Bijdragen aan Berghapedia? Klik hier om je aan te melden !

Dekker, Pieter Cornelis

Uit Berghapedia
Versie door Verre neef (overleg | bijdragen) op 24 jan 2026 om 11:32 (Nieuwe pagina aangemaakt met ''''Pieter Cornelis Dekker''' was bij de Duitse inval op 10 mei 1940 commandant van het 1e bataljon van het 46e Regiment Infanterie (...')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Pieter Cornelis Dekker was bij de Duitse inval op 10 mei 1940 commandant van het 1e bataljon van het 46e Regiment Infanterie (I-46 RI).

Korte levensloop

Dekker werd op 19 september 1890 geboren in 's-Heerenberg als zoon van Cornelis Dekker en Judica van Dommelen. Zijn vader werkte sinds augustus 1888 als rijksambtenaar in 's-Heerenberg. Hij was bij de geboorte van zijn zoon afwezig, zodat de aangifte op het gemeentehuis werd gedaan door dokter Bardet, gemeentegeneesheer, met als getuigen Carel Kok, brievengaarder, en dominee Pantekoek.

Op 15 april 1892 werd Dekker met zijn ouders uitgeschreven uit het bevolkingsregister van de gemeente Bergh wegens vertrek naar Wormerveer.

Hij trouwde in 1917 met Adriana Theodora Antonia Hoogeveen, geboren in Leiden op 16 mei 1898. Uit dit huwelijk werden ten minste twee zoons geboren.

  • Cornelis Pieter (1918–…)
  • Franciscus (1920–…)

Verder gegevens over zijn persoonlijk leven zijn niet voorhanden.

Zijn militaire loopbaan

Zijn diensttijd puntsgewijs

Op 13 oktober 1909 werd Dekker aangewezen om zijn militaire dienstplicht te vervullen, maar hij kreeg vrijstelling omdat hij op 14 augustus 1906 al vrijwillig dienst had genomen bij het 4e Regiment Infanterie. Zijn diensttijd verliep als volgt.

  • 8 februari 1908: bevorderd tot korporaal.
  • 15 oktober 1910: bevorderd tot sergeant.
  • 2 oktober 1911: overgeplaatst naar het 7e Regiment Infanterie.
  • 1 april 1913: overgeplaatst naar het 18e Regiment Infanterie.
  • 17 september 1913: bij koninklijk besluit № 33 benoemd tot 2e luitenant en terug naar het 4e Regiment Infanterie.
  • 15 september 1917: bij koninklijk besluit № 53 benoemd tot 1e luitenant.
  • 8 november 1921: bij koninklijk besluit № 49 voor ten hoogste vijf jaar gedetacheerd bij de infanterie van het KNIL.
  • 9 maart 1922: aan boord van het stoomschip Jan Pieterszoon Coen vertrokken naar Nederlands-Indië.
  • 2 april 1922: aankomst in Nederlands-Indië, waar hij diende er bij het 14e en het 15e Bataljon Infanterie. Zijn laatste standplaats was Bandoeng op West-Java.
  • 27 mei 1925: uit Indië vertrokken met het stoomschip Insulinde.
  • 28 juni 1925: aankomst in Rotterdam.
  • 11 augustus 1925: krachtens een wet uit 1902 op non-actief gesteld tot 1 maart 1928.
  • 1 maart 1928: teruggekeerd bij het 4e Regiment Infanterie.
  • 21 september 1928: bij koninklijk besluit № 40 benoemd tot kapitein.
  • 1 augustus 1931: overgeplaatst naar het 22e Regiment Infanterie.
  • 16 december 1939: bij koninklijk besluit № 12 benoemd tot majoor.
  • 15 juli 1940: krachtens de al genoemde wet van 1902 op non-actief gesteld.
  • 15 mei 1942 in Duitse krijgsgevangenschap. Vanaf 16 mei werd hij beschouwd als zijnde weer in actieve dienst. Meer hierover is te lezen in de volgende paragraaf.
  • 28 mei 1945: teruggekeerd uit krijgsgevangenschap.
  • 1 april 1948: eervol ontslag uit de militaire dienst.

In Dekkers tijd werden benoemingen en overplaatsingen van officieren nog uitgebreid vermeld in de dagbladen.

Uit de Nederlandsche Sattascourant van 14 november 1921
Uit De Tijd van 19 december 1939

De Tweede Wereldoorlog

Bij de Duitse inval op 10 mei 1940 was Dekker commandant van het 1e bataljon van het 46e Regiment Infanterie (I-46 RI). Dit regiment bestond voornamelijk uit reservisten die eerder bij het 22e Regiment Infanterie (22 RI) hadden gediend. Dekker was in 1931 bij 22 RI geplaatst.

46 RI maakte in mei 1940 samen met 44 RI deel uit van de Brigade A, die in de Betuwestelling was gelegerd. Deze stelling sloot in het noorden aan op de Grebbelinie en in het zuiden op de Maas-Waalstelling. Dekkers 1e bataljon van 46 RI (minus de mitrailleurcompagnie en nog een klein detachement) werd op 12 mei over de Rijn naar Remmerden gestuurd om vandaaruit deel te nemen aan het heroveren van posities die de Duitsers hadden veroverd op het 8e Regiment Infanterie.

Voor deze tegenaanval begon, veranderde de opdracht en werd I-46 RI ter beschikking gesteld van de reserve van de IVe Divisie. Deze divisie verdedigde de zuidelijke helft van de Grebbelinie. Van de commandant van de divisiereserve kreeg Dekker opdracht posities in te nemen langs de spoorbaan die in noord-zuidrichting langs de oostkant van Rhenen liep, aan de westelijke voet van de Grebbeberg. De situatie was toen al erg chaotisch. Er kwamen veel terugtrekkende troepen van verschillende onderdelen van de berg af. In de middag van 13 mei kreeg Dekker van de commandant van de IVe Divisie de order zich met zijn bataljon terug te melden bij de commandant van de Brigade A. Bij de capitulatie van het Nederlandse leger op 15 mei bevond I-46 RI zich in Vianen.

Dekkers bataljon verloor op 12 en 13 mei tien man. Acht van het liggen begraven op het Ereveld op de Grebbeberg. Ook ligt er één dode van het 2e bataljon van 46 RI.

Op 15 mei 1942 moest Dekker zich, net als alle beroepsofficieren van de voormalige Nederlandse krijgsmacht, melden en werd als krijgsgevangene weggevoerd. Zijn gevangenennummer was 31654. Zo hebben zich die dag ook kapitein Bellaard en luitenant Straus moeten melden. Met laatstgenoemde heeft Dekker gedurende dezelfde perioden in dezelfde krijgsgevangenenkampen gezeten.

Aanvankelijk werden de officieren geïnterneerd in Oflag XIII-B, voluit Offizierslager XIII-B, een krijgsgevangenenkamp voor officieren. Oflag XIII-B bevond zich in Langwasser, een stadsdeel van Neurenberg.

Op 8 augustus 1942 werden de gevangenen overgebracht naar Stammlager 371 (Stalag 371) bij Stanislau in het oosten van toenmalig bezet Polen. Tegenwoordig ligt de stad in het westen van de Oekraïne en heet Iwano-Frankivsk. Stalag staat voor Stammlager of voluit Mannschaftsstamm- und Straflager. Een Stalag is een krijgsgevangenenkamp voor manschappen en onderofficieren, maar in Stalag 371 werden blijkbaar ook officieren ondergebracht.

Op 17 januari 1944 volgde overplaatsing naar Oflag 67 bij Neubrandenburg in Noord-Duitsland, waar de officieren op 28 april 1945 door het Rode Leger werden bevrijd. Eind mei 1945 werden ze in twee transporten naar Nederland teruggebracht.

Dekker kwam op 28 mei aan in het Ontvangst-Centrum voor Gerepatrieerde Krijgsgevangenen in Weert. Op een formulier dat hij daar moest invullen, beantwoordde hij de vraag "Was de verzorging gedurende de gevangenschap goed, middelmatig of slecht?" met slecht. Hij was niet de enige die zo heeft geantwoord.

Bronnen

  • WieWasWie
  • Nationaal Archief, 2.13.04 Inventaris van de dienststaten en stamboeken der Officieren van de Koninklijke Landmacht en van de koloniale troepen in Nederland, (1750) 1814-1945 (1964), inventarisnummers 476 (blz. 25) en 750 (blz. 42)
  • Gevechtsberichten van majoor P.C. Dekker op Grebbeberg.nl