Bijdragen aan Berghapedia? Klik hier om je aan te melden !

Processie Stokkum

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Inleiding

In Stokkum is vanaf 1934 jarenlang een sacramentsprocessie gehouden. Pastoor Beltman heeft deze processie ingesteld.

In de sacramentsprocessie droeg de pastoor het Heilig Sacrament, ook genoemd het Allerheiligste, in een monstrans met zich mee. Het Heilig Sacrament is een geconsacreerd hostie, die in de monstrans achter glas te zien is. De pastoor was daarbij gekleed in een koorkap, een liturgisch gewaad van zodanige snit dat hij daarmee de monstrans kon vasthouden zonder hem met zijn blote handen aan te raken. Hij liep onder een processiehemel, een baldakijn van kostbare stof, die door vier parochianen werd gedragen. Enkele parochianen begeleidden de processiehemel met een flambouw; een kaarshouder op een lange stok. Hun aantal stond niet vast. Het konden er twee zijn, maar ook vier of zes. Dit geheel werd begeleid door enkele geestelijken en misdienaren, van wie er een 'n wierookvat droeg. Een monstrans is onhandig en te zwaar om lang te dragen, daarom werd er langs de route haltgehouden bij een of meer rustaltaren, waar gepreekt en gebeden werd.

Waarom pastoor Beltman juist in 1934 een sacramentsprocessie instelde, is niet meer bekend, maar het valt op dat in hetzelfde jaar ook in Beek en Babberich voor het eerst een sacramentsprocessie werd gehouden, terwijl die in Zevenaar toen juist werd afgeschaft. Wellicht was dat laatste voor de pastoors van Stokkum, Beek en Babberich een aanleiding ermee te beginnen. In Stokkum viel de eerste processie samen met het gereedkomen van de nieuwe begraafplaats. Dat was belangrijk, omdat processies in die tijd niet op de openbare weg mochten plaatsvinden, maar slechts binnen kerkgebouwen of op een besloten terrein in de openlucht. Met de sacramentsprocessie in gedachte waren er op de begraafplaats brede paden aangelegd.

Overigens zijn er plaatsen in Nederland waar processies van oudsher wél op de openbare weg gehouden mogen worden. Een van die plaatsen is Azewijn, waar van 1820 tot op de dag van vandaag jaarlijks een sacramentsprocessie plaatsvindt. Daarmee is deze processie in Bergh een unieke traditie. Op de pagina over de Azewijnse processie staat meer over het recht om in Nederland processies te houden.

De eerste sacramentsprocessie

De kosten van de sacramentsprocessie werden gedragen door de Stokkumse verenigingen en parochianen. De afdeling Stokkum van de Rooms-Katholieke Werkliedenvereniging stelde vijf gulden beschikbaar en het Stokkumse Sint Oswaldusgilde 25 gulden. De Bijzondere Vrijwillige Landstorm hield een schietoefening waarvan de netto-opbrengst voor de sacramentsprocessie was. Een collecte onder de parochianen bracht dicht bij de 200 gulden op. In mei 1934 werd een comité opgericht dat was belast met de versiering van de processieweg.

Een traditionele datum voor sacramentsprocessies is Sacramentsdag ofwel het Hoogfeest van het Allerheiligst Sacrament. Deze kerkelijke feestdag valt op de tweede donderdag na Pinksteren (of de zondag dáárna). In 1934 viel Pinksteren op 20 en 21 mei, zodat Sacramentsdag toen op donderdag 7 juni viel. De eerste Stokkums sacramentsprocessie werd daarom gehouden op zondag 10 juni.

's Middags om 4 uur was er een kort Lof, of Vespers, waarna de processie langs de oostkant van de Sint Suitbertuskerk naar de begraafplaats liep. Trok de stoet daar een stukje over de openbare weg, of was dit kerkelijk terrein? De processieweg was versierd met onder meer geelwitte vlaggen van Vaticaanstad en twee erebogen van dennengroen. Het opschrift op de ene boog luidde Lauda Sion Salvatorum (Looft, Sion, de Verlosser), op de andere Ego sum resurrectio et vita (Ik ben de opstanding en het leven).

De stoet werd geopend door de schoolkinderen, daarachter kwamen achtereenvolgens mannen en vrouwen, de zelatrices (de vrouwen die zich hadden ingezet voor de fondswerving), het zangkoor, de Harmonie de Volharding, en misdienaren en bruidjes. Daarna volgde de processiehemel met zijn entourage. Bij het grote kruis achteraan op de begraafplaats stond het rustaltaar, waar kapelaan Van Rooijen van 's-Heerenberg een preek hield. De terugweg verliep via de pastorietuin en de westkant van de kerk. Daar werd de eerste sacramentsprocessie met een korte plechtigheid afgesloten.

Het verslag van de processie dat de De Graafschapbode de volgende dag bracht, vermeldt dat de plechtigheden werden verricht door pastoor Meijer van Zeddam met assistentie van de kapelaans Tutert van 's-Heerenberg en Sterneberg van Beek. Stokkums pastoor Beltman, de initiatiefnemer van de processie, wordt niet genoemd. Was hij ziek?

Naast de al genoemde Berghse geestelijken namen ook de pastoors Peters van Beek en Nijrolder van Kilder, en kapelaan Smit van Zeddam deel aan deze processie.

Latere processies

De Stokkumse sacramentsprocessie is nog tot minstens 1941 gehouden; in dat jaar op 22 juni. De Graafschapbode berichtte in een aantal, maar niet alle van de tussenliggende jaren over de processie.

In 1936 werd de processie op 21 juni gehouden. Kort daarop vertrok pastoor Beltman naar Enschede. Bij zijn afscheid werd als een van de hoogtepunten van zijn pastoraat de instelling van de sacramentsprocessie genoemd. Ook onder zijn opvolger pastoor Spruijt werd jaarlijks een processie gehouden.

In 1937 hield de Rooms-Katholieke Werkliedenvereniging met medewerking van Harmonie de Volharding een collectie die 42 gulden opbracht. Hiermee werd een nieuw vaandel gekocht, dat in de processie werd meegedragen. Die werd dat jaar op 6 juni voor de vierde keer gehouden. Het was die dag mooi zomerweer. Oud-pastoor Beltman was uit Enschede overgekomen om het Allerheiligste te dragen. De Vespers voorafgaande aan de processie werden geleid door oud-pastoor Ledel van Wijnbergen geassisteerd door pastoor Peters van Beek en kapelaan Kloppenburg van 's-Heerenberg. Kapelaan Kloppenburg hield de preek bij het rustaltaar op de begraafplaats.

In 1939 werd de processie gehouden op 18 juni, in 1941 op 22 juni. Over latere processies zijn geen gegevens voorhanden. In welk jaar de Stokkumse sacramentsprocessie werd afgeschaft, kon nog niet worden nagegaan. Het moet zijn gedaan door een van de pastoors De Greef, Van Jaarsveld of Nollen, mogelijk kort na hun aantreden in respectievelijk 1948, 1960 en 1967.

Bronnen