. | ||
| + | |||
| + | In [[1774]] kwam het bedrijf in handen van de families Reigers en Diepenbrock, eerst als pacht, later ([[1831]]) als eigendom. De gebroeders Bernard en Derck Diepenbrock uit Bocholt wisten het bedrijf tot grote bloei te brengen. De naam veranderde later in [[Diepenbrock en Reigers Ulft|Koninklijke Fabrieken Diepenbrock & Reigers NV te Ulft]] en is bekend onder de naam DRU. | ||
| + | <br clear=all/> | ||
| + | |||
| + | == Bron == | ||
| + | *J.G. Vos en G.J.B. Stork: Het land van de [[Oude IJssel]] en zijn Waterschap | ||
| + | |||
| + | [[Categorie:IJzergieterijen]] [[Categorie:Berghse bezittingen]] | ||
Huidige versie van 27 aug 2026 om 09:25
De eerste ijzerfabricage in de Achterhoek ontstond door de gunstige omstandigheid van de aanwezigheid van ijzeroerbanken aan de moerassige rivieroevers van de Oude IJssel en enige zijbeken en van stromend water.
De Olde Hut van Ulft was een hoogoven of ijzerhut aan de oever van de Meulenbeek nabij kasteel Ulft. De Meulenbeek was een kanaal, een afkorting van een bocht in de Oude IJssel die in de zeventiende eeuw was gegraven om het water uit de rivier op te stuwen zodat er een watermolen kon worden aangedreven.
De oprichting van de ijzerhut in 1754 schijnt in eerste instantie een Berghse aangelegenheid te zijn geweest. Voorop stond de graaf Johan Baptist. Men had hem nodig omdat hij de grond en de rechten bezat om een ijzergieterij te beginnen. Het waterrecht speelde natuurlijk een belangrijke rol en bij het vervallen kasteel Ulft was een watermolen geweest. Op de Berghse bezittingen was voldoende oer en leem voorhanden en de grafelijke pachters konden gemakkelijk worden overtuigd, dat zij bij verkoop van houtkool er beter aan deden voorkeur te geven aan de nieuwe ijzergieterij.
In de Sociteit tot Exploitatie van de IJzerhut zaten verder Dr. Johan Michael Roukens, raadsheer van het grafelijk huis, Jan Hendrik Bögel, drost van Wisch en Carl Henning, rentmeester van de grafelijke goederen onder Gendringen, Etten en het Berghse deel van Wisch.
In 1774 kwam het bedrijf in handen van de families Reigers en Diepenbrock, eerst als pacht, later (1831) als eigendom. De gebroeders Bernard en Derck Diepenbrock uit Bocholt wisten het bedrijf tot grote bloei te brengen. De naam veranderde later in Koninklijke Fabrieken Diepenbrock & Reigers NV te Ulft en is bekend onder de naam DRU.
Bron
- J.G. Vos en G.J.B. Stork: Het land van de Oude IJssel en zijn Waterschap