Bijdragen aan Berghapedia? Klik hier om je aan te melden !
Berntsen, Wilhelmus Henricus: verschil tussen versies
k (→Of was het anders?: kleine aanvulling) |
|||
| (73 tussenliggende versies door 6 gebruikers niet weergegeven) | |||
| Regel 1: | Regel 1: | ||
| − | '''Wilhelmus Henricus Berntsen''' is een | + | = Zijn jeugd = |
| + | [[Bestand: WH Berntsen in Oudenbosch.jpg|thumb|right|400px|'''Wim (vierde van links) met klasgenoten en een broeder van het internaat''']] | ||
| + | '''Wilhelmus Henricus (Wim) Berntsen''' is een [[Nederlandse oorlogsslachtoffers WO II|oorlogsslachtoffer]]. Hij werd op 2 augustus [[1920]] geboren in [[Loerbeek]] als oudste van de negen kinderen van [[Berntsen, Albertus Johannes Wilhelmus|Albertus Johannes Wilhelmus Berntsen]] en Theodora Grada [[Benzel|ten Bensel]]. | ||
| − | Wim | + | Als oudste hielp Wim al vroeg mee op de [[Molen Ten Bensel|molen van zijn vader]], maar hij hielp zijn moeder ook. Hij paste wanneer nodig op zijn jongere broers en zussen, en stak zijn handen uit de mouwen bij het werk. Hij was serieus en probeerde alles goed aan te pakken. Daarbij had hij een soort droge humor over zich. |
| − | Na de | + | Na de lagere school is Wim drie jaar naar het Instituut Saint-Louis in Oudenbosch geweest. Aan dit internaat van de Broeders van de Congregatie van de heilige Aloysius Gonzaga heeft hij de Handelsschool gevolgd, die hij in [[1934]] met een examen heeft afgesloten. Wim behoorde tot de besten van zijn klas, en heeft met zijn studieprestaties verscheidene mooie boeken gewonnen. |
| − | + | Wim is niet de enige Berntsen die Oudenbosch heeft bezocht. Zijn broer Joep was er van [[1940]] tot [[1943]], zijn neef en naamgenoot [[Berntsen, Wilhelmus Clemens|Wim Berntsen]] uit [[Azewijn]] van [[1938]] tot [[1942]], en na [[Tweede Wereldoorlog|de oorlog]] heeft zijn neef [[Bakker Berntsen|Alex Berntsen]] er de bakkersvakschool gevolgd. | |
| − | + | Na zijn terugkeer uit Oudenbosch heeft Wim een schriftelijke cursus voor molenaarsgezel gevolgd bij het Station voor Maalderij en Bakkerij in Wageningen. Daarna heeft hij in 1938 in [[Doetinchem]] een cursus Pluimveekennis gevolgd, en bovendien als 18-jarige zijn rijbewijs gehaald. Al deze opleidingen kwamen hem goed van pas bij zijn werk op het bedrijf van zijn vader, maar zijn interesses reikten verder, en zo vond hij ook nog tijd voor een cursus Esperanto. | |
| − | + | Ondanks zijn drukke werk heeft Wim toch steeds voldoende tijd gehad voor ontspanning. Thuis of met vrienden speelde hij gezelschapsspellen, en hij hield van voetballen, schaatsen en biljarten (ook later als soldaat), en in Oudenbosch was hij met plezier lid geweest van het jongenskoor. Hij fietste ook graag, en zo is hij in [[1937]] met zijn broer Harrie en een dorpsgenoot naar Bloemendaal bij Haarlem gefietst, waar van 31 juli tot 9 augustus de vijfde Wereldjamboree van de padvinderij plaatsvond. | |
| − | Er zijn | + | Het was de bedoeling dat Wim zijn vader zou opvolgen als [[Molenaars|molenaar]], maar het lot heeft anders beslist. |
| + | |||
| + | = Zijn militaire dienst = | ||
| + | == De opleiding in Bussum == | ||
| + | Wim is op 23 oktober [[1939]] opgekomen voor militaire dienst bij het [[8e Regiment Infanterie]] (8 RI) in de Kolonel Palmkazerne in Bussum. Dit was een nieuwe kazerne, die juist in dat jaar was gereedgekomen. In vredestijd lag 8 RI vanouds in de Menno van Coehoornkazerne in [[Arnhem]], maar vanwege de oorlogsdreiging vond de opleiding van de rekruten in het westen van het land plaats. | ||
| + | |||
| + | Wim is waarschijnlijk niet met plezier in dienst gegaan, maar hij heeft zich er ook niet tegen verzet. Hij beschouwde het als iets dat erbij hoorde; je deed het gewoon. Gelukkig trof hij een paar goede kameraden, onder wie [[Zweers, Johannes Hendrikus|Johannes Hendrikus Zweers]] uit [[Zeddam]], Johannes Theodorus Tuenter uit [[Wisch]] en Hendrikus Johannes Rientjes uit [[Rijnwaarden|Lobith]]. Ook heeft hij met een aantal Bussumse families kennis kunnen maken, onder wie de familie Koopmanschap. Met deze families heeft hij na zijn overplaatsing naar het veldleger nog gecorrespondeerd. Verder heeft hij zich naar behoren gedragen. Slechts één keer werd hem een straf opgelegd. Dat was op 3 februari 1940, toen hij avondpermissie tot middernacht had, maar tien minuten te laat binnenkwam. Hij moest toen drie dagen lang twee uur voor het avondappel op de kazerne terug zijn. Hij zal daar niet erg onder geleden hebben. | ||
| + | |||
| + | [[Bestand: WH Berntsen met PAG.jpg|thumb|right|400px|<center>'''Wim (tweede van rechts) als lader bij een PAG-kanon'''</center>]] | ||
| + | In de Kolonel Palmkazerne werd Wim ingedeeld bij de 3e compagnie van het Depotbataljon (3-8 Dep. Bat.). Bij depotbataljons kregen rekruten hun eerste opleiding. Na enige tijd werd hij geselecteerd voor een opleiding in de bediening van het pantserafweergeschut ([[PAG-kanon]]). Dit was een in die tijd uiterst modern kanon van Oostenrijkse makelij om tanks en pantserwagens mee uit te schakelen. | ||
| + | |||
| + | Op nevenstaande winterse foto, die waarschijnlijk tijdens een schietoefening is gemaakt, is Wim de tweede man van rechts. De wielen zijn van het kanon afgehaald, zoals dat gebruikelijk was als het in stelling stond. Op de voorgrond, met zijn hand aan het sluitstuk, zit de schutter. Aan de andere kant van het kanon zit de richter (die als korporaal tevens plaatsvervangend stukscommandant was). In deze opstelling neemt Wim de plaats van de lader in, dus was dit mogelijk zijn functie. In dat geval was hij, ondanks zijn rijbewijs, niet de chauffeur van de PAG-trekker, het voertuig waarmee het kanon en zijn bemanning verplaatst werden. De twee mannen achteraan zijn normaliter de twee munitiehalers, maar hier zijn het waarschijnlijk een schietinstructeur (achteraan) en de stukscommandant, een sergeant. De stukscommandant heeft op zijn mouw de enkelvoudige gouden "bananenschil", het rangonderscheidingsteken van een sergeant. | ||
| + | |||
| + | == Soldaat bij 1-IV Bat. Pag. == | ||
| + | Het lijkt erop dat de hele 3e Depotcompagnie werd opgeleid voor het PAG-kanon. In elk geval werd Wim op 13 april 1940 samen met Tuenter, Rientjes en nog een hele groep van de 3e Depotcompagnie administratief overgeplaatst naar de staf van het 8e Regiment Veld-Artillerie (Zweers ging naar de PAG-compagnie van 24 RI.) In de praktijk werden de jongens (allemaal geboren in 1920) ingedeeld bij 1-IV Bat. Pag., de 1e compagnie van het IVe Bataljon Pantserafweergeschut. Deze compagnie was kort voordien opgericht en nog niet helemaal compleet. De administratie werd daarom (deels) bij de staf van het 8e Regiment Veld-Artillerie gedaan. | ||
| + | |||
| + | De commandant van 1-IV Bat. Pag. was [[Höpink, Andreas Gerrit|kapitein Höpink]]. Het toeval wil dat Wims [[Berntsen, Clemens Stephanus|broer Clemens]] later in de oorlog in [[Verzet in WO II|het verzet]] met kapitein Höpink zou samenwerken. | ||
| + | |||
| + | 1-IV Bat. Pag. was een reserve-eenheid die direct onder de commandant van de IVe Divisie van het Veldleger viel. Elke veldlegerdivisie beschikte over zo'n extra compagnie pantserafweergeschut. De IVe Divisie moest in mei 1940 het gebied rond de Grebbeberg verdedigen, en de reservetroepen zouden al naar gelang het verloop van de strijd worden ingezet waar dat nodig was. Bij 1-IV Bat. Pag. dienden naast de soldaten die bij 8 RI waren opgeleid, ook soldaten die bij 11 RI en 19 RI waren opgeleid. 8 RI, 11 RI en 19 RI waren de infanterieregimenten van de Ive Divisie. | ||
| + | |||
| + | 1-IV Bat. Pag. werd in het voorjaar van 1940 in Amerongen gelegerd, een eindje achter de Grebbelinie. De Grebbelinie was de verdedigingslinie die liep van het IJsselmeer naar de Grebbeberg. In Amerongen heeft Wim de oorlog afgewacht. Op Hemelvaartsdag, 2 mei 1940, is hij voor het laatst thuis geweest. Elf dagen later, op 13 mei, sneuvelde hij. | ||
| + | |||
| + | == De strijd op de Grebbeberg == | ||
| + | Toen op 10 mei de [[Militairen van mei 1940|oorlog uitbrak]], werd 1-IV Bat. Pag. direct van Amerongen verplaatst naar meubelfabriek "De Rijn" in Remmerden, een plaatsje pal aan de [[Rijn]] tussen Elst en Rhenen, vlak achter de Grebbeberg. In afwachting van verdere orders hebben de jongens daar niet veel meer gedaan dan op wacht staan en wat patrouillelopen. Ze konden de strijd bij de Grebbeberg wel horen, en ook hebben ze een aantal Duitse vliegtuigen zien neerstorten, maar in Remmerden bleef het nog rustig. | ||
| + | |||
| + | Wim heeft enkele gebeurtenissen van 10, 11 en 12 mei in een dagboek beschreven. | ||
| + | ---- | ||
| + | <div style="background:Khaki"> | ||
| + | Tien mei 1940. | ||
| + | <br/>Begin van oorlog met Duitsland. | ||
| + | <br/>Het was bijna half vijf, toen het lawaai, dat "de jongens" produceerden, me wakker deed worden. Eerst dacht ik, dat het al zes uur was, maar een blik op mijn polshorloge bracht me met de juiste tijd op de hoogte en meteen maakte ik me kwaad op de rustverstoorders. | ||
| + | <br/>Maar even daarna drongen andere geluiden tot me door; het ronken van vliegtuigen en het ratelen van luchtmitrailleurs. Toch bleef ik rustig op mijn krib liggen, want mijn overtuiging, die ik zo langzamerhand kreeg, was, dat "de moffen" een grootse aanval op Engeland ondernamen en om sneller over te zijn, ons land overvlogen. | ||
| + | <br/>Tot bijna zes uur ben ik daarom op mijn nest blijven liggen. | ||
| + | <br/>Ondertussen hadden anderen al gezien, dat een drietal vliegtuigen door afweervuur waren getroffen. Ook was de eigenlijke reden waarom die machines door de lucht voeren, nu bekend geworden en deden geruchten de ronde, dat parachutetroepen waren gedaald. | ||
| + | <br/>We kregen orders alles te pakken en toen dat was gebeurd, het was onderhand al 9 uur geworden, reden we naar Remmerden, een plaatsje tussen Elst en Rhenen. | ||
| + | <br/>Een oude meubelfabriek, waar anders een andere comp.- pag. ligt ingekwartierd, maar die nu door hun vertrek naar de stellingen verlaten lag, werd onze woning. We blijven er voorlopig liggen, omdat we tot de reservedivisie behoren. Overal langs de weg van Amerongen naar Remmerden wuifden de mensen met hun handen, al of niet voorzien van zakdoeken. | ||
| + | <br/>Nadat de trekkers met de kanonnen onder dak waren gebracht, konden we beginnen met 'het niets doen'. | ||
| + | <br/>Later in de voormiddag kreeg ik voor het eerst te zien, dat een toestel werd getroffen. Na de middag zag ik voor het eerst een vliegtuig bommen uitwerpen. Het vliegtuig dook plotseling, liet zijn bommen vallen en steeg meteen weer. Het was een mooi gezicht. | ||
| + | <br/>De gehele dag werd er gevlogen en geschoten. Om een uur of negen gingen we naar bed. | ||
| + | <br/>Hoewel we niet direct insliepen, had ik toch al een flink 'tukkie' gedaan, toen ik door geweldig knallen wakker schrok. Het had al een kwartiertje geduurd en we veronderstelden al, dat de Duitsers van dichtbij vuurden, toen onze luit vertelde, dat onze artillerie aan het inschieten was. | ||
| + | <br/>We waren vooral op de gedachte gekomen, dat de Duitsers aan het bombarderen zouden zijn, door het ’s avonds tevoren ontvangen bericht, dat Wageningen al in hun handen was. | ||
| + | <br/>Gelukkig bleek later dat bericht geheel vals te zijn. | ||
| + | |||
| + | (11 mei) | ||
| + | <br/>Om vijf uur 's morgens moest ik achter de loods op wacht met nog een andere jongen. Er viel niet zo veel voor gedurende die 2 uren. Een vliegtuig zagen we neerschieten. | ||
| + | <br/>[''Wims pen is leeg en hij schrijft verder met potlood.''] | ||
| + | <br/>'s Middags kwamen allerlei geruchten los, welke gedeeltelijk door teruggetrokken troepen werden verspreid. Deze troepen waren van de genie en luchtdoelartillerie. Om 1 uur deed het gerucht de ronde dat de Ver. Staten in zouden grijpen. Om half twee zei men, dat Italië een ultimatum zou hebben gesteld. Om half drie zei men, dat er in Rhenen met gas was gegooid. Een korporaal had zijn gasmasker reeds op gehad. Wij kregen ook order direct het gasmasker in alarmstelling op de rug te houden. | ||
| + | <br/>11 uur 's nachts werden we gewekt om de wacht van 'de veld' te assisteren wegens het dalen van parachutisten. Van twee tot bijna vijf uur moesten we met een van 'de veld' op wacht. | ||
| + | <br>[Met 'de veld' bedoelde Wim waarschijnlijk het "Stuk van 6-veld", een verouderd kanon uit [[1894]] dat in mei 1940 nog is ingezet. (opmerking redactie Berghapedia)] | ||
| + | (12 mei) | ||
| + | <br/>Van 8 tot tien moest ik patrouille lopen. Onderweg, het was bijna 10 uur, kwam men ons al zeggen, dat we ons bij onze kapitein moesten melden, omdat we naar de stellingen moesten. We pakten al onze spullen bij elkaar en vertrokken richting Rhenen, waar we, na een half uurtje wachten bij de stellingen in Rhenen (tot kwart voor elf) naar de stellingen in Venendaal vertrokken. Toen wij tenslotte na lang zoeken, in de buurt van deze plaats terecht kwamen, waren en werden die stellingen zo geweldig met bommen bezaaid, dat besloten werd met ons stuk naar Ouwehands Dierenpark te gaan, waar we de 2 andere stukken hadden achtergelaten. Hier moesten we, zo had een majoor tegen onze sergeant gezegd op nadere orders wachten. | ||
| + | <br/>Het bombarderen duurde voort… | ||
| + | </div> | ||
| + | ---- | ||
| + | Wim noemt op 12 mei de plaatsnaam Veenendaal. Dit is een misverstand, mogelijk door verwarring met de Levendaalseweg (langs de noordkant van de Grebbeberg), waar de commandopost van 8 RI was gevestigd. Hier meldde 1-IV Bat. Pag. zich met zijn commandogroep en de twee secties (pelotons) met elk drie PAG-kanonnen. De commandant van 8 RI, overste Hennink, gaf de 1e sectie onder commando van luitenant Van der Kuijp opdracht zich te melden bij de commandant van het 1e bataljon (I-8 RI). Dit was majoor Landzaat, die zijn commandopost had ingericht in de villa van Ouwehand, vlak bij de hoofdingang aan de zuidkant van het dierenpark. De 2e sectie, onder commando van luitenant Coster van Voorhout, stuurde overste Hennink naar de commandant van het 2e bataljon (II-8 RI). Dit was majoor Jacometti, die zijn commandopost aan de noordkant van het dierenpark had. | ||
| + | |||
| + | Uit de beschikbare verslagen is min of meer te reconstrueren waar de zes PAG-kanonnen die dag zijn geweest, maar bij welk stuk Wim hoorde wordt hierbij niet duidelijk. Zijn dagboeknotitie van 12 mei geeft hiervoor geen houvast. | ||
| + | |||
| + | Wel staat vast waar Wim in de avond van 12 mei was, namelijk op de commandopost van 8 RI. Daar waren vier PAG-kanonnen teruggekomen; de drie van de 2e sectie en één van de 1e sectie. Eén kanon van de 1e sectie was uitgeschakeld door artillerievuur (waarbij mogelijk een gewonde, maar geen dode was gevallen), terwijl over het lot van een ander stuk niets naders bekend was. Luitenant Van der Kuijp was op de commandopost van majoor Landzaat gebleven. Ook kapitein Höpink was daarnaartoe gegaan, nadat hij het commando over 1-IV Bat. Pag. had overgedragen aan luitenant Coster van Voorhout. | ||
| + | |||
| + | Later die avond heeft luitenant Coster van Voorhout de commandopost van 8 RI verlaten met al het beschikbare materieel van 1-IV Bat. Pag. Het is onduidelijk waar hij heen wilde, maar op een gegeven moment reed hij over de weg parallel aan de spoorbaan in de richting van het viaduct. Dit is de Kastanjelaan. Het viaduct ligt in de hoofdweg van Wageningen naar Rhenen, net voor de bebouwde kom van Rhenen. Onder het viaduct liep destijds een dieper gelegen spoorlijn (nu ligt daar een weg). | ||
| + | |||
| + | Op 25 mei 1940 schreef luitenant Coster van Voorhout in een rapport: | ||
| + | |||
| + | ::''Zondagnacht (12 Mei 1940) te ongeveer 22.00 uur reed ik met mijn o.h. compagnie Pag. op dat moment sterk 4 trekkers met vuurmonden, 2 vrachtauto's en 15 motorrijwielen, in Zuidelijke richting aan de Oostzijde van het Viaduct te Rhenen toen ik tot op een afstand van ongeveer 20 meter het viaduct genaderd, in de lichten van de verduisterde autolampen een rij van 20 Nederlandsche militairen voor mij zag staan, gekleed in uniformbroek, het bovenlijf in ondergoed. Deze militairen waren opgesteld in de richting van het Viaduct, dus haaks op mijn rijrichting. Ik liet de colonne halt houden en kreeg op het zelfde moment, dat mij in het Duitsch bevolen werd "''Lichten aus''", van rechter zijde (dus van de overkant van de diepe spoorbaan) een hevig zwaar mitrailleurvuur; ik constateerde dat mijn eigen motorrijwiel onklaar raakte en op de grond viel, terwijl de eerste vrachtwagen, welke links achter mij reed, zeer ernstig werd beschadigd. | ||
| + | |||
| + | Coster van Voorhout schreef verder dat hij tussen de Nederlandse militairen luitenant Van der Kuijp meende te hebben zien staan, maar daar vanwege de duisternis niet zeker van was. Kort daarop schoten de Duitsers en vielen twee of drie Nederlanders neer, onder wie, naar hij meende te zien, luitenant Van der Kuijp. Berichten dat luitenant Van der Kuijp op de commandopost van I-8 RI is gebleven, maken dit verhaal onwaarschijnlijk. Luitenant Van der Kuijp is echter wel gesneuveld. Zijn lichaam werd op 3 juni 1940 gevonden in een veldgraf naast het bospad achter Ouwehands Dierenpark. Gezien vanuit de commandopost van I-8 RI is dit in tegengestelde richting van het viaduct. | ||
| + | |||
| + | Het verhaal van luitenant Coster van Voorhout klopt echter met een brief Wims vriend Tuenter van 26 juni 1940. Hij schreef die brief om Wims ouders te condoleren met het verlies van hun zoon, en vertelde daarin: | ||
| + | |||
| + | ::''De eerste pinksterdag vroeg zijn we naar de Grebbelinie gegaan. Toen zijn we bij mekaar geweest tot 's avonds, we moesten terugtrekken en kwamen op de weg langs de spoorlijn bij het viaduct. We kregen daar een volle laag vuur en moesten natuurlijk allemaal de wagens uit en omdat het donker was raakten we elkaar allemaal kwijt. Van toen af heb ik hem <u>niet meer gezien</u>, want we waren helemaal uit elkaar geslagen, ik ben achter een huis gekropen, daar waren er nog twee van de P.A.G. Verder heb ik er geen meer gezien voor de tweede pinksterdag. | ||
| + | |||
| + | Tuenter heeft het hier ook over "de weg langs de spoorlijn bij het viaduct" en over "wagens" (meervoud). Op 12 mei rond 10 uur 's avonds heeft hij Wim voor het laatst gezien. Op 13 mei is Wim gesneuveld. | ||
| + | |||
| + | == Het sneuvelen van Wim == | ||
| + | === Een reconstructie === | ||
| + | [[Bestand: Rapport Sellies - Wim Bertsen.jpg|thumb|right|700px|'''De vermelding van Wim in het rapport dat de Nederlandse sergeant Sellies in opdracht van de Duitsers maakte over de gesneuvelden op de Grebbeberg.]] | ||
| + | Een precieze reconstructie van Wims sneuvelen is niet meer mogelijk, maar op een of ander manier is hij van de plek waar Tuenter hem voor het laatst gezien heeft in de buurt van de ingang van het dierenpark terechtgekomen. Daar was een hulpverbandplaats (een medische post). Was hij gewond? Misschien is hij daar nog verbonden. | ||
| + | |||
| + | Volgens een reconstructie die te lezen is op de website van de Stichting De Greb, bevond Wim zich met een aantal militairen – van verschillende eenheden – in de ondergrondse schuilplaats van de 1e sectie van 2-III-8 RI. Allemaal waren ze uitgeput van de spanning en de slapeloze nachten. Plotseling probeerden de Duitsers door een gat bij de deur handgranaten naar binnen te gooien. Dat lukte niet, omdat het gat was dichtgestopt, waarna ze op deur bonkten en riepen ''heraus, heraus''. De Nederlanders kwamen toen naar buiten, maar omdat ze niet geleerd hadden, hoe ze zich moesten overgeven, hadden ze hun geweer nog in de hand. De voorste twee werden door de Duitsers meteen neergeschoten. Daarop hief korporaal Löwenstein in een reflex, of in woede, zijn geweer, waarop de Duitsers ook hem doodschoten. Meteen daarna werden nog twee soldaten gedood. | ||
| + | |||
| + | Het is niet zeker of het zo gegaan is, maar het staat vast dat er op 16 mei voor deze schuilplaats zes doden bij elkaar werden gevonden. Dit staat beschreven in het rapport dat de Nederlandse sergeant Sellies in opdracht van de Duitsers maakte over de berging van de gesneuvelden op de Grebbeberg. De zes waren bedekt met dekens, die ergens tussen 13 en 16 mei over de lichamen moeten zijn gelegd. In de onmiddellijke nabijheid zijn geen andere lichamen gevonden. | ||
| + | |||
| + | Eén van de zes, soldaat Nijentap van 19 RI, was al in de nacht van 12 mei bij de sluis onderaan de berg omgekomen en later met een PAG-trekker omhoog gebracht. Dit blijkt onomstotelijk uit verhalen van militairen die hebben gezien hoe Nijentap omkwam. Op dit punt klopt het rapport van sergeant Sellies niet, maar omdat Nijentap en de andere vijf als één groep bij elkaar lagen, is het begrijpelijk dat verondersteld werd dat zij alle zes bij hetzelfde incident waren omgekomen. | ||
| + | |||
| + | Als argument tegen deze reconstructie kunnen de overlijdensakten van de zes aangevoerd worden. Die zijn verspreid over de tweede helft van 1940 in Rhenen opgemaakt, maar vermelden verschillende tijdstippen van overlijden. In Nijentaps akte staat inderdaad 12 mei als overlijdensdatum, maar als tijdstip werd ''des voormiddags ten elf ure'' genoteerd, hoewel vaststaat dat hij al in de vroege uren van 12 mei is gesneuveld. De betrouwbaarheid van het vermelde tijdstip lijkt dus niet groot, te meer daar de akten van de andere vijf tijdstippen verspreid over de hele dag van 13 mei laten zien. Wim zou – net als Winkelman – al om vier uur 's morgens zijn gesneuveld, Löwenstein om elf uur, Ursinus om half twee en Kerssen pas om half zeven 's avonds. Bij een dergelijk tijdsverloop is het niet waarschijnlijk dat de lichamen als één groep bij elkaar zijn gelegd. Maar ze lagen wel als groep bij elkaar. | ||
| + | |||
| + | === Of was het anders? === | ||
| + | [[Bestand: Wim Berntsen gevangenenkaart.jpg|thumb|right|500px|<center>''' Wim Berntsens krijgsgevangenenkaart</center>]] | ||
| + | In [[2025]] zette het Nationaal Archief krijgsgevangenenkaarten online van Nederlandse militairen die in mei 1940 door de Duitsers gevangen werden genomen. Opmerkelijk is dat hierbij ook een krijgsgevangenenkaart van Wim Berntsen is. Niet lang daarna kreeg de redactie van [[Berghapedia]] de beschikking over brieven die Wims kameraden en de familie Koopmanschap na Wims dood hebben geschreven aan Wims ouders. | ||
| + | |||
| + | De krijgsgevangenenkaart is maar half ingevuld, maar is zonder twijfel van Wim. Op het schutblad bij de kaart staat een blauw stempel met het woord "overleden". In de onderste marge van de kaart staat met de hand in het Nederlands geschreven "Gestorven 13-5-'40 Grebbelinie". In het Duits staat er "Grabl. [''Grabanlage''] Heldenfriedhof auf der Grebbehöhe a. d. Straße nach Rhenen". De term '' Heldenfriedhof'' werd door de Duitsers gebruikt omdat er op de Grebbeberg ook 260 Duitse gesneuvelden werden begraven, die pas na de [[bevrijding]] werden overgebracht naar de Duitse begraafplaats in Ysselsteyn. | ||
| + | |||
| + | De woorden "overleden" en "gestorven" wekken de indruk dat Wim niet zou zijn "gesneuveld". Bij de berging en identificatie van de dode militairen waren echter meerdere burgerartsen betrokken. Zij gebruikten beroepshalve de termen overlijden en sterven, niet sneuvelen. Het stempel met het woord "overleden" kan heel goed door een van de burgerartsen uit zijn praktijk zijn meegebracht. | ||
| + | |||
| + | Het lijkt erop dat Wim in de chaos bij het viaduct krijgsgevangen is gemaakt. Hij zal toen net als de gevangenen bij het viaduct zijn uniformjas hebben moeten uitdoen, zodat hij in zijn witte onderhemd liep. Het is bekend dat de Duitsers hun krijgsgevangenen aldus gekleed hebben ingezet om gewonden van de berg af te dragen en om munitie en zware wapens de berg op te trekken of dragen. Ook zijn zij als menselijk schild gebruikt. Bij de uitvoering van deze taken zijn meerdere krijgsgevangenen om het leven gekomen, waaronder naar alle waarschijnlijkheid ook Wim Berntsen. | ||
| + | |||
| + | === Synthese === | ||
| + | De eerdere reconstructie en het verhaal dat aan de hand van de krijgsgevangenenkaart en de brieven kan worden gemaakt, sluiten elkaar niet uit. Het enige dat in de reconstructie moet worden aangepast is dat de soldaten ongewapend, dus zonder geweren in de schuilplaats zaten. | ||
| + | |||
| + | Het kan dat Wim en een aantal andere krijgsgevangenen bij hun gedwongen werk kans hebben gezien zich in de schuilplaats te verstoppen, maar dat de Duitsers dit in de gaten hebben gekregen. Zij kunnen als vergelding voor hun ontsnappingspoging zijn doodgeschoten. Dit scenario verklaart niet waarom er verschillende tijdstippen van overlijden in hun overlijdensakten staan, maar het klopt wel met het feit dat de doden als groep bij elkaar werden gevonden. | ||
| + | |||
| + | Opgemerkt zij hier nog dat er geruchten de ronde deden dat Wim krijgsgevangen was gemaakt. De familie Koopmanschap noemt het in haar brief, en Johan Zweers schreef dat hij dit had gelezen in een brief van de familie Koopmanschap aan zijn ouders. Meneer Koopmanschap was politieagent. Misschien had hij in die functie toegang tot lijsten van krijgsgevangenen. Wims vriend Rientjes schreef dat hij hoop had dat Wim geïnterneerd was. Tuenter heeft het in zijn brief niet over de mogelijkheid van krijgsgevangenschap. Wel noemt hij een meisje uit [[Beek]], dat meende te weten dat hij, Tuenter, had gezien dat Wim door de Duitsers "van zijn stuk was geschoten". Het was Tuenter een raadsel waar dat verhaal vandaan had kunnen komen. Wims familie heeft waarschijnlijk rekening gehouden met krijgsgevangenschap, maar heeft daar voor zover bekend nooit hoop op gehad. | ||
| + | |||
| + | == Het nieuws van Wims dood == | ||
| + | Na de capitulatie was er alom verwarring over het lot van de Nederlandse soldaten die aan de strijd hadden deelgenomen. Ook bij Wim thuis wist men dagenlang niets over hun zoon en broer. Op 18 mei, ruim een week na de Duitse inval, bracht de post een kaart van hem, die hij op 10 mei geschreven had. | ||
| + | ---- | ||
| + | <div style="background:Khaki"> | ||
| + | ''In reserve op 10/5 1940 | ||
| + | |||
| + | ''Lieve allemaal!<br> | ||
| + | :''Vanmorgen zijn we, nadat de Duitsers onze neutraliteit schonden, naar een andere plaats vertrokken, waar we in reserve worden gehouden. Voorlopig zullen we nog niet behoeven te vechten.<br> | ||
| + | :''Hartelijke groeten van uw zoon en broer. | ||
| + | |||
| + | ''Wim | ||
| + | </div> | ||
| + | ---- | ||
| + | Het was een opluchting te weten dat Wims eenheid in reserve werd gehouden, maar voor hoelang? En waarom bleef verder bericht uit? Toen kwam iemand vertellen dat hij Wim in [[Winterswijk]] in een trein met krijgsgevangenen had gezien. Hoe hij in Winterswijk was terechtgekomen, was onduidelijk, maar het was in elk geval een teken van leven. Het bleek echter al gauw, dat alle krijgsgevangenen via Arnhem en [[Zevenaar]] naar Duitsland werden overgebracht. Wims vader is toen op 20 mei naar het station in Arnhem gegaan, om hem daar te zien en als het kon hem een pakketje mee te geven. Hij heeft er de hele dag op wacht gestaan, maar Wim zag hij niet. | ||
| + | |||
| + | De volgende dag is [[Berntsen-Wellen|Lau Berntsen]], een oom van Wim die in Beek woonde, op de fiets naar de Grebbeberg gegaan. Hij had gehoord van de zware strijd daar. Hij vond er een graf van een soldaat met de naam W.L.L. Berntsen of W.I.I. Berntsen. De geboortedatum en andere gegevens klopten, maar de tweede en derde voorletter niet. De vrees, dat het toch Wim zou kunnen zijn, werd al groter, maar geheel zeker was het nog niet. | ||
| + | |||
| + | Wims vader heeft toen het Ministerie van Oorlog gebeld om te vragen, of soldaat Wim Berntsen gesneuveld zou kunnen zijn. Er waren daar wel enkele spulletjes van een soldaat Berntsen aangekomen, zei men, maar Berntsens verzoek om deze naar hem op te sturen, werd niet ingewilligd. Hij mocht echter wel komen kijken, en zo is hij meteen de volgende dag per trein naar Den Haag gegaan. Daar bleek dat men op het grafkruis het dwarsbalkje van de H had vergeten. De voorwerpen waren dus van Wim. Het bange vermoeden was bewaarheid geworden. | ||
| + | |||
| + | Wims nalatenschap bestond uit het dagboek dat hij net begonnen was, en zijn portemonnee. Hierin zat nog het tientje dat hij gekregen had toen hij op 2 mei voor het laatst van huis was gegaan. Wims horloge, dat hij blijkens zijn dagboek had, was echter verdwenen. | ||
| + | |||
| + | Berntsen heeft vervolgens gehandeld zoals hij thuis met zijn gezin had afgesproken. Als de spullen niet van Wim waren, zou hij voor 12 uur bellen. Als ze wel van Wim waren, zou hij via Voorhout, waar zijn zoon Clemens aan de Bisschoppelijke Nijverheidsschool studeerde, terugreizen en Clemens meenemen. Clemens, dolblij dat er iemand van thuis op bezoek kwam, kreeg toen het nare en ware bericht over broer Wim te horen. Ook later die dag was er grote verslagenheid in de familie- en vriendenkring. | ||
| + | |||
| + | == Wims graf op de Grebbeberg == | ||
| + | [[Bestand:WH Berntsen graf op Grebbeberg.jpg|thumb|right|300px|<center>'''Wims graf op het Militair Ereveld Grebbeberg'''</center>]] | ||
| + | [[Bestand:Berntsen in Erelijst 1273.jpg|thumb|right|300px|<center>'''De vermelding van Wim op blz. 1273 van de<br>''Erelijst van gevallenen 1940-1945''</center>]] | ||
| + | De lichamen van Wim en de vijf anderen zijn een voor een naar hun graf op het Militair Ereveld Grebbeberg (dat toen aan het ontstaan was) gedragen. Aldus heeft Wim al een dag nadat met de berging van de doden werd begonnen, zijn laatste rustplaats gevonden. Andere gesneuvelden, waaronder luitenant Van der Kuijp, zijn eerst (nog tijdens de strijd) begraven op de plek waar ze gevonden werden, en na 27 mei op het Ereveld herbegraven. Weer andere doden zijn pas na dagen of weken, soms zelfs pas na maanden of nog langer gevonden. Een voorbeeld hiervan is [[Til, Bernard Hendrik van|korporaal Van Til]]. | ||
| + | |||
| + | De doden werden op het Ereveld begraven in de volgorde waarin ze aangevoerd werden. Uit de grafnummers is aldus af te leiden dat Wim als laatste van de zes bij de schuilplaats is weggedragen. Hij kwam te liggen in de eerste rij, graf 55. Dat is vandaag de dag nog steeds zijn graf, met nog steeds hetzelfde nummer. | ||
| + | |||
| + | Dit had anders kunnen zijn als Wims ouders toestemming hadden gekregen hun zoon in Beek te herbegraven. [[Nederveen, mr. Alphons Joseph Marie|Burgemeester Nederveen]] van [[gemeente Bergh|Bergh]] heeft hiertoe op 28 mei 1940 uit naam van Wims vader een verzoek ingediend bij de commandant van 1-IV Bat. Pag. Als zodanig fungeerde toen niet meer kapitein Höpink, maar luitenant Coster van Voorhout. Deze antwoordde de burgemeester in een brief gedateerd 10 juni 1940, dat herbegraving onder geen voorwaarde kon worden toegestaan. Naar verluidt was het de burgemeester van Rhenen die opgraving van gesneuvelden op het ereveld in zijn gemeente, om hygiënische redenen niet toestond. | ||
| + | |||
| + | De afwijzing is op 12 juni telefonisch vanaf het gemeentehuis doorgegeven aan Wims vader. Mogelijk wist hij al dat zijn verzoek zou worden afgewezen, of wellicht was hij van gedachten veranderd, want op 10 juni werd er in de [[St. Martinus Beek|Sint-Martinuskerk]] in Beek een requiemmis voor Wim gelezen. Voor in de kerk stond toen een lege kist afgedekt met een Nederlandse vlag. | ||
| + | |||
| + | === Zijn nagedachtenis === | ||
| + | Wims naam staat op: | ||
| + | *het [[Oorlogsmonument 's-Heerenberg|oorlogsmonument]] in [['s-Heerenberg]] | ||
| + | *het [[Oorlogsmonument Beek|oorlogsmonument]] in Beek | ||
| + | *het [[Monument 8e Regiment Infanterie]] op de Grebbeberg | ||
| + | *in de [[Erelijst van gevallenen 1940-1945]] | ||
| + | <br clear="all"/> | ||
| + | |||
| + | === De overlijdensaangifte === | ||
| + | Het overlijden van Wim moest, zoals elk ander overlijden, worden aangegeven in de gemeente waar hij gesneuveld was. Hier was dat de gemeente Rhenen, waar Wims vader zich op 15 augustus 1940 meldde om de aangifte te doen. Dat was drie maanden nadat Wim was gesneuveld en twee maanden na de requiemmis die voor hem was gehouden. Weer een maand later, op 11 september, werd zijn overlijden geregistreerd in de gemeente Bergh. | ||
| + | |||
| + | Deze gang van zaken doet merkwaardig aan. Waarom moest Wims vader drie maanden na Wims dood nog naar Rhenen om aangifte te doen? Een officiële lijst van gesneuvelden was allang bekend, maar die heeft blijkbaar niet voor dat doel kunnen dienen. Het lijkt erop dat er in die dagen geen vaste regels waren voor het aangeven van de dood van Nederlandse militairen. In elk geval is er bij de overlijdensaangifte van de [[Nederlandse oorlogsslachtoffers WO II#Gesneuveld tijdens de Duitse inval|omgekomen Berghse militairen]] geen vast patroon te ontdekken. | ||
| + | |||
| + | Een opvallend gegeven in Wims overlijdensakte is het hierboven al genoemde tijdstip van sneuvelen: om 4 uur in de morgen van 13 mei. Dit detail moet Wims vader bij de aangifte gemeld hebben, maar hoe kwam hij daaraan? Het moet uiteindelijk van een ooggetuige afkomstig zijn. Volgens de beschikbare rapporten waren sergeant Landman en soldaat Brouwer, beide van 2-III-8 RI, ook in de schuilplaats, en mogelijk waren er nog meer. Er waren dus overlevenden van dit incident, en zij zijn zo goed als zeker krijgsgevangen gemaakt. In juni 1940 zijn de meeste krijgsgevangenen weer vrijgelaten, waarna het verhaal op een of ander manier bij de familie Berntsen is terechtgekomen. Er is op voorhand geen reden dat verhaal in twijfel te trekken, maar waarom wordt in de vijf overlijdensakten niet hetzelfde tijdstip genoemd? Misschien heeft elke overlevende een eigen versie van de gebeurtenis verteld. | ||
| + | |||
| + | Het is in elk geval uitgesloten dat na drie dagen, toen Wim gevonden werd, het tijdstip van overlijden nog zo precies kon worden vastgesteld – zo men dat al heeft willen doen. Bovendien past het vermelden van het tijdstip niet bij de formulering "is overleden <u>bevonden</u>". Het toegevoegde woord "bevonden" geeft aan vanaf wanneer het overlijden vaststaat, maar niet wanneer de dood is ingetreden. | ||
| + | {| | ||
| + | |- valign=top | ||
| + | |[[Bestand:Berntsen, WH overlijden 1940 Rhenen.jpg|thumb|400 px|'''Wims Rhenense overlijdensakte van 15 augustus 1940. Zijn vader heeft de aangifte gedaan.]] | ||
| + | |[[Bestand:Berntsen, WH overlijden 1940 Bergh.jpg|thumb|430 px|'''Wims Berghse overlijdensakte van 11 septmber 1940, opgesteld op basis van een uittreksel uit de Rhenense akte'''<br>Klik op de afbeeldingen voor een vergroting.]] | ||
| + | |} | ||
| + | ---- | ||
| + | |||
| + | == Fotogalerij == | ||
| + | {| | ||
| + | |- valign=top | ||
| + | |[[Bestand: WH Berntsen Palmkazerne Bussum.jpg|thumb|350px|'''De Kolonel Palmkazerne in Bussum''']] | ||
| + | |[[Bestand: WH Berntsen met groep buiten.jpg|thumb|300px|'''Wim (staande derde van links) met een groep kameraden.''']] | ||
| + | |- valign=top | ||
| + | |[[Bestand: WH Berntsen blancoot in kazerne.jpg|thumb|350px|'''Wim (op de voorgrond) bij een klus in de kazerne...''']] | ||
| + | |[[Bestand: WH Berntsen met kameraden.jpg|thumb|200px|'''... en met twee kleinere kameraden bij de fotograaf.<br>Wim was 1,85 m lang.''']] | ||
| + | |- valign=top | ||
| + | |[[Bestand:Wim_Berntsen_bidprentje.jpg|thumb|280px|'''Wims bidprentje: voorkant...''']] | ||
| + | |[[Bestand: Bidprentje WimB achter.jpg|thumb|250px|'''... en achterkant''']] | ||
| + | |} | ||
| + | |||
| + | = Bronnen = | ||
| + | *Familie Berntsen (herinneringen, foto's, brieven) | ||
| + | *''Tante Pit, Levensverhaal van een pittige 'tante''', Ingrid Krüs, Uitgeverij Inkiepedia, Oss (2023), blz. 45–64, 316 | ||
| + | *Op [http://www.grebbeberg.nl Grebbeberg.nl]: | ||
| + | **Staat van dienst | ||
| + | **Rapporten, verslagen e.d. van kaptein A.G. Höpink, luitenant V.C. Coster van Voorhout en soldaat J.H. Veneklaas Slots | ||
| + | *[https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/archief/2.19.255.01/invnr/11131A/file?query= A-dossier van de Oorlogsgravenstichting in het Nationaal Archief] | ||
| + | *[[Er op of er onder]], blz. 135 | ||
| + | *[[Erelijst van gevallenen 1940-1945]] | ||
| + | *[[Gemeentearchief Bergh]], inventarisnummer 1587 (Stukken betreffende dienstplichtigen, waaronder inzake lotgevallen van militairen uit de gemeente gedurende de meidagen van 1940) | ||
| + | *[http://www.ogs.nl Oorlogsgravenstichting] | ||
| + | *[http://wiewaswie.nl WieWasWie] | ||
| + | |||
| + | [[Categorie:Berntsen]] [[Categorie:Militairen van mei 1940 Loerbeek]] [[Categorie:8e Regiment Infanterie]] [[Categorie:WO II gesneuveld KL]] [[Categorie:Oorlogsmonumenten Beek]] [[Categorie:Oorlogsmonumenten 's-Heerenberg]] [[Categorie:Ereveld Grebbeberg]] | ||
Huidige versie van 19 jan 2026 om 08:38
Inhoud
Zijn jeugd
Wilhelmus Henricus (Wim) Berntsen is een oorlogsslachtoffer. Hij werd op 2 augustus 1920 geboren in Loerbeek als oudste van de negen kinderen van Albertus Johannes Wilhelmus Berntsen en Theodora Grada ten Bensel.
Als oudste hielp Wim al vroeg mee op de molen van zijn vader, maar hij hielp zijn moeder ook. Hij paste wanneer nodig op zijn jongere broers en zussen, en stak zijn handen uit de mouwen bij het werk. Hij was serieus en probeerde alles goed aan te pakken. Daarbij had hij een soort droge humor over zich.
Na de lagere school is Wim drie jaar naar het Instituut Saint-Louis in Oudenbosch geweest. Aan dit internaat van de Broeders van de Congregatie van de heilige Aloysius Gonzaga heeft hij de Handelsschool gevolgd, die hij in 1934 met een examen heeft afgesloten. Wim behoorde tot de besten van zijn klas, en heeft met zijn studieprestaties verscheidene mooie boeken gewonnen.
Wim is niet de enige Berntsen die Oudenbosch heeft bezocht. Zijn broer Joep was er van 1940 tot 1943, zijn neef en naamgenoot Wim Berntsen uit Azewijn van 1938 tot 1942, en na de oorlog heeft zijn neef Alex Berntsen er de bakkersvakschool gevolgd.
Na zijn terugkeer uit Oudenbosch heeft Wim een schriftelijke cursus voor molenaarsgezel gevolgd bij het Station voor Maalderij en Bakkerij in Wageningen. Daarna heeft hij in 1938 in Doetinchem een cursus Pluimveekennis gevolgd, en bovendien als 18-jarige zijn rijbewijs gehaald. Al deze opleidingen kwamen hem goed van pas bij zijn werk op het bedrijf van zijn vader, maar zijn interesses reikten verder, en zo vond hij ook nog tijd voor een cursus Esperanto.
Ondanks zijn drukke werk heeft Wim toch steeds voldoende tijd gehad voor ontspanning. Thuis of met vrienden speelde hij gezelschapsspellen, en hij hield van voetballen, schaatsen en biljarten (ook later als soldaat), en in Oudenbosch was hij met plezier lid geweest van het jongenskoor. Hij fietste ook graag, en zo is hij in 1937 met zijn broer Harrie en een dorpsgenoot naar Bloemendaal bij Haarlem gefietst, waar van 31 juli tot 9 augustus de vijfde Wereldjamboree van de padvinderij plaatsvond.
Het was de bedoeling dat Wim zijn vader zou opvolgen als molenaar, maar het lot heeft anders beslist.
Zijn militaire dienst
De opleiding in Bussum
Wim is op 23 oktober 1939 opgekomen voor militaire dienst bij het 8e Regiment Infanterie (8 RI) in de Kolonel Palmkazerne in Bussum. Dit was een nieuwe kazerne, die juist in dat jaar was gereedgekomen. In vredestijd lag 8 RI vanouds in de Menno van Coehoornkazerne in Arnhem, maar vanwege de oorlogsdreiging vond de opleiding van de rekruten in het westen van het land plaats.
Wim is waarschijnlijk niet met plezier in dienst gegaan, maar hij heeft zich er ook niet tegen verzet. Hij beschouwde het als iets dat erbij hoorde; je deed het gewoon. Gelukkig trof hij een paar goede kameraden, onder wie Johannes Hendrikus Zweers uit Zeddam, Johannes Theodorus Tuenter uit Wisch en Hendrikus Johannes Rientjes uit Lobith. Ook heeft hij met een aantal Bussumse families kennis kunnen maken, onder wie de familie Koopmanschap. Met deze families heeft hij na zijn overplaatsing naar het veldleger nog gecorrespondeerd. Verder heeft hij zich naar behoren gedragen. Slechts één keer werd hem een straf opgelegd. Dat was op 3 februari 1940, toen hij avondpermissie tot middernacht had, maar tien minuten te laat binnenkwam. Hij moest toen drie dagen lang twee uur voor het avondappel op de kazerne terug zijn. Hij zal daar niet erg onder geleden hebben.
In de Kolonel Palmkazerne werd Wim ingedeeld bij de 3e compagnie van het Depotbataljon (3-8 Dep. Bat.). Bij depotbataljons kregen rekruten hun eerste opleiding. Na enige tijd werd hij geselecteerd voor een opleiding in de bediening van het pantserafweergeschut (PAG-kanon). Dit was een in die tijd uiterst modern kanon van Oostenrijkse makelij om tanks en pantserwagens mee uit te schakelen.
Op nevenstaande winterse foto, die waarschijnlijk tijdens een schietoefening is gemaakt, is Wim de tweede man van rechts. De wielen zijn van het kanon afgehaald, zoals dat gebruikelijk was als het in stelling stond. Op de voorgrond, met zijn hand aan het sluitstuk, zit de schutter. Aan de andere kant van het kanon zit de richter (die als korporaal tevens plaatsvervangend stukscommandant was). In deze opstelling neemt Wim de plaats van de lader in, dus was dit mogelijk zijn functie. In dat geval was hij, ondanks zijn rijbewijs, niet de chauffeur van de PAG-trekker, het voertuig waarmee het kanon en zijn bemanning verplaatst werden. De twee mannen achteraan zijn normaliter de twee munitiehalers, maar hier zijn het waarschijnlijk een schietinstructeur (achteraan) en de stukscommandant, een sergeant. De stukscommandant heeft op zijn mouw de enkelvoudige gouden "bananenschil", het rangonderscheidingsteken van een sergeant.
Soldaat bij 1-IV Bat. Pag.
Het lijkt erop dat de hele 3e Depotcompagnie werd opgeleid voor het PAG-kanon. In elk geval werd Wim op 13 april 1940 samen met Tuenter, Rientjes en nog een hele groep van de 3e Depotcompagnie administratief overgeplaatst naar de staf van het 8e Regiment Veld-Artillerie (Zweers ging naar de PAG-compagnie van 24 RI.) In de praktijk werden de jongens (allemaal geboren in 1920) ingedeeld bij 1-IV Bat. Pag., de 1e compagnie van het IVe Bataljon Pantserafweergeschut. Deze compagnie was kort voordien opgericht en nog niet helemaal compleet. De administratie werd daarom (deels) bij de staf van het 8e Regiment Veld-Artillerie gedaan.
De commandant van 1-IV Bat. Pag. was kapitein Höpink. Het toeval wil dat Wims broer Clemens later in de oorlog in het verzet met kapitein Höpink zou samenwerken.
1-IV Bat. Pag. was een reserve-eenheid die direct onder de commandant van de IVe Divisie van het Veldleger viel. Elke veldlegerdivisie beschikte over zo'n extra compagnie pantserafweergeschut. De IVe Divisie moest in mei 1940 het gebied rond de Grebbeberg verdedigen, en de reservetroepen zouden al naar gelang het verloop van de strijd worden ingezet waar dat nodig was. Bij 1-IV Bat. Pag. dienden naast de soldaten die bij 8 RI waren opgeleid, ook soldaten die bij 11 RI en 19 RI waren opgeleid. 8 RI, 11 RI en 19 RI waren de infanterieregimenten van de Ive Divisie.
1-IV Bat. Pag. werd in het voorjaar van 1940 in Amerongen gelegerd, een eindje achter de Grebbelinie. De Grebbelinie was de verdedigingslinie die liep van het IJsselmeer naar de Grebbeberg. In Amerongen heeft Wim de oorlog afgewacht. Op Hemelvaartsdag, 2 mei 1940, is hij voor het laatst thuis geweest. Elf dagen later, op 13 mei, sneuvelde hij.
De strijd op de Grebbeberg
Toen op 10 mei de oorlog uitbrak, werd 1-IV Bat. Pag. direct van Amerongen verplaatst naar meubelfabriek "De Rijn" in Remmerden, een plaatsje pal aan de Rijn tussen Elst en Rhenen, vlak achter de Grebbeberg. In afwachting van verdere orders hebben de jongens daar niet veel meer gedaan dan op wacht staan en wat patrouillelopen. Ze konden de strijd bij de Grebbeberg wel horen, en ook hebben ze een aantal Duitse vliegtuigen zien neerstorten, maar in Remmerden bleef het nog rustig.
Wim heeft enkele gebeurtenissen van 10, 11 en 12 mei in een dagboek beschreven.
Tien mei 1940.
Begin van oorlog met Duitsland.
Het was bijna half vijf, toen het lawaai, dat "de jongens" produceerden, me wakker deed worden. Eerst dacht ik, dat het al zes uur was, maar een blik op mijn polshorloge bracht me met de juiste tijd op de hoogte en meteen maakte ik me kwaad op de rustverstoorders.
Maar even daarna drongen andere geluiden tot me door; het ronken van vliegtuigen en het ratelen van luchtmitrailleurs. Toch bleef ik rustig op mijn krib liggen, want mijn overtuiging, die ik zo langzamerhand kreeg, was, dat "de moffen" een grootse aanval op Engeland ondernamen en om sneller over te zijn, ons land overvlogen.
Tot bijna zes uur ben ik daarom op mijn nest blijven liggen.
Ondertussen hadden anderen al gezien, dat een drietal vliegtuigen door afweervuur waren getroffen. Ook was de eigenlijke reden waarom die machines door de lucht voeren, nu bekend geworden en deden geruchten de ronde, dat parachutetroepen waren gedaald.
We kregen orders alles te pakken en toen dat was gebeurd, het was onderhand al 9 uur geworden, reden we naar Remmerden, een plaatsje tussen Elst en Rhenen.
Een oude meubelfabriek, waar anders een andere comp.- pag. ligt ingekwartierd, maar die nu door hun vertrek naar de stellingen verlaten lag, werd onze woning. We blijven er voorlopig liggen, omdat we tot de reservedivisie behoren. Overal langs de weg van Amerongen naar Remmerden wuifden de mensen met hun handen, al of niet voorzien van zakdoeken.
Nadat de trekkers met de kanonnen onder dak waren gebracht, konden we beginnen met 'het niets doen'.
Later in de voormiddag kreeg ik voor het eerst te zien, dat een toestel werd getroffen. Na de middag zag ik voor het eerst een vliegtuig bommen uitwerpen. Het vliegtuig dook plotseling, liet zijn bommen vallen en steeg meteen weer. Het was een mooi gezicht.
De gehele dag werd er gevlogen en geschoten. Om een uur of negen gingen we naar bed.
Hoewel we niet direct insliepen, had ik toch al een flink 'tukkie' gedaan, toen ik door geweldig knallen wakker schrok. Het had al een kwartiertje geduurd en we veronderstelden al, dat de Duitsers van dichtbij vuurden, toen onze luit vertelde, dat onze artillerie aan het inschieten was.
We waren vooral op de gedachte gekomen, dat de Duitsers aan het bombarderen zouden zijn, door het ’s avonds tevoren ontvangen bericht, dat Wageningen al in hun handen was.
Gelukkig bleek later dat bericht geheel vals te zijn.
(11 mei)
Om vijf uur 's morgens moest ik achter de loods op wacht met nog een andere jongen. Er viel niet zo veel voor gedurende die 2 uren. Een vliegtuig zagen we neerschieten.
[Wims pen is leeg en hij schrijft verder met potlood.]
's Middags kwamen allerlei geruchten los, welke gedeeltelijk door teruggetrokken troepen werden verspreid. Deze troepen waren van de genie en luchtdoelartillerie. Om 1 uur deed het gerucht de ronde dat de Ver. Staten in zouden grijpen. Om half twee zei men, dat Italië een ultimatum zou hebben gesteld. Om half drie zei men, dat er in Rhenen met gas was gegooid. Een korporaal had zijn gasmasker reeds op gehad. Wij kregen ook order direct het gasmasker in alarmstelling op de rug te houden.
11 uur 's nachts werden we gewekt om de wacht van 'de veld' te assisteren wegens het dalen van parachutisten. Van twee tot bijna vijf uur moesten we met een van 'de veld' op wacht.
[Met 'de veld' bedoelde Wim waarschijnlijk het "Stuk van 6-veld", een verouderd kanon uit 1894 dat in mei 1940 nog is ingezet. (opmerking redactie Berghapedia)]
(12 mei)
Van 8 tot tien moest ik patrouille lopen. Onderweg, het was bijna 10 uur, kwam men ons al zeggen, dat we ons bij onze kapitein moesten melden, omdat we naar de stellingen moesten. We pakten al onze spullen bij elkaar en vertrokken richting Rhenen, waar we, na een half uurtje wachten bij de stellingen in Rhenen (tot kwart voor elf) naar de stellingen in Venendaal vertrokken. Toen wij tenslotte na lang zoeken, in de buurt van deze plaats terecht kwamen, waren en werden die stellingen zo geweldig met bommen bezaaid, dat besloten werd met ons stuk naar Ouwehands Dierenpark te gaan, waar we de 2 andere stukken hadden achtergelaten. Hier moesten we, zo had een majoor tegen onze sergeant gezegd op nadere orders wachten.
Het bombarderen duurde voort…
Wim noemt op 12 mei de plaatsnaam Veenendaal. Dit is een misverstand, mogelijk door verwarring met de Levendaalseweg (langs de noordkant van de Grebbeberg), waar de commandopost van 8 RI was gevestigd. Hier meldde 1-IV Bat. Pag. zich met zijn commandogroep en de twee secties (pelotons) met elk drie PAG-kanonnen. De commandant van 8 RI, overste Hennink, gaf de 1e sectie onder commando van luitenant Van der Kuijp opdracht zich te melden bij de commandant van het 1e bataljon (I-8 RI). Dit was majoor Landzaat, die zijn commandopost had ingericht in de villa van Ouwehand, vlak bij de hoofdingang aan de zuidkant van het dierenpark. De 2e sectie, onder commando van luitenant Coster van Voorhout, stuurde overste Hennink naar de commandant van het 2e bataljon (II-8 RI). Dit was majoor Jacometti, die zijn commandopost aan de noordkant van het dierenpark had.
Uit de beschikbare verslagen is min of meer te reconstrueren waar de zes PAG-kanonnen die dag zijn geweest, maar bij welk stuk Wim hoorde wordt hierbij niet duidelijk. Zijn dagboeknotitie van 12 mei geeft hiervoor geen houvast.
Wel staat vast waar Wim in de avond van 12 mei was, namelijk op de commandopost van 8 RI. Daar waren vier PAG-kanonnen teruggekomen; de drie van de 2e sectie en één van de 1e sectie. Eén kanon van de 1e sectie was uitgeschakeld door artillerievuur (waarbij mogelijk een gewonde, maar geen dode was gevallen), terwijl over het lot van een ander stuk niets naders bekend was. Luitenant Van der Kuijp was op de commandopost van majoor Landzaat gebleven. Ook kapitein Höpink was daarnaartoe gegaan, nadat hij het commando over 1-IV Bat. Pag. had overgedragen aan luitenant Coster van Voorhout.
Later die avond heeft luitenant Coster van Voorhout de commandopost van 8 RI verlaten met al het beschikbare materieel van 1-IV Bat. Pag. Het is onduidelijk waar hij heen wilde, maar op een gegeven moment reed hij over de weg parallel aan de spoorbaan in de richting van het viaduct. Dit is de Kastanjelaan. Het viaduct ligt in de hoofdweg van Wageningen naar Rhenen, net voor de bebouwde kom van Rhenen. Onder het viaduct liep destijds een dieper gelegen spoorlijn (nu ligt daar een weg).
Op 25 mei 1940 schreef luitenant Coster van Voorhout in een rapport:
- Zondagnacht (12 Mei 1940) te ongeveer 22.00 uur reed ik met mijn o.h. compagnie Pag. op dat moment sterk 4 trekkers met vuurmonden, 2 vrachtauto's en 15 motorrijwielen, in Zuidelijke richting aan de Oostzijde van het Viaduct te Rhenen toen ik tot op een afstand van ongeveer 20 meter het viaduct genaderd, in de lichten van de verduisterde autolampen een rij van 20 Nederlandsche militairen voor mij zag staan, gekleed in uniformbroek, het bovenlijf in ondergoed. Deze militairen waren opgesteld in de richting van het Viaduct, dus haaks op mijn rijrichting. Ik liet de colonne halt houden en kreeg op het zelfde moment, dat mij in het Duitsch bevolen werd "Lichten aus", van rechter zijde (dus van de overkant van de diepe spoorbaan) een hevig zwaar mitrailleurvuur; ik constateerde dat mijn eigen motorrijwiel onklaar raakte en op de grond viel, terwijl de eerste vrachtwagen, welke links achter mij reed, zeer ernstig werd beschadigd.
Coster van Voorhout schreef verder dat hij tussen de Nederlandse militairen luitenant Van der Kuijp meende te hebben zien staan, maar daar vanwege de duisternis niet zeker van was. Kort daarop schoten de Duitsers en vielen twee of drie Nederlanders neer, onder wie, naar hij meende te zien, luitenant Van der Kuijp. Berichten dat luitenant Van der Kuijp op de commandopost van I-8 RI is gebleven, maken dit verhaal onwaarschijnlijk. Luitenant Van der Kuijp is echter wel gesneuveld. Zijn lichaam werd op 3 juni 1940 gevonden in een veldgraf naast het bospad achter Ouwehands Dierenpark. Gezien vanuit de commandopost van I-8 RI is dit in tegengestelde richting van het viaduct.
Het verhaal van luitenant Coster van Voorhout klopt echter met een brief Wims vriend Tuenter van 26 juni 1940. Hij schreef die brief om Wims ouders te condoleren met het verlies van hun zoon, en vertelde daarin:
- De eerste pinksterdag vroeg zijn we naar de Grebbelinie gegaan. Toen zijn we bij mekaar geweest tot 's avonds, we moesten terugtrekken en kwamen op de weg langs de spoorlijn bij het viaduct. We kregen daar een volle laag vuur en moesten natuurlijk allemaal de wagens uit en omdat het donker was raakten we elkaar allemaal kwijt. Van toen af heb ik hem niet meer gezien, want we waren helemaal uit elkaar geslagen, ik ben achter een huis gekropen, daar waren er nog twee van de P.A.G. Verder heb ik er geen meer gezien voor de tweede pinksterdag.
Tuenter heeft het hier ook over "de weg langs de spoorlijn bij het viaduct" en over "wagens" (meervoud). Op 12 mei rond 10 uur 's avonds heeft hij Wim voor het laatst gezien. Op 13 mei is Wim gesneuveld.
Het sneuvelen van Wim
Een reconstructie
Een precieze reconstructie van Wims sneuvelen is niet meer mogelijk, maar op een of ander manier is hij van de plek waar Tuenter hem voor het laatst gezien heeft in de buurt van de ingang van het dierenpark terechtgekomen. Daar was een hulpverbandplaats (een medische post). Was hij gewond? Misschien is hij daar nog verbonden.
Volgens een reconstructie die te lezen is op de website van de Stichting De Greb, bevond Wim zich met een aantal militairen – van verschillende eenheden – in de ondergrondse schuilplaats van de 1e sectie van 2-III-8 RI. Allemaal waren ze uitgeput van de spanning en de slapeloze nachten. Plotseling probeerden de Duitsers door een gat bij de deur handgranaten naar binnen te gooien. Dat lukte niet, omdat het gat was dichtgestopt, waarna ze op deur bonkten en riepen heraus, heraus. De Nederlanders kwamen toen naar buiten, maar omdat ze niet geleerd hadden, hoe ze zich moesten overgeven, hadden ze hun geweer nog in de hand. De voorste twee werden door de Duitsers meteen neergeschoten. Daarop hief korporaal Löwenstein in een reflex, of in woede, zijn geweer, waarop de Duitsers ook hem doodschoten. Meteen daarna werden nog twee soldaten gedood.
Het is niet zeker of het zo gegaan is, maar het staat vast dat er op 16 mei voor deze schuilplaats zes doden bij elkaar werden gevonden. Dit staat beschreven in het rapport dat de Nederlandse sergeant Sellies in opdracht van de Duitsers maakte over de berging van de gesneuvelden op de Grebbeberg. De zes waren bedekt met dekens, die ergens tussen 13 en 16 mei over de lichamen moeten zijn gelegd. In de onmiddellijke nabijheid zijn geen andere lichamen gevonden.
Eén van de zes, soldaat Nijentap van 19 RI, was al in de nacht van 12 mei bij de sluis onderaan de berg omgekomen en later met een PAG-trekker omhoog gebracht. Dit blijkt onomstotelijk uit verhalen van militairen die hebben gezien hoe Nijentap omkwam. Op dit punt klopt het rapport van sergeant Sellies niet, maar omdat Nijentap en de andere vijf als één groep bij elkaar lagen, is het begrijpelijk dat verondersteld werd dat zij alle zes bij hetzelfde incident waren omgekomen.
Als argument tegen deze reconstructie kunnen de overlijdensakten van de zes aangevoerd worden. Die zijn verspreid over de tweede helft van 1940 in Rhenen opgemaakt, maar vermelden verschillende tijdstippen van overlijden. In Nijentaps akte staat inderdaad 12 mei als overlijdensdatum, maar als tijdstip werd des voormiddags ten elf ure genoteerd, hoewel vaststaat dat hij al in de vroege uren van 12 mei is gesneuveld. De betrouwbaarheid van het vermelde tijdstip lijkt dus niet groot, te meer daar de akten van de andere vijf tijdstippen verspreid over de hele dag van 13 mei laten zien. Wim zou – net als Winkelman – al om vier uur 's morgens zijn gesneuveld, Löwenstein om elf uur, Ursinus om half twee en Kerssen pas om half zeven 's avonds. Bij een dergelijk tijdsverloop is het niet waarschijnlijk dat de lichamen als één groep bij elkaar zijn gelegd. Maar ze lagen wel als groep bij elkaar.
Of was het anders?
In 2025 zette het Nationaal Archief krijgsgevangenenkaarten online van Nederlandse militairen die in mei 1940 door de Duitsers gevangen werden genomen. Opmerkelijk is dat hierbij ook een krijgsgevangenenkaart van Wim Berntsen is. Niet lang daarna kreeg de redactie van Berghapedia de beschikking over brieven die Wims kameraden en de familie Koopmanschap na Wims dood hebben geschreven aan Wims ouders.
De krijgsgevangenenkaart is maar half ingevuld, maar is zonder twijfel van Wim. Op het schutblad bij de kaart staat een blauw stempel met het woord "overleden". In de onderste marge van de kaart staat met de hand in het Nederlands geschreven "Gestorven 13-5-'40 Grebbelinie". In het Duits staat er "Grabl. [Grabanlage] Heldenfriedhof auf der Grebbehöhe a. d. Straße nach Rhenen". De term Heldenfriedhof werd door de Duitsers gebruikt omdat er op de Grebbeberg ook 260 Duitse gesneuvelden werden begraven, die pas na de bevrijding werden overgebracht naar de Duitse begraafplaats in Ysselsteyn.
De woorden "overleden" en "gestorven" wekken de indruk dat Wim niet zou zijn "gesneuveld". Bij de berging en identificatie van de dode militairen waren echter meerdere burgerartsen betrokken. Zij gebruikten beroepshalve de termen overlijden en sterven, niet sneuvelen. Het stempel met het woord "overleden" kan heel goed door een van de burgerartsen uit zijn praktijk zijn meegebracht.
Het lijkt erop dat Wim in de chaos bij het viaduct krijgsgevangen is gemaakt. Hij zal toen net als de gevangenen bij het viaduct zijn uniformjas hebben moeten uitdoen, zodat hij in zijn witte onderhemd liep. Het is bekend dat de Duitsers hun krijgsgevangenen aldus gekleed hebben ingezet om gewonden van de berg af te dragen en om munitie en zware wapens de berg op te trekken of dragen. Ook zijn zij als menselijk schild gebruikt. Bij de uitvoering van deze taken zijn meerdere krijgsgevangenen om het leven gekomen, waaronder naar alle waarschijnlijkheid ook Wim Berntsen.
Synthese
De eerdere reconstructie en het verhaal dat aan de hand van de krijgsgevangenenkaart en de brieven kan worden gemaakt, sluiten elkaar niet uit. Het enige dat in de reconstructie moet worden aangepast is dat de soldaten ongewapend, dus zonder geweren in de schuilplaats zaten.
Het kan dat Wim en een aantal andere krijgsgevangenen bij hun gedwongen werk kans hebben gezien zich in de schuilplaats te verstoppen, maar dat de Duitsers dit in de gaten hebben gekregen. Zij kunnen als vergelding voor hun ontsnappingspoging zijn doodgeschoten. Dit scenario verklaart niet waarom er verschillende tijdstippen van overlijden in hun overlijdensakten staan, maar het klopt wel met het feit dat de doden als groep bij elkaar werden gevonden.
Opgemerkt zij hier nog dat er geruchten de ronde deden dat Wim krijgsgevangen was gemaakt. De familie Koopmanschap noemt het in haar brief, en Johan Zweers schreef dat hij dit had gelezen in een brief van de familie Koopmanschap aan zijn ouders. Meneer Koopmanschap was politieagent. Misschien had hij in die functie toegang tot lijsten van krijgsgevangenen. Wims vriend Rientjes schreef dat hij hoop had dat Wim geïnterneerd was. Tuenter heeft het in zijn brief niet over de mogelijkheid van krijgsgevangenschap. Wel noemt hij een meisje uit Beek, dat meende te weten dat hij, Tuenter, had gezien dat Wim door de Duitsers "van zijn stuk was geschoten". Het was Tuenter een raadsel waar dat verhaal vandaan had kunnen komen. Wims familie heeft waarschijnlijk rekening gehouden met krijgsgevangenschap, maar heeft daar voor zover bekend nooit hoop op gehad.
Het nieuws van Wims dood
Na de capitulatie was er alom verwarring over het lot van de Nederlandse soldaten die aan de strijd hadden deelgenomen. Ook bij Wim thuis wist men dagenlang niets over hun zoon en broer. Op 18 mei, ruim een week na de Duitse inval, bracht de post een kaart van hem, die hij op 10 mei geschreven had.
In reserve op 10/5 1940
Lieve allemaal!
- Vanmorgen zijn we, nadat de Duitsers onze neutraliteit schonden, naar een andere plaats vertrokken, waar we in reserve worden gehouden. Voorlopig zullen we nog niet behoeven te vechten.
- Hartelijke groeten van uw zoon en broer.
Wim
Het was een opluchting te weten dat Wims eenheid in reserve werd gehouden, maar voor hoelang? En waarom bleef verder bericht uit? Toen kwam iemand vertellen dat hij Wim in Winterswijk in een trein met krijgsgevangenen had gezien. Hoe hij in Winterswijk was terechtgekomen, was onduidelijk, maar het was in elk geval een teken van leven. Het bleek echter al gauw, dat alle krijgsgevangenen via Arnhem en Zevenaar naar Duitsland werden overgebracht. Wims vader is toen op 20 mei naar het station in Arnhem gegaan, om hem daar te zien en als het kon hem een pakketje mee te geven. Hij heeft er de hele dag op wacht gestaan, maar Wim zag hij niet.
De volgende dag is Lau Berntsen, een oom van Wim die in Beek woonde, op de fiets naar de Grebbeberg gegaan. Hij had gehoord van de zware strijd daar. Hij vond er een graf van een soldaat met de naam W.L.L. Berntsen of W.I.I. Berntsen. De geboortedatum en andere gegevens klopten, maar de tweede en derde voorletter niet. De vrees, dat het toch Wim zou kunnen zijn, werd al groter, maar geheel zeker was het nog niet.
Wims vader heeft toen het Ministerie van Oorlog gebeld om te vragen, of soldaat Wim Berntsen gesneuveld zou kunnen zijn. Er waren daar wel enkele spulletjes van een soldaat Berntsen aangekomen, zei men, maar Berntsens verzoek om deze naar hem op te sturen, werd niet ingewilligd. Hij mocht echter wel komen kijken, en zo is hij meteen de volgende dag per trein naar Den Haag gegaan. Daar bleek dat men op het grafkruis het dwarsbalkje van de H had vergeten. De voorwerpen waren dus van Wim. Het bange vermoeden was bewaarheid geworden.
Wims nalatenschap bestond uit het dagboek dat hij net begonnen was, en zijn portemonnee. Hierin zat nog het tientje dat hij gekregen had toen hij op 2 mei voor het laatst van huis was gegaan. Wims horloge, dat hij blijkens zijn dagboek had, was echter verdwenen.
Berntsen heeft vervolgens gehandeld zoals hij thuis met zijn gezin had afgesproken. Als de spullen niet van Wim waren, zou hij voor 12 uur bellen. Als ze wel van Wim waren, zou hij via Voorhout, waar zijn zoon Clemens aan de Bisschoppelijke Nijverheidsschool studeerde, terugreizen en Clemens meenemen. Clemens, dolblij dat er iemand van thuis op bezoek kwam, kreeg toen het nare en ware bericht over broer Wim te horen. Ook later die dag was er grote verslagenheid in de familie- en vriendenkring.
Wims graf op de Grebbeberg
De lichamen van Wim en de vijf anderen zijn een voor een naar hun graf op het Militair Ereveld Grebbeberg (dat toen aan het ontstaan was) gedragen. Aldus heeft Wim al een dag nadat met de berging van de doden werd begonnen, zijn laatste rustplaats gevonden. Andere gesneuvelden, waaronder luitenant Van der Kuijp, zijn eerst (nog tijdens de strijd) begraven op de plek waar ze gevonden werden, en na 27 mei op het Ereveld herbegraven. Weer andere doden zijn pas na dagen of weken, soms zelfs pas na maanden of nog langer gevonden. Een voorbeeld hiervan is korporaal Van Til.
De doden werden op het Ereveld begraven in de volgorde waarin ze aangevoerd werden. Uit de grafnummers is aldus af te leiden dat Wim als laatste van de zes bij de schuilplaats is weggedragen. Hij kwam te liggen in de eerste rij, graf 55. Dat is vandaag de dag nog steeds zijn graf, met nog steeds hetzelfde nummer.
Dit had anders kunnen zijn als Wims ouders toestemming hadden gekregen hun zoon in Beek te herbegraven. Burgemeester Nederveen van Bergh heeft hiertoe op 28 mei 1940 uit naam van Wims vader een verzoek ingediend bij de commandant van 1-IV Bat. Pag. Als zodanig fungeerde toen niet meer kapitein Höpink, maar luitenant Coster van Voorhout. Deze antwoordde de burgemeester in een brief gedateerd 10 juni 1940, dat herbegraving onder geen voorwaarde kon worden toegestaan. Naar verluidt was het de burgemeester van Rhenen die opgraving van gesneuvelden op het ereveld in zijn gemeente, om hygiënische redenen niet toestond.
De afwijzing is op 12 juni telefonisch vanaf het gemeentehuis doorgegeven aan Wims vader. Mogelijk wist hij al dat zijn verzoek zou worden afgewezen, of wellicht was hij van gedachten veranderd, want op 10 juni werd er in de Sint-Martinuskerk in Beek een requiemmis voor Wim gelezen. Voor in de kerk stond toen een lege kist afgedekt met een Nederlandse vlag.
Zijn nagedachtenis
Wims naam staat op:
- het oorlogsmonument in 's-Heerenberg
- het oorlogsmonument in Beek
- het Monument 8e Regiment Infanterie op de Grebbeberg
- in de Erelijst van gevallenen 1940-1945
De overlijdensaangifte
Het overlijden van Wim moest, zoals elk ander overlijden, worden aangegeven in de gemeente waar hij gesneuveld was. Hier was dat de gemeente Rhenen, waar Wims vader zich op 15 augustus 1940 meldde om de aangifte te doen. Dat was drie maanden nadat Wim was gesneuveld en twee maanden na de requiemmis die voor hem was gehouden. Weer een maand later, op 11 september, werd zijn overlijden geregistreerd in de gemeente Bergh.
Deze gang van zaken doet merkwaardig aan. Waarom moest Wims vader drie maanden na Wims dood nog naar Rhenen om aangifte te doen? Een officiële lijst van gesneuvelden was allang bekend, maar die heeft blijkbaar niet voor dat doel kunnen dienen. Het lijkt erop dat er in die dagen geen vaste regels waren voor het aangeven van de dood van Nederlandse militairen. In elk geval is er bij de overlijdensaangifte van de omgekomen Berghse militairen geen vast patroon te ontdekken.
Een opvallend gegeven in Wims overlijdensakte is het hierboven al genoemde tijdstip van sneuvelen: om 4 uur in de morgen van 13 mei. Dit detail moet Wims vader bij de aangifte gemeld hebben, maar hoe kwam hij daaraan? Het moet uiteindelijk van een ooggetuige afkomstig zijn. Volgens de beschikbare rapporten waren sergeant Landman en soldaat Brouwer, beide van 2-III-8 RI, ook in de schuilplaats, en mogelijk waren er nog meer. Er waren dus overlevenden van dit incident, en zij zijn zo goed als zeker krijgsgevangen gemaakt. In juni 1940 zijn de meeste krijgsgevangenen weer vrijgelaten, waarna het verhaal op een of ander manier bij de familie Berntsen is terechtgekomen. Er is op voorhand geen reden dat verhaal in twijfel te trekken, maar waarom wordt in de vijf overlijdensakten niet hetzelfde tijdstip genoemd? Misschien heeft elke overlevende een eigen versie van de gebeurtenis verteld.
Het is in elk geval uitgesloten dat na drie dagen, toen Wim gevonden werd, het tijdstip van overlijden nog zo precies kon worden vastgesteld – zo men dat al heeft willen doen. Bovendien past het vermelden van het tijdstip niet bij de formulering "is overleden bevonden". Het toegevoegde woord "bevonden" geeft aan vanaf wanneer het overlijden vaststaat, maar niet wanneer de dood is ingetreden.
Fotogalerij
Bronnen
- Familie Berntsen (herinneringen, foto's, brieven)
- Tante Pit, Levensverhaal van een pittige 'tante', Ingrid Krüs, Uitgeverij Inkiepedia, Oss (2023), blz. 45–64, 316
- Op Grebbeberg.nl:
- Staat van dienst
- Rapporten, verslagen e.d. van kaptein A.G. Höpink, luitenant V.C. Coster van Voorhout en soldaat J.H. Veneklaas Slots
- A-dossier van de Oorlogsgravenstichting in het Nationaal Archief
- Er op of er onder, blz. 135
- Erelijst van gevallenen 1940-1945
- Gemeentearchief Bergh, inventarisnummer 1587 (Stukken betreffende dienstplichtigen, waaronder inzake lotgevallen van militairen uit de gemeente gedurende de meidagen van 1940)
- Oorlogsgravenstichting
- WieWasWie