Bijdragen aan Berghapedia? Klik hier om je aan te melden !

Poor

Uit Berghapedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Poor was een familienaam die veel in Bergh voor kwam. Andere schrijfwijzen waren onder andere Poer, Poir en Pooren.

Het geslacht dook in de 15de eeuw op in 's-Heerenberg en Emmerik, en verdween aan het einde van de 19de eeuw. Vermoedelijk ligt de oorsprong van het geslacht Poor in het Duitse plaatsje Ringenberg. In 1433, het jaar van de de vroegst bekende vermelding van de familienaam Poor, staat namelijk dat Bernt Poor 'genaamd Ringenberch' is. Dit zou kunnen duiden op zijn afkomst.

Aan het begin van de 16de eeuw waren er in de verschillende buurtschappen in het Land van den Bergh al vijf gezinshoofden die de achternaam Poir droegen. In die periode zijn er namelijk lijsten van schatplichtigen opgesteld waarin de namen van vrijwel alle Berghse hoofdbewoners voor komen. De vermelde telgen met de achternaam Poir zijn de volle boeren Derick Poir (Kilder), Johan Poir (Klein-Azewijn), Johan Poir de oude en Johan Poir de jonge (Stokkum), en de keuter Willem Poir (Wijnbergen).

Bekende telgen

  • Lyse Poer. Zij was rond het jaar 1500 waardin van een herberg in 's-Heerenberg. Door een verhouding met Graaf Willem III van den Bergh kreeg zij de zonen Daem en Hector van den Bergh. Lyse was een dochter van Lambert Poer en Mechtelt NN, en had nog een zus genaamd Heylke en een broer genaamd Reyner (zie de genealogie hieronder).
  • Barnabas Poir. Was tot 1594 burgemeester van 's-Heerenberg.
  • Engelbert Poer. Was in 1594 schepen van 's-Heerenberg, en in de periode 1615-1624 rentmeester van de Graaf van Bergh.
  • Evert Poir. Was tussen 1534 en 1561 pastoor van Etten.
  • Matthys Poor. Was in 1656 burgemeester van 's-Heerenberg.
  • Johan Poir. In 1533 schepen en in 1564 kerkmeester in Huissen.
  • Henrick Poer. In 1546 schepen in Huissen.

Poor en de schat van Montferland

In 1689 kwamen enkele leden van de familie Poor in opspraak omdat zij de schat van Montferland opgegraven zouden hebben. Al lange tijd ging destijds het gerucht dat er in Montferland ooit een schat zou zijn begraven. Mogelijk door Adela van Hamaland en haar gevolg, nadat zij zich in 1016 overgegeven had aan de Duitse keizer.

Het verhaal was dat Evert Poor uit 's-Heerenberg in het jaar 1679 onderdak had geboden aan de Emmerikse boekhandelaar Cornelis van Beugen en zijn gezin, die Emmerik waren ontvlucht voor de Fransen. Deze van Beugen scheen goed met een wichelroede om te kunnen gaan, en zou in Duitsland al geld verdiend hebben met vondsten van kostbare mineralen in de bodem. Op een zondagmiddag ging Evert Poor met het gezin van Beugen naar het Montferland. Met een ter plekke uit hout gesneden wichelroede liepen zij naar de top van de heuvel. Bovenop de top sloeg de wichelroede sterk aan bij een ingevallen en met aarde gevulde kelder. Toen zou hij gezegd hebben: "Evert Poor, hier is die plaetse, daer eenen swaeren schatt leijdt, en niet seer diep oock", terwijl hij wees naar een stuk grond waar een grote kromme beukenboom op stond.

Daar beloofden zij elkaar dit niemand anders bekend te maken, en zijn samen weer naar huis gegaan. Evert Poor heeft het daarna echter aan zijn vier kinderen en twee schoonzonen (Willem Nystadt en Herman Kniest) verteld. Die zouden de locatie daarna hebben bezocht om de schat op te graven. Maar dit bleek niet mogelijk door de grote kromme beukenboom die in de weg stond. Waarop Herman Kniest de Graaf van den Bergh om toestemming zou hebben gevraagd om de boom te mogen kappen. In 1689 zouden deze en andere oude bomen zijn gekapt, om als brandhout te dienen voor het hof van Bergh. In de lente van datzelfde jaar was zichtbaar geworden dat de plaats waar de beukenboom had gestaan was uitgegraven tot aan het fundament van de kelder. Daar bevond zich een voorheen dichtgemetseld gat dat nu geopend was, en waar de schat zich bevonden zou hebben. Herman Kniest zou de plaats later nog eens hebben laten zien aan de nieuwsgierige stadsgenoten Willem Rutten en Derck Overgoor.

Al snel gingen er in de stad roddels rond over de familie Poor. Evert Poor stond bekend als "een eerlijck doch behoeftich man", maar zijn familie liep nu opeens rond in dure kleding waarmee zij boven hun eigen stand uitstaken. Schoonzoon Herman Kniest had zijn bakkerij verlaten, en scheen behalve verschillende stukken land, ook het mooie huis en hof van wijlen de raadsheer Fockinck gekocht hebben. Ook vertelde een getuige die bij Herman Kniest in huis gewoond had, dat toen hij eens onverwachts thuis kwam, hij Jenneke Poor (de vrouw van Herman Kniest) aantrof terwijl ze met een buitengewoon grote zak met geld zat te spelen. Hij hoorde het rammelen en klinken van de munten al voordat hij de deur open gedaan had. Ook had die getuige Jenneke eens tegen haar man horen zeggen, terwijl die dronken was: "Ghij hebt u sou vol gesoopen, ghij stelt u sou aen, ghij duijvel sult het noch maecken dat het uijtkomt van Montferlandt.", waarop Herman Kniest riep, terwijl hij met z'n handen van zich af sloeg: "Wie sal het ons bewijsen, wie kan het ons bewijsen!"

En zoon Dries Poor, die samen met zijn vrouw eerst niet meer dan 100 a 200 gulden en hun kleine landarbeiderswinkeltje hadden, zouden plotseling een eigen huis gekocht en grotendeels opnieuw opgebouwd hebben. En daarnaast was hun winkeltje vergroot en uitgebreid met allerlei nieuwe handelswaar. Schoonzoon Willem Nijstadt, een schippersknecht, zou een verlaten en vervallen huis gekocht hebben en tot in goede staat opgeknapt. Daarnaast kocht hij ook nog verschillende stukken land. En de jongste zoon Evert Poor, die als jongeman normaal gesproken nauwelijks iets te besteden zou hebben, liep nu rond in nieuwe kleren met zilveren knopen. En dat terwijl hij niet eens een beroep scheen te hebben.

Omdat de plek waar de schat gevonden zou zijn op de grond van de Graaf van den Bergh bevond, en hem dus zou toebehoren, klaagde de graaf hen in het jaar 1697 aan. Maar dit was zonder succes, omdat nooit bewezen kon worden dat er ooit een schat bestaan had. Zelfs niet in hoger beroep. In het jaar 1699 werden zij vrijgesproken.

Genealogie

J.F.W.J.B. Hekking publiceerde in 1995 zijn onderzoek naar de familie Poor, en kwam tot een genealogie van de 16de eeuwse 's-Heerenbergse familie Poor. Onderstaande genealogie is daarop voortgeborduurd met nieuwe gegevens:

I. Lambert Poir, is vóór 3-10-1491 overleden. Mogelijk was hij een broer of zoon van Bernt Poir, alias Ringenberg, die in 1433 een stuk land kocht, en na 20-9-1463 overleed. Lambert was getrouwd met Mechtelt NN, die na 30-11-1501 overleden is. Uit dit huwelijk:
1. Lyse Poir, moeder van de bastaardzonen Daem en Hector van den Bergh. Zij overleed tussen 21-2-1525 en 28-6-1532.
2. Heylke Poir, bleef ongehuwd, overleed tussen 11-7-1517 en 28-6-1532. Vermoedelijk voor 1520 al overleden.
3. Reiner Poir, volgt II.

II. Reiner Poir, tussen 1491 en 1494 vermeld als schepen te Bergh, in 1505 vermeld als stadhouder van het land Bergh. Op 7-12-1506 trad hij op als hulder bij de belening van zijn vrouw Belie Rutters, wed. Barnabas van den Bergh, bastaardbroeder van den leenheer met 'dat gued to Laer' onder Etten. Zij is overl. vóór 20-3-1517. De datum waarop haar zoon Lambert beleend wordt. Reiner overleed na 4-5-1523. Uit dit huwelijk:
1. Lambert Poir, volgt III.
2. Evert Poir, was tussen 1534 en 1561 pastoor van Etten. Hij overleed vóór 2-3-1561.
3. Geryt Poir, was in 1551 schepen te Bergh.

III. Lambert Poir, huwde N.N. en had 15-5-1545 kinderen. Overl. vóór 3-4-1557. Was in 1531 secretaris van de Graaf van den Bergh, en tussen 1536 en 1536 richter te Gendringen. Uit dit huwelijk voor zover bekend:
1. Reiner Poir, overleed vóór 21-12-1561.
2. Barnabas Poir, in 1575 vermeld als schepen te 's-Heerenberg, als gerichtsman, en in 1575 en de periode 1583-1594 als burgemeester van 's-Heerenberg (twee of meerdere aparte periodes dus, want in het jaar 1582 was Berndt Arntz burgemeester).
3. Willem, volgt IV.

IV. Willem Poir, Lambertsz., bekend als boven 3-4-1557, vermeld tot 12-2-1562 en overl. vóór 10-12-1565. Huwde Baetgen van den Steenhuys, die 14-10-1555 beleend wordt met een Bergh's leen te Zeddam, als erfgenaam van haar vader Geryt van den Steenhuys. Uit dit huwelijk slechts bekend:
1. Henderschke Poir, Willemsdr., overleden vóór 6-6-1582, beleend als boven 19-8-1579. Huwde Derck Everwijn, die 6-6-1582 beleend wordt als voogd van zijn kinderen.
2. Lambert Poir, Willemsz. beleend 10-12-1565, zijnde onm., hij vernieuwt den eed op 16-4-1570 maar zal wsch.zonder kinderen overleden zijn, daar zijn zuster Henderschke op 19-8-1579 leenvolgerse is.

Boerderij de Lugtenakker, waar destijds Jan Poor woonde, op de 'Caerte van de graafschap Berghe' van Theodor Bücker, uit 1727. De Xantense kaartmaker Bücker legde de bezittingen van de Graaf van Bergh op kaart vast.

Helaas is er een hiaat in de aansluiting met de Azewijnse familie Poor:

I. Rijcksken Pooren, trouwde vóór 1541 Jenneken te Heynforden, die het leen de Lugtenakker in Azewijn ontving van haar vader. Mogelijk was hij een zoon van Jan Poor die in ca. 1505 in Klein-Azewijn woonde. Rijcksken overleed na 1567. Zij kregen tenminste een zoon:

II. Jan Poor, trouwde met NN. Van 1578 tot 1601 pachter op de Lugtenakker. Uit dit huwelijk:

III. Jan Poor, trouwde met NN. werd in 1615 beleend met de Lugtenakker. Overleed vóór 1648. Uit dit huwelijk:

IV. Jan Poor, trouwde met NN. werd in 1647 beleend met de Lugtenakker. Overleed vermoedelijk rond 1677. Uit dit huwelijk:

V. Jan Poor, trouwde Geesken Engelberts. Werd rond 1677 de nieuwe pachter op de Lugtenakker. Volgens zijn zoons Jan en Berent overleed hij in 1695 of 1696. Uit dit huwelijk:
1. Jenneke Poor, huwde als weduwe op 14-6-1696 Jan Paaps uit Emmerik. Overleed vóór 1709.
2. Jan Poor, geboren rond 1673. Was tot 1752 pachter op de Lugtenakker. Trouwde in 1703 Henderske Franken. Overleed rond 1752.
3. Willemke Poor, trouwde op 13-5-1712 Jacob Schuijren uit Zeddam.
4. Judith Poor, trouwde op 3-5-1716 Hendrik van Reen. Overleed na 1719.
5. Berent Poor, geboren rond 1683. Trouwde Berentje Wiskamp uit Azewijn. Overleed rond 1735.
6. Hendrik Poor, geboren rond 1685. Trouwde in 1720 Hendrin van Remmen uit Azewijn. Overleed rond 1728.

En mist ook de aansluiting met de familie Poor die in de 17de eeuw eeuw in 's-Heerenberg opduikt:

I. Andries Poor, burger van 's-Heerenberg, overleed vóór 1648. Huwde vóór 10-2-1619 Hilleken Jansen. Uit dit huwelijk:
1. Evert Poor, volgt II.
2. Jan Poor, gedoopt te 's-Heerenberg 13-6-1619.
3. Herbert Poor, gedoopt te 's-Heerenberg 5-8-1621.
4. Wendelina Poor, gedoopt te 's-Heerenberg 21-9-1623.

II. Evert Poor, burger van 's-Heerenberg, huwde te 's-Heerenberg op 5-11-1648 Elsken Winters. Overleed tussen 25-8-1689 en 3-7-1692. Uit dit huwelijk:
1. Jenneken Poor, trouwde 26-11-1671 Jan van Halteren. Hertrouwde op 1-12-1675 Herman Kniest.
2. Andries Poor, burger van 's-Heerenberg, overleden tussen 30-3-1699 en 9-9-1703. Huwde op 3-2-1686 Geertruidt Tielle.
3. Lijsabeth Poor, overleed vóór 1703. Huwde 25-8-1689 Willem Nijstadt.
4. Evert Poor, gedoopt te 's-Heerenberg op 7-3-1661, overleden na 11-5-1723. Trouwde eerst op 7-3-1661 met Anna Geertruidt Meulemann, hertrouwde op 18-11-1721 te Zeddam met Anna Paland.

De laatste Poor

Aan het einde van de 18de eeuw was de in Azewijn ooit veelvoorkomende achternaam Poor helemaal verdwenen. De laatste generaties hadden geen mannelijk nageslacht gekregen om de naam voort te dragen. In de gemeente Bergh was Aleida Poor de laatste die deze achternaam droeg, zij woonde in 's-Heerenberg aan de Molenstraat 13 en overleed in 1865. Haar echtgenoot was de bakker Peter Bosman.
De laatste Poor in Nederland was Geertruida Poor. Zij woonde in Didam, waar zij getrouwd werd met de Didamse bijenhouder Wolter Hegeman, en was het enige kind van Jan Poor en Johanna Wouters uit 's-Heerenberg. Met haar overlijden in 1905 stierf de achternaam Poor uit.

Bronnen