Bijdragen aan Berghapedia? Klik hier om je aan te melden !

Leijting, Johannes

Uit Berghapedia
Versie door Verre neef (overleg | bijdragen) op 23 sep 2026 om 12:01 (Nieuwe pagina aangemaakt met '== Voor de Tweede Wereldoorlog == '''Johannes (Jan) Leijting''' was destilleerder, jachtopziener en Politie|veldwacht...')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Voor de Tweede Wereldoorlog

Johannes (Jan) Leijting was destilleerder, jachtopziener en veldwachter. Hij werd op 1904 geboren in Beek als zoon van Johannes Leijting en Frederika Bod. Op 9 augustus 1932 trouwde hij in Didam met Henrica Catharina Baakman, geboren aldaar op 8 april 1902 als dochter van Antonius Baakman en Anthonia Petronella Evers. Van hun zes kinderen werden de eerste vier geboren in Beek; de twee jongste in 's-Heerenberg.

Leijting begon op 25 april 1929 als operateur van de kruidendrogerij en -destilleerderij van pastoor Van Sonsbeeck van Stokkum. Dit bedrijf was gevestigd in een schuur van Huis Hulzenberg, waar Leijting toen ging wonen. Zijn baan als destilleerder heeft maar iets meer dan een jaar geduurd, want na het overlijden van pastoor Van Sonsbeeck op 3 juli 1930 werd de destilleerderij gesloten. Huis Hulzenberg werd toen verkocht aan Jan van Heek van Huis Bergh. Mogelijk was dit het moment waarop Leijting als jachtopziener in dienst van Huis Bergh kwam.

In maart 1930, dus al voor de sluiting van de destilleerderij, was Leijting door de commissaris der Koningin in Gelderland voor drie jaar benoemd tot buitengewoon gemeenteveldwachter van de gemeente Bergh. In maart 1933 werd deze benoeming met drie jaar verlengd. Vervolgens benoemde de minister van Justitie hem in maart 1936 tot onbezoldigd rijksveldwachter. In deze functie werd hij beëdigd door de kantonrechter in Terborg. In mei 1938 benoemde de commissaris der Koningin in Gelderland hem tot "veldwachter". Vermoedelijk hield dit in dat hij niet meer onbezoldigd, maar bezoldigd was. Al die jaren was hij nog steeds jachtopziener.

Leijting was een van de beheerders van Zandbult 't Peeske, dat daarom ook bekend stond als het Zandgat van Leijting.

Rond de tijd van zijn benoeming tot (bezoldigd?) veldwachter in 1938, en mogelijk in verband daarmee, is Leijting met zijn gezin verhuisd naar Klinkerstraat 5 in 's-Heerenberg. Hier woonde hij toen hij in september 1941 (in de Tweede Wereldoorlog) slaagde voor het schriftelijk examen voor het politiediploma.

Krantenknipsels

Uit De Graafschapbode van 16 oktober 1933
Uit De Graafschapbode van 20 december 1933
Uit De Graafschapbode van 8 augustus 1934
Uit De Graafschapbode van 18 oktober 1935

Na de Tweede Wereldoorlog

Na de Tweede Wereldoorlog ging Leijting over naar het nieuw opgerichte Korps Rijkspolitie. In 1948 verhuisde hij met zijn gezin naar Sint Jansgildestraat 4 in Loerbeek. De vorige bewoner van dit huis was opperwachtmeester Moorman, die was overgeplaatst naar Didam.

Peter Meisters noemt Leijting regelmatig in zijn dagboeken, vaak samen met Moorman als zij 's avonds met z'n tweeën bij hem op bezoek waren.

In maart 1954 verhuisde Leijting met de rang van wachtmeester 1e klas naar Arnhem. Mogelijk heeft hij de Rijkspolitie toen verlaten, want in Arnhem werkte hij als rijksambtenaar bij de rechtbank aldaar.

Leijting overleed in Arnhem op 1 maart 1961, 56 jaar oud. Zijn vrouw overleed in Arnhem op 18 februari 1967, 64 jaar oud.

Bronnen