Bijdragen aan Berghapedia? Klik hier om je aan te melden !
Garben, Johannes Hendrikus Josephus
Johannes Hendrikus Josephus (Joep) Garben was in de Tweede Wereldoorlog actief in het verzet in Azewijn. Daar werd hij op 20 augustus 1904 geboren als zoon van Johannes Garben en Johanna Berendina Dieker.
In mei 1940, tijdens de Duitse inval, was Joep in militaire dienst. Nadere gegevens hierover zijn nog niet voorhanden.
Later in de oorlog heeft hij als lid van de Escape-groep Azewijn veel mensen het leven gered door hen op de boerderij waar hij met zijn ouders en zijn zus Ag woonde, te laten onderduiken. Hij deed dit mede op aandringen van zijn vader, die een groot rechtvaardigheidsgevoel had. Om al die onderduikers te voeden is mogelijk gefraudeerd met distributiebonnen.
Onder de onderduikers waren de Joden Harry Straus, diens zussen Bernhardine Else en Sara Betty, en de neergeschoten Amerikaanse vliegeniers Albert Stern, Myrle J. Stinnett en Carl I. Glassman. Voor de hulp die hij aan de drie vliegeniers heeft verleend, is hem na de oorlog het Eisenhower Certficate toegekend.
Op 26 mei 1946 werd door de voormalige verzetslieden van Azewijn, in tegenwoordigheid van geestelijke en wereldlijke autoriteiten en de rest van de parochie hulde gebracht aan de familie Garben voor de grote steun die zijn gedurende de oorlog zijn geweest voor vele onderduikers van velerlei pluimage.
Voor hun onderduikershulp zijn Joep en zijn zus op 21 september 1978 onderscheiden met de Yad Vashem-medaille, maar Joep overleed kort voor het tot de uitreiking kon komen. De medaille was aangevraagd door Harry Straus en zijn zus Sara Betty.
Andere eerbetonen zijn de Garbenstraat in Azewijn, waar het eerste pand in 1993 werd gebouwd, en het Verzetsmonument Azewijn, dat op 1 april 2021 werd onthuld.
Joep overleed in het Sint Jozefziekenhuis in Doetinchem op 31 oktober 1979, 75 jaar oud. Na een eucharistieviering in de Mattheuskerk werd hij te ruste gelegd op het parochiekerkhof in Azewijn.
Vier jaar later werd zijn zus Ag in hetzelfde graf begraven. Op de grafsteen zit een kleine plaquette van de Royal Air Forces Escaping Society (RAFES). Dit was een vereniging van vliegeniers van de luchtstrijdkrachten van het Britse Gemenebest die na te zijn neergeschoten met hulp van de illegaliteit konden terugkeren naar Groot-Brittannië. RAFES heeft bestaan van 1945 tot 1995 en werkte samen met verenigingen van pilotenhelpers in de landen die door Duitsland bezet waren geweest. In Nederland was dit onder andere de Nederlandse Vereniging van Pilotenhelpers uit de Tweede Wereldoorlog 'The Escape', die van 1970 tot 2004 heeft bestaan. Gestorven leden van The Escape konden van de RAFES een plaquette op hun grafsteen krijgen. Op het embleem van de RAFES staat de Latijnse spreuk solvitur ambulando: gaandeweg vinden we een oplossing.
Ook Herman Ankoné en Leo Kempers hebben een RAFES-plaquette op hun graf.
Bronnen
- Archieven.nl
- In Azem van 't Hof tot heden>
- Doopboek, blz. 492
- Het dagboek van Harry Straus, blz. 392–423
- The Righteous Among the Nations Database
- In de National Archives Catalog (Verenigde Staten):