Bijdragen aan Berghapedia? Klik hier om je aan te melden !
Heinink, Johannes Lambertus Aloijsius: verschil tussen versies
(correcties jaartallen, afbeeldingen toegevoegd) |
k (Verre neef heeft pagina Heinink, Johannes Lambertus Aloysius hernoemd naar Heinink, Johannes Lambertus Aloijsius: Spelling volgens doopakte) |
||
| (10 tussenliggende versies door 2 gebruikers niet weergegeven) | |||
| Regel 1: | Regel 1: | ||
| + | [[Bestand:Pastoor Heinink.jpg|right|200px]] | ||
== Pastoor van Azewijn == | == Pastoor van Azewijn == | ||
| − | + | '''Johannes Lambertus Aloijsius (Louis) Heinink''' was de zevende pastoor van [[Azewijn]]. Hij werd op 27 juni [[1898]] geboren in [[Twente|Oldenzaal]] als zoon van Johannes Gerhardus Heinink en Johanna Hendrika Scholten. | |
| − | '''Louis Heinink''' was de zevende pastoor van [[Azewijn]]. Hij werd | ||
| − | Heinink was de opvolger van [[Büter, Johannes Wilhelmus Josephus|pastoor Büter]]. Hij | + | Heinink was de opvolger van [[Büter, Johannes Wilhelmus Josephus|pastoor Büter]]. Hij begon zijn priesteropleiding in september [[1911]] aan het kleinseminarie in Culemborg en zette die in september [[1918]] voort aan het grootseminarie Rijssenburg in Driebergen. Na zijn priesterwijding op 15 augustus [[1922]] is hij kapelaan geweest in [[Spijk]], IJsselstein (U) en Hilversum. In [[1938]] werd hij rector van het Leo Gesticht in Borculo, tot hij op 16 februari [[1948]] in Azewijn benoemd werd. Daar werd hij op 27 februari feestelijk ingehaald en door deken Van de Loo van [[Terborg]] geïnstalleerd. |
== Bouwpastoor tegen wil en dank == | == Bouwpastoor tegen wil en dank == | ||
| − | + | De installatie van pastoor Heinink vond plaats in de noodkerk in de [[Vergulde Kip|zaal van Alofs]], omdat [[H. Mattheus|de kerk]] van Azewijn op 31 maart [[1945]] door terugtrekkende Duitsers in brand was gestoken. [[Brenninkmeyer, Franciscus Antonius|Kapelaan Brenninkmeyer]] had al de nodige voorbereidingen getroffen voor de herbouw van de kerk, en pastoor Heinink nam deze taak voortvarend over. | |
De bouw van de kerk werd gefinancierd uit fondsen voor oorlogsschade en diverse bijdragen uit de eigen parochie en ver daarbuiten. Zo was Azewijn als noodlijdende parochie via een regeling van het bisdom geadopteerd door de parochie van OLV van Altijd Durende Bijstand in Bussum. Dit hield in dat er in de kerk aldaar wekelijks voor Azewijn werd gecollecteerd. Als tegenprestatie ging pastoor Heinink regelmatig naar Bussum om er de mis op te dragen. Deze constructie heeft 10.000 gulden opgebracht. | De bouw van de kerk werd gefinancierd uit fondsen voor oorlogsschade en diverse bijdragen uit de eigen parochie en ver daarbuiten. Zo was Azewijn als noodlijdende parochie via een regeling van het bisdom geadopteerd door de parochie van OLV van Altijd Durende Bijstand in Bussum. Dit hield in dat er in de kerk aldaar wekelijks voor Azewijn werd gecollecteerd. Als tegenprestatie ging pastoor Heinink regelmatig naar Bussum om er de mis op te dragen. Deze constructie heeft 10.000 gulden opgebracht. | ||
| − | Ook de parochianen van Azewijn deden hun best. In [[1946]] (dus nog in de tijd van pastoor Büter) stond | + | Ook de parochianen van Azewijn deden hun best. In [[1946]] (dus nog in de tijd van pastoor Büter) stond [[Kermis#Azewijn|de kermis]] in het teken van de nieuwbouw, waarbij demonstraties van de ruiterverenigingen uit [[Netterden]] en [[Etten]] 800 à 900 gulden opleverden. Een fancy-fair die op 17, 18 en 19 mei [[1947]] werd gehouden, bracht zesduizend gulden op. Ook op particuliere feesten en partijen werd vaak voor de nieuwe kerk gecollecteerd. Uiteindelijk was de het benodigde bedrag van ruim 200.000 gulden bij elkaar. De bouw begon in de tweede helft van [[1950]], waarna op 11 februari [[1951]] officieel de eerste steen werd gelegd. Op zondag 23 december 1951 werd de nieuwe kerk ingewijd, net op tijd voor Kerstmis. |
Op dat moment was het laatste nummer van [[Azem's Nieuws]] alweer een tijdje geleden verschenen, maar ook hieraan heeft pastoor Heinink meegewerkt. Niet, zoals zijn voorganger Büter als lid van de ereraad, maar samen met [[Hondtong, Johannes Frederikus|meester Hondtong]] als "gewoon" redactielid. De ereraad was na het overlijden van pastoor Büter blijkbaar opgeheven. | Op dat moment was het laatste nummer van [[Azem's Nieuws]] alweer een tijdje geleden verschenen, maar ook hieraan heeft pastoor Heinink meegewerkt. Niet, zoals zijn voorganger Büter als lid van de ereraad, maar samen met [[Hondtong, Johannes Frederikus|meester Hondtong]] als "gewoon" redactielid. De ereraad was na het overlijden van pastoor Büter blijkbaar opgeheven. | ||
| − | In een van zijn eerste bijdragen deed Heinink verslag van de bouwplannen. Hij begon met de woorden: ''Jullie'' (de jongens in Indië dus) ''zullen wel nieuwsgierig zijn naar het nieuws over de opbouw van onze kerk. Dat is normaal en heel goed te verklaren omdat de Azewijners Katholieken zijn in merg en been en hun belangstelling altijd uitging naar de prachtige toren, waar ze trots op waren.'' In de kop van ''Azem's Nieuws'' prijkte inderdaad een afbeelding van de oude kerk; aanvankelijk een tekening, later een foto. Interessant in het verslag van pastoor Heinink is zijn melding dat de nieuwe toren een zadeldak zou hebben en dat de oude buitenmuren zouden blijven staan. Dit laat zien dat het verslag voor de aanvang van de bouw is geschreven op basis van voorlopige plannen, want de nieuwe toren heeft geen zadeldak en de oude muren zijn niet blijven staan. | + | In een van zijn eerste bijdragen deed Heinink verslag van de bouwplannen. Hij begon met de woorden: ''Jullie'' (de jongens in Indië dus) ''zullen wel nieuwsgierig zijn naar het nieuws over de opbouw van onze kerk. Dat is normaal en heel goed te verklaren omdat de Azewijners Katholieken zijn in merg en been en hun belangstelling altijd uitging naar de prachtige toren, waar ze trots op waren.'' In de kop van ''Azem's Nieuws'' prijkte inderdaad een afbeelding van de oude kerk; aanvankelijk een tekening, later een foto. Interessant in het verslag van pastoor Heinink is zijn melding dat de nieuwe toren een [[Dakvorm|zadeldak]] zou hebben en dat de oude buitenmuren zouden blijven staan. Dit laat zien dat het verslag voor de aanvang van de bouw is geschreven op basis van voorlopige plannen, want de nieuwe toren heeft geen zadeldak maar een [[Dakvorm|tentdak]], en de oude muren zijn niet blijven staan. |
| − | Behalve een kerk heeft pastoor Heinink ook een kleuterschool gebouwd, althans de eerste steen hiervan gelegd. Dat gebeurde op 7 augustus [[1956]] in aanwezigheid van onder anderen [[Leeuw, H.A.B. de|burgemeester De Leeuw]] en de wethouders [[Hendricksen, Gerhardus Johannes|Hendricksen]] en [[Schuurman, W.H.A.|Schuurman]]. De kleuterschool werd op 17 september [[1957]] in gebruik genomen. | + | Behalve een kerk heeft pastoor Heinink ook een [[Kleuterschool Azewijn|kleuterschool]] gebouwd, althans de eerste steen hiervan gelegd. Dat gebeurde op 7 augustus [[1956]] in aanwezigheid van onder anderen [[Leeuw, H.A.B. de|burgemeester De Leeuw]] en de wethouders [[Hendricksen, Gerhardus Johannes|Hendricksen]] en [[Schuurman, W.H.A.|Schuurman]]. De kleuterschool werd op 17 september [[1957]] in gebruik genomen. |
== De secularisatie dient zich aan == | == De secularisatie dient zich aan == | ||
| − | Pastoor Heinink speelde | + | Pastoor Heinink speelde ook een belangrijke rol in het [[:Categorie:Verenigingen Azewijn|verenigingsleven]] in het dorp. Zo was hij als geestelijk adviseur altijd aanwezig op zowel de bestuurs- als de ledenvergaderingen van de [[Coöperatieve Aan- en Verkoopvereniging Azewijn van de A.B.T.B.|Azewijnse afdeling]] van de [[ABTB]]. Hij had dan altijd iets stichtelijks te zeggen. In de vastentijd bijvoorbeeld, spoorde hij de aanwezigen aan om ook door de week naar de kerk te gaan. |
| − | Ook anderszins hield hij de normen en zeden goed in de gaten. Toen in [[1958]] de dameshandbalvereniging De Vossen werd opgericht, had hij zo zijn bedenkingen tegen dames die zich in sportkleding op | + | Ook anderszins hield hij de normen en zeden goed in de gaten. Toen in [[1958]] de [[Handbalvereniging De Vossen|dameshandbalvereniging De Vossen]] werd opgericht, had hij zo zijn bedenkingen tegen dames die zich in sportkleding op [[Den Dam Voetbal|het voetbalveld]] vertoonden. Als compromis werd [[Otten, Anoinetta Allegonda|juffrouw Otten]], de [[Onderwijzers|onderwijzeres]], aan het bestuur toegevoegd. Zij zou de zedelijkheid in de gaten houden. |
| − | Op 28 augustus [[1960]] werd Heininks 12½-jarig jubileum als pastoor van Azewijn gevierd. Na de plechtige hoogmis kreeg hij een envelop met inhoud aangeboden, waaruit hij 75 gulden aan het kerkbestuur teruggaf voor de aanplant van een nieuwe heg om het kerkhof. | + | Op 28 augustus [[1960]] werd Heininks 12½-jarig jubileum als pastoor van Azewijn gevierd. Na de plechtige hoogmis kreeg hij een envelop met inhoud aangeboden, waaruit hij 75 gulden aan het kerkbestuur teruggaf voor de aanplant van een nieuwe heg om [[Begraafplaats Azewijn|het kerkhof]]. |
Op 8 oktober [[1967]] vierde Azewijn het 100-jarig bestaan van zijn parochie. Dat was tevens het jaar waarin de nieuwe tijd ook in Azewijn doordrong. Het oude kerkbestuur werd toen namelijk door ontevreden parochianen weggestemd. Zij accepteerden niet meer dat de dominante pastoor met een stelletje jaknikkers de dienst uitmaakte. | Op 8 oktober [[1967]] vierde Azewijn het 100-jarig bestaan van zijn parochie. Dat was tevens het jaar waarin de nieuwe tijd ook in Azewijn doordrong. Het oude kerkbestuur werd toen namelijk door ontevreden parochianen weggestemd. Zij accepteerden niet meer dat de dominante pastoor met een stelletje jaknikkers de dienst uitmaakte. | ||
| − | Oktober 1967 was sowieso een moeilijke maand voor pastoor Heinink, want toen werd carnavalsvereniging [[Vossenjagers, De|De Vossenjagers]] opgericht. Hij had er grote moeite mee het 40-urengebed, waarmee toen nog de vastentijd werd ingeluid, in te ruilen voor zoiets losbandigs als carnaval. Op de preekstoel sprak hij er openlijk schande van, maar hij kon het niet tegenhouden. Op 6 november 1967 werd het eerste bestuur van De Vossenjagers gekozen. Het enige probleem was toen nog de avondmis van half acht. De pastoor weigerde dat tijdstip te vervroegen, zodat er (weer) een compromis gesloten moest worden. [[Vergulde Kip|De zaal]] zou om acht uur open gaan, maar [[Berntsen, Wilhelmus Clemens|de eerste Prins]] zou pas om elf over half negen komen. Het moge duidelijk zijn dat de pastoor zich als geestelijk adviseur van de [[Boerinnenbond]] | + | Oktober 1967 was sowieso een moeilijke maand voor pastoor Heinink, want toen werd carnavalsvereniging [[Vossenjagers, De|De Vossenjagers]] opgericht. Hij had er grote moeite mee het 40-urengebed, waarmee toen nog de vastentijd werd ingeluid, in te ruilen voor zoiets losbandigs als carnaval. Op de preekstoel sprak hij er openlijk schande van, maar hij kon het niet tegenhouden. Op 6 november 1967 werd het eerste bestuur van De Vossenjagers gekozen. Het enige probleem was toen nog de avondmis van half acht. De pastoor weigerde dat tijdstip te vervroegen, zodat er (weer) een compromis gesloten moest worden. [[Vergulde Kip|De zaal]] zou om acht uur open gaan, maar [[Berntsen, Wilhelmus Clemens|de eerste Prins]] zou pas om elf over half negen komen. Het moge duidelijk zijn dat de pastoor zich als geestelijk adviseur van de [[Boerinnenbond]] meer op zijn gemak voelde. |
== Het doopboek == | == Het doopboek == | ||
| Regel 33: | Regel 33: | ||
== Emeritaat == | == Emeritaat == | ||
| − | Na een lang pastoraat van 22 jaar (tot dan toe was alleen [[Hazelekke, Albertus|pastoor Hazelekke]] langer pastoor van Azewijn geweest) nam pastoor Heinink op 17 maart [[1970]] afscheid. Hij was toen 72 jaar. Hij werd opgevolgd door [[Hal, A.L.M. van|pastoor Van Hal]]. | + | Na een lang pastoraat van 22 jaar (tot dan toe was alleen [[Hazelekke, Albertus|pastoor Hazelekke]] langer pastoor van Azewijn geweest) nam pastoor Heinink op 17 maart [[1970]] afscheid. Hij was toen 72 jaar. Hij werd opgevolgd door [[Hal, A.L.M. van|pastoor Van Hal]]. Ondanks de financieel moeilijke jaren waarin de kerk herbouwd moest worden, was de parochie bij de overdracht schuldenvrij. |
| + | |||
| + | Pastoor Heinink verhuisde naar [[bejaardencentrum Sydehem]] in [[Zeddam]]. Daar vierde hij op 15 augustus [[1972]] zijn vijftig- en op 15 augustus [[1982]] zijn zestigjarig priesterjubileum. De hoogmis in 1982 in de kapel van Sydehem werd opgedragen door zijn opvolger Van Hal en door [[Geven, Petrus Antonius Joannes|pastoor Geven]], die ook in Sydehem woonde. | ||
| − | Pastoor Heinink | + | Pastoor Heinink overleed in Sydehem kort voor zijn 88e verjaardag op 10 mei [[1986]]. Op 14 mei werd hij begraven op [[Begraafplaats Azewijn|het kerkhof]] in Azewijn, waar zijn graf nog altijd te zien is. |
== Beeldmateriaal == | == Beeldmateriaal == | ||
| + | [[Bestand: Heinink.jpg|thumb|600px|left|Een foto gemaakt bij de consecratie van de herbouwde kerk door kardinaal Alfrink in 1951. V.l.n.r.: Kerkmeesters [[Hoegen, Alphonsus Hendricus|Fons Hoegen]] en [[Gerritzen, Henricus Marinus|Hein Gerritzen]], [[Giesen, Antonius Alexander Henricus|pastoor Giesen]], [[Hoegen, Augustinus Walterus|rector Hoegen]], kardinaal Alfrink, pastoor Heinink en daarachter, zijn hoed is nog net te zien, mgr. Th. Hendriksen, hulpbisschop van Utrecht.]] | ||
{| | {| | ||
|- valign="top" | |- valign="top" | ||
|[[Bestand: Pastoor Heinink 12half.jpg|thumb|300px|'''Herinnering aan het 12½-jarig priesterfeest van (toen nog) kapelaan Heinink]] | |[[Bestand: Pastoor Heinink 12half.jpg|thumb|300px|'''Herinnering aan het 12½-jarig priesterfeest van (toen nog) kapelaan Heinink]] | ||
| − | |[[Bestand: Pastoor Heinink bidprentje.jpg|thumb|600px|'''Zijn bidprentje]] | + | |[[Bestand: Pastoor Heinink bidprentje.jpg|thumb|600px|<center>'''Zijn bidprentje</center>]] |
|} | |} | ||
== Bronnen == | == Bronnen == | ||
| − | *[[Azem van 't Hof tot heden]], blz. | + | *[https://www.archieven.nl/ Archieven.nl] |
| − | * | + | *[[Azem van 't Hof tot heden]], blz. 67–68, 239, 248, 268–269, 329–331, 334–336, 493–494, 469–472 |
| − | + | *Krantenbericht uit een onbekende krant (mogelijk [[Gelderlander|De Gelderlander]] uit 1982 over Heininks 60-jarig priesterjubileum | |
| − | |||
| − | + | [[Categorie:Pastoors Azewijn]] [[Categorie:Begraafplaats Azewijn]] | |
Huidige versie van 1 okt 2026 om 11:42
Inhoud
Pastoor van Azewijn
Johannes Lambertus Aloijsius (Louis) Heinink was de zevende pastoor van Azewijn. Hij werd op 27 juni 1898 geboren in Oldenzaal als zoon van Johannes Gerhardus Heinink en Johanna Hendrika Scholten.
Heinink was de opvolger van pastoor Büter. Hij begon zijn priesteropleiding in september 1911 aan het kleinseminarie in Culemborg en zette die in september 1918 voort aan het grootseminarie Rijssenburg in Driebergen. Na zijn priesterwijding op 15 augustus 1922 is hij kapelaan geweest in Spijk, IJsselstein (U) en Hilversum. In 1938 werd hij rector van het Leo Gesticht in Borculo, tot hij op 16 februari 1948 in Azewijn benoemd werd. Daar werd hij op 27 februari feestelijk ingehaald en door deken Van de Loo van Terborg geïnstalleerd.
Bouwpastoor tegen wil en dank
De installatie van pastoor Heinink vond plaats in de noodkerk in de zaal van Alofs, omdat de kerk van Azewijn op 31 maart 1945 door terugtrekkende Duitsers in brand was gestoken. Kapelaan Brenninkmeyer had al de nodige voorbereidingen getroffen voor de herbouw van de kerk, en pastoor Heinink nam deze taak voortvarend over.
De bouw van de kerk werd gefinancierd uit fondsen voor oorlogsschade en diverse bijdragen uit de eigen parochie en ver daarbuiten. Zo was Azewijn als noodlijdende parochie via een regeling van het bisdom geadopteerd door de parochie van OLV van Altijd Durende Bijstand in Bussum. Dit hield in dat er in de kerk aldaar wekelijks voor Azewijn werd gecollecteerd. Als tegenprestatie ging pastoor Heinink regelmatig naar Bussum om er de mis op te dragen. Deze constructie heeft 10.000 gulden opgebracht.
Ook de parochianen van Azewijn deden hun best. In 1946 (dus nog in de tijd van pastoor Büter) stond de kermis in het teken van de nieuwbouw, waarbij demonstraties van de ruiterverenigingen uit Netterden en Etten 800 à 900 gulden opleverden. Een fancy-fair die op 17, 18 en 19 mei 1947 werd gehouden, bracht zesduizend gulden op. Ook op particuliere feesten en partijen werd vaak voor de nieuwe kerk gecollecteerd. Uiteindelijk was de het benodigde bedrag van ruim 200.000 gulden bij elkaar. De bouw begon in de tweede helft van 1950, waarna op 11 februari 1951 officieel de eerste steen werd gelegd. Op zondag 23 december 1951 werd de nieuwe kerk ingewijd, net op tijd voor Kerstmis.
Op dat moment was het laatste nummer van Azem's Nieuws alweer een tijdje geleden verschenen, maar ook hieraan heeft pastoor Heinink meegewerkt. Niet, zoals zijn voorganger Büter als lid van de ereraad, maar samen met meester Hondtong als "gewoon" redactielid. De ereraad was na het overlijden van pastoor Büter blijkbaar opgeheven.
In een van zijn eerste bijdragen deed Heinink verslag van de bouwplannen. Hij begon met de woorden: Jullie (de jongens in Indië dus) zullen wel nieuwsgierig zijn naar het nieuws over de opbouw van onze kerk. Dat is normaal en heel goed te verklaren omdat de Azewijners Katholieken zijn in merg en been en hun belangstelling altijd uitging naar de prachtige toren, waar ze trots op waren. In de kop van Azem's Nieuws prijkte inderdaad een afbeelding van de oude kerk; aanvankelijk een tekening, later een foto. Interessant in het verslag van pastoor Heinink is zijn melding dat de nieuwe toren een zadeldak zou hebben en dat de oude buitenmuren zouden blijven staan. Dit laat zien dat het verslag voor de aanvang van de bouw is geschreven op basis van voorlopige plannen, want de nieuwe toren heeft geen zadeldak maar een tentdak, en de oude muren zijn niet blijven staan.
Behalve een kerk heeft pastoor Heinink ook een kleuterschool gebouwd, althans de eerste steen hiervan gelegd. Dat gebeurde op 7 augustus 1956 in aanwezigheid van onder anderen burgemeester De Leeuw en de wethouders Hendricksen en Schuurman. De kleuterschool werd op 17 september 1957 in gebruik genomen.
De secularisatie dient zich aan
Pastoor Heinink speelde ook een belangrijke rol in het verenigingsleven in het dorp. Zo was hij als geestelijk adviseur altijd aanwezig op zowel de bestuurs- als de ledenvergaderingen van de Azewijnse afdeling van de ABTB. Hij had dan altijd iets stichtelijks te zeggen. In de vastentijd bijvoorbeeld, spoorde hij de aanwezigen aan om ook door de week naar de kerk te gaan.
Ook anderszins hield hij de normen en zeden goed in de gaten. Toen in 1958 de dameshandbalvereniging De Vossen werd opgericht, had hij zo zijn bedenkingen tegen dames die zich in sportkleding op het voetbalveld vertoonden. Als compromis werd juffrouw Otten, de onderwijzeres, aan het bestuur toegevoegd. Zij zou de zedelijkheid in de gaten houden.
Op 28 augustus 1960 werd Heininks 12½-jarig jubileum als pastoor van Azewijn gevierd. Na de plechtige hoogmis kreeg hij een envelop met inhoud aangeboden, waaruit hij 75 gulden aan het kerkbestuur teruggaf voor de aanplant van een nieuwe heg om het kerkhof.
Op 8 oktober 1967 vierde Azewijn het 100-jarig bestaan van zijn parochie. Dat was tevens het jaar waarin de nieuwe tijd ook in Azewijn doordrong. Het oude kerkbestuur werd toen namelijk door ontevreden parochianen weggestemd. Zij accepteerden niet meer dat de dominante pastoor met een stelletje jaknikkers de dienst uitmaakte.
Oktober 1967 was sowieso een moeilijke maand voor pastoor Heinink, want toen werd carnavalsvereniging De Vossenjagers opgericht. Hij had er grote moeite mee het 40-urengebed, waarmee toen nog de vastentijd werd ingeluid, in te ruilen voor zoiets losbandigs als carnaval. Op de preekstoel sprak hij er openlijk schande van, maar hij kon het niet tegenhouden. Op 6 november 1967 werd het eerste bestuur van De Vossenjagers gekozen. Het enige probleem was toen nog de avondmis van half acht. De pastoor weigerde dat tijdstip te vervroegen, zodat er (weer) een compromis gesloten moest worden. De zaal zou om acht uur open gaan, maar de eerste Prins zou pas om elf over half negen komen. Het moge duidelijk zijn dat de pastoor zich als geestelijk adviseur van de Boerinnenbond meer op zijn gemak voelde.
Het doopboek
Het doopboek van Azewijn is slechts beschikbaar tot oktober 1951, dus van pastoor Heinink zijn alleen de doopinschrijvingen van zijn eerste vier jaren in te zien. Dat waren er 69. Bijzonderheden zijn vier kinderen die in nosocomio (in het ziekenhuis) geboren zijn, en daar gedoopt door een plaatselijke geestelijke. Drie kinderen kregen van vroedvrouw Like Wolswijk thuis een nooddoop (domi baptizata ab obstetrice Alida Grada Wolswijk) en ontvingen daarna van de pastoor het H. Vormsel, maar overleden kort daarna. Verder kreeg Heinink in 1966 een brief uit Australië, waarin hem werd verzocht het huwelijk van Wim Jansen in het doopboek bij te schrijven. Het is niet duidelijk of Wim zelf of met zijn ouders naar Australië is geëmigreerd, maar hij is op 19 juni 1943 in Azewijn geboren en op 21 mei 1966 in Terang in de staat Victoria getrouwd. Heininks opvolger zou nog meer van zulke brieven uit het buitenland krijgen.
Emeritaat
Na een lang pastoraat van 22 jaar (tot dan toe was alleen pastoor Hazelekke langer pastoor van Azewijn geweest) nam pastoor Heinink op 17 maart 1970 afscheid. Hij was toen 72 jaar. Hij werd opgevolgd door pastoor Van Hal. Ondanks de financieel moeilijke jaren waarin de kerk herbouwd moest worden, was de parochie bij de overdracht schuldenvrij.
Pastoor Heinink verhuisde naar bejaardencentrum Sydehem in Zeddam. Daar vierde hij op 15 augustus 1972 zijn vijftig- en op 15 augustus 1982 zijn zestigjarig priesterjubileum. De hoogmis in 1982 in de kapel van Sydehem werd opgedragen door zijn opvolger Van Hal en door pastoor Geven, die ook in Sydehem woonde.
Pastoor Heinink overleed in Sydehem kort voor zijn 88e verjaardag op 10 mei 1986. Op 14 mei werd hij begraven op het kerkhof in Azewijn, waar zijn graf nog altijd te zien is.
Beeldmateriaal
Bronnen
- Archieven.nl
- Azem van 't Hof tot heden, blz. 67–68, 239, 248, 268–269, 329–331, 334–336, 493–494, 469–472
- Krantenbericht uit een onbekende krant (mogelijk De Gelderlander uit 1982 over Heininks 60-jarig priesterjubileum