Bijdragen aan Berghapedia? Kijk hier voor Hulp bij aanmelden

Lancaster JB672

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

De toedracht

Een museumexemplaar van de Avro Lancaster B I tijdens een recente vlucht. Het type B III dat bij Kilder neerstortte verschilde uiterlijk niet van het type B I.
De graven op het kerkhof van Kilder van de zes bemanningsleden die geborgen konden worden. Van links naar rechts Dickinson, Spensley, Coates, Baxter, Goodwin en Smith.
Bericht uit een Canadese krant over drie van de gesneuvelde bemanningsleden van Lancaster JB 672
Klik voor een vergroting

Kort na één uur in de nacht van 21 op 22 mei 1944 stortte de Britse Avro Lancaster Mk III bommenwerper met serienummer JB672 neer in de buurt van Kilder. Het toestel van 630 Squadron was op 21 mei om 22.51 met een gecombineerd Brits-Canadese bemanning opgestegen van de RAF-vliegbasis East Kirkby bij Spilsby in Lincolnshire voor een bombardementsvlucht op Duisburg (D). Samen met nog vier Lancasters van 630 Squadron maakte het deel uit van een luchtvloot van 534 bommenwerpers (512 Lancasters en 22 Mosquitos). Bij terugkeer bleken 29 Lancaster verloren te zijn gegaan, waaronder JB672.

Al op de heenweg was er veel activiteit van Duitse nachtjagers en luchtafweergeschut. Dit werd JB672 fataal toen het om 00.58 in de buurt van Deventer werd aangeschoten door een Duitse Messerschmitt Me 110. Deze nachtjager werd gevlogen door de Gruppenkommandeur van de 3e Gruppe van Nachtjagdgeschwader 1 op de vliegbasis Leeuwarden; Hauptmann Martin Drewes. Deze nacht schoot hij binnen 74 minuten maar liefst vijf Lancaster bommenwerpers neer. De Lancaster bij Kilder was zijn 47e “overwinning”.

Toen JB672 bij Deventer werd aangeschoten, vloog het op een hoogte van 5500 meter. De linker vleugel van het toestel werd vanonderaf van een afstand van zestig meter in brand geschoten door de schräge kanonnen van de Messerschmitt van Hauptmann Drewes. Het toestel raakte pas bij Kilder de grond. Kort voor het neerstorten heeft de bemanning nog (een deel) van de lading van 96 dertig-ponder en 1500 vier-ponder brandbommen kunnen afwerpen. Een zware 4000-ponder bom (blockbuster of cookie) die nog aan boord was, explodeerde op de grond in het vliegtuig en sloeg een krater van twintig meter doorsnee.

Het toestel kwam neer aan de Wehlseweg in Kilder, tussen de boerderijen Passegoed van Willem Bulsink en Galgengoed van Piet von der Linden. Galgengoed ging daarbij in vlammen op en ook Passegoed werd geheel verwoest. Gelukkig vielen er geen slachtoffers onder de bewoners.

Delen van het brandende toestel en brandbommen vielen op het dubbele woonhuis bewoond door J. J. Th. Koster en Th. Baars (C-111). Dit huis brandde tot de grond toe af, en Baars heeft zijn zoons Henk en Jan te nauwer nood uit de vlammen kunnen redden. Ook liepen de woningen van G. J. Koster (C-110), H. J. ten Haaf (C-108), de weduwe J. Koster (C-87), B. J. Reinders (C-85), de weduwe B. Koster (C-116) en G. P. H. Koster (C-109), veel schade op. Dit is de omgeving van de huidige Martinuslaan in Wehl. Ook hier vielen onder de bewoners geen slachtoffers.

Alle zeven bemanningsleden, drie Britten en vier Canadezen kwamen om het leven. Zij werden met hulp van vrijwilligers uit de omgeving geborgen. Een van hen was Gerard Neijenhuis. In de omgeving van de boerderijen Passegoed en Galgengoed werden de lichamen van twee dode vliegers gevonden. Een derde werd gevonden op de zolder van Passegoed. Drie anderen werden gevonden op het aangrenzende grondgebied van de toenmalige gemeente Wehl. Er konden aldus maar zes lichamen geborgen worden, die door de Duitsers op 23 mei 1944 zonder militaire eer werden begraven op het kerkhof in Kilder. Dit waren:

Het zevende bemanningslid is nooit gevonden:


De graven

De vertaling van een uittreksel uit Totenliste No. 225 met de namen van de geïdentificeerde bemanningsleden van Lancaster JB672. De grafnummers wijken af van de huidige nummering.
Klik voor een vergroting.

De graven van de zes vliegeniers zijn na de oorlog door officieren van de RAF geopend om de identiteit van elk van hen te bevestigen. Volgens de gegevens van het Rode Kruis, hadden de Duitsers de namen van de doden afgeleid van de leren naamplaatjes op hun uniform. Alleen bij Baxter was dit gedaan op basis van zijn legernummer, zoals uit nevenstaande vertaling van een uittreksel uit Totenliste No. 225 blijkt.

Het graf van piloot Smith werd op 17 oktober 1946 geopend, waarbij vastgesteld werd dat het inderdaad diens graf is. De andere vijf graven werden op 4 december 1946 geopend. De identiteit van elk van de overledenen werd daarbij bevestigd op basis van kleding, uitrustingsstukken en de naam op de kist. Bij vier van de vijf werd een gebroken schedel geconstateerd. Alleen Goodwins schedel was nog intact, zodat zijn gebitsgegevens konden worden genoteerd. Die zijn echter niet gebruikt bij zijn identificatie.

Het is niet bekend waarom de graven geopend zijn, maar mogelijk houdt dit verband met onduidelijkheid over de grafnummering. Van links naar rechts liggen begraven Dickinson, Spensley, Coates, Baxter, Goodwin en Smith, maar in veel documenten is de nummering van rechts naar links, zodat Smiths graf nummer 1 is en dat van Dickinson nummer 6. Dit is de nummering zoals de Duitsers die in 1944 aan het Rode Kruis hadden doorgegeven. Nummering van links naar rechts ligt echter meer voor de hand, en zo werd Smiths graf in oktober 1946 als nummer 6 aangeduid.

Om de zaak nog ingewikkelder te maken, waren er ook nummeringen die het graf van piloot Mardon meetelden. Mardon was in april 1942 op een andere plaats op hetzelfde kerkhof begraven. De nummers liepen dan van 1 tot en met 7, waarbij Mardons graf nummer 1 was en die van de Lancaster-bemanning nummers 2 tot en met 7. Om de verwarring zo mogelijk nóg groter te maken, waren er momenten dat gedacht werd dat graf nummer 7 van de radiotelegrafist Lawrence was. Zijn lichaam is echter nooit gevonden.

Uiteindelijk is de nummering van 1 tot en met 7 aangehouden, met het graf van Mardon als nummer 1 en de overige graven van links naar rechts als nummers 2 tot en met 7. Het graf van Smith, dat aanvankelijk nummer 1 was en in oktober 1946 nummer 6 werd genoemd, is dus graf nummer 7.

Persoonlijke verhalen

Pastoor Van Weerdenburg

Over Lancaster JB672 schreef de Kilderse pastoor Van Weerdenburg:

"In de vroege ochtend van 22 mei 1944 stort een vliegtuig neer en ontploft een bom nabij de Tol. De boerderij van P. van der Linden en de dubbele woning, bewoond door J. Koster en Th. Baars, gaan in vlammen op. De boerderij van W. Bulsink wordt vernield. De woningen van B. ten Braak en wed. Koster worden onbewoonbaar. Met hulp van de parochie Wehl is een bedrag van 3000 gulden bijeengebracht voor het lenigen van de eerste noden. Zes piloten vinden op het kerkhof een rustplaats.
Op bevel van de Wehrmacht krijgen ze een begrafenis zonder militaire eer, zonder kerkelijke plechtigheden. De graven waren tevoren echter al gezegend en de liturgische gebeden waren verricht."

Harrie Lanke

Twee foto's van de verwoeste boerderij Passegoed...

"Het was voorjaar 1944, een zondagavond. Het regende dat het goot, het was pikdonker. Ik kwam van Didam. Het was Sperrtijd. Ik had om tien uur binnen moeten zijn, maar het was al wel elf uur. Ter hoogte van Bruur Borkus hoorde ik heel hoog een bommenwerper en twee of drie knallen in de lucht. Een zware bommenwerper vloog richting Duitsland. Bij Willem Hunting sprong ik van de fiets en hoorde hoe de motoren begonnen te loeien. Ik zag een lichtvlek boven de wolken. De vlek draaide zich en ging op de Kilderse kerk aan. De vuurbol brak door de wolken heen en ik kreeg het idee, dat hij lijnrecht op me aan kwam. De kerk was zelfs verlicht door het gevaarte. Ik dacht: hij neemt de hele kerk mee. Maar hij viel neer bij het Passegoed. Ik kwam er het eerst bij, gelijk met Wim Fielt, die van Doetinchem kwam. Ondanks de Sperrtijd kwam iedereen het huis uit. De piloot lag midden op de weg, captain Goodwin. Bij Gradus Koster van de tol lag nog een bemanningslid, die tot aan de hals in de grond zat. En in het roggeland van Jan Welling vond men nog een slachtoffer. De boerderij stond intussen in lichterlaaie, doordat het brandende vliegtuig erop was gevallen."

Piet en Hend Welling

Piet en Hend Welling maken in hun verhaal melding van de Britse piloot Mardon, die twee jaar eerder in Kilder was neergestort.

"Een aangeschoten vliegtuig viel na het uitwerpen van fosfor- en andere bommen bij Bulsink en Von der Linden in de wei en brandde uit en een huis werd met de grond gelijk gemaakt. Overal waren de ruiten kapot en de dakpannen eraf. 't Was zomer. De zes piloten lagen dood in de wei en de koeien stonden eraan te likken. Maar de moffen stonden met het geweer in de aanslag op wacht. Geen koe mocht de wei uit, geen lijk mocht weggehaald worden die dag. Later zijn die zes vliegeniers op het kerkhof zonder militaire eer begraven, iets wat Mardon, die twee jaar eerder was verongelukt, wel ten beurt was gevallen."

Frits von der Linden

Frits von der Linden (1935), die op Galgengoed woonde, schreef in 2007 deze bijdrage voor de Berghapedia:

"In de nacht van 21 op 22 mei 1944 stortte een aangeschoten RAF bommenwerper vlak bij ons huis neer en ontplofte de zware bom, die het nog aan boord had. Gelukkig niet op ons huis, want dan hadden wij het niet overleefd. Ik vermoed dat de zware bom bij het neerkomen of vlak daarvoor is ontploft. In de wei tussen Bulsink en ons huis zat tenminste een groot gat. Door de ontploffing vlogen bij enkele huizen in de buurt de pannen eraf (bij Bulsink werd zelfs het halve dak helemaal weggeblazen), sneuvelden de ruiten en kwam bij ons ook de zolder naar beneden. Door de ontploffing vlogen ook de rest van de bommen en stukken van het vliegtuig in het rond en zetten o.a. ook ons huis in de brand. In verband met de gevaren sliepen mijn broer en ik al bij onze ouders op de slaapkamer. We werden wakker van de klap. De zolder was op het voeteneinde van onze bedden neergekomen. Maar omdat onze boerderij een laag dak had, dat doorliep in de slaapkamer, kwamen we niet onder de zolder terecht. Wel moesten we door het raam naar buiten, terwijl boven onze hoofden de brand steeds heviger werd. Onder protest van ons ging vader nog weer terug om bij de linnenkast te komen, waar het geld lag, maar door de ingestorte zolder lukte dat niet meer. We hadden ook een knecht (van Duits of Raben uit Didam), die juist aan de kant waar het vliegtuig neergekomen was, sliep. Gelukkig kwam hij ook naar buiten. Intussen stond de boerderij in lichterlaaie. Twee koeien zijn verbrand, maar het paard met veulen kon ontsnappen omdat de deuren er uitgevlogen waren. Ze zijn later in Zeddam gevangen.
De volgende dag lagen zes bemanningsleden nog overal verspreid. Ze waren te pletter gevallen. Ze waren of te laat gesprongen, of door de knal heeft de parachute niet goed meer gewerkt. Er lag er zelfs een bij Bulsink op de zolder. Het verwonderde me al dat er maar zes bemanningsleden zouden zijn, want in de Lancaster zaten er meestal zeven. Via Heemkunde Bergh vernam ik echter dat er nog een zevende geweest moet zijn: Ronald Victor Lawrence. Misschien was een stuk van een hand, dat mijn moeder in de heg gevonden heeft, wel van hem.
Overal lagen ook bommen en stukken van het vliegtuig. Bij het maaien van het koren in het Kilderseveld hadden we daar zelfs later nog last van, want regelmatig liep de maaimachine vast, omdat er wat in de messenbak kwam."

In de zomer van 2012 vond Frits onderstaande luchtfoto, die op 27 mei 1944 door een Brits fotoverkenningsvliegtuig was gemaakt. Hierop is duidelijk de krater te zien die een bom uit het neergestorte vliegtuig een paar dagen eerder heeft geslagen. De luchtfoto is te vergroten door er meermaals op te klikken. Aan de hand van bijgevoegde kaart is de krater dan gemakkelijk te vinden; hij ligt net onder het de naam Passegoed.

Hoewel deze luchtfoto een paar dagen na het neerstorten van de Lancaster is gemaakt, is het niet waarschijnlijk dat de fotoverkenningsvlucht hiermee in rechtstreeks verband stond. De vlucht begon net ten westen van Zetten in de Overbetuwe en ging in een rechte lijn pal oostwaarts over Huissen, Groessen en Didam om net ten oosten van Kilder te eindigen. Hierbij werden tientallen luchtfoto's gemaakt. Het kan dus heel goed een toevalstreffer zijn dat de bomkrater op de foto staat.

353 01 4050.jpg Kaart Passegoed.jpg

Dokter Blom, Wehl

Rond ons huis en in de Dorpsstraat was een onheilspellende verlichting door brandbommen. In de richting Kilder een grote steekvlam. De bommenwerper was neergeploft bij de Wehlse tol, afstand in vogelvlucht twee kilometer. Het huis van Joseph Koster was doorzeefd met phosphorbommen. De nieuwe boerderij Passegoed totaal verwoest; daar was een krater van 20 meter; dat moet een bom van tweeduizend kilo geweest zijn.
Hele stukken muur waren bij de bewoners in bed beland. De familie Bulsing zelf was er wonderbaarlijk goed afgekomen, niemand ernstig gewond.
Zes piloten lagen verspreid; hen kon geneeskundige hulp helaas niet meert baten.
De moffen behandelden de doden nog als terroristen. Een kolenzak over de hoofden. Ook de begrafenis was verre van plechtig.
Zelfs het kruis op het Kilderse Kerkhof is geschonden, door Hollands-sprekend geboefte, dat van Engelsche Vliegers de V heeft uitgekrast.

Staat van dienst

630 Squadron werd opgericht op 15 november 1943. Twee dagen later werd Lancaster JB672 geleverd. Het was een van de negen vliegtuigen die op 18 november 1943 aan de allereerste bombardementsvlucht van 630 Squadron deelnamen. Het doel was Berlijn, dat daarna nog meermaals aangevallen zou worden. Naast andere Duitse steden heeft JB672 ook doelen in Frankrijk (F) aangevallen, en één keer werd een aanval op een stad in België (B) uitgevoerd.

630 Squadron werd opgeheven op 18 juli 1945. Helaas heeft JB672 die dag niet mogen beleven. Toen het toestel op 22 mei 1944 werd neergeschoten, was het met zijn 41e operationele vlucht bezig. Het heeft in totaal 335 geregistreerde vluchturen gemaakt.

Hieronder volgt een lijst van de vluchten van JB672. De data zijn van de avond van opstijgen; de terugkeer was steeds in de vroege uren van de volgende dag.

De 24 vluchten gemerkt met een * zijn uitgevoerd door de "eigen" bemanning van JB672. Deze zeven mannen hadden begin juni 1944 hun tour of duty (30 vluchten) voltooid en verlieten toen 630 Squadron. De bemanning die de eerste vlucht heeft uitgevoerd, is op 20 februari 1944 – weliswaar met twee andere boordschutters – met Lancaster ND532 neergeschoten bij Leipzig. Drie man konden zich nog met hun parachute redden; de andere vier kwamen om. De gehele bemanning die de vlucht van 26 april 1944 uitvoerde, is op 29 juli 1944 met Lancaster ND797 omgekomen bij Stuttgart.

De bemanning die bij Kilder is verongelukt, heeft maar drie vluchten bij 630 Squadron gemaakt. Piloot Smith maakte op 7 mei als copiloot met een andere bemanning zijn eerste operationele vlucht. De eerste operationele vlucht met zijn eigen bemanning maakte hij op 11 mei, maar het is (nog) niet bekend met welke Lancaster (in elk geval niet met JB672). Daarna volgden twee vluchten met JB672; op 19 en 21 mei.

1943

  • 18 november: Berlijn
  • 22 november: Berlijn
  • 16 december: Berlijn
  • 20 december: Frankfurt
  • 23 december: Berlijn
  • 29 december: Berlijn

1944

  • 1 januari: Berlijn
  • 2 januari: Berlijn
  • 5 januari: Stettin
  • 14 januari: Braunschweig*
  • 20 januari: Berlijn
  • 21 januari: Magdeburg*
  • 27 januari: Berlijn*
  • 30 januari: Berlijn
  • 15 februari: Berlijn*
  • 19 februari: Leipzig*
  • 20 februari: Stuttgart*
  • 24 februari: Schweinfurt*
  • 25 februari: Augsburg*
  • 1 maart: Stuttgart*
  • 10 maart: Clermont-Ferrand (F)*
  • 15 maart: Stuttgart*
  • 18 maart: Frankfurt*
  • 22 maart: Frankfurt


  • 26 maart: Essen
  • 30 maart: Neurenberg*
  • 5 april: Toulouse (F)*
  • 10 april: Tours (F)*
  • 18 april: Juvisy-sur-Orge (F)*
  • 20 april: Parijs (F)*
  • 22 april: Braunschweig*
  • 24 april: München*
  • 26 april: Schweinfurt
  • 29: april Clermont-Ferrand (F)*
  • 1 mei: Parijs (F)*
  • 3 mei: Mailly-le-Camp (F)*
  • 7 mei: Tours (F)*
  • 9 mei: Annecy (F)*
  • 11 mei: Leopoldsburg (B)*
  • 19 mei: Amiens (F)
  • 21 mei: Duisburg (neergeschoten)

Bronnen

De toedracht

De graven

Persoonlijke verhalen

Staat van dienst

  • D.J.L. Jadot: A Share of Luck. 630 Sqn R.A.F. Bomber Command. The War Operations, Morgana-Edition, Berlijn, 2014, blz. 237-243 en persoonlijke mededeling