Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

IJzerwinning

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

In het Bergherbos rond het jaar 1000

Een gehalveerde klappersteen. De ijzerhoudende schil is duidelijk te onderscheiden van de leemkern. De maatstok is verdeeld in centimeters.

In het Bergherbos heeft van ongeveer de negende tot de elfe eeuw ijzerwinning plaatsgevonden. Dit gebied viel toen onder het gezag van de graven van Hamaland, voor wie het gewonnen ijzer een belangrijke inkomstenbron was. Ook in walburcht bij Appel in de buurt van Nijkerk werd voor de graven van Hamaland ijzer geproduceerd.

In het Bergherbos werd het ijzer gewonnen uit zogenaamde klapperstenen; kluiten leem met een ijzerhoudende schil. De leemkern is door uitdroging zo verschrompeld, dat er bij het schudden van een klappersteen een klapperend geluid te horen is. Klapperstenen kunnen een doorsnede tot vijftien centimeter hebben.

Klapperstenen komen in lintvormige afzettingen veel voor in de bovenste lagen van de stuwwallen die in de voorlaatste ijstijd gevormd zijn. In het Bergherbos zijn ze vooral aan de westkant aangetroffen. De winning was niet moeilijk: ze konden eenvoudig opgegraven worden. Daarbij ontstonden sleuven, die, ook al zijn ze nu meer dan duizend jaar oud, her en der nog in het Bergherbos te herkennen zijn. Ze zijn breder en dieper dan de loopgraven die in de Tweede Wereldoorlog door dwangarbeiders gegraven werden. Indertijd zijn er in het Bergherbos zo veel klapperstenen opgegraven dat ze daar tegenwoordig moeilijk meer te vinden zijn.

Het ijzer werd uit de klapperstenen gewonnen door ze te verhitten in houtskoolovens. Dit waren lemen bouwsels in de vorm van een bijenkorf tot maximaal een meter hoog. Het vuur werd met een blaasbalg aangejaagd, waardoor de temperatuur hoog genoeg opliep om het ijzer af te scheiden, maar niet hoog genoeg het vloeibaar te maken. In de oven bleef zo een deegachtige klont smeedbaar ijzer achter. Het restmateriaal werd wel vloeibaar en stoomde als slak via een opening bij bodem de oven uit. De slak stolde en werd in brokken ter plekke als afval op een hoop gegooid. Zo ontstonden er slakkenhopen van soms aanzienlijke omvang.

Om het gewonnen ijzer te kunnen afkoelen, werden de ovens vaak in buurt van water gebouwd. Zo zijn er slakken gevonden bij de Sprung in Stokkum en bij de Bansprong in Braamt. In 1936 lukte het meester Vermeulen de loop van de verdwenen Beek in Beek te achterhalen. Ook langs deze verdwenen waterloop werden slakken aangetroffen.

Na 1100 kwam er geleidelijk aan een einde aan de ijzerwinning in het Bergherbos. De oorzaak zal een samenspel geweest zijn van de ondergang van het graafschap Hamaland, uitputting van de klappersteenafzettingen en concurrentie van de groeiende ijzerproductie in Duitsland.

Hergebruik van de slakken

Uit publicaties vanaf het midden van de negentiende eeuw blijkt dat er enkele tientallen slakkenhopen bekend waren in het gebied vanaf de lijn WehlKilderBraamt via Loerbeek, Beek en de Byvanck tot bij Stokkum en de Eltenberg. Ook bij de Motte Montferland lag een slakkenhoop.

Nol Tinneveld telde in 1953 in het genoemde gebied 21 slakkenhopen. Daarbij verwijst hij naar G.A.N Schelteman de Heere, die er rond 1900 in Beek alleen al 25 à 35 telde. Dit was vóór de verharding van de Beeske Sint Jansgildestraat in het begin van de vorige eeuw, waarvoor meerdere slakkenhopen in de omgeving werden afgegraven. Een van de hopen was zo groot, dat er zo'n tweehonderd karrevrachten nodig waren om alle slakken af te voeren. Na de verharding heette de Sint Jansgildestraat aanvankelijk Slakweg.

Dat de slakkenhopen van een aanzienlijk omvang konden zijn, blijkt ook uit de vermelding van een hoop bij Kilder die een omtrek had van honderd passen en een hoogte van drie à zes voet. De hoop zal niet precies rond zijn geweest, maar in het geval van een cirkelvorm zou hij een middellijn van 25 meter hebben gehad. De Zinderberg in Kilder dankt zijn naam aan een slakkenhoop – wellicht aan deze slakkenhoop.

Slakken werden ook gebruikt als bouwmateriaal. Zo zijn er in Didam slakken aangetroffen in de fundamenten die nog resten van het kasteel aldaar, en in de muren van de kerk. Ook de muren van de kerk in Hoog-Elten zijn deels met slakken opgevuld.

De grond rond een slakkenhoop is vaak zwart door de houtskool die in de ijzerovens werd gestookt. In weilanden waar zo'n slakkenhoop afgegraven is, verraden zwarte molshopen dat er ooit een gelegen heeft.

Meer informatie

IJzerwinning in het Bergherbos in de vroege middeleeuwen is een van de onderwerpen waaraan de vaste collectie van het Stadsmuseum Bergh in 's-Heerenberg aandacht besteed.

Zie ook

Bronnen